Zinvol levenJames Kennedy, historicus

‘Ken niet te veel gewicht aan je leven toe’

James KennedyBeeld Jitske Schols

Staat een nadrukkelijk streven naar persoonlijke groei een zinvol leven in de weg? Het is een vraag die historicus James Kennedy zich stelt sinds hij vrijwilligerswerk doet en minder gefocust is op zijn eigen carrière. 

Aan ‘de taal van het individualisme’ heeft hij een uitgesproken hekel – een mens hoort zichzelf niet te belangrijk te maken. Wie meent dat het leven vooral om ‘zelfontplooiing’ en ‘persoonlijke groei’ draait, neemt een ‘te egoïstisch perspectief’ in. Dienstbaarheid aan anderen hoort voorop te staan, vindt de Amerikaans-Nederlandse historicus James Kennedy.

Op 56-jarige leeftijd geldt hij als een groot kenner van het Nederland van de jaren zestig, het decennium waarin het individualisme tot bloei kwam. Zijn afkeer ervan valt niet los te zien van zijn gereformeerde jeugd, waarin de gemeenschap dienen voorop stond. Van verzet tegen het geloof is bij hem nooit sprake geweest – spottend omschrijft hij zichzelf als een ‘company man’.

Kennedy brengt zijn jeugd door in de VS, in het vierduizend zielen tellende Orange City, waar veel Amerikanen van Nederlandse komaf ­wonen. De solidariteit is er groot, de sociale controle evenzeer. Zijn Nederlandse moeder, een kunsthistorica, en zijn Amerikaanse vader, hoog­leraar religieuze geschiedenis en predikant, zijn ‘streng in de leer, maar niet in de leefregels’. Er wordt thuis gedronken en gekaart, wat in Orange City niet vanzelfsprekend is. Bidden doet hij ‘een keer of vijf per dag’, zowel thuis als op school. Een halve eeuw later bidt hij bij het ontbijt en het avondeten: ‘Niet in de hoop op een beter leven, maar uit dankbaarheid voor het bestaan.’

Als kind al is hij geboeid door ­levensvragen: ‘Hoe kan een mens ­weten wat hem te doen staat?’ en: ‘Hebben we een vrije wil?’. Van nature heeft hij een hang naar perfectie: ‘Ik vind dat ik alles moet weten en kunnen.’ Die instelling maakt dat ­Nederland, waarheen hij in 2003 emigreert, een harde leerschool wordt. Voor de buitenwereld leidt hij een geslaagd leven. Als hoogleraar geschiedenis aan de Vrije Universiteit en later de Universiteit van Amsterdam wordt hij commentator in het debat over de nationale identiteit, zijn blik van relatieve buitenstaander wordt gewaardeerd. Maar hij moet zich staande zien te houden in een vreemd land waarvan hij de taal niet vlekkenloos beheerst. Toch maakt hij carrière – sinds 2015 is hij dean van het Engelstalige University College Utrecht. Kennedy is getrouwd en ­vader van drie studerende kinderen.

Wat is voor u een zinvol leven?

‘Wanneer je voor andere mensen van betekenis bent. Je kunt geen zinvol ­leven leiden als je louter voor jezelf leeft. Mijn kinderen wens ik vooral toe dat ze zichzelf ontplooien, maar voor mezelf zie ik dat niet als doel. Dat is inderdaad inconsequent. Maar ik vind het gênant, wanneer het zo nadrukkelijk om mij draait. Ik word gedreven door mijn plichtsbesef ten aanzien van het algemeen belang en van anderen. Als ik persoonlijke groei doormaak, is dat meegenomen, maar geen doel op zich.’

Is die groei voor u wel belangrijk?

‘Zeker. Ik heb in de afgelopen jaren vrijwilligerswerk gedaan voor mensen die schade in hun leven hebben opgelopen en we hebben ook vluchtelingen in huis gehad. Ik wil me daar niet op voorstaan, maar ik heb gemerkt dat dat soort activiteiten me hebben geholpen mijn hart open te houden. Een deel van mij wil het liefst een bestaan zonder problemen, in mijn eigen bubbel, omringd door intelligente mensen. Maar door het contact met mensen die een leven leiden waarvan ik in eerste instantie denk ‘wat sneu’, heb ik een ander ­perspectief op het bestaan gekregen. Ik zie dat hun leven er een is met zijn eigen elegantie.’

U wilt anderen dienen, maar lukt dat ook?

‘Nou, nee. Ik vind een dienstbare houding als concept belangrijker dan het feitelijk helpen van mensen, vrees ik. Als ik eerlijk ben, geeft het mij toch het meest voldoening als mensen mij waarderen om wat ik doe. Als docent weet ik bijvoorbeeld nooit of studenten echt iets van me hebben geleerd. Dat maakt dat hun waardering voor mij belangrijk is. De zin van mijn ­leven wordt zo afhankelijk van de feedback die ik krijg of ik iets wel goed heb gedaan.’

Dus waardering krijgen is belangrijker dan dienstbaar zijn?

‘Dat zijn twee kanten van dezelfde medaille. Als onderwijzer ben ik dienstbaar, maar ik ben tegelijkertijd de autoriteit voor mijn studenten en in die rol ben ik afhankelijk van hun oordeel. Je kunt die dingen dus niet los van elkaar zien. Het is de homo ­faber van Marx: de makende mens die plezier beleeft aan iets waar anderen plezier aan beleven. Dat ervaar ik als ik schrijvend mooie inzichten krijg of mooie zinnen maak, dat draagt bij aan een zinvol leven.’

Wat heeft het leven u geleerd?

‘Laat ik vooropstellen: in vergelijking met een vluchteling heb ik een rimpelloos leven ervaren, Nederland is goed voor mij geweest. Maar ik heb, net als iedere migrant, wel problemen gehad (stilte). Migratie raakt je toch dieper dan je vooraf denkt. Zo kwam ik erachter dat ik mijn kinderen hier minder goed in het leven kon begeleiden – ik moest dat aan mijn Nederlandse vrouw overlaten, omdat ik het schoolsysteem niet kende. Verder is er de taal – ik ben dagelijks in de weer met mijn second best language. Daardoor ben ik vaak niet de profes­sional die ik zou willen zijn.

‘Toen ik hier kort na de dood van Fortuyn kwam, was er veel discussie over de Nederlandse identiteit en werd ik door media en allerlei clubs om mijn mening gevraagd. Ik zei overal ‘ja’ op vanuit de gedachte: ‘Ik moet alles aanpakken om mijn kinderen een goede toekomst in dit land te kunnen geven.’ Bovendien wilde ik geen ivorentorenspecialist worden, maar me dienstbaar opstellen tegenover de samenleving. Dat leidde ertoe dat ik mijn agenda jarenlang door anderen heb laten bepalen. Ook al omdat ik geen idee had wat van een hoogleraar überhaupt wordt verwacht, want er is niemand die je dat vertelt. Als je het vraagt, krijg je antwoorden in de trant van: ‘Dat moet je zelf weten’.’

Dat gaf u alle vrijheid.

‘Ja, maar door alles aan te pakken, merkte ik dat ik niet toekwam aan wat ik echt wilde. Gaandeweg raakte ik steeds meer versnipperd. Mijn voorganger, Piet de Rooij, waarschuwde mij daarvoor. Ik knikte van ‘ja’, maar luisterde niet. Na een paar jaar voelde ik me iemand die een beetje van alles wist en zich daar ­publiekelijk over uitliet zonder de diepte in te gaan. Ik zou al die verzoeken en het geweld van het dagelijkse leven eigenlijk links moeten laten liggen om de diepgang te bereiken die ik zoek. Ik wil bezig zijn met waar ik echt in geloof, wat ik echt belangrijk vind.’

Waarvoor voelt u dan echt passie?

‘Ik wil terug naar het lesgeven over de grote thema’s. Er wordt van gereformeerden wel gezegd dat het vooral onderwijzers zijn met de roeping kennis met anderen te delen. Zo zit ik wel in elkaar.’

Leestip: The Second Mountain; David Brooks

‘Brooks is politiek commentator van The New York Times, maar in dit persoonlijke boek gaat hij in op wat een zinvol leven is. De eerste ‘berg’ die je in je leven beklimt, is het najagen van persoonlijk succes en zelfontplooiing. Wanneer je de beperkingen daarvan ziet, komt de tweede berg: je gaan richten op anderen en daar vreugde uit halen. Ik vind het boek bedachtzaam en open, vol goede inzichten.’

Waarom is het moeilijk die kant op te gaan?

‘Dat kan te maken hebben met mijn hang naar verantwoordelijkheid: ­iemand moet het dragen, laat mij dat doen. Daar zit een bepaalde arrogantie in, namelijk denken dat jij de oplossing biedt. Een VU-collega zei een keer: ‘Je moet beseffen dat jouw voorletters, J.C., niet staan voor Jezus Christus.’ Daar had hij een goed punt. Ik hoef al het lijden van de wereld niet op mijn schouders te nemen.’

Hoe verhoudt uw geloof zich tot uw vak?

‘Ik zie geschiedenis niet als een plek waar antwoorden over de diepere werkelijkheid worden gegeven. Voor mij zet het vooral aan tot bezinning op het menselijk bedrijf: hoe gaan mensen met elkaar om en wat voor wijsheid kun je daaruit putten? Maar antwoorden op diepere vragen krijg je niet. Geschiedenis is in het diepste wezen een mysterie.’

Hoe komt dat?

‘De loop van de geschiedenis pakt voortdurend anders uit dan wij verwachten. Wij willen iets, maar dat gebeurt vervolgens niet. In de wegen van de geschiedenis kunnen we geen wetmatigheden ontdekken waarmee we de toekomst naar onze hand kunnen zetten. Naar die wetmatigheden zoeken, is de meest onbehulpzame manier van omgaan met de geschiedenis. Er valt veel te leren, maar het is ten diepste een mysterie. Van de grootste gebeurtenissen hebben we vele interpretaties – de Franse Revolutie, de Eerste Wereldoorlog, wat veroorzaakte die veranderingen? Onmogelijk om vast te stellen. Ik zeg soms: hoe langer ik over de jaren zestig schrijf, des te minder ik ervan afweet.’

Die ervaring deelt u met veel specialisten.

‘Ja, je komt erachter dat weten ontoereikend is. De mens is vaak een raadsel voor zichzelf – hij kan zichzelf niet kennen. Abraham Kuyper (staatsman en predikant, 1837-1920, red.) zei: ‘Pas na je dood kun je zien wie je eigenlijk bent.’ Voordien lukt je dat niet. Ik weet dat ik voor mezelf een mysterie ben. Ik kan van bepaalde dingen niet verklaren wat mijn beweegredenen zijn.’

Dus toekomst, verleden én wijzelf vormen een mysterie; we ­verkeren in niet-weten, terwijl we doen alsof dat niet zo is.

‘Zeker, onze samenleving gaat uit van eenduidige rationaliteit van mensen – we hebben dat afgesproken, alsof dat de enige werkelijkheid is die ertoe doet. Bureaucratieën hanteren een bepaald mensbeeld, waarbij mensen zich volgens rationele regels moeten gedragen. Studenten worden geacht op basis van rationele ­afwegingen hun studiekeuze te maken; politici zouden op rationele gronden besluiten nemen. Dat soort aannames is wellicht onvermijdelijk, maar het gevaar is dat we het rationele overschatten. We omarmen het weten, terwijl het niet-weten het fundament is. Voor mij is er meer dan de platheid van die empirische, rationele wereld.’

Helpt uw geloof dat niet-weten te accepteren?

‘Het biedt me een spiritueel en ethisch kompas – ik kan er een koers mee varen in een wereld van niet-­weten. Maar het vormt geen invulling van dat niet-weten, het vervangt het niet. Je kunt het geloof wel gebruiken om open over niet-weten te zijn. Het helpt ook het bestaan te relativeren. Ons leven is belangrijk, zeker, maar je moet er niet te veel gewicht aan geven. De theoloog Harry Kuitert zei: ‘Alles is politiek, maar politiek is niet alles.’ Met ons leven is het net zo: als het aardse bestaan alles zou zijn, wordt het leven een keurslijf en te zwaar. Dankzij het geloof reiken mijn vooruitzichten verder dan dit ­lichaam dat straks door wormen wordt geconsumeerd. Ik blijf geloven in een goede toekomst.’ 

Wat is een zinvol leven?

Na zijn serie over de zin van het leven gaat Fokke Obbema dit jaar in een nieuwe reeks op zoek naar het antwoord op de vraag: wat is voor u een zinvol leven?

Voorgaande interviews in deze serie:
‘Hoe je iets doet, is belangrijker dan wat je doet’ – filosoof Katrien Schaubroeck

‘We zullen het nooit helemaal weten’ – natuurkundige Frans Saris

‘Lang heb ik gedacht: als ik nou maar lief ben, komt het goed’ – oud-politiemedewerker Anita van Gameren

‘Alleen een dode vis gaat met de stroom mee’ – rapper en schrijver Akwasi

‘Ik kan heel zelfverzekerd de verkeerde kant uit gaan’ – schrijver Maartje Wortel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden