Kampen werden heel bewust niet gebombardeerd

Na 65 jaar wordt nu opnieuw de vraag gesteld waarom de geallieerden de vernietigingskampen niet bombardeerden. Het was wel degelijk mogelijk, betoogt Wout Buitelaar..

De afgelopen tijd is onze geschiedschrijving verrijkt met een tweetal tv-documentaires en bijbehorend naslagwerk: van Geert Mak In Europa en van Ad van Liempt De Oorlog. Op zich twee fraaie staaltjes van een narratief-historische benadering. Het gaat om verhalen van en over mensen in vaak problematische omstandigheden. Mak gebruikt daarbij een Europese context en Van Liempt een Nederlandse. Daarom frappeert ‘het’ verhaal over het vernietigingskamp Auschwitz des te meer vanuit hun vraagstelling: wie wist wat wanneer en wat werd ermee gedaan?

Een meer dan terechte vraagstelling, zeker tegen de achtergrond van de 65-jarige herdenking van onze bevrijding. Op eerstgenoemde vraag gaan de afleveringen van betrokken series gedegen en uitdagend in. De tweede vraag wordt deels beantwoord en bracht mij terug naar een andere tv-serie: Een schitterend ongeluk. Zo’n vijftien jaar terug interviewde Wim Kayzer de Britse natuurkundige-filosoof Freeman Dyson, die in de oorlog bij de Royal Air Force werkte als onderzoeker naar het effect van geallieerde bombardementen. Op Kayzers vraag of het ook mogelijk was geweest (gaskamers/crematoria van) vernietigingskampen te bombarderen, luidde het terloopse antwoord: ‘technisch onmogelijk, te ver weg’.

Het was wél goed mogelijk, maar de geallieerden hebben dit bewust niet gedaan, zo moet geconcludeerd worden. Allereerst het boek Strepen aan de hemel van Gerard Durlacher. Als 16-jarige gevangene in Auschwitz-Birkenau zag hij bommenwerpers overvliegen die nabijgelegen installaties voor synthetische brandstof van I.G. Farben bombardeerden, de Buna-Werke bij Monowice. Het was 13 september 1944 en het betrof 96 Amerikaanse Liberator-bommenwerpers die ‘een tapijt van duizend bommen legden’ (Henryk Swiebocki, London has been informed). Enkele afzwaaiers raakten twee SS-barakken en een werkplaats van Auschwitz I en een spoorlijn bij Auschwitz II.

Mak komt nog het dichtst in de buurt van een verklaring. Hij spreekt over ‘een Brits verkenningsvliegtuig dat luchtfoto’s maakte op 31 mei en 25 augustus 1944’, met beelden ‘van een rij gevangenen, duidelijk zichtbaar op weg naar Crematorium II, (...) niemand bij de luchtmachtstaf had er oog voor’. De eerste luchtverkenning boven deze regio dateerde van 4 april 1944 en werd door Amerikanen uitgevoerd, evenals die op 25 augustus ’44. Uit het boek van Swiebocki valt te lezen hoe Londen en Washington opnieuw nauwkeurig geïnformeerd werden over de massale vernietiging van Joden. Dat gebeurde met name aan de hand van ooggetuigenverslagen en situatietekeningen van vijf in 1943 en 1944 ontsnapte gevangenen: Jerzy Tabeau, Rudolf Vrba, Alfred Wetzler, Czeslaw Mordowicz en Arnost Rosin. Een van hen, Rosin, had zelfs korte tijd in een zogeheten Sonderkommando gewerkt bij de verbranding en verwijdering van lijken, maar werd daaruit (wat hoogst uitzonderlijk was) overgeplaatst.

Hun rapporten kwamen via Bern in Amerika en Engeland terecht, door toedoen van onder anderen Alan Dulles, hoofd van de Amerikaanse geheime dienst in Zwitserland. Diverse dringende verzoeken van (Joodse) delegaties, gevoed door deze rapporten en mediadiscussies, om de gaskamers en/of verbrandingsovens in een precisieaanval te bombarderen, werden zowel aan Roosevelt als aan Churchill gedaan.

Dat was technisch goed mogelijk, zo leerde mij een kleine expositieruimte in het Poolse legermuseum even buiten Warschau. Daar bleek dat van juli tot en met december 1944 18 bombardementsvluchten werden uitgevoerd nabij Auschwitz. Met medewerking van de Russen was bij Poltawa in de Oekraïne een Amerikaans vliegveld aangelegd voor tussenlanding, reparatie en bevoorrading. De bommenwerpers – Vliegende Forten en Liberators, soms met escorte van Mustang-gevechtsvliegtuigen – stegen op in Zuid-Italië en vlogen via Poltawa de ‘Opper-Sileziëroute’. Soms vlogen in Engeland gestarte bommenwerpers na een aanval op de stad Berlijn door naar de Poltawa airstrips, zoals op 21 juni 1944.

De gaskamers en crematoria van het Auschwitz-complex werden nadrukkelijk niet gebombardeerd, omdat het volgens de Amerikaanse en Engelse autoriteiten ‘geen militair doel’ was. Het verhaal gaat dat Amerikaanse vliegers zich al als vrijwilligers hadden aangemeld. Ook voor de Engelsen was de ‘Auschwitzeregio’ een no-go-area, alhoewel de RAF met enkele toestellen, bemand met voornamelijk Poolse vrijwilligers, zevenmaal vanuit Joegoslavië met Liberators rechtstreeks naar Warschau vloog in het najaar van 1944, zo is in het Bevrijdingsmuseum in Warschau te zien. Hun aanvliegroute Krakau-Katowice, in Zuid-Polen, was in vliegkilometers niet ver van het vernietigingscomplex.

Het antwoord op bovengenoemde vragen wordt het best geïllustreerd door Gerard Durlacher: ‘Dezelfde avond weer die schapenwollen draden aan de hemel. Hadden ze ons vergeten daarbuiten, daarboven? Waren de olieraffinaderijen belangrijker dan wij en onze verbrandingsovens?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden