Jörg Haider in Triëst

Italië herdenkt 25 april zijn doden. Het leek de regio Triëst een goed idee om de politieke leider van de naburige Oostenrijkse provincie Karinthië, Jörg Haider, daarvoor uit te nodigen....

Het hoofd van de minister schreeuwt om een pet, zo'n grote zwarte. Zijn hele verschijning is geknipt voor een uniform. Als hij in zijn bureau poseert voor twee grote vlaggen, wordt hij een karikatuur, zo weggelopen uit Bertolucci's Novecento. Het gelaat ver strakt, de kin gaat omhoog. Sergio Dressi is van de postfascistische Nationale Alliantie en in het uiterste noordoosten van Italië verantwoordelijk voor Industrie en Toerisme.

'Geen enkele moeite' heeft de Italiaan met zijn buurman, de Oostenrijkse kanselierskandidaat en gouverneur van Karinthië, Jörg Haider. Met de collega uit Slovenië waren ze vorig jaar in Seoul voor het aanprijzen van hun drielanden-regio ten behoeve van de Olympische winterspelen van 2006. Helaas zou Turijn met de eer gaan strijken. Aan de heren Petric (Ljubljana), Haider (Klagenfurt) en Dressi (Triëst) kan het niet hebben gelegen.

de veelzijdigheid van onze regio, waar Slaven, Germa nen en Latino's vreedzaam samenleven, was een belangrijk en gewaardeerd verkoopargument', vertelt Dressi. En de Oostenrijkse buurman, die ook volgens Rome nationalistische vreemdelingenhater? Was er weerstand, zoals nu? Ken de men de rechtse populist?

Dressi: 'Dat alles speelde vorig jaar tijdens de werving om de winterspelen gek genoeg'geen enkele rol, terwijl zijn uitlatingen toen al algemeen bekend waren. Haider trad ongestoord tot ver buiten Oostenrijk op ten behoeve van ons project. Kennelijk hadden de Europese socialisten hem toen nog niet ontdekt als gemeenschappelijke vijand.

'Die uitlatingen van Haider - ik ken ze precies - veroordeel ik scherp, maar ze maken van hem nog geen neo-nazi. Ik vergelijk het met mijn reactie uit 1992, toen onze sociaal- en christen-democraten in corruptie ten onder gingen. Ik verklaarde toen dat er nog geen dubbeltje uit de zakken van Mussolini viel, toen hij aan zijn voeten werd opgehangen. Hij was niet corrupt, wilde ik maar zeggen. Maar ben ik vanwege die opmerking een fascist? Natuurlijk niet.'

De bewindsman - hij is tevens groothandelaar in fruit en bepleitte nog geen zeven jaar geleden annexatie van Istrië en Dalmatië - houdt kantoor aan de kade van Canale Grande, de binnenhaven van Triëst, hoofdstad van de gelijknamige provincie alsmede van Venetië Giulia.

Deze autonome regio van vier kleine provincies bemoeide zich eerder dit jaar op geheel eigen wijze met het electorale succes van Haider: als reactie op de boycot van de veertien eu-lidstaten, nam Venetië Giulia een motie aan, waarin zij zich solidair verklaarde met Haider.

De streek lijkt op Italië, maar ook weer niet. Hetgeen te verklaren is uit de aanwezigheid van talrijke vreemde overheersers. Julius Caesar, de Kelten, Atilla de Hun, de Ottomanen, Napoleon, de Habsburgers, de Duitsers, maarschalk Tito, de Amerikanen waren er en uiteindelijk, vanaf 1954, de Italianen. En nu Haider, lijkt het wel.

De aanhoudende opwinding die de leider van Oos tenrijks kleinste regeringspartij over de grens veroorzaakt, is in Italië ongehoord. Zelfs de tentoonstelling over keizerin Elisabeth die vanaf eind juli zou worden gehouden (de grootste ooit gehouden, belooft het cultureel instituut van Oostenrijk in Milaan) dreigt in het water te vallen. Terwijl het parkje rondom het standbeeld van Sisi voor het centraal station juist zo mooi wordt gerestaureerd.

Eind februari zag president Ciampi zich genoodzaakt in Triëst orde op zaken te stellen. Het Italiaanse staatshoofd eiste dat een einde aan het debat zou worden gemaakt. Triëst diende weer in de pas te lopen met Rome. Dus moest Oostenrijk worden geïsoleerd zolang Haiders Vrijheids partij in de regering zit, conform het besluit van de Europese Unie, aldus president Ciampi.

Hoewel het bezoek van de president aan de uithoek in het oosten zeer in de smaak viel, zijn oproep was aan dovemansoren gericht. 'Er is geen enkele reden om de heer Haider te boycotten', aldus Riccardo Illy, burgemeester van Triëst. Nog erger: Ciampi was nog niet weg of de provincie wierp zich op de vraag hoe ze voortaan haar doden uit de Tweede Wereldoorlog zou moeten herdenken.

Die kwestie is wegens de gecompliceerde geschiedenis van de stad nog steeds niet bevredigend opgelost. Haider heeft Triëst weer geconfronteerd met het verleden en heeft de stad opnieuw aan het denken gezet.

Sommigen zien de internationale aandacht voor Triëst als een vast gegeven dat helaas om de kwart eeuw van zich doet spreken; anderen vinden het geweldig ('de New York Times was u vandaag voor'); weer andere inwoners grijpen de aandacht aan om de stad nog eens neer te zetten als Europese metropool, een bijna vergeten scharnier tussen West-Europa en de aanstaande nieuwe leden van de Europese Unie, met name Slovenië en Hongarije.

Riccardo Illy (44) behoort tot de laatste categorie. Als zoveel Italiaanse burgemeesters bestuurt hij zijn stad alsof het zijn koninkrijk is. Hij heeft lak aan de directieven van de centrale overheid, maar heeft tegelijk als lokale stemmentrekker veel landelijke invloed. Illy heeft een eigen lijst, links van het midden, min of meer d66. Van de bestaande partijen wil hij niets weten. Hij vertrouwt ze 'geen van alle' en is daarom 'politiek onafhankelijk'.

Financieel is hij het zeker. Hij is grootaandeelhouder en nog steeds vice-president van Illy, door kenners het beste koffiemerk van Italië genoemd en in de export op gelijke hoogte met modenamen als Armani, Gucci of Fendi. Tijdens zijn herverkiezing in 1998 was bovengenoemde Dressi zijn (rechtse) tegenkandidaat. Illy won met straatlengte voorsprong.

'Haider? Als ik vroegere uitlatingen van Italiaanse politici serieus moet nemen, blijft er voor mij niemand meer over', is de binnenkomer van Illy. 'Laten we eerst eens afwachten hoe Haiders partij zich in de praktijk gedraagt. Gezien zijn kwalijke opmerkingen uit het verleden moeten we opletten, zeker. Wij beoordelen politici echter op hun daden.'

Ruwweg vijf eeuwen lang, tot het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918, maakten Triëst en omgeving met enkele onderbrekingen deel uit van de Donau-monarchie. 'En Europa wil ons nu vertellen dat wij de heer Haider, democratisch gekozen regeringsleider van onze buurprovincie Karinthië, moeten boycotten. Dat is absurd.'

Op het majestueuze Plein van de Italiaanse Eenheid, met uitzicht op de enige zeehaven van wijlen het Habsburgse rijk, heeft Illy het partijprogramma van zijn vriend Haider bij de hand, in twee talen. Op het stadhuis is desgewenst ook een Sloveense vertaling te verkrijgen. 'Kunt u daar ook maar één racistisch of anti-democratisch standpunt in ontdekken? Immigratiestop? Kan ik me wel iets bij voorstellen als er ruim een miljoen immigranten en enige duizenden illegalen leven op een bevolking van acht miljoen.'

Zelf kan Illy wel wat immigranten gebruiken. Jaarlijks verlaten nog steeds zo'n drieduizend vooral jongere bewoners de stad, waardoor de bevolking de afgelopen jaren is geslonken tot 230 duizend. Van hen is een kwart ouder dan 65 jaar. Niet minder dan 47 procent van de beroepsbevolking is bovendien met vervroegd pensioen. Gemiddeld zal Triëst, zo vermoedt Illy, de oudste inwoners ter wereld hebben. Geen wonder dat de aanwezige jeugd, vergeleken met andere Italiaanse steden, een wat ouwelijke indruk maakt. Maar dat terzijde.

Haider had in januari, vlak voordat in Wenen het coalitie-akkoord zou worden gesloten waarmee zijn partij regeringsverantwoordelijkheid kreeg, naar Triëst zullen komen voor een Italiaanse uitvoering van Wagners Siegfried. Op uitnodiging van Illy, tevens directeur van de lokale opera. De burgemeester: 'Gezien de internationale ophef leek het hem beter thuis te blijven. Daar had ik begrip voor.'

In de krakende gang van Al Teatro, een antieke herberg die evengoed in Boedapest of Wenen had kunnen liggen, oefent een Oostenrijks strijkorkest nog een keer een wals van Strauss. De volgende zondag, is er een gecombineerd Duits-Oostenrijks galaconcert in een van de pronkzalen van Triëst direct aan de waterkant, druk bezocht door vooral de oudere inwoners van de stad, van wie nog velen een vage verbondenheid voelen met het vergane keizerrijk: bontjas, smoking, een merkwaardig Italiaans dialect en beschaafd applaus voeren de boventoon.

Het contrast kan niet groter zijn: in hetzelfde weekeinde wordt in Triëst de komst aangekondigd van een monnik uit het zuiden van Italië die over wonderbaarlijke krachten zegt te beschikken. De man is 'gestigmatiseerd': hij draagt dezelfde wonden als de gekruisigde Jezus. Handen en voeten zijn doorboord en hij heeft de afdruk van een crucifix op het voorhoofd.

Katholieken, protestanten, joden, moslims, Servisch-orthodoxen, hindoes en alle overige Triësters storen zich niet aan dergelijke manifestaties. Triëst staat voor tolerantie, een havenstad van een voormalig wereldrijk waardig. Er zijn niet tien, maar twaalf begraafplaatsen voor de verschillende geloofsgroepen. De orthodoxe kerk steekt menig roomse kathedraal in Italië naar de kroon, de lokale synagoge is nog steeds de grootste van Europa.

'Dat hele gedoe om Haider kan ons lelijk opbreken', zegt Illy (protestant). De entrepeneur/politicus heeft de volgende theorie, niet geheel nieuw maar voor Triëst een ramp als het waar is: 'Europa wil helemaal geen uitbreiding en kampt zelf - Frankrijk en België voorop - met rechts-extremisme. Haider zal wellicht het excuus blijken om Slovenië, Polen, Hongarije en later Kroatië buiten de deur te houden. Zolang het vuiltje in Wenen niet is opgelost, komt er geen uitbreiding van de Europese Unie.'

Inmiddels is Triëst, de noordelijkste havenstad in de Adriatische Zee, met subsidie uit Rome en Brussel aangesloten op een modern spoor- en wegennet waarmee geheel Midden- en Oost-Europa kan worden bestreken. Oosten rijk is zeventig kilometer verwijderd, Slovenië ligt met een afstand van vijf kilometer naast de deur. 's Zomers bevindt de Italiaanse jeugd uit Triëst zich op het strand van Kroatië. Illy: 'Open grenzen horen bij onze traditie.'

Wat de inwoners van Triëst en omgeving, tot in Oostenrijk, Slovenië en Kroatië toe, nog moeten oplossen is de wijze waarop de slachtoffers van de Tweede Wereld oorlog worden herdacht. Het is een al decennia sluimerend dispuut, dat door de aangekondigde komst van Haider naar het voormalige concentratiekamp San Sabba in Triëst opnieuw is opgelaaid.

Risiera di San Sabba, een oude rijstfabriek in een buitenwijk van Triëst, werd direct na de Duitse bezetting eind 1943 - de regio werd officieel ingelijfd in het Derde Rijk - een concentratiekamp. Het enige dodenkamp van de nazi's op Italiaanse bodem: circa vijfduizend mensen, hoofdzakelijk joden en partizanen, werden vermoord en verbrand in het crematorium van San Sabba. De hoofddaders, twee ss'ers uit Munchen en Hamburg, stonden terecht en werden in 1976 veroordeeld.

Enkele kilometers van het kamp verwijderd, omhoog richting het Karstgebergte, bevindt zich de Foiba di Basovizza, een zevenhonderd meter diepe, natuurlijke schacht, met een macabere inhoud. Op de bodem liggen tientallen kanonnen van het voormalige keizerlijke leger dat aan het einde van de Eerste Wereldoorlog werd verslagen. Bovenop dit geschut bevinden zich de stoffelijke resten van een onbekend aantal mensen; enige duizenden is de meest geaccepteerde schatting.

De derde laag bestaat uit tonnen munitie van de Wehr macht, na de Tweede Wereldoorlog op de lijken gedumpt. De schacht werd in de daarop volgende jaren volgestort met huisvuil en bouwafval. Het geheel is thans afgedekt met een grote betonnen gedenkplaat. Tientallen jaren is min of meer verzwegen wat er zich echt onder de grond bevond. Ook om al te veel problemen met buurman Tito te vermijden, maar vooral vanwege intern Italiaanse gevoeligheden: de communisten wilden er niet over praten.

Het drama van de Foiba di Basovizza doet in gruwelijkheid niet onder voor San Sabba. Als eersten arriveerden in Triëst in 1945 de troepen van Tito. Ze bleven er precies veertig dagen, totdat de Amerikanen en Britten het bevel overnamen.

Duizenden vermeende Mussolini-fascisten en handlangers van de Duitsers - Italianen, maar ook Slovenen en Kroaten - werden in die korte periode door het Joego slavische bevrijdingsleger met grote willekeur opgepakt en aan de rand van de schacht zonder proces gefusilleerd. Een onbekend aantal slachtoffers werd levend naar beneden gegooid.

Nog steeds, anno 2000, is de Italiaanse justitie op zoek naar ex-Joegoslaven die voor de massamoord aansprakelijk kunnen worden gesteld. In Rome loopt al jaren zonder enig uitzicht op een bevredigende uitkomst een proces tegen een bejaarde Kroaat, die volgens inmiddels al overleden getuigen bij de executies betrokken was.

'Waar blijft het excuus van Joegoslavische zijde voor deze moordpartij?', zegt minister Dressi.

Waarmee we weer bij Haider zijn beland. De Oosten rijker werd in februari door het regiobestuur officieel uitgenodigd naar San Sabba te komen. Daar kon hij boete doen voor zijn foute uitlatingen. De jeugdige rabbijn van Triëst, Umberto Piperno, had het idee in een kranteninterview geopperd. De gevolgen waren spectaculair.

Op last van Israël werd een reis van de economische consul naar Triëst afgebroken en vanuit Rome liet premier D'Alema weten dat Haider niet welkom is. In plaats van de gouverneur van Karinthië komt de Italiaanse minister-president zelf naar Triëst, op 25 april, de Italiaanse bevrijdingsdag. Hij bezoekt San Sabba en de Foiba. Haider laat zich niet uit het veld slaan. De uitnodiging staat, liet hij in maart weten.

Van rabbijn Piperno is sindsdien niets meer vernomen; zijn telefoon heeft hij moeten afsluiten. Voorzitter Wiesenfeld, overlevende van twee Poolse nazi-kampen en door de commotie zichtbaar aangeslagen, weigert 'het onderwerp Oostenrijk' te bespreken. In de synagoge vertelt hij niettemin uitgesproken tegenstander te zijn van een ceremonie, waarin de slachtoffers van San Sabba en de Foiba gezamenlijk worden herdacht. 'Het zijn twee verschillende grootheden, die nooit met elkaar kunnen en mogen worden vergeleken.'

Burgemeester Illy meent dat er een herdenking voor alle doden kan komen, die dan niet op nationale bevrijdingsdag moet worden gehouden. Zo zou Triëst tot uiting kunnen brengen dat het zijn eigen geschiedenis heeft. Dit gaat de rechtse oppositie van mensen als Dressi weer veel te ver. De organisatie van ex-gedeporteerden en anti-fascisten is verbolgen. Landelijk voorzitter Vascotto: 'Handen af van de publieke manifestatie in San Sabba op 25 april. Wij kunnen nooit meedoen aan een ceremonie bij de Foiba.'

President Ciampi, tot 1943 soldaat van Mussolini, daarna met de geallieerden strijdend tegen de fascisten, voelt wel iets voor een gezamenlijke ceremonie, als het maar op 25 april blijft en zonder de boze buurman uit Oostenrijk. De Sloveense minderheid, circa vijftien procent van de bevolking, ondersteunt Illy.

'Een rare stad', meent Gianfranco Misan, een van oorsprong Griekse jood, wiens voorouders eind vorige eeuw naar Triëst emigreerden. Zijn boekenantiquariaat ligt in het voormalige getto van de stad. Hij laat de stamboom van z'n familie zien: de meesten eindigden via San Sabba in Auschwitz. Misan zou wensen dat Triëst eindelijk weer de wereldstad werd die het ooit was en zich meer zorgen zou maken om de economie dan de ingewikkelde geschiedenis.

Volgt een anecdote die je niet kunt verzinnen. Een van Misans beste vrienden, eveneens gelovig joods en eigenaar van een antiquariaat, woont over de grens in het Oos tenrijkse Villach. Vaste klant: Jörg Haider. Misan: 'Een heel intelligente man en iemand met humor. Ik praat geregeld met hem. Ik denk dat we nog vaak van hem zullen horen. Een keer stak hij twee vingers onder z'n neus, en imiteerde het Hitler-snorretje. Ik liet hem mijn zil-veren Davidsster zien. We hebben gelachen. Niets aan de hand.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden