Het Eeuwige levenHein (‘Hijn’) Bijnen 1948-2021

Kabouter- en Nieuwmarkt- activist legde later als fotograaf het leven in Suriname vast en ontfermde zich over 17 pleegkinderen

Hijn Bijnen. Beeld Hedwig de la Fuente
Hijn Bijnen.Beeld Hedwig de la Fuente

In de jaren zestig lanceerde Hijn Bijnen een plan om van zijn woonplaats Oss een onafhankelijke stadstaat te maken met beperkt economisch verkeer met de rest van het land en een strafrechtsys-teem waarin daders en slachtoffers tot een vergelijk moesten komen. Later speelde hij een hoofdrol in de ludieke Kabouterbeweging en bij de acties in de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt. In 1993 ging hij voor een onderzoeksproject naar Suriname. Hier ontwikkelde hij zich tot een van de beste fotografen van het land.

Eind 2020 werd corona bij hem vastgesteld. Op 7 januari overleed Hijn Bijnen (72) daar op de ic van het ziekenhuis in Paramaribo. Hij laat zijn vriendin Yvonne en liefst zeventien pleegkinderen na, die hem allemaal op handen droegen.

Hij werd als Hein (later veranderde hij de korte ei in een lange ij) Bijnen geboren in Venray als een van de vijf zonen van een architect. Later verhuisde het katholieke gezin naar Oss. ‘Mijn vader was een zeer eigenzinnige man, en dat hebben al zijn kinderen van hem geërfd’, zegt zijn broer Sander Bijnen. Toen Hijn een oproep voor militaire dienst kreeg, sloot hij zich aan bij de Bond van Dienstweigeraars. Later werd dit de Bond van Dienstplichtigen, die van binnenuit de krijgsmacht probeerde te veranderen, onder meer door als militaire groet een linkervuist in de lucht te steken. Soms escaleerde het zelfs in pure sabotage en werd er suiker in de benzine voor de tanks gegegooid.

Vervolgens ging hij politicologie studeren in Amsterdam, waar hij zich aansloot bij de Kabouterbeweging van Roel van Duijn. Toen die in 1971 vijf raadszetels veroverde, werd Hijn Bijnen lid van de gemeenteraad en coördinator op het volksdepartement van Behoeftebevrediging van de Oranje Vrijstaat. Twee jaar jaar later gaf hij de zetel op om de ruimte maken voor de rentree van Van Duijn.

Bijnen werd actief in de actiegroepen die zich in de Nieuwmarktbuurt verzetten tegen de aanleg van de Amsterdamse metro. Tijdens de rellen stond hij de media te woord en werd hij in kranten ‘de grootste bemoeial’ van Amsterdam genoemd.

In 1978 werd hij voorzitter van de Wijkcentrum d’Oude Stadt, wat hij combineerde met een baantje bij de PTT. Begin jaren negentig kreeg Bijnen van Vrij Nederland een opdracht voor een fotoreportage in Suriname over het Bloedbad van Moiwana van 1986, waar 39 dorpelingen waren omgekomen. Hij was meteen gefascineerd door dit land, besloot er te blijven en ging foto’s maken in de stad en in het binnenland, die werden gepubliceerd in het dagblad De Ware Tijd en magazine PIT.

Zijn vriend Iwan Brave, die in 1996 vanuit Nederland naar Suriname remigreerde, zegt dat er geen nieuwsgebeurtenis was waar Hijn niet bij was. ‘Eens in de twee maanden trok hij de binnenlanden in. Je kunt bijna zeggen dat zonder Hijn eigenlijk niets van Suriname van de jaren negentig en nul zou zijn vastgelegd.’ Later gaf hij ook fotografieles op de AHKCO (Academie voor Hoger Kunst- en Cultuuronderwijs).

Gemakkelijk was hij niet voor redacties. Hij bemoeide zich niet alleen met de foto-bijschriften, maar vaak ook met de inhoud van de artikelen. Hij kon bot zijn maar ook uitermate genereus als iemand in nood zat. Hij steunde zeventien kinderen die hem later als zijn pleegvader beschouwden en hem ook ondersteunden toen het slechter ging met zijn gezondheid. De laatste tien jaar kreeg hij meerdere hartaanvallen, waardoor hij al ernstig verzwakt was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden