Joop Braakhekke: 'Ik heb een fantástisch leven gehad'

Interview Joop Braakhekke

'Ik heb een fantástisch leven gehad.' Dit zei Joop Braakhekke op 18 november in zijn laatste interview, in het Volkskrant Magazine van aanstaande zaterdag. Het blad was al naar de drukker toen donderdag het overlijden van de tv-kok bekend werd. Op de dag van het interview was Braakhekke zwak, en een heel stuk dunner, maar ook optimistisch. Hij vertelde over de experimentele kankerbehandeling die hij onderging, immuuntherapie, waar hij 'heilig' in geloofde. Op de tekst van het interview had hij geen aanmerkingen, liet hij op 28 november nog weten in een sms'je. 'Als jij tevreden bent, ben ik het ook.'

Beeld Gerard Wessel

Vier dagen na het interview, een sms van Joop Braakhekke: 'Is het een kluif?

'Volgende bericht: 'Maak je er geen larmoyant verhaal van?'

Daarna: 'Wanneer moet de foto worden gemaakt? Ik zie er niet op mijn florissantst uit, maar misschien is er met photoshopping wel iets van te maken, haha!'

Het gaat niet goed met Braakhekke (75). In mei werd hij 'schoon' verklaard, maar in september kreeg hij een noodlottig bericht: de alvleesklierkanker was terug, met uitzaaiingen in de lever en longen. 'Ik heb flink op m'n donder gehad', vat hij de afgelopen maanden samen, waarin complicatie op complicatie volgde. Hij weegt nog 65 kilo. 'Je moet wel hard zijn en veel van het leven houden, hoor, wil je overeind blijven. Ik zeg wel eens: de IS is in me geslopen. Dat geeft me motivatie.'

Hij had zich de jaren na zijn pensioen natuurlijk heel anders voorgesteld, zegt Braakhekke, op opgewekte toon. 'Ik ben een zeiler, ik ben gek van boten. Ik dacht: na mijn pensioen zeil ik leuk langs de kust naar Bretagne. Ik had nog wel willen optreden, een voorstelling over mijn leven, met liedjes, want ik kan aardig zingen. Ik was bezig met een YouTube-kanaal waar ik zou laten zien hoe je simpele gerechten maakt: de ultieme bolognesesaus, een leuke mayonaise.'

Het liep anders: na het afscheid van zijn Amsterdamse restaurant Le Garage ondergaat Braakhekke in 2014 een hartoperatie en krijgt hij vijf bypasses - zijn aderen bleken voor 99 procent dichtgeslibd. Een jaar later volgt de diagnose alvleesklierkanker, 'in wezen de ergste vorm van kanker die je kunt hebben', zegt Braakhekke. Slechts 10 procent van de patiënten geneest.

Braakhekke blijft ondernemer, zegt hij, en zo benadert hij ook zijn gezondheid. 'Een ondernemer zit nooit stil, z'n kop gaat altijd maar door: hoe kan ik de markt bewerken, een aandeeltje pakken? Ik weet inmiddels dat je veel zelf moet uitzoeken omdat elk ziekenhuis eigen protocollen heeft. We hebben geweldige medici in Nederland, maar ze werken niet sámen. Bij het VU-ziekenhuis werd gezegd: het enige wat we voor je kunnen doen, is chemo. Dus toen ben ik verder gaan kijken.'

Hij kwam terecht bij de Rotterdamse hoogleraar Casper van Eijck, werkzaam in het Erasmus-ziekenhuis en een wereldwijde autoriteit op het gebied van pancreaskanker - hij behandelde ook Steve Jobs. Van Eijck vertelde Braakhekke dat er wél meer mogelijk was dan chemo: immuuntherapie, namelijk, een relatief nieuwe behandeling die erop gericht is het eigen afweersysteem de kanker te laten bestrijden. Zijn behandeling wordt nog niet vergoed, Braakhekke moet ervoor naar Duitsland en betaalt de benodigde 50 duizend euro zelf. Of de behandeling aanslaat, is nog onduidelijk.

Braakhekke: 'Van Eijck is een man zoals we er meer zouden moeten hebben, zeer empathisch, zeer begaan, via zijn stichting strijdt hij voor meer onderzoek naar deze behandelmethode. Ik geloof heilig in die immuuntherapie, maar dat het in Duitsland moet, is natuurlijk van de gekke. Jullie van de pers schrijven van hiep hiep hoera over onze medische zorg, maar ze zijn hier in Nederland zo onflexibel als de pest. Ik vind dat de politiek alerter zou moeten reageren op zo'n nieuwe methode, want kanker is volksziekte nummer één. Het is net de Jumbo als je in het ziekenhuis komt, ze staan in de rij.'

Als AVRO's Kookgek werd Braakhekke in de jaren negentig bekend bij een groot publiek en van zijn kookboeken verkocht hij 800 duizend exemplaren. Maar hij ziet zichzelf vooral als een van de laatste beoefenaars van een 'helaas' uitstervend beroep: dat van restaurateur, gastheer in zijn eigen restaurant. 'Als kok ben ik helemaal niet bijzonder. Maar ik heb een enorm inlevingstalent, ik voel wat de gast wil. Met het wijken van het restaurateurschap zijn de chefs opgekomen - topchefs die zogenaamd óók restaurateur zijn, wat eigenlijk helemaal niet kan. Leuk hoor, al die technieken die ze beheersen, erg interessant, maar om het ultieme eten gáát het natuurlijk helemaal niet. Het gaat om de gást, die moet zich thuisvoelen, en dat is de taak van de restaurateur. Ik stond in Le Garage altijd aan de bar, kijken wie er binnenkwam. Ik kon het inschatten als de beste. Zit daar een fles Pétrus in of wordt het huiswijn? Is die man met z'n vriendin of met z'n vrouw? Als ik hier thuis zat met Wim had ik vaak helemaal geen zin om naar de zaak te gaan, maar du moment dat ik er een voet over de drempel zette, was het alsof ik op het theaterpodium stond. Dan was ik vrolijk, maakte ik grapjes. Ik heb er veel voor gelaten, hoor. Zo veel concerten en voorstellingen waar ik kaartjes voor had, heb ik laten lopen, omdat ik vond dat ik in de zaak hoorde te zijn - die instelling zie je haast niet meer tegenwoordig.'

Braakhekke met André van Duin. Beeld Privéarchief

CV Joop Braakhekke

11 april 1941 Geboren in Apeldoorn.
1968 Begint na de hotelschool in Maastricht zijn eerste restaurant, Le Philosophe in Apeldoorn.
1993-2000 Presentator Kookgek (en diverse spin-offs) bij de AVRO, verkoopt 800 duizend exemplaren van Kookschrift van een kookgek.
1979-1993 Restaurant-manager De Kersentuin in Amsterdam.
1984 Michelinster voor De Kersentuin.
1990 Opening Le Garage in Amsterdam.
2012 Braakhekke verkoopt tweederde van zijn aandelen in Le Garage.
2015 Uitgave feestelijk boek ter ere van het 25-jarig bestaan van Le Garage.

Voor meer informatie over de stichting van arts Casper van Eijck, zie: supportcasper.nl

Wanneer was u voor het laatste in Le Garage?

'O, heel lang geleden. Jeetjemina, ik denk wel een maand geleden. Hij moet het nu maar doen, mijn opvolger Erwin Walthaus (voor de overname al decennia sommelier in Le Garage, red.). Ik kom er überhaupt niet meer zoveel, want hij doet het heel anders dan ik. Ik vind hem geen ondernemer. En dan klinkt het net alsof ik lelijk wil doen, maar dat is niet zo, want het is een leuke vent en een zéér groot sommelier. Maar ik vind dat hij te veel overlaat aan anderen. Hij zegt dan: daar heb ik mijn mensen voor, maar ik vind dat een gastheer er gewoon moet zijn. Want de gastheer is de spil. Vroeger heette elk restaurant Chez Jean of Chez Pierre en dan ging je naar Jean of Pierre. Vroeger gingen de mensen naar Joop. Dat is de oorsprong. Die oorsprong moet je niet vergeten.'

Ron Blaauw zegt in het boek over Le Garage: 'Joop had de hinderlijke gewoonte om van alles te snoepen. De kip moest nog door en dan stond hij met die kleine grijpgrage vingertjes er al de krokante stukjes vanaf te trekken - en dan zo terugleggen dat je er niks van zag.'
'Ja, nou ja, ik controleerde natuurlijk veel. Ik stond altijd aan de pas, zoals dat heet, waar de gerechten langskomen en ja, ik proefde wel. Al kan ik eigenlijk ook met het blote oog wel zien of een gerecht goed is ja of nee.'

Braakhekke met Freddy Heineken. Beeld Privéarchief

Wat is het lekkerste wat u ooit heeft gegeten?

'Dat kan ik niet zeggen, want ik heb onnoemelijk veel gerechten gegeten bij onnoemelijk veel grote chefs. Ik ben niet zo van de gedoekeuken die nu zo in zwang is, zal ik je eerlijk zeggen. Allemaal gedoetjes op een bord en die moet je dan zelf bij elkaar op je vork zien te krijgen. Dat is geen koken, vind ik. En je kunt geen gesprek voeren, omdat er steeds iemand aan tafel staat om uit te leggen dat je bietenpoeder of weet ik veel wat op je bord hebt liggen. Maar als ik dan iets moet noemen wat ik magnifiek vond, dan een gerecht dat ik bij Richard van Oostenbrugge in Bord'Eau heb gegeten. Een langoustine, ik ben gek op langoustine, met een saus die je niet zag! Het was net glas. Ik dacht: o god, er is geen saus bij. Maar wel dus. Wonderschoon.'

Bent u daar dan nog jaloers op, in de zin van dat u het zelf gemaakt had willen hebben?
'Nee, omdat ik mezelf helemaal niet als kok zie. Mijn chef in restaurant De Kersentuin, Jon Sistermans, zei altijd: 'Je kookt als een huisvrouw.' En dan zei ik: 'Dat klopt, want daar doe ik het ook voor.' Dat was mijn missie.'

Koken voor huisvrouwen?
'Ja, natuurlijk! Ik wilde ze weer aan het koken zien te krijgen. Vooral de jongere generatie kan niet koken. Ze hebben geen smaak, koken uit pakjes. Ik zie het probleem hier thuis ook, Wim moet nu koken omdat ik ziek ben en hij is compleet in paniek. Ik zeg: 'Maar je kunt toch wel wat gesneden lof in een pannetje met boter doen en de deksel erop?' Het is gewoon een kwestie van je interesseren in de materie. Die fabrieksrommel, ik heb het in het ziekenhuis gegeten, getver. Dáár ga je nou dood aan.'

Met Stonesvoorman Mick Jagger. Beeld Privéarchief

Kijkt u nog wel eens naar kookprogramma's op tv?

'Jazeker, naar Nigella Lawson, naar de Australische Masterchef en naar dat lieve mevrouwtje Yvette van Boven. Ik vind haar ideeën ongelooflijk leuk, maar het is wel een beetje truttig gedaan.'

Uw eigen programma wordt nog steeds herhaald, op nostalgiezender ONS. Op Facebook plaatste u een boos bericht omdat u geen uitnodiging ontving voor het Televizier Gala.
'Ach, dat is een stoute opmerking van mij geweest. Maar ergens irriteert het me natuurlijk wel. Ik ben een van de grootste kookboekenverkopers van het land, maar denk maar niet dat ik ooit voor het Boekenbal ben uitgenodigd. Ik vierde glorie met mijn programma bij de AVRO, trok een miljoen kijkers. Toen kwam er een nieuwe directeur die mijn programma geen cultuur vond en uit was de pret. Respectloos.'

Wat ziet u in uw werk als uw grootste verdienste?
'Die heb ik niet en dat interesseert me ook niet. Ik heb op jonge leeftijd bij toeval geroken aan het zenboeddhisme. Daar zouden we allemaal eens aan moeten ruiken, want daar kunnen we wat van leren. Zenboeddhisten doen niet iets óm iets, ze doen alleen. Wij in het westen doen iets om applaus te krijgen, om meer geld, om nog een Jaguar erbij. We zouden wat tevredener moeten zijn.'

Met Adèle Bloemendaal rond Kerst. Beeld Privéarchief

Is het u gelukt om te leven als zenboeddhist?

'Nee, omdat dat gedachtenpatroon niet in het westen past. Als je hier in huis om je heen kijkt, denk je ook: wat een rijkdom, wat een luxe. Natuurlijk. Maar dat betekent niet dat ik niet zonder zou kunnen.'

Maar als ik u vraag naar wat u ziet als uw grootste verdienste, kunt u in alle eerlijkheid zeggen dat u daar nooit over heeft nagedacht?
'Ja. Als ik westers denk, dan zou het antwoord zijn dat Sistermans en ik bij De Kersentuin in 1984 een ster kregen van Michelin. Omdat dat leuk is, niet vanwege de verering, maar om het feit dat daarmee werd uitgedrukt dat ik goed functioneerde in mijn vak.'

Uw partner Wim Nijkamp, met wie u samen Le Garage begon, zei: Joop is in wezen een verlegen mens.
'Ja. Ik hoef eigenlijk niet zo nodig op de voorgrond. Op de zaak was ik de vrolijke restaurateur, thuis was ik zoals Toon Hermans thuis was; een denker, geen vrolijke man.'

Met acteur Albert Mol. Beeld Privéarchief

Joop Braakhekke groeide op in Apeldoorn, zijn moeder was operettezangeres en zijn vader belastinginspecteur. 'Een klein romantisch dikkerdje', zo omschrijft hij zichzelf als jongetje. 'Mijn jeugd was enig, met twee prachtige ouders, van wie ik veel liefde heb gehad. Mijn moeder was een stads wijf uit Amsterdam, die trok zich van niemand iets aan. Van lappen maakte ze onze kleren, want geld hadden we niet en ze maakte onze broeken dan nét iets korter, zodat we er net even leuker uitzagen dan anderen. Enig. Mijn vader was veel behoudender. Een filosoof, ook. Hij vond het mensdom maar niks, zag altijd beren op de weg. Helaas. Wim is ook een beetje zo. Mijn moeder en ik waren nooit zo van dat zware. Ik ken geen angst. Er is altijd een oplossing.'

Hoe kwam het dat u een dikkerdje werd?

'Dat had zuiver met mijn trage stofwisseling te maken. En misschien werd ik een beetje verwend. Ik was op een gegeven moment zo abnormaal dik dat ik in Leiden onder behandeling moest. Ik had borsten en mijn dijbenen schuurden stuk, zo dik. Mijn vader dacht dat ik een schildklierprobleem had. Bleek niet zo te zijn.'

Het is niet leuk voor een kind om dik te zijn, toch?
'Jawel hoor. Ik heb daar nooit last van gehad. Je kan overal iets negatiefs van maken, maar je kan ook overal iets positiefs van maken. Ik was een soort Dik Trom. Toen ik op het gymnasium zat, wist ik: als ik er niet bij ben, gaat het feest niet door. Ik ben nooit gepest. Dat was er toen niet bij, in die tijd. We waren blij met wat we hadden.'

Romantiseert u die tijd nu niet een beetje?
'Nee hoor. Je moet niet vergeten dat de wereld enorm is veranderd. Ik ben in de oorlog geboren. Het mooie daarvan is dat de periode daarna een wederopbouwperiode was. Zoals een bij zat van honing kan zijn, waren de mensen in die tijd zat van positiviteit. De creativiteit was enorm, het saamhorigheidsgevoel groot. Welvaart heeft in de decennia daarna niet veel goeds gebracht, vind ik. Naar het nieuws kijk ik ook liever niet. Wim kijkt veel naar de televisie, maar ik kan het niet meer zien. Aleppo, de triestheid, dat wij mensen zo diep gezakt zijn, dat we zo weinig om levens geven. En dan die Zwarte Piet-discussie, dat is toch van de gekke? Ik heb nog nooit zoiets krankzinnigs meegemaakt.'

Braakhekke met Joan Collins. Beeld Privéarchief

U post er veel over op Facebook. Kunt u zich niet voorstellen dat Zwarte Piet beledigend is?

'Ik begrijp niet hoe iemand het woord slavernij nog in de mond durft te nemen. Dat is zo lang geleden. Tegenstellingen en wrijving heb je altijd, maar dat heeft met slavernij niets te maken. Het is nota bene een kinderfeest - kinderen weten niet eens wat het is, slavernij. En driekwart van de bevolking is voor Zwarte Piet.'

Misschien zijn dat vooral witte mensen die geen last hebben van Zwarte Piet.
'Ja, maar hoe lang hebben we Zwarte Piet niet al in ons midden? En nu ineens, in 2016, hebben mensen er last van? Ik geloof er niks van. Dat racisme, dat wordt allemaal opgejut door links. Ik heb in mijn vak altijd met buitenlanders gewerkt. Ik ben dol op Surinamers, de leukste mensen die er zijn. En Turken en Marokkanen zijn mensen uit culturen die ik zeer hoog acht. Het wordt allemaal zo overdreven. Moet je maar eens in een ziekenhuis gaan liggen, daar loopt personeel van alle afkomsten. Daar maak ik graag een lolletje mee, ik geef ze respect om dat wat ze doen, en ze doen alles voor me. Niks geen problemen, helemaal niet. Niks geen slavernij. Dus daar kan ik me druk om maken, ja, om het feit dat dingen niet oprecht en met gevoel voor de realiteit bekeken worden. Ik ben zelf homo en ik heb nooit, nooit, nooit ergens last van ondervonden. Zolang je je maar normaal gedraagt, is er niks aan de hand. Ik kan me niet voorstellen dat iemand mij ooit 'die dikke ouwe homo' zou noemen, echt niet. En anders heb ik het in ieder geval niet geweten.'

Met Sarah Ferguson, ex van de Britse prins Andrew. Beeld Privéarchief

Heeft de laatste paar jaar, waarin u ziek was, uw manier van kijken naar de wereld veranderd?

'Ja. Mijn kijk is er niet positiever op geworden.'

Terwijl u volgens uw vrienden een positief mens bent.
'Ik heb een enorm rechtvaardigheidsgevoel, ik kan niet tegen spelletjes en ik zou absoluut ongeschikt zijn voor de politiek. Die draait om eigenbelang, om ego's. Ik ben triest over de staat van de wereld. De mensen zijn hard en zorgen niet voor elkaar. Ik ben opgevoed met het idee dat het leven een sprookje is, maar dat is het niet.'

Uw moeder leeft nog steeds, ze is dit jaar 106 geworden.
'Ze woont in een huis van ons in Hindeloopen en ze krijgt 24 uur per dag zorg. Ze leeft als een koningin. Wij zijn uitverkorenen, dat besef ik. Maar ik heb mezelf wel tot uitverkorene gemáákt.'

U heeft een bijzondere band met uw moeder.
'Ja, maar geen nichtenband. Ik ben niet die ouwe homoseksueel met zijn moeder, ik ben gewoon een man die van zijn moeder houdt.'

U bent wekelijks bij haar in Friesland, u kamt haar haar.
'Omdat die vrouw daar gelukkig van wordt. En het is mijn vak mensen gelukkig te maken. Ik laat me niet tegenhouden door schaamte.'

Met zanger René Froger. Beeld Privéarchief

Is de band met uw moeder door de jaren heen veranderd?

'Ja, want die band is niet altijd even goed geweest. Mijn moeder is een artieste, een lastig wijf. We botsten wel, vroeger, maar als ik nu bij haar kom, knuffel ik haar bijna dood. Terwijl ik nooit van knuffelen heb gehouden. Die blokkade is weg. Ik vind knuffelen met haar nu ook echt fijn.

Ze is dementerend. Weet ze dat u ziek bent?
'Het is maar goed dat we op tijd naar de geriater zijn gegaan, want anders was ze nu hartstikke gek geweest. Ik denk dat ze voelt wat er met me aan de hand is. Ik moet er niet aan denken dat ze mij zou overleven. Een nachtmerrie. Ik doe er werkelijk alles aan om dat te voorkomen.'

Braakhekke schenkt nog een kop thee in en eet een bonbon. Partner Wim Nijkamp komt terug van het boodschappen doen. 'Hé, daar is Wim. Je kan Wim nog wat vragen, als je wil.' Pesterig: 'Wihim! We hebben het over jou. Wim en ik hebben veel raakvlakken, hoor, kunst bijvoorbeeld.' Hij wijst naar drie kleurrijke portretten aan de muur van hun bovenhuis aan het Vondelpark, van 'de grote Franse schilder Armand Avril', favoriet bij allebei. De verzameling fallussen op de schouw is dan weer van Wim, 'een museale collectie, uit Azië en Afrika.'

Joop: 'Je ziet dat ik van karikaturen houd.'

Wim: 'Heb je het nu over mij?'

Joop: 'Nee, over die drie vrouwen van Armand Avril.'

Wim: 'Dat zijn geen drie vrouwen, hoor.'

Joop: 'Wel waar.'

Wim: 'Nee, die laatste is een man. Dat zie je toch. Een mannenkop. Dat ziet Joop dan weer niet.'

U bent onlangs in het huwelijk getreden.
'Nee, we hebben ons geregistréérd, Wim en ik, omdat mijn gezondheid ineens zo snel achteruit leek te gaan. En het is belangrijk dat ik Wim zo goed mogelijk achterlaat. De ceremonie werd gehouden in het ziekenhuis, met een paar vriendinnen. Ik wilde er geen tralala van maken. Voor mij is het iets zakelijks, maar Wim vond het heel bijzonder. Dat vond ik wel geestig. Wim was gewoon zenuwachtig. Ik heb alle slangen eruit laten halen en een mooi pak aan gedaan, maar ik zag er niet uit.'

Met schilder Karel Appel. Beeld Privéarchief

Vond u het geen emotioneel moment?

'Nee, daar ben ik te nuchter voor. We zijn al 45 jaar bij elkaar. Ik voelde me al getrouwd, anders was ik wel weggegaan. Ik zie onze verbintenis als een zakelijke overeenkomst.'

U noemt Wim ook niet uw man.
'O nee, afschuwelijk. Daar houden we allebei niet van. Wim is mijn partner. Het huwelijk is iets voor mannen en vrouwen. Ik heb ook absoluut nooit kinderen met Wim gewild.'

Dat vindt u niets voor twee mannen?
'Nee. Daar ben ik expliciet in. Ik durf het bijna niet te zeggen, want voor je het weet word je tot een ouderwetse lul bestempeld, maar ik vind dat de natuur de wetten bepaalt. Een man en een vrouw zijn er voor de voortplanting, een kind heeft de warmte van een moeder nodig. Ik heb het nooit jammer gevonden, want het homoleven geeft veel vrijheid.'

Wat is het geheim van goede langdurige relatie?
'Elkaar iets gunnen. En elkaar de ruimte geven. Hoeveel ruimte? Veel ruimte. Want de wereld is groot. Niemand heeft z'n ogen in z'n zak zitten, dus het is best logisch dat je in 45 jaar eens iemand anders tegenkomt. We hebben allebei relaties buiten onze relatie gehad. Maar als dat onze relatie met elkaar in gevaar dreigde te brengen, wat best wel eens gebeurde, dan kapten we het af en kozen we toch voor elkaar. Diep van binnen, daar kun je misschien niet eens bij, hebben we altijd geweten dat we bij elkaar wilden zijn.'

U stond ook wel eens tegen elkaar te schreeuwen in Le Garage, hoorde ik.

'Dat was ook wel een beetje toneelspel, hoor. Als het saai was, zorgde ik dat er iets gebeurde. Ik ben licht ontvlambaar, dus dan hield ik me niet in.'

Scenarist Frank Houtappels beschrijft in het boek over Le Garage de volgende scène van een paar decennia geleden. Hij ligt in bed met uw partner Wim en u komt de slaapkamer binnen met een bos bloemen in uw hand en zegt: 'Wim! Wat doe je nu?' Bleek dat die bos bloemen voor uw éigen vriendje was die in de kamer ernaast lag te slapen. Daarna vormden jullie gevieren 'een wonderlijk stel'.
'Ja, Frank was een vriendje van Wim. Het gaf wel een bepaalde spanning natuurlijk, om zo te leven. Maar het gaf ook verdriet, daar zal ik niet over liegen. Natuurlijk gaf het verdriet.'

Vanwege de jaloezie?
'Eerder gekwetstheid. Ik voelde me wel eens gekwetst, niet gerespecteerd in mijn gevoelens. Andersom was dat minder, denk ik. Wim zit nu eenmaal anders in elkaar, hij is wat stouter dan ik. Tsja. Dat moest ik leren accepteren, ik moest het hem gunnen, en dat heb ik gedaan. Bij ons is openheid altijd de basis geweest, er is nooit iets stiekem gebeurd. Wim vertelde mij over een nieuwe verovering als een kind dat net een nieuwe bromtol of een pop gekregen had. Ik heb me gek gelachen.'

Ben je dan nog wel geliefden, of meer kameraden?

'Wat betekent het als je elkaars geliefde bent? Zoals een gerecht onderdeel is van een bezoek aan een restaurant, is seks onderdeel van een relatie - natuurlijk. Maar als ik dan mijn eigen relatie bekijk, en misschien zeg ik nu iets geks, denk ik dat je ook zonder seks elkaars geliefde kunt zijn.'

En seks gebeurt dan buitenshuis?
'Ja, als een soort neus snuiten. Ik denk dat je prima geliefden kunt zijn zonder seks, maar voor de meeste mensen is dat vast niet genoeg. Die willen alles tegelijk. Ik denk echt dat het tussen mij en Wim voorbestemd is geweest. Want ik werd ooit eens écht stapelverliefd op een ander, maar die man bleek hetero.'

Tsja, dan houdt het op.
'Waarom? Het is een goede vriend geworden.'

Maar hij had nooit uw geliefde kunnen zijn, toch?
'Je moet niet zo bekrompen denken! Dat moet jij misschien nog leren, maar in elke relatie bestaat er ruimte. Alleen: mensen gebruiken die ruimte niet. Ik snap ook niet dat mensen tegenwoordig zo snel op elkaar uitgekeken raken, dat er jonge mensen zijn met kleine kinderen die het ineens met elkaar gehad hebben. Ongelooflijk, zo zonde.'

Met dame Edna. Beeld Privéarchief

Wim zei: zelfs als u doodziek in de auto zit, vraagt u nog aan Wim of hij wel lekker zit.

'Ja, nou ja, hij is een stuk langer dan ik, dus ik wil niet dat hij in de knel zit. Zei Wim daar iets over? Wat geestig. Ach gut, wat leuk dat hij dat zegt. Dat hem dat opvalt. Zo zie je maar, zelfs na 45 jaar kun je nog verrast zijn.'

Braakhekke wil nog een ding kwijt, tot slot - hij hoopt dat hij niet te klagerig was: 'Ik heb een leven geleid wat ik iedereen gun. Niet dat ik daar nou zo nodig afscheid van moet nemen, helemaal niet, ik zou het heel erg vinden, maar als ik achterom kijk heb ik een fantástisch leven gehad, waarin alles is gebeurd wat ik wilde. Dat kunnen er vast niet veel zeggen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.