Kifaya verdiende het om te sterven

Eerwraakmoorden geven Jordanië een slechte naam. Maar er gloort hoop. ‘De publieke opinie keert zich ertegen.’..

Begin juni 1994 schreef journaliste Rana Husseini een nieuwsverhaal in The Jordan Times. Het ging over de 16-jarige Kifaya, die was vermoord door haar 32-jarige broer Khalid. Reden: ze was verkracht door haar 22-jarige broer Mohammed. Kifaya was zwanger geraakt en had een abortus ondergaan.

Husseini was gewoon het huis van de familie in de Jordaanse hoofdstad Amman binnengelopen en had daar twee ooms van het slachtoffer aangetroffen, die onbekommerd vertelden wat er was gebeurd. ‘Khalid bond zijn zus vast op een stoel, gaf haar wat water te drinken, vroeg haar om verzen uit de heilige Koran voor te dragen en stak haar vervolgens een paar keer’, zo kreeg ze te horen. Maar waarom werd Kifaya gestraft, en niet de verkrachter? ‘Ze heeft de familie-eer bezoedeld en verdiende het om te sterven’, antwoordde een van de ooms.

Ook op 12 augustus dit jaar schreef Rana Husseini een nieuwsstuk in The Jordan Times. Een 39-jarige man was aangeklaagd vanwege de moord op zijn 16-jarige nichtje. Het meisje was negen keer in haar hoofd geschoten. De politie had de oom, een bouwvakker, op straat aangetroffen met het wapen nog in zijn hand. Hij had zijn nichtje gedood, zei hij, ‘om de eer van de familie te herstellen’. Het meisje was verkracht door twee mannelijke familieleden, was zwanger geraakt en had een baby gekregen.

Een eerwraakmoord op een tiener in 1994, precies zo’n moord in 2009: kennelijk is er weinig veranderd in Jordanië.

Maar er is die vijftien jaar ook veel gebeurd. Met Rana Husseini om te beginnen. Dat eerste artikel leidde ertoe dat ‘mijn leven voorgoed zou veranderen’, schrijft ze in het boek In naam van de eer, dat onlangs in een Engelse editie verscheen, nadat het eerder in Nederlandse vertaling was uitgekomen. ‘Het begin van een lange reis in het onderzoeken en ontmaskeren van eermoorden in Jordanië.’

Husseini’s werk en leven hebben vanaf 1994 in het teken gestaan van eerwraak. Als reporter en activist beet ze zich zozeer in het onderwerp vast, dat Jordanië werd gedwongen de gruwelijke realiteit onder ogen te zien: gemiddeld 25 keer per jaar wordt een vrouw, een tiener meestal, door een broer, een neef of de vader vermoord omdat zij de eer van de familie zou hebben geschonden. Die 25 is het officiële cijfer. Het werkelijke aantal ligt ongetwijfeld hoger.

Veel daders komen ervan af met een lichte straf. Als iemand ‘in grote razernij ontsteekt’ als gevolg van het kwalijke gedrag van een ander en daardoor die ander doodt, zo luidt de wet, kan de straf worden verlaagd tot één jaar. Het is een algemene bepaling, ooit overgenomen uit het Franse strafrecht (‘crime passionnel’), die bij eerwraakmoorden vrijwel altijd wordt ingeroepen door rechters. Daders krijgen vaak ruim de tijd voor hun razernij. Ook als ze weken hebben gebroed op hun wraakactie geldt de strafvermindering.

Vervolgens kan de straf worden gehalveerd als de familie van het slachtoffer besluit geen klacht in te dienen. Zo komen veel daders na zes maanden weer op vrije voeten. Het perfide van eerwraakmoorden is immers dat de familie van het slachtoffer tegelijk de familie van de dader is. De moord wordt meestal in familieverband beraamd. Vaak wordt een minderjarige broer of neef aangewezen om het meisje om te brengen, zodat de dader milder wordt gestraft op grond van zijn leeftijd.

Ook internationaal trok het werk van de journaliste aandacht. Husseini trok met Jordaanse vrouwengroepen op in campagnes tegen eerwraak, ging rond met petities, lobbyde, demonstreerde. Ze werd gelauwerd, ontving mensenrechtenprijzen, sprak op internationale conferenties en verscheen op menige buitenlandse tv-zender.

Ondertussen is ze ook nog gewoon een misdaadverslaggeefster, die zich in het kantoor van The Jordan Times zit te beklagen over het bij haar kleine kwaliteitskrant – oplage 10 duizend, met een deels internationale lezerskring – heersende gebrek aan tijd en middelen. ‘Ik doe ook staatsveiligheid, veel terreurzaken.’ Drie of vier keer per week stapt ze op haar scooter om door Amman naar een van de rechtbanken te tuffen. En nog altijd interviewt ze slachtoffers, daders en hun familie, hoe moeilijk dat ook kan zijn. ‘Ze vermoorden zo’n meisje omdat ze willen dat het geroddel stopt. Dus ook met mij praten ze liever niet.’

Met de mannen heeft ze vaak te doen. ‘Zij zijn net zo goed slachtoffers, het product van hun opvoeding. Mannen wordt ingeprent dat ze superieur zijn, dat vrouwen er zijn om ze te dienen. En dan die eer Er is druk van de hele familie. De familie maakt gewone mensen tot moordenaars.’ De meeste daders komen uit de lagere middenklasse; er zijn zowel moslims als christenen onder.

Mede door het werk van Husseini en de in de jaren negentig in het betrekkelijk liberale Jordanië opgebloeide vrouwenbeweging, kwam Jordanië te boek te staan als eerwraakland bij uitstek. De activisten wordt daarom nagedragen dat ze hun land te schande maken, of hun cultuur, of de islam. ‘Eerwraak is géén onderdeel van de godsdienst’, zegt Reem Abu Hassan, een feministe die als directeur-generaal op het ministerie van Justitie veel voor vrouwen heeft bewerkstelligd. Feit blijft dat voor veel Jordaniërs cultuur, religie en tribale tradities één onontwarbare kluwen vormen, en dat het misdrijf vaak wordt vergoelijkt met een beroep op de islam.

‘In andere landen komt net zo goed eerwraakgeweld voor. Ook het in Westen worden vrouwen vermoord’, krijgt Rana Husseini vaak voor de voeten geworpen. ‘En wat dan nog?’, antwoordt ze dan. ‘Maakt dat ons geweld minder erg?’

Maar Jordanië springt er om een paar redenen wel degelijk uit. Bijvoorbeeld om het bizarre fenomeen van de ‘beschermende hechtenis’. Jonge vrouwen die worden bedreigd door hun familie, kunnen ‘voor hun eigen bestwil’ worden opgesloten in de gevangenis, waar ze soms jaren verblijven.

Bijzonder is ook de wetgeving. De meeste aandacht, ook die van vrouwenactivisten, ging lange tijd uit naar artikel 340 van het wetboek van strafrecht. Dat bepaalt dat een man die zijn vrouw of een vrouwelijk familielid in bed aantreft met een vreemde en het overspelige tweetal om het leven brengt, kan rekenen op strafvermindering.

Tien jaar geleden al werd een wijziging doorgevoerd. Voorheen ging de man helemaal vrijuit, in het nieuwe artikel 340 is alleen sprake van verzachtende omstandigheden. Verder werd er een soort seksegelijkheid doorgevoerd: voor vrouwen die hun overspelige echtgenoot vermoorden, geldt nu dezelfde milde strafmaat. ‘Maar dat interesseert ons helemaal niet’, zegt de juriste Asma Khader, ’s lands bekendste vrouwenactivist en voorzitter van het Sisterhood is Global Institute. ‘We willen geen vrouwen die hun man doden. We willen af van die wet.’

Diverse malen strandde het wetsontwerp in het Jordaanse parlement, waar conservatieven in de meerderheid zijn en waar het Islamitisch Actiefront zich sterk manifesteert. Het geamendeerde artikel 340 is per koninklijk decreet doorgevoerd als ‘tijdelijke wet’.

Rana Husseini vindt het hele debat over ‘340’ verspilde tijd. Volgens haar speelt die wet bij eerwraak nauwelijks een rol. Als rechters daders met een zachte straf laten gaan, gebeurt dat altijd op grond van artikel 98, dat handelt over ‘in grote razernij ontsteken’.

Bovendien gaat eerwraak niet over echtgenotes die op heterdaad worden betrapt als ze seks hebben met een andere man. Het gaat om ongehoorzame tienermeisjes die een nachtje van huis zijn weggebleven. Om jonge vrouwen die willen trouwen met degene op wie ze verliefd zijn. Om meisjes die zijn verkracht en zo de eer van de familie te grabbel hebben gegooid. Om meisjes over wie in de buurt geroddeld wordt, al of niet met reden. Om ongehuwde dochters bij wie de in Jordanië zo gevreesde ‘maagdenvliestest’ verkeerd uitpakt.

Een diepgewortelde cultuur van vrouwelijke onderworpenheid en extreme kuisheid is de grootste vijand van de vrouwenbeweging in Jordanië.

Maar het is geen stilstaand water, er is wel degelijk vooruitgang. Jordaanse vrouwengroepen hebben de sympathie van het koninklijk huis, dat de vrouwenzaak welgezind is. Vrouwen bezetten – mondjesmaat, maar toch – meer strategische posities in de samenleving. Er kwam een wet tegen huiselijk geweld. Er kwamen quota voor vrouwen in gekozen organen. Wetten werden gelijkgetrokken voor man en vrouw. Blijf-van-m’n-lijfhuizen werden opgericht. Vooral 2007 was een ‘gouden jaar’ voor vrouwen, zegt Asma Khader.

Het afgelopen jaar bracht een opmerkelijke omslag in het publieke klimaat, zeggen Husseini en Khader. Husseini: ‘Zowel bij de regering als onder het publiek zie je een beweging de goede kant op. Men begint deze misdrijven echt te verwerpen. Hoge ambtenaren spreken zich uit. Je merkt het in de pers, of op openbare bijeenkomsten, waar nu ook mannen zich keren tegen eergerelateerd geweld. De mentaliteit van de mensen verandert. Heel belangrijk.’

Ook Khader ziet het in de media. ‘In hoofdredactionele commentaren en columns wordt eerwraak veroordeeld.’ Tegelijk roeren de tegenkrachten zich. ‘Groepen als het Islamitisch Actiefront voeren campagne tegen gelijke rechten voor vrouwen. We hebben geduchte tegenstanders.’

Veel hoop put zij uit het feit dat de rechterlijke macht in Jordanië aan het feminiseren is. Op het moment zijn van de circa 800 rechters er 44 vrouw (op zich al vooruitgang). Maar bij de rechters in opleiding, zegt ze, is dit jaar 56 procent van de studenten vrouw. De hoop is dat zij in de toekomst de wet niet langer op vrouwvijandige wijze zullen uitleggen.

Rana Husseini is blij met de komst, vorige maand, van een eerwraaktribunaal: alle eergeweldszaken worden nu behandeld door één gespecialiseerde kamer van de rechtbank. Asma Khader is minder onder de indruk. ‘Zolang artikel 98 niet wordt geschrapt, zal er weinig veranderen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden