Jongens die dromen van een carrière als Ronaldo

Leonardo Vitor Santiago, pas veertien, kreeg deze zomer een contract van acht jaar bij Feyenoord. De Rotterdammers zijn bang dat ze hem anders voortijdig kwijtraken, zegt Leonardo's vroegere trainer....

B RAZILIAANSE voetballers zijn een gewild exportprodukt aan het worden. Niet eerder waren ze zo in trek. Van de tweeëntwintig mannen die onlangs in Bolivia de Copa America veroverden, spelen er nog slechts vijf in eigen land. De afgelopen weken kochten Europese clubs acht Braziliaanse spelers voor een totaal van 95 miljoen dollar. Er lopen onderhandelingen over nog twaalf spelers.

Een van de kandidaten voor een arbeidsplaats in Europa is Denilson, een negentienjarige speler uit Sao Paulo. Barcelona was vorige week bereid voor hem 35 miljoen dollar te betalen, maar Sao Paulo ging dat bod niet ver genoeg.

Denilson is eigen kweek van Sao Paulo. Net als in Nederland hebben grote clubs in Brazilië hun eigen voetbalopleiding. Ze kunnen niet zonder: het is hun geldmachine. Want het vergaat de voetballers beter dan de clubs. Niet voor niets heeft oud-voetballer Pelé, tegenwoordig minister van Sportzaken in Brazilië, deze week een ingrijpende reorganisatie van het voetbal voorgesteld. Door mismanagement en corruptie van hun bestuurders en de dictatuur van de Braziliaanse voetbalbond zitten bijna alle grote clubs diep in de schulden.

'Alleen door de verkoop van spelers kunnen incompetente clubbestuurders iets van dat gat dichten', zegt voetbalcommentator Fernando Calazans.

Je reinste slavenhandel, zeggen anderen.

De zoektocht naar talent speelt zich af in stoffige, grauwe voorsteden. Elke club heeft scouts die sloppenwijken afstruinen, bedrijfstoernooien en wijkcompetities bezoeken. 'Olheiros' heten ze in het jargon. Hun werk is 'garimpar', goud zoeken.

Clubs betalen voor hun diensten. Wie een talentvol voetballertje aanbrengt, vangt commissie. Ook de trainer krijgt 'um por fora', geld onder de tafel. Er is zelfs een informeel tarief. Op het ogenblik schommelt dat rond de 600 real, zegt José Joao.

Joao, in Rio de Janeiro beter bekend onder zijn initialen JJ (spreek uit: Zjotta Zjotta), weet waar hij het over heeft. Hij is de trainer/oprichter van Nova Safra (Nieuwe Oogst), het sympathiekste voetbalschooltje van Rio. Honderden jongens, meest uit arme wijken, leerden bij JJ penalty's schieten en corners nemen. De opleidingen van de grote clubs zijn voor hen onbereikbaar; die vragen zestig real of meer per maand, een half minimummaandloon. Nova Safra is de enige die gratis is en een goede naam heeft.

JJ traint zijn jongens op een stoffig veld zonder gras, ingeklemd tussen twee wegen in het centrum van Rio de Janeiro. Soms hangen er voetbalmakelaars of mensen die zich daarvoor uitgeven over de balustrade. Zij lokken de jongens weg met mooie, maar vaak loze beloftes over contracten bij Vasco, Fluminense of Flamengo, de club van Romario, Bebeto en Zico. Wordt het niets, dan horen de voetballers nooit meer wat. Komt er een contract, dan strijken zij tien, vijftien en soms twintig procent op.

In de kaartenbak thuis in een sobere tweekamerwoning houdt de gepensioneerde marketingmedewerker precies bij welke van zijn jongens naar welke club gingen. Hij brengt ze het liefst onder bij Olaria, een tweede-divisieclub waar Romario ook nog op het veld heeft gestaan. 'Ze moeten veel spelen. Ervaring opdoen. Als ze goed zijn, komen ze wel verder.'

JJ mijdt de grote prestigieuze clubs sinds hij daar een keer geld geboden kreeg. 'Ik voelde me zo beledigd.' Bovendien, een jeugdige voetballer die geen supertalent is, komt daar meestal ontgoocheld vandaan. Van de 118 jongens van zijn schooltje, die bij een club gingen spelen, haakten er 68 af. Bij de grote clubs is de uitval het grootst. De meest genoemde reden: ze werden niet opgesteld. Wie geen vader heeft met contacten of de trainer niet kan bekoren, blijft vaker zitten op de bank. JJ: 'Alles draait daar om geld. Het is een grote troep.'

Deze week was JJ's week. Hij vertrok voor drie weken naar Nederland als begeleider van Leonardo (14), Mizael (14) en Allan (12), drie vruchten van zijn Nieuwe Oogst. Leonardo heeft een achtjarig contract bij Feyenoord gekregen en de andere twee gaan op proef. 'Zij krijgen een kans die ze in Brazilië nooit zouden hebben', zegt hun trainer. Mizael zat in totaal drie jaar bij Vasco en Flamengo. Bij Flamengo mocht hij slechts twee keer spelen. Ook Allan bracht bij Vasco de meeste tijd op de bank door.

Het geheim van het succes van Nova Safra is volgens JJ dat hij alleen goede spelers aanneemt. Iedereen moet voorspelen. Talenten herken je ogenblikkelijk, zegt hij. Ook zonder bal. 'Je ziet het aan hoe ze rennen. Hoe ze zich opstellen op het veld om een bal te kunnen ontvangen. En zelfs aan de manier waarop ze hun voetbalkleren aandoen.'

Het verkleden geschiedt bij JJ in de openlucht. Tussen de geparkeerde auto's of op de betonnen bank naast het veld worden blote billen snel in de sportbroek gehesen. De plastic zakken met kleren worden ondergebracht bij de straatventer die geroosterd vlees verkoopt. JJ's vriendin neemt van huis zes flessen water mee. T-shirts, ballen en het net zijn geschonken door vrienden en Feyenoord. En op de betonnen bank is iedereen een grote familie. Eigenlijk nog net zo als in het begin, negen jaar geleden.

Joao, nu vijfenzestig, leerde drie vriendjes van zijn zonen in het Flamengopark vlak bij het strand voetballen. Tenslotte was hij zelf ooit amateur geweest. 'Mogen we meedoen met het schooltje', was de steevaste vraag van andere kinderen. De meesten kwamen met de bus uit de arme voorsteden om in het centrum naar het strand te gaan. Ze bleven komen toen de zomer voorbij was. Niet voor het strand maar voor het voetballen. Na een jaar had het 'schooltje' op de grasstrook veertig leerlingen. De plantsoenendienst gaf de overenergieke JJ ('als ik thuis zit, word ik gek') toestemming om op zaterdag- en zondagochtend een van de voetbalvelden bij de weg te gebruiken.

'Wat JJ doet is belangrijk voor onze stad', zegt Jose de Morais, wethouder van Sportzaken. 'Hij houdt de jongens weg van de straat, van de cocaïne en het geweld en geeft ze er iets voor in de plaats.' De voetbalclubs 'verblanken', omdat geld steeds vaker het toelatingscriterium is. JJ's Nieuwe Oogst is gekleurd. De trainer zelf is overtuigd: 'De beste voetballers komen uit de sloppenwijk, een uitzondering daargelaten.' Daar komt iets meer dan de helft van zijn honderdtwintig spelers vandaan.

Als een generaal inspecteert JJ zijn manschappen. Het ochtendappèl is een portret van armoede in Rio. 'Waarom was jij er niet vorige keer? Er was een schietpartij tussen drugshandelaren, meneer. Ik kon het huis niet uit.' 'En waar was jij gisterochtend?' 'Mijn sokken waren in de was, meneer.' En jij? 'Ik had geen geld voor de bus.'

Op het veld is hij hard, zegt JJ. 'Ik houd van discipline.' Trouwens, met Brazilianen heb je geen keus, vindt hij. 'Wij zijn van nature gemakzuchtig. Wij willen oogsten zonder te planten.' Hij werkt tussen de lijnen hard aan de Nieuwe Braziliaanse Voetballer. 'Geef af die bal. Je speelt niet voor je zelf maar met anderen.' Ze willen allemaal de bal op de voet aangespeeld krijgen en dan dribbelen, legt hij uit. Tussendoor doceert hij de lessen van het leven. 'Je ouders zijn je beste vrienden.' En 'in de eerste plaats ben je mens, daarna pas voetballer.'

Sinds het contract van Leonardo is de stemming in de groep euforisch. Europa komt dichter bij. Feyenoord heeft JJ voortaan twee tickets per jaar toegezegd voor zijn beste leerlingen. Leandro da Silva (16) was kandidaat maar werd net niet uitgekozen. 'De andere twee hebben gewoon meer talent', zegt hij. Hij gaat 's avonds naar school omdat hij 's ochtends en 's middags wil trainen. 's Ochtends traint hij vaak met een lege maag, omdat er thuis geen eten is. Het went. Bovendien, het offer is gering in vergelijking met de beloning. 'Ik weet zeker dat ik voetballer word. Ik weet dat het niet makkelijk is, maar het zal me lukken.'

Bij elk appèl houdt JJ zijn preek. 'Vuilnisman is ook een eerbaar beroep. Slechts een paar van jullie zullen daadwerkelijk profvoetballer worden.' En tegen de verslaggever met een mengeling van zelfspot en schoolmeesterwijsheid: 'Brazilianen, hè. Ze vliegen niet op 2.000 meter maar op 3.000 km hoogte.'

De jongens dromen van een carrière als Ronaldo. En hun trainer? Die droomt van Vitesse en FC Groningen. 'Er zijn zoveel clubs in Nederland.' Leandro is een fantastische speler. En hij verdient het zo. Of Bruno. 'Hij is de favoriet van de mensen op de tribune.' Tien heeft hij er zeker bij lopen die zo in aanmerking komen voor een groot voetbalavontuur. 'En het hoeft niet per se bij PSV te zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden