Joodser dan je ouders

In de kringen van joodse twintigers roert zich iets. Ze zijn niet orthodox opgevoed, maar worden wel lid van joodse jongerenorganisaties, gaan naar sjoel en willen per se een joodse partner....

Twintig jaar heeft Richard Bolle er over gedaan, maar nu kan hij dan ook zeggen: 'Ik begin me echt joods te voelen.' Daar direct aan toevoegend: 'Maar dat is zoiets moeilijks om te beschrijven. Het joodse voelen groeit er langzaam in. Dat je het fijn vindt om bij een bepaalde groep te horen.'

Richard Bolle is 20 jaar. Hij is niet joods opgevoed, hij is niet besneden, heeft op zijn dertiende geen bar mitswa gedaan, een synagoge zag hij in zijn jongste jaren van binnen nooit. Zijn joodse moeder wilde na haar streng-orthodoxe opvoeding in een pleeggezin niets meer met religie te maken hebben.

Richards vader was remonstrants. De ouders spraken af dat hun kinderen van beide geloven wat zouden meekrijgen. Maar lange tijd deden Richard en zijn zusje op de openbare school alleen bijbelkennis op. Vader Bolle verongelukte in 1991. Vlak voor die tijd had hij het er nog met zijn vrouw over gehad: de kinderen moesten nu ook iets leren over die andere religie, ze moesten naar joodse les.

Via een privéleraar werden ze ingewijd in het Hebreeuws, en in de betekenis en rituelen van de joodse feestdagen en sjabbat. Tijdens feestdagen bezochten ze de sjoel, maar de diensten duurden er 'lang' en 'je begreep er weinig van'. Richard voelde afstand tot 'de jongens in nette pakjes' die hij er zag. Pas in Israël, waar hij na zijn vwo werkte op een kibboets, merkte hij dat 'joden ook normale mensen kunnen zijn'.

Tijdens het eerste jaar van zijn studie scheikunde in Amsterdam begon het besef te groeien dat hij de 'wijsheid' van het jodendom wilde ontdekken. Lang twijfelde hij: 'Moet ik wel zo religieus worden?' Het antwoord heeft hij nog niet, maar onlangs is hij dan toch lid geworden van de Liberaal Joodse Gemeente. Vaak is hij op vrijdagavond in de synagoge, en hij dacht: 'Het moet van twee kanten komen. Ik kom hier niet om te shoppen, het is hier geen Oibibio.' Er is nog veel dat hij niet begrijpt van de sjoeldiensten, maar naarmate hij vaker gaat, voelt hij zich meer thuis. 'Ik zie het als een mooi ritueel, steeds dezelfde gebeden en liederen.'

Zijn hoofd staat er nog niet naar, maar mocht hij ooit trouwen, dan liefst met een joodse vrouw, zodat volgens de halachische wetten ook zijn eventuele kinderen joods zijn. 'Als ik trouw, voel ik het als een plicht het jodendom door te geven.' Hetzelfde gevoel heeft hij ten aanzien van religie. 'Wat is de magie van de thora? Ik voel het als een plicht om al die kennis tot me te nemen. Ik ben joods, zoveel joden zijn omgekomen.'

Joods Nederland beleeft een 'revival', meent Reinout van Ginkel van het Joods Maatschappelijk Werk (JMW). Hij is verantwoordelijk voor de sociaal-culturele activiteiten van het JMW, en daaraan leest hij die opleving de laatste vier, vijf jaar af. Sinds 1992 organiseert het JMW bijvoorbeeld cursussen joodse cultuur, voor joden die meer willen weten over hun achtergrond, en de groepen zitten altijd vol. Hij wijst ook op de agendapagina in het Nieuw Israelietisch Weekblad (NIW). Er is voor elk wat wils: Chanoeka-les, Israëlisch dansen, een cursus joodse riten, et cetera. 'Tien jaar geleden was er niets, nou ja, af en toe.'

Aanvankelijk dacht het JMW dat de interesse voortkwam uit nostalgie. Jiddisch en klez-

mermuziek, uitingsvormen van joden die voor de Tweede Wereldoorlog in Oost-Europa woonden, raakten in zwang. 'Maar nu zie je dat mensen naar nieuwe vormen zoeken.' Zo werd eind vorig jaar in de oude Uilenburg Synagoge in Amsterdam voor het eerst sinds de jaren dertig een dienst gehouden, en wel onder leiding van de omstreden lesbische rabbijn Elizabeth Sarah. Ook eigentijds zijn de joodse pagina's op Internet.

De hernieuwde belangstelling voor de eigen joodse achtergrond signaleert Van Ginkel vooral onder 'de ouderen', de veertigers en vijftigers, eerder dan onder de twintigers. Niet omdat er onder jongeren niets aan de hand zou zijn, maar omdat hij op hen niet zo'n zicht heeft. 'Zij organiseren zichzelf.' Toch is de vraag gerechtvaardigd hoe het zit met die twintigers. In hun kringen roert zich iets.

De drie landelijke joodse jongerenorganisaties, Ijar, Sjoege en Moos, tot dusver verspreid over verschillende adressen, willen dit jaar samen een pand betrekken. Arnon Kater (25), ex-vice-voorzitter van Ijar: 'Deze generatie beseft heel sterk: we moeten het samen doen, anders redden we het niet.' Marco Lobatto (26), voorzitter van Sjoege: 'Het is goed voor de joodse jongeren, een eigen plekje.'

Een ander signaal is de speciale jongerenbijlage die het NIW nu voor het derde jaar heeft. Hoofdredacteur Tamarah Benima merkte destijds een nieuwe generatie op 'die erg actief is'. 'Het NIW moet ook hun spreekbuis zijn.' Tekenend is ook het verzoek dat het Nederlands Israelitisch Kerkgenootschap (NIK) niet zo lang geleden kreeg: jongeren vroegen de organisatie, die 32 orthodoxe joodse gemeenten in Nederland vertegenwoordigt, om een speciale jongerenrabbijn. 'We staan er in principe positief tegenover, maar het kost even tijd', zegt algemeen secretaris Joop Sanders.

Om nog iets te noemen: op het congres Honderd jaar Zionisme, in januari in het Congresgebouw in Den Haag, waren zo'n vijftig twintigers present. Dat was opvallend, niet alleen omdat het congres zondagochtend rond koffietijd begon, maar vooral omdat de rest van het publiek grofweg bestond uit 60-plussers. Zoals een congresganger opmerkte: 'De leeftijd van de niet-jongeren is wel heel erg niet-jong.'

De jongeren zelf zijn verdeeld over de vraag waar deze ontwikkelingen voor staan. Sommigen bespeuren inderdaad een opmerkelijke houding onder leeftijdgenoten: 'Lange tijd zijn steeds minder joden bezig geweest met hun identiteit, dat is nu langzaam aan het opkrabbelen.' Anderen zien die opbloeiende interesse vooral onder joodse jongeren die niet joods zijn opgevoed: 'Op het moment dat ze binnen de joodse groep komen, valt alles op zijn plaats.' Voor weer anderen is de kwestie onbespreekbaar.

De een vindt de bezoekersaantallen van activiteiten voor joodse jongeren niets bijzonders. Voormalig bestuurslid Dennis Cohen (33) van jongerenorganisatie Moos: 'We hebben nu rond de 150 leden, van wie er zestig op een Chanoeka-feestje komen en zestig op een weekend. We moeten dus niet overdrijven.' De ander geeft over diezelfde aantallen hoog op. Ex-voorzitter Jaron Wijel (24) van collega-organisatie Ijar: 'Er is absoluut een opleving. Op een avond komen nu veertig, vijftig mensen. Vijf, zes jaar geleden kwamen er misschien acht.'

Wie van mening is dat joodse jongeren zich weer meer op hun 'roots' oriënteren, maar geen getallen kan noemen die tot de verbeelding spreken, voert steevast ter verdediging aan: 'Zo groot is die gemeenschap niet' De club van joodse jongeren pakweg tussen de 18 en 28 jaar telt in Nederland tussen de 3000 en 6000 zielen, aldus Chris Kooyman, onderzoeker op de demografische afdeling van het JMW. Maar dat is de uitkomst van een 'hele ruwe vuistregel', want de laatste telling was in 1966.

En dan is er nog Joël Erwteman (23), student rechten in Amsterdam, die van het woord 'identiteit' al niet goed wordt: 'Gewauwel, een modewoord.' Maar zelf loopt hij wel met een keppel en gaat hij vijf ochtenden per week, op 'buitengewoon onchristelijke uren', naar joodse les, en in principe zes keer per week naar sjoel. Zijn kasten staan vol indrukwekkende boeken met gouden letters, de thora en de talmoed, overigens naast de bijbel en de koran.

Diezelfde Joël Erwteman zegt: 'Ik voel weinig religieus vuur in mij branden. Als ik gereformeerd was opgevoed, had ik met veel plezier kennis genomen van de geschriften van Abraham Kuyper. Ik ben vooral een scepticus, maar een geïnteresseerd scepticus.' En dus maakt hij die zondag in januari ook zijn opwachting bij het zionistisch congres: 'Ik ben zionist maar niet volbloed. Dan zou ik nationalistische gevoelens moeten koesteren, en dat doe ik niet.' Ironisch: 'Dat kan ik niet aan, te veel passie.'

Hij vermoedt dat hij er geen vrienden mee maakt, maar: 'Ik vind het beleven van joodse identiteit als vaag ideaalbeeld onzinnig. Identiteit moet je als iets inhoudelijks beleven, anders hoeft het niet. Ik ben bang dat het woord identiteit is uitgevonden door mensen die hun gebrek aan identiteit willen verdoezelen.' Maar je kunt toch geïnteresseerd zijn in bijvoorbeeld joodse cultuur? 'Ik heb vaak het idee dat mensen cultuur aangrijpen omdat ze de weg in zichzelf kwijt zijn.' Uitbundig: 'Als ik moet kiezen tussen klezmer en Le nozze di Figaro, dan weet ik het wel.'

Dat jongeren zich massaal op het jodendom storten, nee, dat ziet hij niet. 'Maar ik kan een verwrongen beeld hebben. Ik ben altijd meegesleept naar sjoel en joodse les.' Van een jongerenorganisatie is hij geen lid, evenmin moet hij eraan denken in het Amsterdamse Buitenveldert of in Amstelveen te gaan wonen, waar hij midden in de joodse gemeenschap terecht zou komen. Die omschrijft hij als 'op zijn best provinciaals', 'benauwend'. 'Als je iets wilt, kom je voortdurend dezelfde mensen tegen.' Maar: 'Toch heb ik veel joodse vrienden, ontdek ik steeds tot mijn schrik. Ik weet niet hoe dat werkt.'

De jongeren mogen het niet met elkaar eens zijn, ouderen hebben een eensluidend oordeel: de twintigers van nu zijn anders. Ook zij kunnen geen aantallen noemen, maar zij bespeuren onder joodse jongeren meer dan voorheen de hang naar 'verdieping'. 'Dat is heel duidelijk merkbaar', zegt rabbijn Menno ten Brink, die zich in de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam en Rotterdam bezighoudt met de jeugd.

'Het is niet meer: ik ben joods en wat doet het ertoe. Maar: waar kom ik vandaan, wat is onze traditie, terug naar de bronnen. Gewoon leven is prettig, leven met een identiteit verdiept je leven.' Niet dat zijn synagoge nu volstroomt met jongeren; hij ontwaart eerder een algemene 'honger naar kennis'. 'Die richt zich niet op één categorietje, het is een mengelmoes: afstamming, religie, cultuur, Israël.'

Ook rabbijn Ies Vorst van de traditionele Joodse Gemeente Amsterdam-Amstelveen, die al 'ruim dertig jaar meeloopt', merkt iets bijzonders aan jongeren. Het 'traditionele jodendom' trekt volgens hem aan, vooral onder jonge gezinnen. Studenten ziet hij in de synagoge vaak alleen met feestdagen, of ze houden met Jom Kippoer een 'elf sjoelentocht'. Maar ze oriënteren zich wel degelijk 'joods-religieus', met als 'zeer opvallend' verschijnsel dat sommige schoolverlaters kiezen voor een religieuze opleiding aan een jesjiewa, een leerinstituut in Israël. 'Tien jaar geleden gebeurde dat ook, maar nu gaan jongeren van wie je het echt niet had verwacht.' De ouders gaan dan bijvoorbeeld amper naar de synagoge.

Hans Vuijsje, directeur van het Joods Maatschappelijk Werk, leest aan het reilen en zeilen van de joodse jongerenorganisaties Ijar, Sjoege en Moos 'duidelijk een revival' af. Hij doet zijn uitspraken 'op het gevoel', kijkend naar neefjes en nichtjes en zijn eigen kinderen, maar, zegt hij: 'De jongeren van nu staan dichter bij elkaar. Ook kwalitatief gaan ze er anders mee om, ze zijn meer gemotiveerd. Ze zijn vaak joodser dan hun ouders.'

Ijar, Sjoege en Moos, alledrie voor 18- tot 35-jarigen, zijn landelijke organisaties. Maar ze zetelen in Amsterdam, zoals zoveel joodse stichtingen en verenigingen. Volgens Kooyman van het JMW leven ruwweg net zo veel joden in Amsterdam als daarbuiten. Hij vermoedt dat de stad vooral aantrekkingskracht uitoefent op orthodox geöriënteerde joden en joden die op een andere manier 'betrokken' zijn. Meer dan elders is in Amsterdam de infrastructuur voor joods leven ontwikkeld.

De geschiedenis van de jongerenorganisaties weerspiegelt dan ook vooral wat er leeft in de hoofdstad. Sjoege is er louter 'voor de gezelligheid', wat zich bijvoorbeeld manifesteert in een grote partij in het Sheraton op Schiphol. De organisatie put uit een mailingbestand van 1200 namen. Ijar, met twintig jaar de oudste van de drie, is 'een gewone studentenvereniging, met als aantekening dat we joods zijn', aldus ex-voorzitter Jaron Wijel.

Een paar jaar geleden besloot de vereniging haar aannamebeleid te wijzigen: voortaan mochten alleen nog halachische joden, geboren uit een joodse moeder, lid worden. 'De joodse wereld stond op zijn kop', herinnert Marco Lobatto van Sjoege zich. Een groep die het er niet mee eens was, richtte in 1995 een nieuwe vereniging op: Moos. Het ledenbestand van Ijar kreeg een deuk, maar zit nu weer op het oude niveau van vierhonderd, aldus Wijel.

Moos wil 'superlaagdrempelig' zijn. 'Onze leden moeten joods zijn, maar dat specificeren we niet nader', zegt voorzitter Jonathan Koopmans. De oprichters van Moos hadden, los van de ledenkwestie, het gevoel dat er bij Ijar 'iets miste'. Koopmans: 'Ijar was te weinig inhoudelijk, wij wilden een jongerenorganisatie met ballen.' Moos wil naast gezelligheid ook verdieping bieden door middel van discussies en lezingen. Die combinatie spreekt blijkbaar aan: binnen twee jaar heeft Moos zo'n 150 leden. 'Het gaat heel snel. Dit is de vereniging waar behoefte aan is.'

Dat de drie jongerenorganisaties gezamenlijk een pand in Amsterdam betrekken, betekent niet dat ze gaan fuseren. Wel zullen ze meer samenwerken. En op de begane grond komt een koosjer eetcafé. Dat de drie onder één dak komen, heeft volgens Dennis Cohen, ex-bestuurslid van Moos, alleen te maken met geld. Een oude dame die overleed, had haar erfenis bestemd voor een jongerenpand. Daardoor kan nu de oude mensa aan de De Lairessestraat, die toch al niet meer liep, worden opgeknapt. Maar voor Jaron Wijel van Ijar is het nieuwe pand een teken: 'We beseffen terdege dat we een speciaal plekje hebben in de Nederlandse samenleving, dat we niet zijn zoals andere Nederlanders.'

Voor veel jongeren is 'joods zijn' een kwestie van 'thuis voelen', bij elkaar zijn. Dat merk je, meent Wijel, met zoiets als de Liro-affaire, toen bleek dat ambtenaren van het ministerie van Financiën spullen van joodse holocaust-

slachtoffers onderhands hadden geveild. 'Met joden kun je er dieper op ingaan. Als we het daarover hebben, voel je je opeens heel erg thuis.' Schindler's List is hij bewust gaan zien met joodse vrienden. 'Als je de bioscoop uitkomt, voel je allemaal hetzelfde.' Hij woont in Buitenveldert. 'Je zoekt elkaar toch op.'

Een aspect van het in georganiseerd verband bij elkaar zijn, is de mogelijke ontmoeting met een joodse geliefde, het 'tegengaan van de assimilatie'. Wie van de jongeren je ook spreekt, ze zeggen allemaal dat ze het liefst met een joodse partner trouwen. 'Assimilatie wordt als een gevaar gezien in de joodse gemeenschap', aldus Marco Lobatto. 'Als je maar lang genoeg doorgaat, pleeg je genocide op jezelf.' Verliefd worden is te sturen, meent Jaron Wijel. Voor niet-joodse vrouwen sluit hij zich af. 'Als andere joden assimileren, wordt het jodendom kleiner en kan ik minder vrij mijn jodendom beleven. Hoe meer joden, hoe gezelliger', lacht hij.

Maar de interesse in de eigen achtergrond gaat verder. Zoals Tamarah Benima van het Nieuw Israelietisch Weekblad zegt: 'Je merkt dat de jongeren breed georiënteerd zijn.' Van alles willen ze wat weten, maar dat is iets anders dan aanhanger worden - al zou je op het eerste gezicht tijdens het congres in januari denken dat het zionisme volop leeft. Zo veel nieuw bloed, en dan nog opmerkingen als: 'De diaspora in Nederland is een hotel, maar Israël is mijn huis.'

Van de vijftig aanwezige jongeren bleken zo'n vijftien te overwegen op alija te gaan - naar Israël. Maar daadwerkelijk gáán is iets anders. 'Amsterdam is toch te gek?', zei de een. 'Ik heb niet het idee dat Israël mij nodig heeft', vond de ander. Een derde: 'Ik ben salonzionist. Voor anderen is het goed om te gaan.' De enige conclusie van de jongeren op het congres was dan ook dat er geen conclusie was.

Michal Lindwer (20), studente Frans in Amsterdam, was twee jaar in Israël met de bedoeling er definitief te blijven. Sinds kort is ze terug. 'Ik voelde me zó ongelukkig. Zionisme is een mooi ideaal, prachtig. Maar Israël is een natie geworden. Dan kom ik daar als joodse, maar ik ben nog steeds een vreemdeling. Want ik ben niet Israëlisch.' Ze ontdekte: 'In Nederland kun je je meer joods voelen dan in Israël. Ik kan niet zonder het gevoel dat ik joods ben. Het is wat mij maakt tot wat ik ben.'

Ook religie staat in de belangstelling. De meeste jongeren nemen geen varkensvlees, op vrijdagavond, als sjabbat begint, eten ze thuis, en met feestdagen gaan ze naar sjoel. Maar lang niet iedereen trekt de conclusie van Arnon Kater van Ijar, student medicijnen in Amsterdam. Hij is traditioneel opgevoed, maar niet superreligieus. Tot zijn zusje en hij zich verdiepten in de rituelen van sjabbat, de thora. Ze sleepten hun ouders in hun enthousiasme mee. Voorheen zaten ze nog Rudi Carrell te kijken op vrijdagavond, maar dat is er niet meer bij. Hij draagt een keppel, en noemt zich modern orthodox.

'Mijn grootouders komen uit Polen, via Wenen zijn ze gevlucht. Mijn vader is van '38, hij heeft de oorlog meegemaakt. We hebben zo'n lange geschiedenis, er is zo veel gebeurd, het had zo weinig gescheeld of ik was er niet geweest. Ik ben denk ik de eerste sinds honderden jaren die geen vervolging meemaakt, en dan zou ik de lijn verbreken?'

Sommige joodse jongeren hebben het gehad met de Tweede Wereldoorlog - al durven ze het amper hardop te zeggen. Anderen kunnen er niet genoeg over praten. Maar allemaal zijn ze het erover eens: dat de afstand in tijd steeds groter wordt, maakt alle verschil van de wereld uit. Dáárdoor staan ze zo anders in het leven. Michal Lindwer: 'De nasleep van de oorlog is een beetje aan het vervagen. Er is weer plaats voor nieuwe ideeën.' Dennis Cohen: 'Niet dat jullie Nederlanders zoveel aardiger zijn geworden, maar onze angst is minder geworden. Als de angst verdwenen is, kun je er trots op zijn dat je joods bent.'

Greta Riemersma

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden