Kankerpatiënten gaan helemaal niet vaak naar de alternatieven

'Ruim eenderde van de Europese kankerpatiënten maakt gebruik van alternatieve geneeswijzen. Kruidengeneeskunde is het populairst, maar wordt op de hielen gezeten door homeopathie, vitamine-en mineraalsupplementen, geneeskrachtige thee en relaxatietherapieën.'..

Kranten waren er, begin februari, vol van. De enorme populariteit van de alternatieve geneeswijzen bleek uit een Europa-brede studie, die de Annals of oncology zo belangrijk vond dat men er wel een persbericht en een voorpublicatie voor over had. Vooral het feit dat driekwart van de Italianen zich op alternatieven verlaten, wekte veel verbazing. Het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde nam het allemaal direct voor zoete koek aan: 'Veel kankerpatiënten kiezen alternatieve therapie.'

Het was beter geweest als iedereen de echte publicatie had afgewacht; die is onlangs verschenen.

De studie stond onder leiding van Alex Molassiotis van de universiteit van Manchester. 'Het is dringend geboden dat gezondheidswerkers het gebruik van alternatieve therapieën met hun patiënten doornemen, ze op de hoogte brengen van mogelijke voordelen in het licht van de slecht beschikbare bewijzen van effectiviteit, en werken aan een geïntegreerd model van zorgverlening', concludeert hij uit zijn studie.

De conclusie blijkt gebaseerd op een rondvraag bij 956 kankerpatiënten in 14 landen. Dat zijn er gemiddeld 68 per land. In Spanje, een land met in totaal 34 miljoen volwassen inwoners, deden de meeste mensen mee: 115. De gegevens van Engeland (40 miljoen volwassenen) zijn gebaseerd op 34 antwoorden.

Nederland deed niet mee.

Van de 115 ondervraagden in Spanje hebben er 34 wel eens een alternatieve behandeling genoten, van de 34 Engelsen waren dat er 10. Het laagst scoorde Griekenland: 12 van de 81. Optellen en aftrekken, en 'het gebruik van alternatieve geneeswijzen werd gerapporteerd door 35,9 procent van de totale patiëntenpopulatie.'

Tabel na tabel volgt: 'sociografische en klinische kenmerken van de steekproef', 'alternatieve therapieën gebruikt voor en na de diagnose', 'frequentie van gebruik van alternatieve geneeswijzen per kanker', maar de echte vragen blijven onbeantwoord .

Hoeveel mensen weigerden bijvoorbeeld een vragenlijst in te vullen? Mensen die een alternatieve behandeling volgen, zijn eerder bereid wat vragen te beantwoorden dan mensen die daar niets van moeten hebben. Helaas: 'Wegens de multinationale aard van de studie was het niet mogelijk het aantal of de kenmerken vast te stellen van degenen die medewerking weigerden.'

Waren de interviewers onafhankelijk? Het waren allemaal leden van de verschillende nationale bonden van oncologieverpleegkundigen, 'geselecteerd op hun belangstelling voor of ervaring met alternatieve geneeswijzen'. Ze mochten eigenhandig de vragenlijsten vertalen en de kankerpatiënten uitkiezen en benaderen.

En aan wie werden de vragenlijsten uitgedeeld? Het onderzoek werd in elk land uitgevoerd in een of meer ziekenhuizen, en 'alle patiënten die op een aantal dagen een polikliniek oncologie bezochten, werden benaderd'. Dat verklaart meteen waarom Italië (73,1 procent) zo goed scoorde, zeker vergeleken met het toch naburige Griekenland (14,8 procent). De gegevens van Italië waren uitsluitend afkomstig van een centrum voor palliatieve zorg - daar komen patiënten in hun laatste levensfase. Dan is het toch minder verwonderlijk dat 38 van de 52 ondervraagde Italianen wel eens gebruik hebben gemaakt van meditatie, gebed of praatgroepen, of van Ayurveda, kruiden of vitamines.

Is die 'ruim eenderde' van Molassiotis dan volstrekt uit de lucht gegrepen?

In Nederland loopt het gebruik van alternatieve therapieën onder kankerpatiënten in ieder geval nogal terug. Uit peilingen van prof. dr. F. van Dam van het Nederlands Kankerinstituut, waar inmiddels ruim 2800 patiënten zijn geënquêteerd, blijkt dat vooral alternatieve diëten aan populariteit hebben ingeboet: in 1999 was dat 13 procent, nu nog maar 5. (Dr. Houtsmuller heeft de zaak geen goed gedaan, lijkt het.) Maar ook het gebruik van andere alternatieve behandelwijzen is ruimschoots gehalveerd: van ruim 18 procent tot 8 procent in 2004. Zelfs van de mensen die hun toevlucht tot alternatieve therapie zoeken, denkt inmiddels nog maar een enkeling dat zoiets werkelijk effect heeft op de tumor.

De wens is de boze stiefmoeder van de wetenschap. Al eerder heeft Molassiotis 'onderzoek' gepubliceerd op basis waarvan hij opriep tot meer aandacht voor alternatieve geneeswijzen onder artsen. Dat de Annals of oncology, toch een keurig tijdschrift, negen pagina's voor hem inruimt, is dan wel verbazend. Dat het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde zo mooi meezingt, niet minder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden