Kick zonder problemen

Zodra de duisternis intreedt, verandert het lieflijke Tsjechische grensstadje Cheb in een door straatprostitutie gedomineerd oord waar veelal Duitse bezoekers hun ‘onbegrensde mogelijkheden’ verkennen....

Nee, aantrekkelijk zien ze er niet bepaald uit, de meisjes die ’s nachts langs de straten van Cheb flaneren. Aan de charme waarmee dit ooit door Sudetenduitsers bewoonde grensstadje overdag toeristen lokt, kunnen ze niet tippen. Maar dat is ook niet de bedoeling. De Duitsers die er ’s avonds door de straten chaufferen, is het niet om de esthetiek te doen.

Cheb Eger, in het Duits, is een stad met twee gezichten. Zodra de duisternis haar intrede doet, verandert het bevallige stadje in een paradijs van de straatprostitutie. ‘Wie hier nu nog met een Duitse nummerplaat rondrijdt, kan maar één bedoeling hebben’, verklaart Ludmila Irmscher van de Duitse hulporganisatie KARO. Ze heeft het nog maar net gezegd of een Volvo parkeert langs de kant van de weg. De chauffeur maakt geen aanstalten om uit te stappen. ‘Waarmee kan ik u helpen?’, vraagt Irmscher, zelf Slowaakse, cynisch.

Ze probeert het fenomeen te verklaren. ‘Thuis hebben ze alles. Een knappe vrouw, een leuk gezin, noem maar op. Alleen de kick ontbreekt.’ Die kick blijken ze in Cheb zonder problemen te kunnen vinden. Irmscher: ‘Alle zwijnerij is hier toegelaten. We bevinden ons hier tenslotte in het land van de onbegrensde mogelijkheden.’

Die onbegrensde mogelijkheden blijken in de eerste plaats te bestaan uit onveilig vrijen. ‘Zonder condoom? Vanzelfsprekend’, zegt een van de vrouwen langs de weg naar Sokolov. Uiteindelijk blijkt alleen orale seks zonder condoom te kunnen, maar geef haar wat extra, zegt Irmscher, en ze doet alles zonder. Meer van die onbegrensde mogelijkheden: seks met zwangere vrouwen (Irmscher: ‘We hebben meisjes die in hun negende maand zijn’) en seks met minderjarigen.

In 2003 maakte de Duitse oprichtster van KARO, Cathrin Schauer, ophef met haar boek Kinder auf dem Strich. Ze telde in de hele grensstreek niet minder dan vijfhonderd minderjarige prostitués, zowel jongens als meisjes. Unicef nam de cijfers in een rapport over; volgens het kinderfonds van de Verenigde Naties wordt in Cheb door kinderen ‘pooier en hoer’ gespeeld.

Sindsdien is volgens Irmscher niet bijster veel veranderd. ‘Heb je niet gehoord van die baby die in Londen voor een miljoen dollar verhandeld werd? Dat kan hier ook gebeuren.’ Bewijzen kan Irmscher dat niet, maar de zwangere vrouwen die in Cheb en omgeving hun diensten aanbieden, doen volgens haar het ergste vermoeden.

Dat er minderjarigen in de prostitutie zitten, is veel gemakkelijker te bewijzen. Ze heeft net een sms’je gekregen van Peter, een van de sekstoeristen die KARO misbruik helpt op te sporen. ‘Kom met een bus’, staat er in het Duits, ‘dan kun je hier alle minderjarigen van de straat halen.’

Het berichtje heeft betrekking op de streek rond Teplice. Een heel eind van Cheb, maar zover hoeft Irmscher niet te rijden om minderjarigen op te sporen. Tijdens een rondrit door Cheb staat op de brug over de Ohrza een tienermeisje te paraderen. Haar vlechten maken haar waarschijnlijk jonger dan ze is, maar ze kan onmogelijk 18 zijn. ‘Het is al 10 uur geweest. Moet jij niet thuis zijn?’, vraagt Irmscher vanuit de auto. ‘Ik mag staan waar ik wil’, luidt het antwoord. Aan de overkant staat haar ‘vriendje’ toe te kijken.

Als dat vriendje niet in de buurt is, blijkt het makkelijker praten. Zodra ze de wagen van KARO herkennen, beginnen de meeste meisjes te wuiven. Irmscher vraagt of ze wat nodig hebben. ‘Condooms?’ Ja, die kunnen ze goed gebruiken. ‘En glijmiddel?’ Doe maar. Ook naalden zijn in trek; de meeste meisjes blijken zwaar verslaafd.

Met beperkte middelen (‘We kunnen best geld gebruiken’) probeert KARO de meisjes een alternatief te bieden. Het ultieme doel is hen uit de prostitutie te halen, bekent Irmscher. Maar tussen willen en kunnen blijkt in Cheb een hemelsbreed verschil te liggen.

‘Dit jaar hebben we al drie meisjes geholpen. Niet heel veel misschien, op een totaal van 1.200 in onze regio, maar het is tenminste iets.’ Irmscher had eigenlijk vier willen zeggen, maar ze houdt zich net op tijd in. In de flat van KARO in Cheb, achter een zwaar vergrendelde poort (‘Het zou niet de eerste keer zijn dat een pooier herrie komt schoppen’) blijkt waarom. In een van de kamers liggen enkele met kleding volgepropte vuilniszakken. Uit een van hen steekt een teddybeertje. De eigenares is nergens te bespeuren.

‘Van Marcella’, verduidelijkt Irmscher. ‘Die is 30 jaar en zwanger van haar tweede kind. Ze is in haar zesde maand en heeft er genoeg van. Laatst werd ze door haar pooier bont en blauw geslagen. We hadden al werk voor haar in het buitenland geregeld, toen ze spoorloos verdween.’

Hulpverleners kunnen alleen iets doen als de vrouwen het zelf willen, zegt Irmscher. ‘Wetten hebben we genoeg, alleen de klachten ontbreken.’

Dat de meisjes niet graag klagen, was al tijdens de rondrit door Cheb gebleken. Wanneer Irmscher vraagt of er problemen zijn, wordt eensluidend negatief geantwoord – zelfs door de grootmoeder die zegt door een vrachtwagenchauffeur te zijn verkracht. ‘Hij wilde me 50 kronen voor een condoom geven, maar daar heb ik voor bedankt. Zo diep ben ik niet gezonken. Of ik problemen heb? Nee, problemen heb ik niet.’

Vergis je niet, waarschuwt Irmscher. ‘Dit is allemaal het werk van de georganiseerde misdaad.’ En die blijkt zijn prooi niet gemakkelijk los te laten. ‘Dankzij een mengsel van drugs en intimidatie weten ze de meisjes in hun greep te houden.’ Dat de autoriteiten tegen de uitbuiting nauwelijks optreden, kan Irmscher hoegenaamd niet verwonderen. Duitsland en Tsjechië wijzen met de beschuldigende vinger naar elkaar. ‘De Duitsers zeggen: het zijn jullie vrouwen. En de Tsjechen antwoorden: het zijn jullie mannen.’

Maar de echte reden waarom niet wordt opgetreden tegen de vrouwenhandel, heet natuurlijk geld. De seksindustrie blijkt een bloeiend bedrijf in Cheb. ‘Kijk naar al die BMW’s die hier rondrijden: die zijn niet met hard werken verdiend’, zegt Irmscher. ‘De prostitutie brengt per jaar 300 miljoen euro op. Nog vragen?’

Maar het wordt wel minder, blijkt uit reacties op een website voor sekstoeristen. Ene ‘Marcus160970’ schrijft: ‘Gisteren was ik in het beloofde land, of wat daarvan over is. In Cheb waren tussen 20 en 25 BS (‘Boardschlampe’) onderweg, op de weg richting Sokolov 10 tot 15. Rekening houdend met het feit dat het erg zonnig was, is dat weinig, vergeleken met vroeger. De meeste gezichten ken ik al jaren.’ Ook volgens andere bezoekers heeft ‘het verval’ zich onherroepelijk ingezet. Ze hebben het over ‘afgetakelde muizen’ en ‘uitgeboekte’ meisjes.

Niet iedereen op de website ziet de toekomst somber in. Cheb is lang niet dood, meent iemand die schuilgaat achter het pseudoniem lumnikaner. ‘Alleen moet men wat langer en beter kijken.’ Maar Petr Strejc, de eigenaar van een bordeel in het centrum van Cheb, weet wel beter. ‘Vroeger zou ik er niet eens aan hebben moeten denken op een vrijdagavond af te spreken.’

De meisjes die een klant aan de haak hebben geslagen, komen bij hem een kamer huren – maar het minste wat je erover kunt zeggen, is dat van een stormloop geen sprake is. ‘Tegenwoordig trekken sekstoeristen allemaal naar Vietnam’, zegt Strejc, terwijl een van de barmeiden een kop koffie brengt. ‘Daar zijn ze geen mens, daar zijn ze koning. Voor 10 dollar krijg je daar drie meisjes. Ze verdienen er 2 dollar per dag. Je moet ziek zijn om naar Cheb te blijven komen. Zeg nu zelf, zou jij met een meisje zonder tanden naar bed willen?’

Van de beschuldiging dat de vrouwen worden uitgebuit, wil Strejc niet horen. ‘Er zijn vrouwen die achter de kassa van de supermarkt willen staan, en er zijn vrouwen die liever op een andere manier hun brood verdienen.’

Hoeveel de prostituees van Cheb van hun werk houden, blijkt wanneer Irmscher na een speurtocht langs de Thai Massage (‘Omdat de klanten Duits spreken, denken de meisjes dat ze in Duitsland zijn’, zegt Irmscher) en de Vietnamese speelholen (in feite verdekte bordelen, waar de meisjes omgerekend 13 euro per dag betalen voor een smerige slaapplaats) uiteindelijk Marcella gevonden heeft. Ze loopt met haar pooier over straat.

Van een hartelijk weerzien is geen sprake. Marcella begint meteen te schreeuwen: ‘Laat me met rust. Waarom vertel je dat hij mij slaat? Dat is gelogen!’ Pas als haar pooier even uit de buurt is, verandert ze van toon: ‘Mag ik nu gaan? Straks vermoordt ie me nog.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden