Keihard gewerkt voor de firma

Ze hield zich jaren op de achtergrond, maar geeft nu in De Godmother van Bart Middelburg voor het eerst opening van zaken: Thea Moear, voormalig topcrimineel en hasj-handelaar....

EIGENLIJK is ze er toevallig ingerold. Ze kende het wereldje, met ome Frits, Jantje Stuff en Vieze Willempie. En ze was ambitieus, een geboren handelaar. 'Als ik kapster was geworden, dan had ik nu vast een keten met winkels gehad', zegt ze. Het werd geen kapsalon. Het werd de hasj.

Ze wilde groot worden 'in stukjes': een kilootje Pakistaanse stuff of een partijtje Lieb gewoon op de brommer bij de klanten afleveren. Maar in het Amsterdam van de jaren zeventig, hippieparadijs bij uitstek en nog geen coffeeshop te bekennen, was de hasj niet aan te slepen. Ze kreeg twee compagnons en haar organisatie groeide uit tot een van de grootste drugsimperiums van Nederland.

Ze heet Tetje Fatimah Martje Moear, beter bekend als Thea. Dochter van Blonde Greet, circusartieste, later eigenares van cafetaria De Zeemeeuw op de Zeedijk, en de Indonesische Boksel Moear, kok in het Lido. Op haar vijftiende ging ze van school, via een kennis kwam ze in de handel terecht.

De georganiseerde misdaad is geen vrouwenwereld, weet ze. Vrouwen die zelfstandig en succesvol crimineel carrière hebben gemaakt, zijn er nauwelijks. Vrouwen haken af als er kinderen komen, zegt ze, en vaak worden ze door mannen als een risicofactor gezien. Ze zijn niet zakelijk genoeg, of ze klappen uit de school, of ze zijn te hysterisch. Moear vormt een van de weinige uitzonderingen.

Ze zat al in de hasj toen ze halverwege de jaren zeventig in café de Popeye in de Korte Leidsedwarsstraat kennis maakte met een jongen voor wie ze meteen een zwak had: Klaas Bruinsma, rijkeluiszoon uit 't Gooi. 'Ach, dat meisje, laat maar', zei Bruinsma aanvankelijk over de activiteiten van Thea. Ze werden vrienden en zakenpartners. Later, toen Bruinsma was uitgegroeid tot een van de grootste drugshandelaren van Nederland, erkende hij dat hij alles aan haar had te danken.

Moear is altijd op de achtergrond gebleven. Ze heeft geen strafblad, wonderlijk genoeg. Acht jaar geleden verhuisde ze met man, zoon en moeder naar Latijns-Amerika. In het voorjaar van 1998 nam ze contact op met Parool-journalist Bart Middelburg, bekend vanwege zijn publicaties over het Bruinsma-syndicaat, en vroeg hem of hij haar levensverhaal wilde optekenen. Middelburg reisde af naar Latijns-Amerika en sprak daar vijf weken lang met haar. 'Het is de eerste keer', schrijft hij, 'dat in Nederland een crimineel van zo'n hoog niveau opening van zaken geeft.'

Het boek, dat vandaag verschijnt, heet De Godmother en met die titel heeft ze een beetje moeite, bekent ze. 'Dat klinkt zo overdreven, alsof ik heel wat ben.' Toch wordt het tijd dat haar verhaal eens aan bod komt, zegt ze. Ze is de afgelopen jaren afgeschilderd als het liefje van Bruinsma, als een hoer die met iedere handelaar het bed deelde, als een slechte zakenvrouw, een keiharde crimineel. 'Er moet een einde komen aan het geroddel. Er is een scheef beeld ontstaan van onze organisatie, alsof we alleen maar tegenstanders aan het uitmoorden waren. Terwijl we jarenlang keihard en serieus hebben gewerkt.'

Ze is nu 48 jaar. Voormalig Miss Hotpants, gescheiden van een penosejongen die haar mishandelde, eigenares van een van de eerste coffeeshops in Amsterdam, altijd onder hoogspanning geleefd. Ze is nog steeds een mooie vrouw. Als ze begint te vertellen, houdt ze niet meer op.

Bruinsma noemt ze steevast en bijna liefdevol 'die Lange', haar andere compagnon heet'de Snor', Bruinsma's veronderstelde opvolger Etiënne U. is 'Eutje' en hun gezamenlijke drugsimperium duidt ze aan als 'de firma'. Het roept een sfeer op van heimwee naar vervlogen tijden, toen de handel nog zuiver was, iedereen elkaar vertrouwde en Schorre Gerrit werd benoemd als expert afluisteren. Ze zegt: 'Als je een zaak hebt, wil je toch dat die groter groeit. Bij ons is alles eigenlijk een beetje voor niets geweest.'

Blonde Greet, de moeder van Thea, raakte via drugspionier 'ome' Frits van de Wereld in de hasjhandel verzeild. Ze was betrokken bij de affaire rond de hasjkotter Lammie en smokkelde een paar keer heroïne. Aan Middelburg vertelde ze hoe ze de heroïne die ze als beloning ontving in de zaak verkocht: tussen een broodje in een meeneemzakje.

Thea had de handelsgeest van haar moeder: altijd iets meer geven en soms wat van de prijs afhalen, dan komen de klanten terug. Een overstap naar de heroïne heeft ze nooit overwogen. 'Dat is zo'n raar wereldje, daar ben ik nog nooit eerlijke mensen tegen gekomen. En als we gepakt zouden worden, zouden we met die torenhoge straffen veel te lang uit de roulatie zijn geweest. Nee hoor, ik zei altijd maar zo: koekenbakker, hou je bij je leest.'

Het driemanschap met de Lange en de Snor bleek een gouden greep. Thea deed 'de winkel' en had ook 's nachts twee telefoons naast haar bed, haar compagnons regelden de handel. Na ruim een jaar was het eerste miljoen binnen. Thea opende een rekening in Zwitserland op naam van 'De Dappere Drie'. Lange tijd runde ze de zaak in haar eentje, toen haar beide zakenpartners gevangen zaten.

ER KWAM een groep lijfwachten en een werkadres met kogelvrij glas. Er waren steeds meer opslagplaatsen nodig: voor drugs, voor geld, voor wapens. De administratie werd uit veiligheidsoverwegingen in geheimtaal bijgehouden (`Tet, noteer even, de Glimmer: vijf).

Met de groei van 'de firma' kwam ook de kinnesinne. En wie zich niet aan de regels houdt, zegt Moear, die weet wat er kan gebeuren. Van de liquidaties werd ze altijd op de hoogte gesteld. Ze praat het niet goed, maar spijt heeft ze niet. 'In ons milieu kun je niet naar de rechter stappen als iets je niet zint.' Zelfs haar ex-man moest het ontgelden. Ze haalt haar schouders erover op. 'Ik heb zakelijk en privé altijd kunnen scheiden.'

Die houding leverde haar de reputatie op spijkerhard te zijn. 'Jij bent toch geen vrouw meer, Tet', complimenteerden de collega's haar weleens. Eén man zou ze altijd de hand boven het hoofd houden. Vanaf het moment dat ze Bruinsma in zijn Burberry-regenjas aan de bar van Popeye zag zitten, beschouwde ze hem als haar 'broertje'.

'Die Lange heeft het in ons milieu heel lang erg moeilijk gehad', zegt ze. 'Hij droeg altijd van die pakken, met een stropdas, of een sjaaltje. En hij onthield altijd alles van iedereen, dat leverde soms best pijnlijke situaties op. En dan dat priemende vingertje dat hij kon opsteken als hij iets duidelijk wilde maken. Als hij wat zei, hadden we meteen burgeroorlog.'

Exemplarisch is haar relaas in De Godmother over het 'boodschappenlijstje' dat hij meegaf toen hij vastzat. Voor de Snor kon ze volstaan met een stapel stripboeken, vooral van GuustFlater, maar Bruinsma was kieskeuriger. 'Het krentenbrood moest uit de Maasstraat komen, z'n boxershorts alleen van de Bijenkorf, z'n T-shirts alleen van Fruit of the Loom, een satijnen kamerjas uit de Van Baerlestraat. Ik heb weleens gezegd: je bekijkt het maar Lange, ik heb meer te doen.'

Fel: 'Maar hij had een klein hartje, hoor. We zijn eens met de boot naar Volendam geweest om daar een paar ongelukkige kinderen op te halen. Die hebben de dag van hun leven gehad en daarna heeft hij die ouders nog iets toegestopt.' Zijn grootste ambitie was dat iedereen ooit tegen hem zou opkijken, zegt ze. 'Heel triest eigenlijk, dat is uiteindelijk zijn ondergang geworden. Hij ging op het laatst van die achterlijke dingen doen, en er was niemand meer om hem te corrigeren.'

OP HAAR 34ste ging Moear 'met pensioen'. De lol was eraf, zegt ze, de handel was verworden tot massaproductie. Omdat de Snor er al eerder was uitgestapt, moest Bruinsma alleen verder. In juni 1991 werd hij voor het Amsterdamse Hilton Hotel geliquideerd. Over zijn dood kan ze nog altijd moeilijk praten.

Kritische vragen over het verleden zijn aan haar niet besteed. Spijt? Schaamte? Schuldgevoel? Niets van dat al. Crimineel? Ook niet. 'Ik handelde in genotsmiddelen. We hebben toch nooit iemand lastig gevallen, nooit iemand gedwongen spul te kopen? Weet je wat een crimineel is? Iemand die oude vrouwtjes oplicht, of andermans spullen jat.' En die moorden dan? 'Er zijn vervelende dingen gebeurd, maar daar was altijd een reden voor. Je werd heus niet omgelegd alleen omdat je haar niet goed zat.'

Nu is ze huisvrouw, ergens in Zuid-Amerika. Ze moet er zelf een beetje om lachen. 'Ze weten daar niks', zegt ze en daarom vertelt ze liever niet waar ze woont. Het verleden laat haar nog altijd niet los. 'Ik heb altijd alles weggestopt, er gebeurde zoveel, geen tijd om na te denken. Nu heb ik af en toe van die criminele dromen.'

En dan is er nog de kwestie van de erfenis. Toen de Snor uit de firma stapte, kreeg hij tweeënhalf miljoen mee en een aflopende winstuitkering. Moear zegt nooit wat te hebben ontvangen. 'Er staat niets op papier natuurlijk, het was een vertrouwenskwestie. Na de dood van die Lange dacht ik: dat komt later wel. Maar Eutje, zijn opvolger, heeft nooit betaald.' Pogingen om contact met hem te krijgen, liepen op niets uit.

Een paar jaar geleden zocht ze contact met de politie, in een poging haar aandeel uit de zaak dan maar via een omweg te incasseren. Ze wilde tegen U. getuigen in ruil voor een riante beloning. Toen bleek dat ze ook tegen haar oude makkers belastende verklaringen moest afleggen, haakte ze af. U. werd uiteindelijk vrijgesproken: Ze kan zich er nog steeds heel erg kwaad over maken: 'In mijn hart heb ik dat geld al drie keer weggeschonken; maar het gaat om het principe. Toen Eutje bij de firma kwam, zag niemand hem staan. Hij heeft alles zo overgenomen.'

Ach, misschien gaat ze zelf wel weer een zaak beginnen. Kroketten importeren ofzo, want die kennen ze in Zuid-Amerika niet, of van die lekkere Hollandse taarten. 'En als ik ooit nog een gouden kans krijg in de handel, laat ik die zeker niet lopen.'

Alleen zo hectisch als toen hoeft het niet meer te worden. Nooit tijd voor vakantie: 'Altijd als we net ergens zaten, gebeurde er iets waardoor we terug moesten.' Zo druk dat ze haar verjaardag vergat: 'Ik werd er soms door de klanten op gewezen. Dan zeiden de jongens: Tet, zoek even wat uit bij de juwelier.' Series volgen op tv? Geen beginnen aan.

Het heeft lang geduurd voordat ze af was van die 'haastige onverschilligheid'. Maar nu brengt ze haar dagen door met lezen en aan het zwembad zitten. Alleen met het eten gaat het nog steeds mis. Ze is zo gewend geraakt aan een snelle hap tussendoor dat rustig tafelen er waarschijnlijk nooit meer in zit. 'Ik heb altijd als eerste mijn bord leeg.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden