Journalist leek meer op Dutchbatter dan hij wil toegeven

'Na Srebrenica is Nederland niet meer hetzelfde', schreef de hoogleraar Henri Beunders na de val van de moslim-enclave. Er was een eind gekomen aan de illusie dat je de wereld kunt verdelen in good guys en bad guys, en dat wij in de eerste categorie thuis horen....

Het zou mooi zijn als de media de eer zou toekomen deze illusie te hebben doorgeprikt. Mooi voor mezelf ook. Tenslotte was ik de Volkskrant-correspondent in het voormalige Joegoslavië tijdens de val van de enclave. Maar wie terugkijkt, begint al snel te twijfelen.

De media vierden het heldenonthaal van de Dutchbatters bij hun terugkeer vrolijk mee. Veel kritische vragen werden er niet gesteld. Ik heb mijn eigen stukken uit juli 1995 nog eens opgediept. Wat schreef ik? 'De Nederlandse VN-soldaten konden alleen toekijken. Moslimvrouwen vertellen hoe de 'blauwen' hen probeerden gerust te stellen en te troosten terwijl hun geliefden werden weggevoerd.' Jaja. Gelukkig is er tussen de regels ook twijfel te lezen. Hoe kwam het dat Dutchbat zweeg over de Servische gruweldaden waar de vluchtelingen over vertelden?

in Bosnië werd je nog met de neus op de feiten gedrukt. Ik was erbij toen de eerste vrouwen, kinderen en ouden van dagen uit Srebrenica door de Serviërs over de frontlijn naar moslimgebied werden gejaagd. De mannen ontbraken, en iedereen vermoedde waarom.

In Nederland was de realiteit van de oorlog ver weg. Toen ik met de redactie van de krant belde, kreeg ik te horen dat er een lovend commentaar over Defensie-minister Joris Voorhoeve in de maak was. Ik geloof niet dat ze mijn bezwaren toen helemaal begrepen.

Het waren buitenlandse journalisten die begonnen uit te zoeken wat er echt was gebeurd. De Amerikaan David Rohde spoorde als eerste de massagraven bij Srebrenica op, waar hij een Pulitzer voor kreeg, en het Amerikaanse The New Republic publiceerde als eerste een reconstructie van de val van de enclave. De buitenlandse media verbloemden de werkelijkheid niet: 'Dutch soldiers welcomed the Serb killers', kopte The Independent.

Nederlandse journalisten namen in eerste instantie niet de moeite bij de moslims te informeren wat er was gebeurd, en al helemaal niet bij de Serviërs. De meeste verslaggevers durfden zich tijdens de oorlog alleen in Bosnië te wagen aan het handje van Unprofor, het VN-leger, en schrokken van elke knal. Bovendien leken velen er, bewust of onbewust, vanuit te gaan dat Balkanbewoners primitievelingen zijn, die elkaar al eeuwen de hersens inslaan, en dus niet te vertrouwen zijn. De journalisten hadden meer met de Dutchbatters gemeen dan ze later deden voorkomen.

Pas een kleine maand na de val verschenen in de Nederlandse pers de eerste berichten over het minder dan heldhaftige gedrag van Dutchbat. Eerst NRC Handelsblad, toen Netwerk, en later ook de IKON hadden doorgevraagd. Stukje bij beetje brachten ze naar buiten dat Dutchbatters hadden toegekeken, terwijl de moslimmannen van hun families werden gescheiden en de vluchtelingen van het VN-basiskamp in de armen van de Serviërs werden gejaagd.

De andere media probeerden uit alle macht hun verzuim goed te maken. Ze zochten als razenden naar Dutchbatters die uit de school wilden klappen, en het ene onthullinkje volgde op het andere. 'Srebrenica' werd opeens overal besproken. Na de regering jarenlang te hebben aangespoord in Bosnië te interveniëren, ontladen de media nu hun gram op Dutchbat. Ik heb wel begrip voor de Dutchbatter die uithaalde naar 'het soms hysterisch aandoende geblaat van allerlei deskundigen, politici en tv-mensjes.'

De spindoctors van het ministerie van Defensie - voorop voorlichter Bert Kreemers die zijn inspanningen met promotie beloond zag - deden alles om de schade te beperken. Ze bagatelliseerden of ontkenden elke onthulling, lekten selectief informatie naar lievelingen in de media en snoefden dat ze van hen geen gevaar meer te duchten hadden: 'Die hangen aan het infuus.' Ze deden hun best het publieke debat te sturen in de richting van anderen, zoals de VN-top, de Franse VN-commandant en de VS. Ondertussen kregen Dutchbatters die wilden praten - inclusief commandant Karremans - een spreekverbod. Een hoge militair die desondanks informatie verschafte, werd uren door de marechaussee verhoord en al zijn telefoontjes werden nagetrokken.

Defensie slaagde min of meer in zijn opzet. Door de onthullinkjes, gevolgd door ontkenningen, gevolgd door meer onthullingen, en nieuwe ontkenningen, zagen de meeste mensen door de bomen het bos niet meer. De media verloren hun interesse. De Haagse politiek deed niets, zo redeneerden ze, dus was het verhaal min of meer dood.

Dat er nu wellicht toch nog een parlementaire enquête komt is ironisch genoeg niet het gevolg van vasthoudende onderzoeksjournalistiek, maar van de behoefte van media om makkelijk te scoren. Oude feiten werden afgestoft, aangevuld met een enkel nieuw detail en vervolgens met veel fanfare opgedist als een schandaal. De feiten stonden zelfs al, zij het in een wolk van verhullend taalgebruik, in het debriefingsrapport van Defensie. De nieuwe minister van Defensie en de nieuwe Tweede Kamer hebben dit zoveelste relletje aangegrepen om eindelijk schoon schip te maken.

Wij van de media hebben niet veel reden onszelf al te zeer op de borst te kloppen. Een paar journalisten hebben vakwerk verricht; de meesten bleken lui, matig geïnformeerd en gezagsgetrouw. Ook Nederlandse journalisten hebben nog wel eens de illusie dat je de wereld kunt indelen in goed en kwaad, en denken dat wij vanzelfsprekend bij de eerste categorie horen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden