Nieuwe rubriek Hoe was je op school?

Katinka Polderman: ‘Ik stopte pornografische gedichten in de postvakjes van mijn leraren’

Katinka Polderman op haar oude middelbare school. Foto: Ivo van der Bent.

Toen cabaretier Katinka Polderman (36) in 1992 op het Sint Willibrordcollege in Goes terechtkwam, zaten in haar brugklas meer leerlingen dan op haar hele basisschool in geboortedorp ’s-Heer Abtskerke bij elkaar. ‘Ik kwam van een minuscuul dorpsschooltje, mijn groep 8 was de grootste klas van de school, we waren met z’n vijven. In Goes zat ik ineens tussen mensen die creatief waren, die bezig waren met taal, die leuke grappen maakten. Het was echt míjn slag mensen en die was ik tot dan toe nog nergens tegengekomen.’

Welke herinnering komt het eerst bij je op als je aan de middelbare school denkt?

‘Mijn slechtste herinnering is dat iemand mij in elkaar wilde slaan. Bij ons op school was er continu oorlog tussen alto’s en gabbers. Elke groep had zijn eigen plekje: de alto’s onder het afdak, de kakkers op het bankje bij de school. Ik hoorde bij de alto’s, wij droegen broeken met opengeknipte pijpen en daartussen gordijnstof genaaid. We verkozen het buitenbeentjesschap. We vonden onszelf trouwens niet alto, wij waren onszélf. De gabbers rochelden naar ons, maar wij waren vredelievend; we maakten mooie tekeningen, luisterden muziek, blowden. Elke ochtend fietste ik over een lang fietspad naar school, bij elk dorp werd de groep een beetje groter. Op een dag zei ik op de fiets iets stoms tegen een meisje dat bij de gabbers hoorde. Of eigenlijk zei ik niks, ik ging haar napapegaaien. En daarom moest ik in elkaar geslagen worden. Dat meisje kon karate en ze wilde mij in de fietsenstalling pakken. Met de hele groep kwamen ze op me af, maar de fietsenstalling grensde aan het sportveld, waardoor de gymleraar het zag. Zo ben ik ontsnapt.’

Wat is je beste herinnering?

‘Dat zijn de pornografische liefdesgedichten die ik voor leraren maakte en in hun postvakjes deed. Ik begon daar in de tweede klas mee, volgens mij kwam ik op het idee bij het schooltoneel. Voor meneer Derks, bijvoorbeeld, mijn leraar Nederlands, schreef ik:

Als u het had over ‘de, een en het’, dacht ik aan hoe u zou zijn in bed.

Of:

U lijkt net een lief varkentje in uw roze blouse, ik fantaseer over ons samen onder de douche.

Ik zette mijn naam er niet onder, maar ik ging giechelen met de mensen om me heen: ‘Meneer, had u nog post gekregen?’ De grootste openbaring was toen ik ontdekte dat ik die gedichten ook op muziek kon zetten en dat het ineens liedjes werden. Ik had een elektrische gitaar en ik ging die liedjes opvoeren op school. Ik durfde dat helemaal niet, maar ik deed het toch. Met die liedjes dwong ik respect af van mensen die mij normaal gesproken niet mochten, zo van: die Polderman durft echt wel wat. Ik heb lang met vriendinnen opgetreden, we noemden ons Willem-Alexanders Harem. Op Koninginnedag hadden we vaak optredens. Dan zongen vier meisjes van 15 meerstemmig: Ik wil een piemel, ik wil een piemel, nooit meer dat irritante gefriemel met tampons. Kut, waar is het touwtje? Weg met mijn regenwoudje, leve het bijgebouwtje.

Ja, ik begrijp nog steeds wel wat daar grappig aan is.’

In welk jaar voelde je je het best of het slechtst?

‘In de derde klas was ik heel opstandig. Ik had bedacht dat ik naar een andere school wilde, waar veel alto’s zaten. Dat zouden mijn ouders nooit goed vinden, dus dacht ik: ik moet zorgen dat ik er veel uit word uitgestuurd, want na drie keer schorsen moet je van school. Dus ik ging lopen etteren. Dan riep ik bij scheikunde dat mijn vinger vastzat in het gaskraantje. Of ik ging op ijsjes trakteren bij Duits, terwijl ik helemaal niet jarig was. Maar mijn plannetje werkte niet, ik werd nooit geschorst, ik moest hooguit de hele week nablijven. Tegelijkertijd vond ik het ook een fijne tijd, in de derde. Ik voelde mezelf heel wat, dat is zo’n lekker gevoel. Als tiener kun je denken: alles wat hiervoor gebeurde heeft geleid tot dit moment. Nu ben ik er, en gaat het beginnen. Dat je een leren jas aantrekt en ineens superstoer bent.’

Wat voor leerling was je?

‘Ik ben nooit blijven zitten, maar in de tweede klas spande het erom. Ik stond heel slecht voor de bèta-vakken en in de derde mocht je een eigen vakkenpakket kiezen. De gymleraar heeft me toen in een lerarenvergadering naar de volgende klas gepraat. Nederlands is altijd mijn favoriete vak geweest, daar haalde ik hoge cijfers voor. Geschiedenis werd gegeven door een hele leuke leraar met een snorretje, in een te klein geruiten colbert met stukken op de ellebogen en Mephisto-schoenen. Als je geluk had, ging hij tijdens de les vertellen over alle reizen die hij had gemaakt, bijvoorbeeld over hoe hij al cocabladeren kauwend de Machu Picchu was opgeklommen. Ik vind het jammer dat ik bij hem niet beter heb opgelet. Dat soort leraren bestaan volgens mij bijna niet meer.’

Katinka Polderman met meneer Potter. Beeld RV

Hoe ging je gekleed?

‘Ik kwam de brugklas binnen in kleren van C&A, ik had ook een T-shirt met Mickey Mouse erop, heel bleu was ik. Ik kreeg een vriendinnetje dat Oilily droeg en toen mocht ik een Barbara Farber-trui, want Oilily was te duur. Maar aan het einde van dat jaar droeg ik er metalshirtjes overheen. Mijn stijl was eclectisch. Ik herinner me een een broek met doodskoppen en een shirt van Gorefest, een metalband uit Goes. Later werden dat zwarte plastic broeken, dat moest dan op leer lijken, met felgekleurde nylon shirtjes met een vlinder of iets dergelijks erop. Ik droeg knotten met heel veel kinderelastiekjes en ik heb ook fuchsia gekleurd haar gehad, eerst één streng, en daarna mijn hele haar. Het was een beetje Björk-achtig, ik ging uit met de huissleutel om mijn nek, en met een koffertje waar Koekiemonster op stond. Ik had zwart opgemaakte ogen, donkere lippenstift, twee neusringen naast elkaar. Dat mocht allemaal van mijn ouders, hoewel, die neusring mocht ik pas toen ik 16 was. Ik had ook een navelpiercing en ik heb zelf een tatoeage gezet van een satanskruis, een omgekeerd kruis, op mijn linkerbovenarm. Die heb ik nog steeds, die staat voor het rebelse in mij en voor het feit dat ik met mijn 15-jarige stomme kop met Oost-Indische inkt in mijn lijf heb zitten prikken.’

Wat deed je in de pauze?

‘Sigaretten roken. Daar begon ik al in de brugklas mee. Niet over mijn longen, hoor. Ik rookte eerst Caballero, wat eigenlijk heel smerig is natuurlijk. Daarna Tobacco Farm en Seven van de Aldi, goedkope meuk. Vanaf de derde rookte ik Van Nelle halfzware shag. Thuis mocht ik vanaf mijn 16de op mijn kamertje roken, dat kun je je nu toch niet meer voorstellen. Vanaf mijn 14de ging ik ook blowen. Ik heb het één keer op school gedaan, in een tussenuur, en daarna had ik les van meneer De Pundert, mijn leraar Nederlands in 4 en 5 havo. Ik hoorde alleen zijn bassige stem, ik kon er geen touw aan vastknopen. Toen dacht ik: dit moet ik nooit meer doen. Vrijdagmiddag ging iedereen naar de kroeg. Dan lag het hele café vol met schooltassen en stond er een chagrijnige barman achter de bar, want van ons zakgeld konden we één biertje kopen, daarna was het geld op.’

Was je populair?

‘Ik voelde me een buitenbeentje, maar ik denk dat mensen stiekem best bewondering voor me hadden, omdat ik precies deed wat ik wilde. Ik had een grote bek tegen wie ik wilde, ik schreef liedjes en zong ze op een podium. Alleen was het niet zo cool om mij cool te vinden. Tijdens het eindexamen kwam er een heel populaire jongen naar me toe, die zei: ik ben hartstikke verliefd op je geweest. Toen ben ik maar met hem gaan tongen in de kleedkamers.’

Was je vaak verliefd?

‘Heel vaak. Ik viel echt op een allegaartje aan jongens, maar ik durfde nauwelijks iets te ondernemen. Dan ging ik poolen met zo’n jongen en nam ik natuurlijk een vriendin mee. Stonden we twee uur zwijgend te poolen, heel onhandig. Alleen als ik dronken werd, dan durfde ik wel. Maar dan maakte ik er een ontzettend zooitje van. Dan had ik met de beste intenties met vijf mensen hobbymatig getongd en moest ik later aan alle vijf uitleggen dat er weliswaar iets gebeurd was die week, maar dat we echt niks hadden. Eigenlijk was ik misschien best populair, denk ik nu, zonder dat ik het doorhad.’

Wat wilde je worden?

‘Ik wist dat ik iets met taal wilde. Ik heb een tijdje gedacht dat ik gedichten wilde schrijven, of boeken. Op de middelbare school ontdekte ik ook cabaret, vanaf mijn 14de ging ik naar voorstellingen. Ik had posters van Theo Maassen boven mijn bed, naast die van Rage Against The Machine. Kees Torn en Jeroen van Merwijk heb ik geïnterviewd voor de schoolkrant. Mijn eerste vraag aan Kees Torn was: gebruik je een rijmwoordenboek als je liedjes schrijft? Mijn doel was er zelf iets van te leren.’

Waar was je onzeker over?

‘Dat weet ik niet zo goed. Ik dacht dat mensen mij sowieso stom zouden vinden. Op de basisschool viel ik overal buiten, dus ik was gewend dat mensen me niks vonden. Ik sloot me altijd aan bij de underdogs, dan kon er niks misgaan.’

Had je dingen anders willen doen?

‘Ik had wel beter willen beseffen dat ik best geliefd was. Ik had er minder vanuit willen gaan dat bijvoorbeeld de kakkers sowieso wel een hekel aan me zouden hebben. Ik denk dat ik mensen afschrok door die grote bek, ik had me wel iets meer gedeisd kunnen houden. Aan de andere kant: ik heb veel lol gehad. Ik was ook een soort bekendheid op die school, als je tegen mensen die in die tijd op die school zaten mijn naam noemt, kunnen ze allemaal iets over mij vertellen.’ 

Meer weten over de schooltijd van Katinka? Bekijk hieronder de eerste aflevering van de serie ‘Hoe was jij op school?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.