interview

Joke Bruijs: ‘Ik zou niet meer zo snel afhaken als ik toen met Gerard heb gedaan’

null Beeld Imke Panhuijzen
Beeld Imke Panhuijzen

Zangeres en actrice Joke Bruijs nadert de 70, maar het rustiger aan doen? Dat lúkt gewoon niet. Ze vindt het allemaal nog te leuk, wil alles uit het leven halen wat erin zit en ertoe blijven doen. Bovendien: werken houdt je jong. ‘Ik voel me helemaal geen oud mens.’

Antoinnette Scheulderman

Gerommel in de ruime Wassenaarse leefkeuken. Joke Bruijs – trui, jeans en lange ketting in dezelfde lichtblauwe kleur, opgestoken haar – schikt stukken taart op bordjes. Haar derde echtgenoot Frits Landesbergen, gerenommeerd jazzvibrafonist, slagwerker en arrangeur, zet koffie. Daarna pakt Bruijs het door haar man uitgeprinte overzicht van hun aanstaande theatertour When Christmas Is Near. Acht jazzy concerten, te beginnen donderdag 9 december. Nerveus is ze nooit, wel gespannen, deze keer over haar stem. ‘Ik ben heel kritisch op mezelf. Door corona heb ik al lang niet opgetreden en ik word binnenkort 70, dus dan haal je de hoge tonen ineens niet meer zo makkelijk. Daarom heb ik weer zangles genomen. ‘Je moet maar even niet drinken, om dat strottenhoofd tot rust te laten komen’, zei de zanglerares.’

Frits: ‘Dat was wel jammer.’

Joke: ‘Heel jammer, ja.’

Frits: ‘Wij zijn gezelligheidsdrinkers.’

Joke: ‘Ik kan er heel goed buiten, hoor, daar gaat het niet om. Maar tijdens corona maakten we vaak ’s middags al lekker een flesje open. Gezellig met een roseetje op de boot. Op een gegeven moment zag ik daar in de hal dan die lege flessen staan en dacht ik: zo-hó. Maar goed, nu ben ik dus gestopt. Al vraag ik me inmiddels ook af: misschien kan ik beter stoppen met zingen. Ik doe het inmiddels al 55 jaar, hè?’

Frits vertelde me eerder dat jij je vroeger altijd moest bewijzen tegenover je drie oudere broers en vader. Dat je daarom ook zo kritisch bent op je eigen prestaties.

‘Mijn broers vonden wat ik deed geen vak. Als ik zei dat ik ging werken, riepen ze: ‘Dat is toch helemaal geen werk?’ Het is wat vaak ook aan muzikanten zoals Frits wordt gevraagd: ‘En wat doe je dan overdag?’ Maar goed, ik denk er dus steeds over om het rustig aan te gaan doen, maar dat lukt niet. Omdat ik het allemaal nog te leuk vind.’

Gerard Cox, jouw ex-man met wie je nog vaak samenwerkt, zei: ‘Wij vonden de aandacht allebei heel prettig’.

‘Dat is het ook. Het gevoel dat je er nog toe doet, zoiets. Volgende week eerst die concerten, in januari komt de film Casa Coco uit waarin Gerard en ik de hoofdrollen spelen en we zijn net begonnen aan de repetities voor Scrooge Live, op 18 december. Laatst vroegen ze me voor een podcast. Ik weet niet eens wat een podcast is, maar ik ben dan toch ijdel genoeg dat ik dat leuk vind. Bovendien: werken houdt je jong. We repeteerden gisteren in Hilversum, met Jeroen van Koningsbrugge. Komt Gerard als een ouwe man binnen, maar als-ie weggaat, zou je hem echt geen 81 meer geven. Dan is hij ineens weer hartstikke monter. Met acteren stop ik sowieso nog niet, maar over dat zingen twijfel ik.’

Frits: ‘De stem is een gevoelig instrument. Wat dat betreft heb ik het een stuk makkelijker: je geeft een klap op een drumstel en het speelt.’

Jouw vader zong vroeger met Johnny Hoes.

‘Tweestemmig, driestemmig. Hij was heel muzikaal. Maar over mijn ambities was hij vooral nuchter. Als ik zangeres wilde worden, moest ik niet ouwehoeren en het gewoon doen. Steun kwam er niet. Ik kom uit Rotterdam-Zuid hè, dat was en is niet bepaald een springplank voor het toneel. Ik wilde graag naar de toneelschool, op piano- en balletles. Maar dan werd er gezegd: ‘Hebben we geen geld voor.’ Terwijl mijn broers wel altijd in de nieuwste voetbaltenues liepen.’

Ineens: ‘Ik zou samen met Bill van Dijk de hoofdrol gaan spelen in de musical Little Shop of Horrors die Pleuni Touw en Hugo Metsers produceerden. Had ik veel zin in, maar uiteindelijk ging het toch niet door. Hoe jammer ik het ook vind, ik kan daar dan niet mee zitten. Door mijn opvoeding kan ik heel goed tegen teleurstellingen. Vroeger wilde ik ook van alles, maar dat ging ook nooit door.’

In deze lastige coronatijd zou iedereen misschien wel een vleugje van die mentaliteit kunnen gebruiken.

‘Frits en ik hadden een lekkere commerciële schnabbel staan voor begin december. Maar toen er 2 november weer een persconferentie kwam met nieuwe maatregelen, werd die meteen geannuleerd. Toch zitten we dan niet bij de pakken neer. Frits verdient al een poos bijna niks meer en ik krijg geen salaris uit mijn bv, omdat er gewoon niets binnenkomt, maar tóch hebben we samen een hartstikke leuke tijd gehad. Je moet ook moeilijke tijden positief benaderen, dat helpt.’

13 jaar is Joke ‘Jopie’ Bruijs als ze zelf het heft van haar gedroomde carrière in handen neemt en meedoet aan een door Jos Brink gepresenteerde talentenjacht in Rotterdam. Ze had op straat een affiche zien hangen en meldt zich aan. Als kind al staat ze zingend op foto’s, met een afwasborstel die dienstdoet als microfoon; nu mag ze eindelijk een echte gebruiken. Omdat deelnemers minimaal 15 jaar moeten zijn, zegt ze dat ze twee jaar ouder is. Ze wint, ‘met grote overmacht’, maar dan komt de Arbeidsinspectie langs en wordt Jopie uitgesloten van de landelijke finale.

Ze krijgt wel een platencontract, maar van een studio die kort daarna ten onder gaat. Gelukkig is er dan Vara’s Nico Knapper, die bij failliete muziekstudio’s zoekt naar tapes van potentieel talent. Zo ontdekt hij onder anderen Martine Bijl en Joke Bruijs. Waardoor Bruijs als 15-jarige alsnog debuteert, bij het Vara Dansorkest.

Ze zingt vervolgens in achtergrondkoortjes met Rotterdamse leeftijdsgenoten als Patricia Paay en Anita Meyer, treedt op met ensembles als The Skymasters en The Ramblers, staat op het toneel met de Mounties, André van Duin, Jan Blaaser, Mini & Maxi en cabaretgezelschap Don Quishocking.

In 1970 doet ze mee met het Nationaal Songfestival (liedje Okido), daarna staat ze in musicals (Kaat Mossel, Mooi Katendrecht), nog meer theatervoorstellingen (De Oase Bar, Alles went behalve een vent) en acteert in meerdere televisieseries, van Vreemde praktijken en Toen was geluk heel gewoon (met 229 afleveringen de langstlopende tv-comedy van Nederland) tot Goede tijden, slechte tijden en Maria Goos’ La Famiglia.

Begin 2022 is ze te zien in bioscoopfilm Casa Coco, met Rotterdamse collega’s als Gerard Cox, Richard Groenendijk, Loes Luca en Frédérique Spigt. En intussen treedt ze nog steeds op als zangeres, met echtgenoot Frits in de begeleidingsband.

Jouw vader kreeg het grote succes niet meer mee.

‘Hij stierf toen ik 18 was. 48 jaar, kanker. Op zijn sterfbed heeft hij Feyenoord 6 mei 1970 gelukkig nog de Europa Cup zien winnen. Pas na zijn dood hoorde ik dat hij tegenover zijn collega’s weleens over me had opgeschept. Dat deed me toch goed.’

Hij was kraanmachinist in de Rotterdamse haven, jouw moeder werkte in een kledingwinkel, maar jullie hadden het thuis niet breed.

‘Mijn ouders trouwden in de oorlog, hun oudste zoon Cees werd geboren in de Hongerwinter. Ik ben de jongste, maar mijn moeder en ik deden samen het hele huishouden. Vanaf mijn 10de was ik ook verantwoordelijk voor de boodschappen. Legde mijn moeder 25 gulden en een lijstje klaar. De boodschappen waarachter een kruisje stond, konden afvallen als ik niet genoeg geld had. Dus maakte ik er een sport van om alles te halen en toch nog wat over te houden. Cees was 18 en had al een auto, maar die jongens deden niets in huis. Dat was toen heel normaal.’

Jouw vader sloot zich tijdens de oorlog aan bij een verzetsgroep.

‘Met mij heeft hij daar nooit over gesproken. Hij werd alleen boos als ik het woord ‘moffen’ gebruikte, terwijl hij dat zelf ook deed. Aan Cees vertelde hij zijn verhaal wel en die heeft er twee jaar geleden een mooi boek over geschreven, De laatste vijand.’

Joke Bruijs Beeld Imke Panhuijzen
Joke BruijsBeeld Imke Panhuijzen

Een gezin van zes onderhouden met weinig geld moet lastig zijn geweest.

‘Cees heeft weleens gezegd dat mijn moeder het budget had van een kraanmachinist, maar de kapsones van een keizerin. Ze was beeldschoon en hield van mooie dingen, dus zorgde ze ervoor dat niemand zag hoe arm wij waren. Kocht ze een jurkje voor me waar ze de ene keer een kanten kraagje op naaide en de andere keer parels, zodat de mensen dachten: goh, heeft Jopie nou weer iets anders aan? Toen mijn moeder op haar 72ste een herseninfarct kreeg, had ze inmiddels een eigen kunstgalerie. Daarom heb ik hier zoveel kunst hangen; allemaal geërfd.’

Hoe belangrijk wordt geld voor je als je het vroeger nooit hebt gehad?

‘Mijn moeder zei weleens dat ze te arm was om gelukkig te kunnen zijn. Dat heb ik altijd onthouden. Je kunt wel makkelijk zeggen dat geluk niet in geld zit, maar je hebt toch wat nodig om fijn te kunnen leven. Ik haat het om schulden te hebben. Dat doet me denken aan de bode die vroeger bij ons aan de deur kwam. Wij deden natuurlijk alles op de pof en als zo iemand dan aanbelde om het geld te innen, verstopte mijn moeder zich en moest ik zeggen dat ze er niet was.’

Gerard Cox zei: ‘Toen ik tijdens ons huwelijk een poosje wat geldzorgen had, wilde ze daar niets van weten.’

‘Dat klopt, ja. Er was iets met de belastingdienst, maar ik had in mijn jeugd al genoeg financiële ellende gekend. Dus ik vond dat hij dat zelf maar moest oplossen. Ik heb ook goede tijden gekend, hè? Als ik er nu aan denk wat een géld ik toen uitgaf. Ik kocht me scheel bij Mody Mary en Hardies in Den Haag. Destijds dacht ik: als je een Rolex om hebt, dan ben je iemand. Dus die kocht ik dan ook. ‘Aangekleed gaat uit’ is een typisch Rotterdamse uitdrukking. Dat je van alles net een tikkie te veel doet. Ik ging graag in vol ornaat: hoge hakken, glitters, grote schouders, veel sieraden, sexy. Heb ik allemaal niks meer mee, ik koop zelden nog iets en je kunt mij uittekenen in een spijkerbroek met een trui en gympen. Gelukkig maar dat ik niet meer zo hebberig ben, want door corona komt er dus niet veel meer binnen.’

Jouw tweede echtgenoot, vastgoedondernemer Boris Bayer, was heel rijk.

‘En dat is-ie nog steeds. Maar die geniet dan weer niet. Een goed voorbeeld dat geld niet gelukkig maakt.’

Vond je het, na die bescheiden jeugd, prettig om met een vermogende man te zijn?

‘Ik leerde hem kennen in de kroeg, dus ik wist dat helemaal niet. Destijds kon je iemand nog niet googlen. Pas later begreep ik dat half Den Haag, Leiden en Gouda van hem waren. En dat hij niet één boetiekje had, maar dertig. Toen we gingen scheiden, bleek ik voor koude uitsluiting te hebben getekend. Dat is precies zoals het klinkt: koud. Al heeft-ie daarna best goed voor me gezorgd, hoor.

‘Veel mensen om me heen begrepen niet dat ik van hem af ging, alsof je bij iemand blijft om het geld. Frits is jazzmuzikant dus zeker niet rijk, maar we hebben het hartstikke goed samen. Boris begrijpt daar niets van, die vindt Frits een armoedige man.’

Frits: ‘Dat ben je al snel als je het vergelijkt met 400 miljoen.’

Joke: ‘Terwijl ik met Frits veel gelukkiger ben.’

Gerard Cox woont nog steeds in het huis waar jullie in 1975 samen introkken.

‘Het interieur is zelfs nagenoeg onveranderd. Er hangt nog een schilderij van mij, waarvan latere vriendinnen weleens hebben gevraagd: ‘Zou dat niet weg kunnen?’ ‘Het hangt daar best’, antwoordde hij dan.’

Je was 21 toen je Gerard leerde kennen, hij 33 en net op het toppunt van zijn roem met de hit ’t Is weer voorbij die mooie zomer. Hij vertelde dat jij toen zong in het tv-programma van Chiel Montagne, Op losse groeven. Hij werd daar ook uitgenodigd en ging alleen omdat hij jou kort daarvoor in weekblad Panorama had zien staan en dacht: wat een lekker wijf.

‘Ik herinner me die dag nog heel goed. Na afloop nodigde Gerard me uit naar Klein Bellevue te komen, waar hij die avond met Frans Halsema optrad. Gerard woonde in Rotterdam op de Witte de Withstraat, waar hij gitaar voor me speelde en Franse chansons zong, of hij kwam me thuis ophalen met een bosje fresia’s voor mijn moeder: natuurlijk viel ik voor hem. Hij was mijn grote liefde en ik absorbeerde alles wat hij me aan kennis en levenservaring bijbracht. Ik zeg nog steeds dat Gerard degene is die mij heeft opgevoed.

Maar toen werd ik 35 en was ik er ineens klaar mee. Hij ging zijn eigen gang en ik had liever iemand die meer aandacht aan me besteedde. Daarbij waren de rollen omgedraaid: toen we elkaar leerden kennen, was hij nog vooral bekend van het geëngageerde cabaret en deed ik de feesten en partijen – inmiddels was het andersom. Hij was mijn held niet meer.

Later heb ik weleens gedacht dat ik niet zo snel in paniek had moeten raken toen ik het ‘is dit het nou’-gevoel kreeg. Maar ik ging meteen weg.’

En waarom ging je in je volgende huwelijk ook bij Boris weg?

‘Boris vond het leuk dat hij met Joke Bruijs was en ik vond hem een spannende man, maar je moest niet met hem getrouwd zijn. Na een paar jaar wilde hij kijken of het gras ergens anders groener was; daar moet je bij mij niet mee aankomen. Ik heb geen spijt van die tijd, hoor, spijt is sowieso een slechte raadgever. Ik zou het alleen nooit meer doen.’

Wat leer je door drie huwelijken over de liefde?

‘Ik vond destijds dat als de hartstocht wegviel, je elkaar niet nog dertig jaar onnodig moest blijven treiteren. Omdat een huwelijk zonder passie geen huwelijk is. Maar inmiddels denk ik dat je toch wat langer moet doorzetten, ook als de verliefdheid op een gegeven moment taant. Ik zou niet meer zo snel afhaken als ik toen met Gerard heb gedaan.

Maar gelukkig ben ik na negentien jaar nog steeds verliefd op Frits. Hij heeft het sowieso al het langst volgehouden. Met Gerard was ik veertien jaar samen, met Boris twaalf.’

Frits, vanachter het aanrecht: ‘Dat wrijf ik die twee ook altijd in. Gerard kan er goed tegen, Boris niet.’ Even later: ‘Gerard zal het nooit volmondig toegeven, maar hij is nog steeds gek op Joke.’

Richard Groenendijk, die jullie allemaal goed kent, zei: zowel Gerard als Boris heeft veel vrouwen gehad, maar ze vinden allebei: met Jopie was ’t het leukst.

Schaterlach: ‘Ik schijn toch iets bijzonders te zijn.’

null Beeld Imke Panhuijzen
Beeld Imke Panhuijzen

Gerard en jij zijn pas na jullie scheiding gaan samenwerken. In Vreemde praktijken, Toen was geluk heel gewoon, De Oase Bar, Alles went behalve een vent, Scrooge Live, Casa Coco.

‘Ik was in 1987 naar Den Haag verhuisd, omdat ik vond dat Gerard wel gewoon naar zijn stamkroegen in Rotterdam moest kunnen blijven gaan zonder mij daar elke keer tegen te komen. Maar al na anderhalf jaar kwam het verzoek of wij samen in comedyserie Vreemde praktijken wilden spelen. De chemie was meteen terug. Gerard is heel goed in z’n vak, nog steeds.’

De film Casa Coco is gebaseerd op jullie chemie. Regisseur Lucio Messercola castte jou als een Rotterdamse pensionhouder die op Bonaire na dertig jaar haar oude liefde weer tegenkomt. Vervolgens schreven de bladen meteen dat jullie weer bij elkaar waren.

‘De oudste zoon van Frits stuurde me een appje: ‘Wat lees ik nou?’ Gelukkig moet Frits daar gewoon om lachen, die is totaal niet jaloers. Hij weet wat hij waard is, dat vind ik heel aantrekkelijk aan hem.’

Frits: ‘Het leven is zo kort, dus je kunt het beter gewoon leuk hebben met elkaar, toch?’

Joke: ‘Gerard heeft tijdens de opnamen op Bonaire in ons huis op het eiland gelogeerd. Was hartstikke gezellig met z’n drieën.’

Je kende Frits al lang voordat jullie iets kregen.

‘Al een jaar of 25. Destijds zou ik niet op hem zijn gevallen, omdat-ie te normaal was. Ik hield van spannend, nu vind ik dat eenvoudige juist een pluspunt. Na een gezamenlijk optreden vroeg-ie een keer of ik geen jazzalbum wilde maken, voor zijn eigen platenlabel. Een paar weken later las hij dat ik van Boris af was en stuurde me een berichtje: ‘Wat lullig voor je, maar gelukkig is er nog de muziek, die helpt je er wel doorheen.’ Pas toen we die plaat gingen opnemen, dacht ik: ‘Wat een leuke man is dit.’ Close to Me – het is uiteindelijk wel je duurste plaat ooit geworden.’

Frits: ‘Dat kun je wel zeggen.’

Joke: ‘We werden verliefd, maar hij was nog getrouwd. De scheiding heeft hem veel geld gekost. Later hoorden we van vrienden die bij Willem-Alexander en Máxima thuis waren geweest dat Close to Me daar op stond. Vonden we wel heel leuk. Ik had die plaat opgestuurd, omdat Willem-Alexander vroeger weleens bij me thuiskwam toen ik nog met Boris was. Zij trainden samen voor de marathon van New York. Helemaal gek met onze honden was-ie toen.’

Jij hebt nooit kinderen gewild, toch?

‘Nee, ik hield meer van honden. Ze zeggen dan dat dat een soort compensatie is, maar daar geloof ik niks van.’

Speelde het mee dat jouw moeder het als jonge vrouw lastig had met vier kinderen?

‘Zij zei altijd: ‘Ik wilde ook geen kinderen, maar in die tijd kreeg je ze gewoon.’ Misschien zit het ons in de genen, de dochter van mijn broer wilde ook geen moeder worden. Ik ken die drang niet, bovendien vond ik mijn vak te leuk.’

Maar in je huwelijk met Boris ben je wel zwanger geweest.

‘Hij wilde dat heel graag en ik gunde hem een kind. Maar die zwangerschap was buitenbaarmoederlijk en daarna hebben we het niet meer geprobeerd. Achteraf gezien maar goed ook. Hij en ik hadden samen wel vier honden, dus toen we gingen scheiden kwam er een omgangsregeling voor de dieren.’

Frits had jou graag als moeder meegemaakt, vertelde hij.

‘Ik ben onbevlekt ontvangen oma geworden van zijn kleinkinderen en dat vind ik heerlijk, maar ik heb nooit gedacht: wat jammer dat ik dit niet zelf heb meegemaakt. Bovendien was ik al 52 toen wij iets kregen, dat hielp ook niet.’

Drie jaar daarna kreeg jij borstkanker.

‘Ik dacht toen meteen aan Frits. ‘Wat erg, heeft hij alles achter zich verbrand om met mij te zijn en dan ga ik dood.’ Maar dat mocht ik van hem daarna nooit meer zeggen.’

Richard Groenendijk vertelde: ‘Ook in moeilijke tijden is Joke het type ‘schouders eronder en niet zeuren’.’

‘Ik was in de auto onderweg van het ziekenhuis naar Wassenaar. Richard belde, hoe de uitslag was. Dus ik zeg: ‘Niet zo best Ries, ik moet onder het mes.’ Op datzelfde moment valt mijn mobieltje uit; de batterij leeg. Eenmaal thuis belde ik hem terug en hij antwoordde meteen: ‘Ik dacht al, dat is toch nog snel gegaan.’ Daar moest ik zo ontzettend om lachen. Ik hou wel van die zwarte humor.’

Zowel na de crematie van je vader als moeder trad je dezelfde avond nog op.

‘Voor mij was dat een vorm van therapie: hoefde ik nergens aan te denken, behalve aan dat optreden. Hetzelfde met die borstkanker. Ik stond toen in de André van Duin Revue en had niemand iets verteld, zodat ik niet elke avond vragen zou krijgen. Ik werd zeven weken lang elke dag bestraald, maar ’s avonds merkte niemand iets aan me.’

The show must go on.

‘Daar ben ik heel erg van, ja. Zal ook door mijn opvoeding komen. Wij deden het naar de buitenwereld ook allemaal iets mooier voor dan het was. En als artiest moet je proberen je magie te behouden. Je bent er om de mensen een leuke avond te bezorgen. Als zij weten wat er intussen allemaal speelt in jouw leven, wordt die magie doorbroken.’

14 januari word je 70. Wat vind je daarvan?

‘Prima. 60 worden vond ik wél lastig. Alsof ik vanaf dat moment het leukste had gehad en het daarna alleen nog maar geleende tijd zou zijn. Maar dat viel alles mee. Ik heb nog steeds overal zin in, voel me helemaal geen oud mens.’

null Beeld Imke Panhuijzen
Beeld Imke Panhuijzen

Je bent ook niet van de botox, hè?

‘Nee, ik heb nog nooit een prikje gehad. Natuurlijk sta ik weleens voor de spiegel en denk: zoooo... Maar met botox gaat iedereen op elkaar lijken, dat vind ik niks. En ik geloof erin dat als je gewoon zorgt dat je lekker druk blijft, dat uiterlijk meteen minder belangrijk wordt. Het zijn vaak vrouwen met te veel tijd die denken dat ze botox nodig hebben.’

In 1987 poseerde je naakt voor Penthouse. Hoe werd daar toen op gereageerd?

‘Heel normaal eigenlijk, je had toen nog geen sociale media. Van mijn broers had het niet gehoeven, maar ze hielden me ook niet tegen. Gerard en ik waren net gescheiden en ik kreeg er veel geld voor. Toen ik toch mijn bedenkingen had, haalde Gerard me over: ‘Je hebt een prachtig lijf, natuurlijk moet je dat doen.’ Destijds trad ik op met het toen heel linkse Don Quishocking; ik heb al die mannen een exemplaar van Penthouse gegeven.’

Heb jij weleens met #MeToo te maken gehad?

‘Het enige wat ik me herinner is dat ik als 16-jarige veel in Hilversum optrad en dat een orkestleider tussen twee optredens door ineens met mij in de auto een bos in reed, in plaats van naar de studio. Dus ik zei: ‘Wat raar, je rijdt het enge bos in.’ ‘O, ben je daar niet voor in?’, vroeg-ie toen, en vervolgens was het meteen over. Ik denk dat ik daarna altijd heb uitgestraald dat je zoiets bij mij niet moest proberen.’

Het levensmotto van Gerard Cox is: ‘Als het leven geen zin heeft, dan maakt het maar zin.’

‘O ja, die is wel typisch Gerard. De mijne is: Leef wat je kan. Waarmee ik bedoel dat je alles wat je in je hebt, eruit moet gooien. En geniet er vooral ook van. Frits zegt altijd: ‘Bij twijfel inhalen.’ Vaak zijn er allerlei praktische bezwaren als je de kans hebt om iets leuks te gaan doen, waardoor je zegt: het komt niet uit. Terwijl je gewoon moet besluiten: als iets leuk genoeg is, wél doen. Je moet wel léven, hè?’

CV Joke Bruijs

14 januari 1952 Geboren als Johanna Maria Bruijs in Rotterdam.

1965 Doet mee aan talentenjacht in Rotterdam, krijgt eerste platencontract, lid van popgroep The Spitfires.

1967 Vara Dansorkest.

1970 Samenwerking met Jan Blaaser, Don Quishocking, Mini & Maxi, De Mounties. Deelname Nationaal Songfestival.

1989-1993 Comedyserie Vreemde Praktijken.

1994-1996 Musicals Kaat Mossel, Mooi Katendrecht en Blood Brothers. Daarna solocabaretprogramma’s als Hemelsbreed, Joke Bruijs zingt d’r moerstaal en Gepeperd.

1996 Album You make me feel so young (Bruijs ’n Boys).

1994-2009 Toen was geluk heel gewoon met hoofdrollen voor Cox, Bruijs (Nel Kooiman), Sjoerd Pleijsier en Mouna Goeman Borgesius.

1999 Gouden Televizier-Ring en Het Gouden Beeld voor Toen was geluk heel gewoon.

2000 Theaterprogramma Cole Porter Songbook.

2003 Krijgt Erasmusspeld toegekend vanwege haar verdiensten op het gebied van cultuur voor stad Rotterdam, eerste solo-jazzalbum Close to me verschijnt (olv Louis van Dijk).

2004-06 Verschillende shows samen met André van Duin.

2009-2011, 2018 Speelt in Goede tijden, slechte tijden.

2010 Album On The Road.

2012 Biografie Joke Bruijs, swingend door het leven.

2014 Toneelstuk Alles went behalve een vent, Toen was geluk heel gewoon de film.

2016 Dramaserie La Famiglia.

2017 Galaconcert in De Doelen ter gelegenheid van 50-jarig jubileum, musical De Oase Bar.

2019 Doet mee aan RTL4-hit The Masked Singer, in het theater muziekprogramma Cafe du Monde.

2021 Speelt in serie De K van Karlijn.

Vanaf 9 december toert Joke Bruijs met muzikaal programma When Christmas Is Near, op 18 december is Scrooge Live te zien via Omroep Max en januari 2022 gaat bioscoopfilm Casa Coco in première.

Credits fotografie

Fotografie-assistent: Jordi Boerakker, styling: Marja Bennebroek, visagie: Niki Vos. Kleding: Bouclé-colbert en rok: Vanilia, panty: Oroblu, oorbellen: archief stylist, pumps: Uterqüe. strik: StudioSchijn. Pak: Arket, overhemd: Dries Van Noten via Pauw, spencer: Ganni via Bijenkorf

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden