Jong, kwaad en gewapend

Computergames, geweldfilms, radicale ideologieën en toegang tot wapens geven het laatste duwtje, maar het zijn hun ontwikkelende hersenen die verwarde pubers tot moorden kunnen brengen, zoals in Antwerpen....

Zoals altijd na moordpartijen door tieners, liggen ook na de dubbele moord in Antwerpen de verklaringen voor het oprapen.

De dader zag eruit alsof hij uit de film The Matrix kwam - dus heeft de filmindustrie het gedaan.

De dader speelde graag het gewelddadige computerspelletje Grand Theft Auto - dus hebben de gewelddadige computerspelletjes het gedaan.

En natuurlijk komt de dader uit een nest van Vlaamse nationalisten - en dus hebben de rechtsextremisten het gedaan.

Feit is dat de 18-jarige scholier Hans Van T. zich vorige week donderdag kaalschoor, een lange zwarte jas aantrok, in Antwerpen een jachtgeweer kocht en vervolgens een Turkse vrouw op een bankje neerschoot, daarna een zwangere Malinese oppas en een tweejarige peuter. De laatste twee overleefden het niet.

Van T. komt uit een nest van Vlaamse rechtsextremisten, met een tante die voor het Vlaams Belang (voorheen het Vlaams Blok) in het Belgische parlement zit en een opa die als vrijwilliger met de Duitsers aan het Oostfront vocht. Hans, de moordenaar dus, verklaarde na zijn daad dat hij vijf jaar geleden is gepest door een allochtoon. Duidelijker kan het niet, zo lijkt het: een racistische moord.

'In België is het een politieke discussie geworden', zegt prof.dr. Robert Vermeiren, bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie aan het VU medisch centrum in Amsterdam en aan de Universiteit Leiden. 'Er is al snel een conclusie getrokken over de oorzaken. Maar zulke oorzaken' reflecteren zelden wat er aan vooraf ging. Er zitten altijd hele verhalen achter.'

Dat geldt voor de moordende puber in Antwerpen, en dat geldt eerdere, vergelijkbare gevallen, zoals het drama op de Columbine High School in 1999, het Johann Gutenberg Gymnasium in Erfurt in 2002, het Terra College in 2004, en in feite ook de Hofstadjongens.

Voedingsbodem

De eerste benodigdheid: een voedingsbodem van gebeurtenissen die zich hebben opgestapeld in iemands leven, soms al vanaf de geboorte, en die sommige mensen vatbaarder maken om dingen te doen die niet kunnen. Minderwaardigheidsgevoelens en impulsiviteit laten situaties sneller escaleren, terwijl inlevingsvermogen een natuurlijke rem vormt.

Dat zijn kwesties van temperament, zegt ontwikkelingspsycholoog Gerrit Breeuwsma van de Rijksuniversiteit Groningen, maar ook van opvoeding; een kind moet leren om directe behoeften uit te stellen, om ruzies met woorden op te lossen, om oog te hebben voor andermans gevoelens.

Naast de voedingsbodem is er ook altijd een acute factor, de vonk die de agressie, frustratie of wanhoop opwekt. Vermeiren: 'Dat kan ontslag zijn, of van school gestuurd zijn, een overlijden in de familie, pesten, ruzie met een vriend. Zo'n gebeurtenis kan op heel verschillende vlakken liggen, en ook heel subtiel zijn; iemand met minderwaardigheidsgevoelens zal zich sneller vernederd voelen. Dat maakt het moeilijk te voorspellen. Maar zo'n daad komt nooit plotseling. Er gaat altijd iets aan vooraf. Dan is het: iemand moet eraan of ik moet eraan.'

Vooral naar de voedingsbodem voor tienermoordzucht wordt flink gezocht. Na de drama's op Columbine en andere scholen, hebben veel deskundigen geprobeerd de risicosignalen op een rijtje te zetten. In het artikel 'Prediction of Violence and Homicide in Young Men', in december gepubliceerd in het Journal of Consulting and Clinical Psychology, komt de Amerikaan Rolf Loeber tot 63 indicatoren die aangeven of een jongen moordenaar wordt of niet. Ze variëren van wreedheid jegens dieren tot slechte vrienden en alcoholgebruik van de ouders.

Loeber concludeert, op basis van achttien jaar gegevens, dat jongens met vier of meer risicofactoren veertien keer zo veel kans hebben een moord te begaan als jongens met minder dan vier risicofactoren.

Heksenjacht

Maar wat moet je daarmee? Na Columbine is er een heksenjacht geweest waarbij jongens om belangrijke of minder belangrijke zaken van school gehaald werden, zegt Vermeiren. Maar geen enkele indicator of combinatie van indicatoren zal eenduidig op een moordenaar wijzen. Ontwikkelingspsycholoog Breeuwsma: 'Je kunt wel een psychologisch profiel vormen van de typische tienermoordenaar, maar je kunt er niet mee voorspellen. Zo'n profiel past op te veel mensen.'

Dat concludeerde uiteindelijk ook de Amerikaanse Secret Service, die na Columbine een profiel probeerde op te stellen van toekomstige daders. Uit onderzoek naar 37 incidenten sinds 1974, gepubliceerd in 2002, bleek dat de moordenaars wit, zwart, rood en geel konden zijn. Afkomstig uit gebroken gezinnen en gewone gezinnen. Populair of buitenstaander.

Grote vraag, zegt onderzoeker dr. Peter van der Laan van het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) van de Universiteit Leiden, is eigenlijk hoe het komt dat het zo vaak níet misgaat. De risicofactoren zijn overal, en iedereen wordt een keer puber. Juist dat is een explosieve combinatie.

Pubers neigen namelijk naar absolute waarheden, zegt Breeuwsma. Ze zijn voor het eerst in staat om logische redeneringen te voltrekken, en kunnen daarin heel rechtlijnig zijn. 'Als je altijd dingen over buitenlanders, vrouwen of leraren denkt en zegt, dan zegt de almachtige logica dat je daar ook iets mee moet dóen.'

Het is juist die rechtlijnigheid van adolescenten die hen zo vatbaar maakt voor extreme ideologieën. Het activisme, of het nou van Greenpeace is, van het Vlaams Belang of de islamitische jihad, biedt die combinatie van consequent denken en doen. Breeuwsma: 'Zo kun je slachtoffer worden van je eigen consequente gedrag.'

Het besef dat hun ideeën betrekkelijk zijn, komt pas daarna, als de pubers volwassenen worden. Bovendien besluiten volwassenen vaker om het maar bij woorden te laten, omdat ze de gevolgen van hun daden beter overzien. Pubers zijn daar nog niet goed toe in staat. Hun hersenen zijn daartoe nog niet goed ontwikkeld.

Vermeiren: 'De voorhoofdshersenen die betrokken zijn bij planning voor langere termijn, worden pas in de latere adolescentie actiever. Pubers denken meer op korte termijn en zijn daardoor impulsiever.'

'Neem het feit dat Van T. rookt op zijn kamer terwijl hij weet dat hij dan van het internaat gestuurd wordt, zonder kennelijk te overzien dat hij zijn opleiding dan niet kan afmaken.'

Het logisch denken zonder echter oog voor de gevolgen te hebben, maakt dat een tiener met een ijzeren logica kan beredeneren waarom die ene extreme oplossing (moord, zelfmoord) de enige juiste is. De ingeving zelf kan impulsief zijn, maar daarna kan de voorbereiding maanden werk kosten, zonder dat het hoofd nog uit zijn eigen redeneringen kan ontsnappen. De moordenaars in Columbine waren een jaar bezig met het voorbereiden van hun daad, de moordenaar in Erfurt had een jaar nodig om munitie te verzamelen zonder dat het opviel.

Existentiële vragen

Voeg daarbij nog de existentiële vragen die de puberteit typeren - wat wil ik eigenlijk met mijn leven, wil ik überhaupt wel íets in die toekomst - en de heftige emoties. Breeuwsma: 'Die geven de kracht en motivatie om het uit te voeren.'

Een psychotherapeut die een potentiële moord signaleert - meestal gaat het om zelfmoord - zal daarom de familie en anderen inschakelen om een netwerk om zo'n jongen te vormen, zodat die de periode ongeschonden doorkomt. Zo'n netwerk moet tegenwicht bieden, afremmen.

Een extremistische omgeving doet juist het omgekeerde. De ideologie kanaliseert de dadendrang en zorgt voor een doelwit (in Antwerpen allochtonen, voor moslimextremisten westerse vrijdenkers). Al is het extremisme dus geen oorzaak, het kan wel de ontbrekende duw leveren om te gaan moorden.

Op diezelfde manier spelen computerspelletjes een rol. 'Een oorzaak vormen ze niet', zegt Vermeiren. 'Daarvoor zijn er te veel spelers die geen mensen doodschieten.' Maar videospellen kunnen wel simulatoren zijn die kinderen fysiek en psychologisch leren schieten, zegt de Amerikaanse geweldsonderzoeker Lt. Dave Grossman, voormalig docent aan de militaire academie Westpoint en auteur van het boek Stop teaching our kids how to kill. De daders van Columbine, Erfurt en Antwerpen speelden graag schietspelletjes. Volgens Grossman verklaart dit het feit dat de daders vaak op de hoofden van hun slachtoffers mikten. Bonuspunten.

De beschikbaarheid van wapens: opnieuw geen oorzaak, maar wel de praktische omstandigheid waardoor een tiener zijn frustratie of wanhoop op desastreuze wijze kan uiten. Murat D., van het Terra college, zat in een milieu waarin hij makkelijk aan wapens kon komen. Van T. stapte een winkel binnen en kocht een jachtgeweer.

Het is zaak die risicofactoren te compenseren met 'beschermende factoren', zegt Van der Laan van het NSCR. Gebrekkig ouderlijk toezicht is een duidelijke risicofactor, en dus moet je omstandigheden creëren waarin ouders beter toezicht kunnen houden op hun kinderen. 'Dit is de nieuwe stroming in het preventiebeleid. Het is een open deur van jewelste, maar erg moeilijk te realiseren.'

En blijven opletten. Want de moordenaars geven zich vooraf bijna altijd bloot, concludeerde de Secret Service. Ze plannen, ze kopen wapens, ze schrijven gewelddadige gedichten, bedreigen mensen op internet, vertellen anderen wat ze gaan doen. Toen ouders van een medeleerling van de latere moordenaars van Columbine ontdekten dat die hun zoon op internet bedreigden, schakelden ze de politie in. De sheriff diende een verzoek voor een huiszoeking in, alleen is die er nooit van gekomen. Harris en Klebold hadden toen hun huis al vol explosieven liggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden