KAMELEN LANGS DE SPOORBAAN

De Indian Pacific Express dankt zijn naam aan de twee oceanen die hij in Australië verbindt. Hij voert van Perth naar Sydney en vice versa....

De barmeisjes van het Exchange Hotel in Kalgoorlie zijn slechts gekleed in lingerie. Nerveus gesneden lingerie, die dagelijkse onderhoudswerkzaamheden met de ladyshave noodzakelijk maakt. Ze hebben bepoederde gezichten en bepoederde billen. En het eeuwige geloer doet ze niets. Trouwens, welbeschouwd valt het wel mee met dat geloer. De locals hebben meer oog voor het Australian football op de televisie boven de bar. De nieuwsgierige, bronstige blikken komen vooral van de toeristen, en die zijn niet zo talrijk in dit goudstadje.

Kalgoorlie ligt op de rand van de Nullarbor Plain, een vlakte die zo droog en onherbergzaam is dat er geen boom wil groeien. Vandaar de naam. Het is het laatste stadje voor de wildernis, en er heerst dan ook een gepaste frontier-stemming. De meeste bewoners zijn mijnwerkers, actief bij een van de mijnmaatschappijen die een concessie hebben verworven om hier naar goud te graven. De wasserettes in Kalgoorlie hebben speciale machines voor mijnwerkerskleren, bestand tegen het gruis waarmee die vol zitten. En zo niet, dan staat dat er nadrukkelijk op: 'Not for miners' gear!'

Eind negentiende eeuw werd voor het eerst goud gevonden in Western Australia. Het bleek te gaan om enkele van de rijkste goudvelden ter wereld en de onvermijdelijke goldrush deed plaatsjes als Coolgardie en Kalgoorlie ontstaan. Vandaag de dag is Kalgoorlie nog de enige plaats van betekenis in het gebied. Het gemakkelijk winbare oppervlaktegoud is allang verdwenen. Wat resteert, is de goudstof die uit rotsgesteente moet worden gewonnen, een gecompliceerd en kostbaar proces dat weinig ruimte biedt voor romantische individuen met een gouden droom. Toch wordt er voldoende edelmetaal gewonnen om Kalgoorlie een welvarend plaatsje te maken, compleet met een bordelenstraatje en veel cafés. In sommige van die laatste kun je niet alleen bier drinken, maar ook internetten. Want achterlijk zijn deze cowboys niet.

Dankzij zijn 'Wild West'-imago is Kalgoorlie de meest populaire stop van de Indian Pacific Express, de trein die zijn naam dankt aan de twee oceanen die hij verbindt, en die van Perth naar Sydney voert en vice versa. Het is een afstand van 3960 kilometer en de trein doet er ongeveer drie etmalen over. Dat komt neer op een gemiddelde snelheid van 55 kilometer per uur. Niet erg snel, maar de Indian Pacific rijdt over een éénbaans spoortraject en wordt onderweg talloze malen op zijsporen gerangeerd om de weg vrij te maken voor passerende en tegemoetkomende goederentreinen. En éénmaal, ter hoogte van Port Augusta, voor een passagierstrein: de andere Indian Pacific, die vanaf de overzijde van het continent is vertrokken.

Afhankelijk van of je oost- dan wel westwaarts rijdt, is Kalgoorlie de eerste of de laatste stop. In mijn geval - ik reis van Perth naar Sydney - is het de eerste. Vanmorgen om vijf voor elf zijn we vanaf de East Perth Terminal vertrokken, en 's avonds om acht uur zitten de eerste 556 kilometer erop. Gedurende de driedaagse reis heb ik de beschikking over een hokje van ongeveer twee bij één meter. Zelden heb ik een zo optimaal benutte ruimte gezien. Ze bevat een fauteuil, een uitklapbaar tafeltje, een uitklapbaar toilet, een uitklapbaar bed, een uitklapbare wastafel, verrassend veel bagageruimte en overal ingenieuze kleine kastjes. De hokjes, roomettes geheten, zijn aan weerszijden van de treincoupés gebouwd. Er tussendoor slingert een sierlijk links- en rechtsom buigende gang.

Het is half twaalf. Na een oponthoud van drieënhalf uur, neemt de Indian Pacific afscheid van Kalgoorlie en rijdt verder oostwaarts. De komende dagen zal de trein een volledig zelfvoorzienende onderneming zijn. Buiten de officiële stops zullen de treindeuren steeds hermetisch gesloten blijven. Want, zo meldt de treinmanager via de intercom, abusievelijk achterblijvende passagiers zouden het woeste landschap dat we nu tegemoet rijden, niet overleven. Het is er te heet, te droog en er is geen voedsel. Alles naar blanke begrippen uiteraard, want in de Nullarbor Plain trekken wel degelijk aborigines rond. Dat feit heeft verdwaalde blanken in het verleden nog wel eens het leven gered.

De volgende ochtend ontbijt ik in het Queen Adelaide Restaurant, de restauratiewagen, waar men voorbeeldige gepocheerde eieren serveert. Tegenover me zitten twee gepensioneerde broers, Warren en Dennis. Dennis woont in Sydney, waar beiden oorspronkelijk vandaan komen, en Warren sinds twintig jaar in Perth. Het is hun jaarlijkse broers-onder-elkaar-uitje. 'West-Australiërs zijn vreemde mensen', moppert Warren. 'Ze hebben prachtige huizen, maar nodigen nooit iemand uit. Snap jij dat nou?' 'Ze houden natuurlijk niet van koken', meent Dennis.

Jenny, een van de treinstewardessen, maakt ons erop attent dat we sinds vannacht een paar uur achter zijn op ons rijschema. 'Komt door de passerende goederentreinen. Ze vervoeren vooral graan naar het oosten. Oostelijk van Perth ligt de

wheatbelt van Australië. . .' Jenny onderbreekt haar eigen verhaal. 'Kijk, kangoeroe's!' Op ongeveer vijftig meter van de trein springt een achttal rode kangoeroe's. Ze houden ons gemakkelijk bij. De passagiers halen hun camera's te voorschijn.

Later, bij een koffie in de Flinders Louge, praat ik verder met Dennis. Warren zit een coupé verderop, in de rokerslounge. Hij is kettingroker. Dennis is zijn hele leven kapper geweest. Na zijn pensionering is Dennis creative writing gaan studeren. Hij heeft hierin zelfs een mastersgraad behaald, vergelijkbaar met een doctoraal. We discussiëren over het werk van Peter Carey, David Malouf en Tim Winton. Maar daar laat Dennis het niet bij. Hij is de eerste kapper die mij doorzaagt over Barthes, Foucault en Derrida.

Tegen het einde van de ochtend treffen we een kudde wilde kamelen langs de spoorbaan. Het zijn afstammelingen van de lastdieren die ooit vanuit Brits-Indië naar Australië zijn gehaald, omdat ze zo goed bestand zijn tegen het klimaat in het hete, droge midden van het land. Ze vormden een belangrijke schakel in allerlei bouwprojecten, niet in de laatste plaats de aanleg van spoorlijnen. De kameeldrijvers werden ghans genoemd, van Afghans, al waren ze lang niet allemaal afkomstig uit Afghanistan. De naam leeft nog voort in die andere beroemde Australische trein, The Ghan, die tussen Adelaide en Alice Springs rijdt. Er zijn tegenwoordig veel kamelenfarms in Australië; het eten van camel steaks wordt gepropageerd. Het vlees is cholesterolarm en heel wat smakelijker dan de aanblik van een kameel zou doen vermoeden.

Veel later dan gepland rijden we Cook binnen. Hier mogen we de trein voor enige tijd verlaten: korter dan normaal omdat er tijd moet worden goedgemaakt. We bevinden ons inmiddels in South Australia en in een andere tijdzone. Omdat South Australia aan zomertijd doet, en Western Australia niet, is het ineens twee uur later geworden, maar de Indian Pacific houdt zijn eigen tijdrekening aan. Die komt erop neer dat de klok, tijdens deze reis door drie tijdzones, telkens na het avondeten wordt verzet. 'Op die manier voorkomen we dat de maaltijden te dicht op elkaar vallen, of er juist te veel tijd tussen zit', legt David Littledike, de treinmanager, uit. Het benadrukt nog eens dat de Indian Pacific een trein is die je voor je plezier neemt. 'Wie haast heeft, neemt het vliegtuig, wie gek is de auto.' Nieuwsgierigen zijn aangewezen op de trein, die door de Nullarbor Plain 462 kilometer lang niet het flauwste bochtje maakt. Het is het langste stuk rechte spoorweg ter wereld.

Het is heet en droog in Cook, en de wind veroorzaakt het effect van een turbo-oven. Tot 1998 was het een 'echt' dorpje, met een school, een winkel, een golfcourse en een bush-hospitaal, compleet met verpleegster. Het bestaan van Cook stond geheel in het teken van de dienstverlening aan de goederentreinen, maar toen de Southern Railway Company en andere bedrijven twee jaar geleden besloten dat deze werkwijze niet langer rendabel was, is de bevolking geëvacueerd. 'Er woont nu alleen nog een echtpaar met twee kinderen', vertelt Willy, een uit de kluiten gewassen spoorwegarbeider die in de schaduw een cola staat te drinken. Zelf woont hij tegenwoordig met zijn gezin in Port Augusta, en dat bevalt hem niets. Zijn vrouw nog minder. 'Ik werk hier meestal periodes van twee weken, nu zelfs eentje van vijf. Meestal rijden we met een goederentrein mee, soms worden we ingevlogen.' Hij wijst naar de airstrip, verderop. 'Mijn vrouw zit thuis bij de kinderen. Vroeger hadden we hier een leuke, levendige gemeenschap. Altijd vermaak, altijd wat te doen. Nee, geen roddel, helemaal niet. Hier bemoeide niemand zich met je.'

Het gezin dat doorgaat voor de enige permanente bewoners van Cook, is vorige week door een drama getroffen, vertelde de treinmanager Littledike me vlak voor aankomst. Hun derde kind werd doodgeboren; het bleek gewurgd door de eigen navelstreng. 'Nee, gebrekkige medische hulp speelde geen rol. Het had overal kunnen gebeuren.' Het winkeltje met T-shirts, kleedjes, handdoeken, kaarten en andere souvenirs wordt nu bemand door de haastig overgekomen grootouders. 'If you're crook, come to Cook', luidt een grafittitekst. 'Our hospital needs your support. Get sick', meldt een andere.

De volgende dag hoor ik het verhaal van Ziggy, een man die in zijn eentje, middenin de woestenij nabij Barton woont, ook al niet meer dan een naam op de landkaart. Tot voor vijftien jaar werkte hij bij de spoorwegen. Na zijn pensioen pakte hij alles wat hij had in een kruiwagen, liep tot hij erbij neerviel en bouwde daar een provisorisch onderkomen. Daar leeft hij sindsdien, met zijn honden en jachtgeweren. Af en toe komt er een truck langs die hem proviand brengt. Nog meer verhalen. Over ongelukken, de Flying Doctors, tragisch mislukte oost-west crossings, krankzinnig hoge temperaturen. Dat is de Indian Pacific: kleurrijke, dikwijls dramatische verhalen over het harde Australische land, airco-gekoeld aangehoord in comfortabele fauteuils, tussen de driegangen-menu's door.

Mijn laatste uur in de trein. Het is kwart over acht 's morgens, het ontbijt is achter de rug en mijn koffer staat keurig ingepakt naast me. Over een uur zijn we in Sydney. Terwijl ik mijn verzameling Lonely Planets doorblader, klinkt via de intercom het bericht dat we even wachten wegens een defect sein. Een paar seconden later volgt de klap. Ik word door mijn hokje geslingerd, maar in een ruimte van twee bij één meter kun je niet ver vliegen. Schaafwondje. Blauwe plek.

Ik stommel door de gang. Licht en airco zijn uitgevallen. De restauratiewagon is een chaos; de tafels zijn aan puin, overal liggen glas- en aardewerk en bestek. Een treinstewardess zit onder het bloed. Achter de restauratiewagon houdt de trein op. Hij is in tweeën gebroken. Dennis klampt me snikkend aan. Warren is weg. Die is achterin de trein gaan roken. We mogen niet naar buiten. Dan moeten we. Waar komt ineens al die politie vandaan?

Eenmaal buiten mogen we niet van de trein weglopen. In de lucht hangen plots drie helicopters. Omdat we ons in een diepe, smalle geul bevinden, halverwege een scherpe bocht, en bovendien vlakbij het begin van een tunnel, hebben we totaal geen overzicht. Wat is er gebeurd? Dan tref ik een medepassagier met een radio. Een forenzentrein blijkt achterop de onze te zijn gereden. Twaalf doden, honderd gewonden, zoiets. Veel later zullen het er iets minder worden; zoals altijd.

Uren later. Een opvangcentrum en honderden journalisten, met wie we niet mogen praten. Moet je tegen een journalist zeggen. Ik praat dus honderduit. Vier camera's en twaalf microfoons tegelijk: thirty seconds of fame zonder enige prestatie. 's Nachts uit bed gebeld door Harmen Siezen, voor het Eén uur Journaal. De volgende dag in alle Australische kranten (een alinea) en live in een ontbijtprogramma, de Today Show (vijf minuten).

Op pagina 5 van de Herald Sun staat een grote foto van Dennis en Warren die elkaar opgelucht omarmen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden