Jongere pubers? Dat lijkt maar zo

Komen kinderen eerder in de puberteit dan vroeger? Ouders denken vaak van wel. Maar dat wordt niet door de feiten gestaafd....

Wat lijken ze al op jonge vrouwen, de meisjes die dagelijks langsfietsen naar de basisschool om de hoek: de ogen zwaar aangezet met mascara, kleding die allang niet meer uit kinderwinkels komt en borsten die hier en daar de B-cup overschrijden. Sommige leerlingen uit haar klas zijn zelfs al ongesteld, vertelt de lerares van groep 8.

Welke ouder je er ook naar vraagt, allemaal zijn ze ervan overtuigd dat kinderen eerder in de puberteit komen dan vroeger: 11-jarigen met een volwassen lichaam, dat kwam bij hun generatie toch niet voor? Die publieke opinie lijkt te worden gestaafd door recent onderzoek. De vijfde landelijke groeistudie van TNO, die vorige maand verscheen, wijst uit dat meisjes vergeleken met dertien jaar geleden een kleine maand eerder gaan menstrueren (gemiddelde leeftijd: 13,05 jaar). En uit Brits onderzoek, gepubliceerd in Public Health Nutrition, blijkt dat meisjes die veel vlees eten, vroeger ongesteld worden.

Dat voeding van invloed is op de puberteit, is al veel langer bekend: meisjes met anorexia bijvoorbeeld worden niet ongesteld. Een rijkere voeding en een betere gezondheid hebben sinds de vorige eeuwwisseling het intreden van de puberteit inderdaad vervroegd, zegt de Leidse hoogleraar kinderendocrinologie Henriette Delemarre-Van de Waal. Maar de aanname van puberouders klopt niet, zegt ze, want die trend is tot stilstand gekomen: ‘We zitten qua gezondheid blijkbaar aan een optimum.’

Tussen 1955 (toen TNO de eerste groeistudie publiceerde) en 1980 (de derde studie) is de aanvangsleeftijd van de puberteit gedaald, maar sindsdien is die stabiel, bevestigt kinderarts Dick Mul, werkzaam in het Haagse Juliana Kinderziekenhuis. Meisjes beginnen te puberen bij gemiddeld 10,7 jaar, jongens bij 11,5 jaar. Mul, die is gepromoveerd op de behandeling van te vroege puberteit en die publiceerde over leeftijdstrends in de puberteitsontwikkeling, zegt dat andere Europese landen een vergelijkbare trend laten zien.

Maar die vervroegde menstruatie dan? De menarche, de eerste menstruatie, is het meest betrouwbare instrument voor vergelijkend onderzoek, zegt Mul: je kunt het immers navragen. ‘Iedere vrouw, hoe oud ook, weet precies wanneer ze voor het eerst ongesteld werd’, zegt zijn collega Hanneke Wennink, kinderarts in het Amsterdamse Sint Lucas Andreas Ziekenhuis. Een parameter voor het begin van de puberteit is die eerste menstruatie echter niet, aldus Wennink. Die begint bij meisjes gemiddeld ruim twee jaar eerder, met de groei van de borsten. En dat begin kan alleen worden vastgesteld met lichamelijk onderzoek.

Wennink, die promoveerde op onderzoek naar de aanvang van de puberteit, laat in haar werkkamer foto’s zien van de zogeheten Tannerstadia: de vijf fases van borstontwikkeling bij meisjes en de groei van de zaadballen (testes) bij jongens. Om die stadia vast te stellen, moeten borsten en testes worden bevoeld. Ze toont de orchidometer die daarvoor bij jongens wordt gebruikt: een ketting met steeds grotere kralen die het oplopende volume van de testes weergeven.

Maar dat lichamelijk onderzoek is steeds lastiger te realiseren, want kinderen schamen zich ervoor. Voor de laatste TNO-groeistudie, waarvoor de gegevens van bijna 21 duizend kinderen werden gebruikt, zijn de Tannerstadia dan ook niet meer in kaart gebracht, zegt TNO-statisticus Stef van Buuren. Dat leek ook minder van belang, omdat de vierde groeistudie, uit 1997, had uitgewezen dat de leeftijd waarop kinderen de eerste kenmerken van de puberteit vertonen, nauwelijks was verschoven ten opzichte van twintig jaar daarvoor, zegt hij.

Opmerkelijk genoeg verscheen in datzelfde jaar een grootschalige Amerikaanse studie onder meisjes, waaruit wél bleek dat ze eerder borsten kregen, dus echt eerder puberden. Het leidde tot internationale discussies onder kinder-endocrinologen over de vraag of de grens voor het behandelen van te vroege puberteit niet omlaag moest. Als borstgroei bij 8-jarigen niet meer afwijkend is, hoeven zij niet naar de kinderarts.

Het onderzoek bleek bij nader inzien omstreden: de artsen hadden, vanwege de emoties bij kinderen en ouders, de borsten alleen bekeken en niet bevoeld. Delemarre: ‘Steeds meer kinderen zijn te dik, en bij hen kun je onmogelijk zien of borstvorming het gevolg is van klierweefsel of van vet.’ Tot een aanpassing van de behandelrichtlijnen is het, ook om medische redenen, niet gekomen.

Een gebrek aan lichamelijke studies maakt dat noodgedwongen alleen de menarcheleeftijd overblijft als maatstaf voor de puberteitsontwikkeling, zegt Mul. De daling van die leeftijd onder Nederlandse meisjes noemt hij minimaal en heeft volgens hem niets te betekenen. Opmerkelijk is wel dat Turkse en Marokkaanse meisjes een half jaar eerder ongesteld worden dan autochtone pubers. Bij hen is de leeftijd rond dat moment ten opzichte van 1997 sterker gedaald (een maand of drie) dan onder autochtonen. Hetzelfde verschijnsel doet zich voor onder Afro-Amerikaanse meisjes in de VS.

Mul denkt dat zwaarlijvigheid een rol speelt. Allochtone meisjes zijn gemiddeld dikker, en uit onderzoek blijkt dat dikke meisjes eerder menstrueren. Ook een genetische component speelt vermoedelijk mee, zegt hij, evenals aanpassing aan de westerse omstandigheden. Voor zijn promotieonderzoek richtte hij zich op adoptiekinderen, die relatief vaak te vroeg gaan puberen. ‘Zij hebben meestal een slechte start, komen in welvarende omstandigheden, en dat kan een trigger zijn voor snellere rijping.’

Of specifieke voedingsstoffen de puberteitsontwikkeling daadwerkelijk beïnvloeden, is onduidelijk, zegt Mul. Hij wijst erop dat de Britse studie, over de rol van eiwitten, observationeel is, dus geen oorzakelijk verband aantoont. Dieronderzoek waarover Delemarre publiceerde, toont dat verband wel aan: jonge dieren die geen eiwitten krijgen, komen later in de puberteit. ‘Maar uitkomsten bij ratten zeggen nog niets over kinderen’, zegt ze. Delemarre zegt dat er over de ondezoeksmethode te discussiëren valt. ‘Er is veel statistiek gedaan door middel van regressie-analyse. Meisjes die veel vlees aten, hadden een menarche onder de 12 jaar en 8 maanden, maar de gemiddelde leeftijd van het hele cohort lag op 13,2 jaar. Daar wil ik meer over weten.’

Mul denkt dat het moment waarop een kinderlijf tot rijping komt, meer met de verhouding tussen spier- en vetweefsel te maken heeft dan met een bepaald dieet. De aftrap van de puberteit vindt plaats in de hersenen, verduidelijkt Wennink, en de ontwikkeling van de hersenen is afhankelijk van een optimale lichamelijke conditie.

Wennink en Mul zeggen dat het aantal kinderen op hun spreekuur dat te vroeg in de puberteit komt, niet toeneemt. Abnormaal is een puberteit die begint voor het 8ste (bij meisjes) of het 9de jaar (jongens). Wennink pleit, net als haar collega’s, voor terughoudendheid bij de behandeling van die groep. Kinderen die te vroeg puberen, blijven vaak wat kleiner, maar het stilleggen van de hormoonproductie levert nauwelijks extra lichaamslengte op, terwijl er jarenlange pijnlijke injecties voor nodig zijn. Alleen fors lengteverlies en ernstige psychische en sociale problemen bij het kind zouden een indicatie moeten zijn, zegt ze.

Kinderarts Mul ontmoet altijd verbazing als hij ouders van pubers vertelt dat er voor hun ideeën over een vervroegde puberteit geen wetenschappelijk bewijs bestaat. Waarom zijn we daar met zijn allen dan toch zo van overtuigd? Misschien komt het doordat meisjes zich opvallender kleden en zich eerder opmaken, zegt Mul. ‘Het kan niet anders dan beeldvorming zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden