Achtergrond Lee Krasner

Kan Lee Krasner (1908-1984) met een tentoonstelling in de Londense Barbican Gallery uit de schaduw van Pollock treden?

Met een tentoonstelling in Londen moet kunstenares Lee Krasner (1908-1984) uit de schaduw van haar beroemde man Jackson Pollock treden. Zoals wel meer 20ste-eeuwse kunstenaressen, werd ze eerder gezien als ‘vrouw van’ dan als autonoom kunstenaar. Kan ze postuum haar eigen plek verwerven, of zal haar werk altijd een spatje Pollock houden? 

Lee Krasner in haar studio in Springs, 30 augustus 1956, twee weken na Jackson Pollock's dood. Beeld Waintrob-Budd

De vrouw van. Zo ging Lee Krasner lang door het leven. Als vrouw van Jackson Pollock. En later, na diens dood in 1956, als weduwe van de schilder die beroemd werd door zijn fameuze drippings en extreme karakter, en al even fameuze alcoholinname (die hem uiteindelijk tegen een boom deed belanden). 

Dat Lee Krasner (1908-1984) zelf ook een kunstenaar was zou je, in de stormachtige periode waarin ze leefde en waarin menig vrouwelijke kunstenaar het aflegde tegen haar mannelijke collega’s, haast vergeten. Dat gebrek aan erkenning moet nu in een klap worden rechtgezet, lijkt de overzichtstentoonstelling van Krasner, Living Colour  in de Barbican Art Gallery in Londen, te willen uitdragen. Het past in een brede belangstelling voor genegeerde vrouwelijke kunstenaars, die je het afgelopen jaar in veel Westerse musea tegenkomt. En voor de herwaardering van het aandeel van vrouwen tijdens de begindagen van de moderne kunst in Amerika.

Het talent

‘Dit is zo goed, dat je niet doorhebt dat het door een vrouw is gemaakt.’ Paternalistischer, seksistischer en meer macho kon het nauwelijks klinken, het ‘compliment’ van docent Hans Hofmann aan zijn student Lee Krasner, eind jaren dertig. En toch was Hofmann de eerste die het talent van Krasner onderkende en stimuleerde – op zijn manier. En Krasner was een begenadigd talent. Ze wilde al op haar 12de kunstenaar worden, las zich suf aan existentialistische literatuur (Dostojevski, Poe, Rimbaud, etc.), maar had aanvankelijk last van een traditionele inborst, met een vleugje symbolisme en een petit peu impressionisme, overgoten door een duister realisme in talloze aardtonen.

Totdat ze les nam bij voorgenoemde Hofmann, een Duitse emigrant die zijn Amerikaanse studenten bekendmaakte met Europese uitvindingen: het surrealisme, de psycho-analyse, de 19de-eeuwse romantiek van het ware kunstenaarschap, waarbij intuïtie het sleutelbegrip vormde. 

En dan was er good old Piet Mondriaan, gevlucht uit Parijs en via een noodstop in Londen in New York beland, waar hij als een God werd verwelkomd. De strenge modernist stortte zich in Amerika op de jazz, op de dancings en op de jongste generatie kunstenaars. Hij wees op het talent van Jackson Pollock (die toen nog niets wist van Krasner) en het talent van Krasner (toen die Pollock nog niet had ontmoet). Een ‘strong inner rhythm’, zei Mondriaan over Krasners werk in 1942. De uitspraak zou haar levenslang bijblijven, alsof ze toen zelf pas begreep waar haar werk over ging. 

De doorbraak

Moderne kunst in Amerika – het is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. De introductie ervan kwam uit Europa. Picasso, Matisse, Cézanne, de impressionisten; kunstenaars die pas in 1913 voor het eerst in de Verenigde Staten werden getoond, op de legendarische Armory Show, aan Lexington Avenue in New York. Daarna volgden de Europese kunstenaars zelf, als immigrant of vluchteling. Naast Mondriaan ook Fernand Legér, Max Ernst, Marc Chagall, Ossip Zadkine: het puikje van de Europese avant-garde, waardoor New York uiteindelijk de hoofdrol van Parijs als epicentrum van de kunstwereld zou overnemen.

Andere katalysator die Amerika opstuwde: Alfred Barr, de onvermoeibare tentoonstellingsmaker die in zijn eentje verantwoordelijk was voor het Museum of Modern Art en de opening van haar prominente behuizing aan de West 53rd Street in het voorjaar van 1939. Hij liet New York kennismaken met overzichtstentoonstellingen van kubisme en abstracte kunst, dada en surrealisme. In datzelfde jaar zou Picasso er zijn Guernica laten zien, in de Valentine Gallery. Lee Krasner zou zich later herinneren: ‘It knocked me right out of the room.’ 

Bald Eagle, Lee Krasner, 1995, collage, onder meer van gescheurde spettertekeningen van Pollock en eigen verscheurd werk. Beeld The Pollock-Krasner Foundation

Niet onbelangrijk in de Amerikaanse kunstscene in de jaren dertig en veertig: het Federal Art Project, een soort BKR-regeling, dat president Roosevelt had geïntroduceerd om tijdens de crisisjaren kunstenaars aan het werk te zetten, tegen bescheiden betaling. Verwachte tegenprestatie: standbeelden schoonmaken, muurschilderingen kwasten, oorlogspropaganda produceren. Krasner was een actief deelnemer, organiseerde protesten vanwege de slechte financiering en experimenteerde met nieuwe technieken: de collage. Het zou haar later nog van pas komen. 

Klein nadeel van de grotendeels armlastige kunstkring waarin Krasner zich bewoog, ‘ongeveer tien personen’: het waren de mannen die de meeste aandacht en tentoonstellingen kregen, met name Pollock, Willem de Kooning, Franz Kline en Arshile Gorky. Feitelijk bestond de hele infrastructuur van de New Yorkse kunstwereld uit die tijd uit mannen: de galeriehouders (uitzondering: Peggy Guggenheim en Betty Parsons), de museumdirecteuren en de twee gezaghebbende critici, Harold Rosenberg en Clement Greenberg, oftewel Red Mountain en Green Mountain, zoals het machtige duo later bekend werd. 

Het huwelijk

Typisch Krasner: toen ze in 1941 voor een groepsexpositie werd uitgenodigd en slechts één van de mede-kunstenaars niet kende, zocht ze die gelijk op. Jackson Pollock. De rest is geschiedenis. Hoewel toch weer anders dan gedacht. Want ja, ze offerde gaandeweg haar eigen carrière op voor die van Pollock (die overigens lang twijfelde of Krasner wel de juiste partner was). Terwijl hij in hun woning aan Fireplace Road op Long Island (nu nog te bezoeken) in de beroemde schuur zijn verfslingers dripte, penseelde zij in de koude slaapkamer boven haar ‘little images’. En ja, die kleine abstracte verfpatronen laten zich wel heel makkelijk herkennen als mini-Pollocks. Kriebel-Jacksons. 

Lee Krasner aenJackson Pollock, Springs, 1946. Beeld Ronald Stein

En toch, Krasner was meer dan een miniatuurversie van de Grote Druiper. Ze was een stuwende kracht achter zijn succes. Terwijl hij op feestjes zwijgzaam in een hoekje flessen Wild Turkey-bourbon achterover sloeg (als hij niet in de open haard aan het pissen was) voerde zij het woord, al dan niet namens haar man. Ze introduceerde hem in de hogere kunstkringen, bracht hem de nieuwste theorieën bij, maakte hem salonfähig (voor zover mogelijk met zijn omstuimige karakter) en verkoopbaar. ‘Toen ik Jackson ontmoette had ik de overtuiging dat hij iets belangrijks te zeggen had.’ Het klopte.

Het einde van het huwelijk

Aanvankelijk was Krasner niet alleen tot over haar oren verliefd op Pollock, ze was ook apetrots. Als immigrantenkind, zoals de meesten uit haar vriendenkring, had ze een relatie met een echte Amerikaan, ‘tot wel vijf generaties terug’. Door haar relatie met deze oer-Amerikaan die in zijn jeugd (Pollocks vader was landopzichter) in de westelijke staten had rondgezworven, stond ze nu in rechtstreeks contact stond met de Great Plains, de Rockies en de Grand Canyon. Als dochter van gevluchte, joodse ouders uit Odessa was ze een echte Amerikaan geworden.  

Lee Krasner in Springs, New York, 1972. Beeld The Irving Penn Foundation

Tien jaar later spatte die romantische droom uiteen. Na een korte periode van drooglegging, raakte Pollock begin jaren vijftig weer ‘off the wagon’ en rolde hij bergafwaarts. Ondertussen hervond Krasner haar vroegere eigenzinnigheid. Wat nog niet zo makkelijk was: op een eerste overzichtstentoonstelling, in 1951 bij Betty Parsons, verkocht ze niets. Het leidde wél tot een hoger inzicht: door aan het einde van de tentoonstellingsperiode al het werk te verscheuren. Toen ze na enige tijd in haar atelier de snippers op de grond zag liggen, ontstond het idee om er nieuwe collageschilderijen van te maken. Die verkochten een paar jaar later wel.

Haar succes stond in schril contrast met het gebrek eraan bij Pollock op dat moment. Hij was zwaar aan de drank, agressief in omgang, hield er een maîtresse op na en – niet onbelangrijk – was uitgedript. Tijdens haar verblijf in Parijs (‘De schilderkunst hier is ongelooflijk slecht’) sloeg het noodlot toe. Pollock crashte met zijn auto tegen een boom in een flauwe bocht van Fireplace Road, vlakbij zijn huis. Het veranderde haar status als ‘vrouw van’ in die van ‘weduwe van’. Ze moest opnieuw beginnen. ‘It was a rough life’, vatte ze deze periode samen. 

De rehabilitatie?

De tentoonstelling in Londen doet er alles aan om Krasner een eigen signatuur te geven. Als eigenzinnige vrouw, wars van modes en trends; hardwerkend, veeleisend, getalenteerd. Met veel vroege tekeningen en late schilderijen, spaarzame filmbeelden van openbare interviews, met teksten over hoe ze haar leermeester Hofmann bekritiseerde en de draad na Pollocks dood weer probeerde op te pakken. 

Lee Krasner, Self-Portrait, 1928. Beeld The Pollock-Krasner Foundation, Courtesy the Jewish Museum, New York
Lee Krasner Mosaic Table, 1947. Beeld Private Collection. Courtesy of Michael Rosenfeld Gallery
Lee Krasner, Polar Stampede, 1960, Doris and Donald Fisher collection. Beeld The Pollock-Krasner Foundation. Courtesy Kasmin Gallery

En toch en toch en toch... op de achtergrond doemt altijd de niet onaanzienlijke beeltenis van Pollock op. Met name in haar werk. De grote oppervlakken, de heftige schilderbewegingen, de aardse kleuren, het lijkt erop dat Krasner de erfenis van haar man probeerde door te zetten, misschien onbewust, misschien tegen wil en dank. Wellicht was het ook geen slim idee om na Pollocks dood in diens atelier te gaan werken.

Plots begrijp je ook (een beetje) hoe het als vrouw moet zijn geweest om in het Amerikaanse kunstcircuit van de Grote Gebaren, het oeverloze drinken, het artistieke gebral en overvloedige testosteron iets van de grond te krijgen. Het lukte Krasner pas nadat Pollock was gestorven en zij haar vriendschap met Greenberg had opgezegd. Greenberg, die haar een tentoonstelling had beloofd, maar daar uiteindelijk van afzag omdat hij ‘de richting van haar werk’ niet zag zitten, zoals ze het zich herinnerde. 

Fuck it, moet ze hebben gedacht, om hetzelfde werk bij een andere galerie te laten zien. Het bleek de beste houding te zijn.  

Lee Krasner, Living Colour. Barbican Art Gallery, Londen. T/m 1/9.

De vrouwen

Ninth Street Women heet het boek van Mary Gabriel dat vorig jaar verscheen. Vernoemd naar de Ninth Street Show in New York waar in 1951, naast de schilderijen en beelden van de mannelijke kunstenaars uit de befaamde New York School, ook werk van vrouwen werd getoond: Lee Krasner, Elaine de Kooning, Helen Frankenthaler, Joan Mitchell en Grace Hartigan. Oké, de tentoonstelling was samengesteld door de legendarische galeriehouder Leo Castelli en de twee kunstenaars, Willem de Kooning en Franz Kline. Mannen dus. Maar de groepsshow markeerde voor het eerst dat er iets ‘really big’ in New York aan het gebeuren was, waarbij mannen én vrouwen meespeelden. Bovendien werd het een succes, alleen al omdat het Museum of Modern Art gelijk werk van de deelnemende kunstenaars aankocht. Neemt niet weg dat de tentoonstelling ook een bittere nasmaak kent: alle aanwezige vrouwen zijn nagenoeg in vergetelheid geraakt, ondergesneeuwd door de mannelijke blik die destijds en sindsdien lange tijd de scene heeft gedomineerd. Tot nu. Zo is het Museum of Modern Art momenteel bezig met een ‘rehang’ van de collectie om meer aandacht te geven aan vrouwelijke kunstenaars. 

Lee Krasner

What’s in a name? Lee Krasner werd in New York geboren als Lena Krassner, dochter van joodse ouders uit Odessa die gevlucht waren voor de pogroms. Op 14-jarige leeftijd veranderde ze haar naam in Lenore, wat volgens haar al een stuk Amerikaanser klonk. Haar achternaam bezat toen al niet meer de dubbele s. Tijdens haar studie aan de Cooper Union, de toonaangevende academie in New York, begonnen medestudenten haar Lee te noemen. Veramerikaniseringsmissie voltooid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden