Jonge kindmisbruikers hebben vaak een stoornis

Hoewel ze veelvuldig in het nieuws zijn, is er over jonge zedendelinquenten maar bar weinig bekend...

Eenvijfde tot de helft van de kindmisbruikers is minderjarig, en eenvijfde van de verkrachters bestaat uit minderjarigen. Wat is er met deze jongens – meisjes plegen nauwelijks seksuele delicten – aan de hand?

Lisette ’t Hart-Kerkhoffs (1975), kinder- en jeugdpychiater in opleiding, promoveert dinsdag 29 juni aan het VU medisch centrum Amsterdam op Juvenile sex offenders. Haar dissertatie gaat over het vóórkomen van psychiatrische stoornissen en psychosociale problemen onder jonge verdachten van zedendelicten (12-18 jaar). Zij deed onderzoek naar 226 jongens en sprak er ruim honderd, van gemiddeld 15 jaar oud. ‘Dat was best wel heftig’, zegt ze. ‘Je krijgt allerlei verschrikkelijke dingen te horen.’ Niet alleen over hun eigen delict, maar ook over hun situatie thuis: ‘Jonge jongens die samen met hun vader kinderporno kijken en verzamelen, jongens die struikelen over de seksspeeltjes van hun ouders. Bijna de helft van de jongens die jonge kinderen hadden misbruikt, was zelf ook seksueel misbruikt.’

Justitie plakt het label ‘zedendelinquent’ op behoorlijk uiteenlopende typen daders: van stiekeme billenknijpers in zwembadhokjes tot gewetenloze deelnemers aan groepsverkrachtingen. ’t Hart-Kerkhoffs: ‘Het was lastig om daarin als onderzoeker een gradatie aan te brengen. Daarnaast was ik blij dat ik voldoende jongens voor mijn onderzoek bij elkaar kreeg, want niet iedereen was enthousiast om mee te werken. Ze waren bang dat ik informatie zou doorspelen aan justitie, ook al was van tevoren nadrukkelijk gezegd dat ik dat niet zou doen.’

Ze dacht dat er al wel heel veel over deze groep daders bekend zou zijn, maar: ‘Toen ik een literatuuroverzicht wilde schrijven, heb ik het onderzoek daarvoor bijna obsessief gedaan. Ik kon me niet voorstellen dat er zó weinig kennis over deze daders was. Ik vond twee studies, uit 1986 en 1999; dat was het. Op het gebied van psychiatrische stoornissen is er nauwelijks iets bekend. Er moet dus nog heel veel in kaart worden gebracht.’ En daarmee is ze begonnen (zie ook het kader over het psychiatrisch profiel van jonge zedendelinquenten).

Jonge plegers van seksuele delicten worden meestal onderverdeeld in drie subgroepen: kindmisbruikers, solisten (jongens die leeftijdgenoten of oudere slachtoffers misbruiken) en groepsplegers (idem). Daarbij valt op dat solisten meer op kindmisbruikers lijken dan op groepsplegers – de promovenda: ‘Solisten zijn gestoorder dan we dachten’ – en dat kindmisbruikers meer psychoseksuele ontwikkelingsproblemen hebben dan andere daders. ‘Kindmisbruikers scoren hoger op angst- en stemmingsstoornissen. Ook symptomen van autisme-spectrumstoornissen waren bij hen het meest uitgesproken.’

Van de jonge zedendelinquenten hebben kindmisbruikers dus de meeste psychiatrische stoornissen. Of ze ook een specifieke psychiatrische afwijking hebben, kan ’t Hart-Kerkhoffs niet zeggen. ‘Veel van die jongens zijn zelf nog kinderen. Een jongen van 12 die een kind van 10 misbruikt, is geen pedoseksueel. Wat we wel zien is dat kindmisbruikers vergeleken met andere jonge zedendelinquenten het ernstigst gestoord zijn. Ze hebben heel veel problemen, en daarmee moeten ze geholpen worden.’

Wat wel opvalt, zegt ’t Hart-Kerkhoffs, is dat er – bij álle zedendelinquenten – nauwelijks sprake is van zedenrecidive. Jonge zedendelinquenten maken zich na hun zedenmisdrijf wel schuldig aan andere misdrijven: meer dan de helft van hen pleegde een ander delict, en ongeveer eenderde een geweldsdelict. ’t Hart-Kerkhoffs: ‘Het is onduidelijk of een zedenmisdrijf deel uitmaakt van een heel heterogeen criminaliteitspatroon, of dat het een apart misdrijf is dat op zichzelf staat.

‘Bij zedenzaken bestaat meestal de neiging om op het zedenaspect te hameren en voor een aparte behandeling te pleiten, maar mijn onderzoek ondersteunt die benadering niet. De onderzoeksgegevens laten zien dat jonge zedendelinquenten mogelijk het beste dezelfde, algemeen gerichte behandeling kunnen krijgen als andere jonge delinquenten. Al is het wel zo dat elke jeugdige zedendelinquent een apart behandelpakket nodig heeft, afhankelijk van zijn diagnosen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden