Land van afkomstKarim Erja

Karim Erja, manager van Rico Verhoeven: ‘Door voor Rico of  Badr te zijn, zeg je iets over je identiteit’

Karim Erja is half Marokkaans en de manager van kickbokser Rico Verhoeven. Zijn steun voor Verhoeven in het duel met Badr Hari werd hem niet in dank afgenomen. 

‘Als tiener ging ik me sociaal wenselijk gedragen, het tegendeel bewijzen, als de zogenaamde goede Marokkaan. Bizar en achteraf diep triest.’Beeld Ernst Coppejans

Karim Erja (43) heeft een Nederlandse moeder en een Marokkaanse vader. Ook is hij is de manager van artiesten en sporters, onder wie kickbokser Rico Verhoeven. In zijn bedrijf, SeiSei, wordt nu nagedacht. ‘Over de nieuwe realiteit na covid-19. En ik vertel mijn kinderen wat we kunnen leren van deze situatie, hoe ze bewuster kunnen omgaan met de aarde en de medemens.’

Eind vorig jaar, voor het wereldtitelgevecht van Rico Verhoeven tegen Badr Hari, probeerde Karim Erja volwassenen bewuster te laten omgaan met hun medemens. ‘Bij Rico’s eerdere gevecht tegen Badr had ik het al gemerkt. Dit is niet alleen een sportwedstrijd, het is ook Nederland-Marokko, of eigenlijk is het nog groter: Nederland tegen de multiculturele Nederlanders die zich hier niet gehoord voelen. Door voor Rico of  Badr te zijn, zeg je iets over je identiteit.’

Hoe werd je zijn manager?

‘SeiSei begon in 2007 met danser Timor Steffens. Hij kwam bij me en zei: ik wil de wereld veroveren, maar ik heb de contacten niet. Ik investeerde in hem en bedacht een strategie voor zijn carrière. Een jaar later deed hij mee aan het tv-programma So You Think You Can Dance. We vertrokken met z’n tweeën naar Los Angeles en de eerste opdracht die hij binnenhaalde, was als danser voor Michael Jackson. Hij heeft drie maanden met hem gewerkt en zou dansen in de This Is It-tournee, alleen stierf Michael toen. Timor werkt nu internationaal als creative director en choreograaf. Hij werd mijn eerste merk.

‘Rico Verhoeven kwam in 2013 naar me toe en zei: ik wil hetzelfde als wat jij met Timor hebt gedaan, een merk worden. Ik had vooroordelen over kickboksen, het negatieve imago, ik wilde niets met hem te maken hebben. Hij bleef aandringen tot ik overtuigd was. Vanaf het begin zetten we in op: hoe kunnen we laten zien dat jij anders bent dan het stereotype van kickboksers? Ik bracht hem binnen bij de juiste netwerken in Hilversum, zodat iedereen kon zien: dit is een grote, vriendelijke blanke jongen. Hij voldeed aan het sociaal wenselijke beeld, omdat hij ook echt die persoon is.’

Terug naar Nederland-Marokko. ‘Voor het gevecht tegen Badr werd ik een landverrader genoemd, omdat ik aan Rico’s kant sta. Maar ik hoorde ook autochtone Nederlanders racistisch praten over Badr en zijn achterban. Marokkanen zijn een beetje het zwarte schaap van Nederland en dan had je ook nog het verleden van Badr. Je zag een tweedeling ontstaan. De autochtone Nederlanders waren vooral voor Rico en de Nederlanders met een multiculturele achtergrond voor Badr.’

Wat was jullie tactiek?

‘Bewust escalatie voorkomen. We wilden positiviteit en vermeden alles wat als nationalistisch kon worden gezien. Geen oranje trainingspakken of Nederlandse vlag. Absoluut geen Nederland-Marokko, die sentimenten zijn heel gevaarlijk. Mensen weten niet dat Rico is opgegroeid in een gemengde buurt, tussen veel Marokkaanse jongens, hij heeft een gemêleerde vriendengroep. De Nederlander die tegenover de Marokkaan wordt gezet, dat wás hij helemaal niet.

‘Ik begrijp dat het een perfecte tegenstelling is. De good guy tegen de bad guy. De sympathieke Nederlandse jongen tegen de nationale klootzak. En ik begrijp ook waarom het voor autochtone Nederlanders beangstigend kan zijn dat zoveel mensen in dit land voor Badr waren. Veel autochtone Nederlanders hebben niet de urgentie om zich te verdiepen in het hoe en waarom. Het is kortzichtig van ze, maar ik snap dat die mensen kunnen denken: waarom haten zij Nederland zo?’

Waarom is de passie voor iemand als Badr Hari zo groot?

‘Hij is een erg goede kickbokser. Een held voor mensen die zich met hem kunnen identificeren. Ze klampen zich vast aan de mensen uit hun groep die excelleren. Ik noem het een gevolg van cultureel letsel dat je altijd meedraagt. Je cultuur en afkomst worden continu generaliserend en onheus bejegend, dan snak je naar een succes. In hun ogen is Rico de jongen die alles cadeau krijgt en Badr de underdog die wordt buitengesloten. Rico wordt het symbool van de generaliserende Nederlander die tegen hen is. Daarom hopen ze dat Badr die Nederlander neerslaat en dat laten ze merken met veel meer vuur dan hier gebruikelijk is.’

De ouders van Karim Erja hebben elkaar ontmoet in Marokko, waar zijn moeder op vakantie was in Agadir. ‘Mijn vader had een goede opleiding, een goede baan, geen economisch motief om Marokko te verlaten. Ze gingen heen en weer tussen Nederland en Marokko, tot mijn moeder zwanger werd en ze moesten beslissen waar ik zou opgroeien. Mijn moeder komt uit Rotterdam, daar heeft mijn vader jarenlang gewerkt bij Schmidt Zeevis, hij fileerde vis. Hij stond te werken met Turken, Kaapverdiërs, Surinamers, Marokkanen. 

‘Mijn vader was geen gastarbeider, maar hij viel wel in die categorie. Hij werkte onder zijn niveau. Door een paar beslissingen had zijn leven deze wending genomen. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik 7 was. Hij woonde op een flatje in Capelle en kon niet uit die situatie komen. Bij mijn moeder had ik een Hollandse opvoeding. Verjaardagen met plakjes kaas en worst en naar Toon Hermans luisteren. Mijn vader liep thuis in een kaftan en probeerde me te vertellen over Marokko, alleen gingen we daar niet heen. Ik heb de taal ook niet geleerd.

‘Ik speel nooit de racismekaart. Het leidt altijd tot een eindeloze discussie die je niet kunt winnen. Maar ik kan wel benoemen dat het er is. Je blijft in een bepaald isolement waar je alleen uitkomt door geluk of veel harder te rennen, zonder garantie op succes. Als tiener ging ik me sociaal wenselijk gedragen, het tegendeel bewijzen, als de zogenaamde goede Marokkaan. Bizar en achteraf diep triest. Het is trouwens overal. Als je vanwege je culturele achtergrond wordt gediscrimineerd, maar zelf ook mensen veroordeelt, om hun religie of seksuele geaardheid, dan ben je geen haar beter.

‘Een van mijn eerste vriendinnetjes was een blond meisje. Ik kwam binnen bij haar familie en zei: hallo, ik ben Karim. Later stond ik in de keuken en hoorde ik uit de woonkamer: wat moeten we met dat soort gasten? Ik dacht dan: wat raar, mijn moeder is gewoon blond. Tegelijk weet ik dat er mensen bestaan die echt kleurenblind zijn, zoals mijn ouders en schoonouders.

‘Ik ben opgegroeid in Rotterdam, in een gemengde vriendengroep. Soms schaamde ik me tegenover mijn donkere vrienden. Ik voelde dat zij dachten: jij hebt makkelijk praten, je krijgt het wel gefikst, op school of bij instanties, want je hebt een blonde moeder en een blanke stiefvader, voor jou worden dingen geregeld. Ik dacht dan: ja, als mijn moeder erbij is, maar zonder haar ben ik net zoals jullie, met mijn Marokkaanse naam en uiterlijk.

‘Ik heb me altijd allebei gevoeld. Natuurlijk kwam ik weleens in groepjes met alleen Hollanders waar racistische dingen werden gezegd. Dat maak ik nog steeds mee, privé en zakelijk. En in groepjes donkere jongens werd over Nederlanders gezegd: je weet toch hoe die tata’s zijn. In beide gevallen voelde dat als een speldenprikje in mijn hart.’

Nederlands
‘Mijn cliënten vertegenwoordigen in het buitenland, dan ben ik een ambassadeur van Nederland.’

Marokkaans
‘In een blanke omgeving.’

Partner
‘Nederlands en Indisch. Ze denkt ook los van kleur.’

Wit of blank
‘Wit en zwart komen bij mij pijnlijk binnen, dat zijn militante termen. Een papiertje is wit, het hoesje van mijn iPhone is zwart.’

Karim Erja (Nederland, 1976) is, met voormalig voetbalinternational Orlando Engelaar, eigenaar van managementbureau SeiSei. Hij begeleidde danser Timor Steffens, kickbokser Rico Verhoeven en diverse voetballers en muzikanten. ‘Als je een wereldmerk wilt worden, moet je je alleen verbinden aan landelijk of wereldwijd gerenommeerde merken. Niet lokaal. Bij Rico kwamen er grote bedragen van bepaalde merken. Ik heb vaak een staredown van hem gekregen: vriend, gaan we dit geld echt laten liggen? Het kan niet anders. Als je wereldwijd wilt worden, kun je niet meer lokaal zijn.’

Robert Vuijsje interviewt voor V Nederlanders over de rol die afkomst speelt in hun leven. Hij spreekt onder anderen nog met rapper Bokoesam (Ghanees) en schrijver Dido Michielsen (Indisch).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden