Boekeninterview

Johny Pitts: ‘Het idee dat een zwart persoon door Europa reist is voor veel mensen radicaal’

Wat betekent het om zwart te zijn in Europa? Op zoek naar het antwoord maakt de Brit Johny Pitts (35) een rondreis. Zijn verslag, Afropean: Notes from Black Europe, beschrijft vergeten mensen in onopgemerkte wijken.

Abel Bormans
Johny Pitts op bezoek bij The Black Archives in Amsterdam.  ‘De term Afropeaan biedt mensen de mogelijkheid om een identiteit te hebben zonder koppelteken. We zijn niet gemengd-dit, half-dat of zwart-anders.’  Beeld Lin Woldendorp
Johny Pitts op bezoek bij The Black Archives in Amsterdam. ‘De term Afropeaan biedt mensen de mogelijkheid om een identiteit te hebben zonder koppelteken. We zijn niet gemengd-dit, half-dat of zwart-anders.’Beeld Lin Woldendorp

Een koude, besneeuwde dag in Sheffield. Johny Pitts is 18 jaar en twijfelt over zijn toekomst. Vlak daarvoor is hij ontslagen bij warenhuis Debenhams. Een aantal jaar eerder zijn zijn ouders gescheiden. De meeste dagen slentert hij door de straten van Sheffield. Pitts is altijd op pad met zijn camera, al maakt hij in die periode geen foto’s van ‘specifiek iets of iemand’. Af en toe loopt hij een cd-winkel binnen, op zoek naar hiphop-platen die hij nog niet kent.

A dirty picture in a golden frame, noemde de Victoriaanse schrijver John Ruskin Sheffield ooit. In het hart van het fraaie, glooiende landschap van South Yorkshire bevindt zich een grauwe industriestad, waarvan de roemruchte staalfabrieken zijn gesloten.

Op een van die lusteloze dagen wordt Pitts op straat ineens aangesproken door een jonge vrouw. ‘Hey! Hoe is het? Ken je me nog, van de trein richting Frankfurt?’ Ik?, denkt Pitts. In een trein naar Frankfurt? Beleefd zegt hij haar dat ze de verkeerde voor zich heeft.

Het voorval zet hem aan het denken. ‘Kennelijk had iemand die op mij leek de trein gepakt richting Frankfurt’, zegt Pitts. ‘Een jonge zwarte man dus. Ik kon me het niet goed voorstellen. Mijn vrienden kwamen eigenlijk nooit buiten Sheffield en ook zelf had ik niet veel van Europa gezien. Onze verbeeldingskracht reikte niet ver. Maar ik begon me af te vragen: wie was die persoon in de trein?’

Zo wordt voorzichtig het eerste zaadje geplant voor zijn reis. Al duurt het nog tien jaar voordat hij met een notitieboek en camera daadwerkelijk naar Parijs, Marseille, Brussel, Amsterdam, Berlijn, Stockholm, Moskou en Lissabon afreist. Het doel: antwoord krijgen op de vraag wat het betekent om zwart te zijn in Europa. Daarvoor onderzocht hij de verborgen geschiedenissen van gestigmatiseerde en onopgemerkte gemeenschappen aan de randen van die Europese steden.

In een combinatie van reportage-elementen en bespiegelingen documenteert hij de individuele mensenlevens. De weerslag, inclusief foto’s verwerkte hij tot Afropean: Notes from Black Europe. Het boek wint meerdere prijzen, waaronder de Leipziger Buchpreis.

Amsterdam.  Beeld Johny Pitts
Amsterdam.Beeld Johny Pitts

Johny Pitts, die naast schrijver en fotograaf ook dichter, muzikant en tv- en radiopresentator is, is in Amsterdam vanwege de publicatie van de Nederlandse vertaling van zijn boek. Ter gelegenheid daarvan zijn de foto’s, die in 2020 al te zien waren bij Foam, nu uitgestald bij The Black Archives op de Zeeburgerdijk in Amsterdam. Pitts praat bedachtzaam. Hij refereert net zo graag aan artiesten en rapformaties als 2Pac, The Notorious B.I.G. en Opgezwolle – waar Pitts groot fan van is – als aan Stuart Hall, Frantz Fanon en James Baldwin.

Johny Pitts belichaamt en cultiveert daarmee zowel hiphop en straatcultuur als intellect. In zijn boek verkent hij de term Afropeaan, beschrijft hij zijn jeugd in Sheffield en zet hij zijn ervaringen tijdens zijn rondreis langs veelvuldig overgeslagen wijken in de hoofdsteden van Europa uiteen.

Waar komt de term Afropeaan vandaan?

‘Die werd begin jaren negentig gemunt door de muzikanten David Byrne en de Belgisch-Congolese zangeres Marie Daulne. Toen ik de term ontdekte, voelde ik me er direct bij thuis als als zoon van een zwarte Afro-Amerikaanse vader en een witte moeder uit de arbeidersklasse. Overal om me heen zag ik verdeeldheid. Niet alleen tussen zwarte en witte mensen, maar ook binnen zwarte gemeenschappen.

In 2010 begon ik de onlinecommunity Afropean, eerst op Facebook, later ook met een eigen site, om ervaringen uit te wisselen en op zoek te gaan naar wat zwarte Europeanen bindt. De term Afropeaan biedt mensen de mogelijkheid om een identiteit te hebben zonder koppelteken. We zijn niet gemengd-dit, half-dat of zwart-anders.

Parijs. Beeld Johny Pitts
Parijs.Beeld Johny Pitts

‘Ik wilde reizen namens al die Afropese mensen die dat niet hebben kunnen doen. Laten zien dat zwarte mensen in Europa een geschiedenis hebben, hoewel ze vaak in de naslagwerken ontbreken. En ik wilde tonen hoe de levens van zwarte Europeanen net zo goed gelaagd als alledaags zijn. Er zijn meer smaken dan alleen overgestileerde retrohipsterdandy’s met dikgerande brilmonturen en in hoody’s gehulde gevaarlijke gangsters, zoals je in de media vaak ziet. Daarom heb ik het boek ook zo genoemd.

Hoe was het om op te groeien in Sheffield in de Thatcher-jaren?

‘Ik groeide op in Firth Park, een zeer multiculturele wijk. Een grote smeltkroes van Jemenitische, Jamaicaanse, Somalische, Pakistaanse en witte arbeidersgemeenschappen. Zeer gemengd, zeer arm. Ik heb geen slechte tijd gehad in Sheffield.

‘Toen ik opgroeide was er enorm veel werkloosheid. Het vrijemarktkapitalisme van Thatcher heeft de industriële funderingen van noordelijke steden als Sheffield vernietigd. Het was een mess of a city, met leegstaande fabrieken en oude straten met brutalistische architectuur. Tegelijkertijd maakte het gebrek aan toekomstperspectief en de werkloosheid ook enorm veel creativiteit los.

Sheffield was een van de graffiti-hoofdsteden van Europa met legendarische artiesten zoals Fista, die van leer trok tegen materialisme en individualisme. Hiphop was enorm populair en belangrijk voor mijn generatie (graffiti wordt door Pitts en anderen gezien als onderdeel van een bredere hiphopcultuur, red.).

‘De autoriteiten begrepen er alleen helemaal niks van. Graffiti-artiesten als Fista werden opgepakt en kregen jarenlange gevangenisstraffen. Het mocht er niet zijn. Thatcher heeft gewonnen in Sheffield. Toen de fabrieken sloten, werd het een vrijetijdsstad met grote shoppingscentra. Mensen uit de arbeidersklasse gingen zich zien als ondernemers. Politiek bewustzijn werd ingeruild voor comfort. En creativiteit moest geld opleveren. Het laatste interessante dat vanuit Sheffield tot de mainstream is doorgedrongen, zijn de Arctic Monkeys. Het leven in Sheffield is comfortabeler geworden, maar ook saaier en betekenislozer.’

Je beschrijft dat jij en je vriendjes ervan droomden om neergeschoten te worden als 2Pac. Wat was aantrekkelijk aan die gedachte?

‘Een bewijs van hardheid. Veel kinderen met wie ik opgroeide zagen niet in hoe je op een andere manier aanzien kon krijgen dan door te laten zien hoe hard je was. 2Pac werd in 1994 vijf keer neergeschoten maar overleefde het. Dat zagen we als een mark of honour.

Bern. Beeld Johny Pitts
Bern.Beeld Johny Pitts

‘Ik zie geweld als een bepaalde vorm van taal als je niet in staat bent tot of uitzicht hebt op andere vormen van expressie. Martin Luther King zei al dat opstand de taal van de stemlozen is. En Sartre beschrijft in een inleiding in Frantz Fanons Wretched of the Earth hoe geweld een zuiverende kracht is, die onderdrukte mensen bevrijdt van hun minderwaardigheidscomplex, wanhoop en passiviteit. Het kan zelfrespect terugbrengen. Die manier van denken was ook op ons van toepassing, denk ik.’

Had je veel last van racisme toen je jong was?

‘Onder mijn witte vrienden werd zwart-zijn vaak als een soort van ‘cool’ gezien. Andere bevolkingsgroepen leken vaak de dupe. Over mij zeiden ze: ‘John is oké! Maar fuck die Paki’s!’ Ik voelde me daar altijd ongemakkelijk bij, maar ik was blij dat ik ‘oké’ was. Pas later besefte ik: als ze het over Pakistanen hebben, hebben ze het ook over mij.

‘Natuurlijk was er racisme. Vooroordelen speelden een rol. Voorbeeld: lezen en schrijven, daar was ik altijd al goed in. Mijn witte vriend Chris had dat veel minder. Toch werd hij in de ‘top set’ geplaatst en ik in de ‘bottom set’ (op Engelse basisscholen worden leerlingen naar vaardigheden gerangschikt, red.).

‘Er was geen enkele docent die me gestimuleerd heeft om te gaan schrijven of op een andere manier creatief te zijn. Het kwam ook door onze buurt in Sheffield. We groeiden op om de middelmatige baantjes te gaan doen. Om het lompenproletariaat te worden.

‘Als tiener verdiende ik extra geld dankzij de politie van South Yorkshire. Als een zwart persoon werd verdacht van een strafbaar feit, was ik een van de andere personen die in zo’n lijn moest gaan staan zodat getuigen de dader konden kiezen. ID-parades, heet dat. Ik kon mijn geluk niet op, ik kreeg 10 pond per uur. Maar als je erop terugblikt, is het weird.

Berlijn. Beeld Johny Pitts
Berlijn.Beeld Johny Pitts

‘Ik sprak laatst met de Algerijns-Franse fotograaf Mohamed Bourouissa. Hij omschreef de gewaarwording van racisme als volgt: als je opgroeit voel je een bepaalde energie, waarvan je niet precies weet wat het is. Er is alleen iets geks aan de hand. Pas later zie je in wat het was.’

In je boek beschrijf je hoe sommige van je oude klasgenoten letterlijk gek werden omdat jullie opgroeiden in een ‘pathologisch racistische samenleving’. Wat bedoel je daarmee?

‘Racisme zit in de fundamenten van Engeland. Land is gebouwd op de trans-Atlantische slavenhandel, het kolonialisme en de ontzegging van stemrecht. Dat werkt door in het heden. In economische kansen bijvoorbeeld. Veel zwarte mensen ontwikkelen mentale problemen door subtiele – en minder subtiele – uitsluitingsmechanismen en omdat ze simpelweg niet de middelen en zorg tot hun beschikking hebben die ze nodig hebben.

‘Vrienden van vroeger zijn vermoord. Of waren zelf de schutter en eindigden in de gevangenis. Voor een deel komt dat voort uit een gebrek aan kansen. Bijvoorbeeld omdat een moeder drie banen moest combineren waardoor een kind aandacht tekort kwam. Sommige van die jongens maakten de meest fantastische graffiti-werken. Mijn hart breekt als ik denk aan al dat verloren potentieel.

‘Zelf heb ik het criminele milieu kunnen ontwijken. Het is belangrijk voor me geweest dat mijn vader, die zanger is, een creatief beroep had. Zo kan het dus ook, zag ik.’

Je besluit op reis te gaan en een boek te schrijven over je ervaringen. Je eerste stop is Parijs. In de trein zie je meteen hoe de kaarten zijn geschud als de passagiers, overwegend wit, de trein verlaten. De schoonmakers komen binnen, nagenoeg allemaal zwart. Wat deed dat met je?

‘Ik kwam tot een belangrijk inzicht. Zwarte arbeiders als schoonmakers, taxichauffeurs, beveiligers en uitsmijters vormen een soort onzichtbare wereld. Europa maakt gretig gebruik van ze, maar ze worden amper gezien. Vaak letterlijk. De ene wereld kent de andere niet.

‘Zwarte mensen maken de wc’s van witte mensen schoon, maken hun bedden op, bewaken hun gebouwen en vegen hun vloeren. In ruil daarvoor worden ze ervan beschuldigd die banen, die niemand wil doen, te stelen. En tegelijkertijd worden ze er ook nog eens van beschuldigd als luie profiteurs door het leven te gaan.

‘Eén van de doelen van het boek is om die gescheiden werelden te verzoenen.’

In Parijs ontmoet je Afro-Amerikanen die veel minder racisme ervaren in Europa dan Afropeanen. Hoe werkt dat?

‘Als er geen gedeelde geschiedenis is, zijn mensen veel toleranter ten opzichte van zwarte mensen. Ongemakkelijke vragen over kolonialisme blijven dan uit. De Afro-Amerikaanse ervaring van Frankrijk is vaak beter dan die van veel Algerijnen of Senegalezen.

‘Dit effect merkte ik ook bij mijn vader. Hij was altijd heel vergoelijkend ten opzichte van het Verenigd Koninkrijk. ‘Het is hier veel beter dan in de Verenigde Staten’, zei hij altijd. Mijn ervaring is anders. Als ik met een Brits accent in de VS kom, word ik juist veel beter behandeld dan mijn neven die daar wonen. Mijn zwart-zijn verdwijnt dan ineens.’

Op welke plaats in Europa voelde je je het meest thuis?

Marseille, absoluut. Niet iedereen heeft een eenvoudig leven daar. Maar ik voelde me er direct welkom. Toen ik de trein uitstapte, vroeg een oude, witte man aan me: ‘Waar kom je vandaan?’ Dus ik dacht meteen: shit, daar gaan we. Ik legde hem uit dat ik uit Sheffield kwam. Toen zei hij: ‘Maar waar kom je echt vandaan?’ Ik dacht: oké, weet je wat, ik geef hem het hele verhaal.

Vaak stellen mensen zo’n vraag om je te laten verklaren wat je komt doen. In de zin van: ‘waar kom je vandaan, vreemdeling?’ Maar hij bleek daadwerkelijk geïnteresseerd. En zei daarna: ‘Ik heb Arabisch, Italiaans en Corsicaans bloed. Dat maakt me een echte Marseillais.’

‘Vanuit het treinstation is de binnenkomst in de stad ook schitterend. Met fraaie marmeren trappen met standbeelden van Afrikaanse en Aziatische muzen. De stad hoort bij de Provence, maar veel inwoners zeggen dat Marseille Frankrijk de rug toekeert om de blik liefdevol op Afrika en de Middellandse Zee te richten. Het is een stad die even Afrikaans als Europees aanvoelt, dus het is de belichaming van afropeanisme.’

Wat leerde je in Amsterdam?

‘Dat de meerderheid van de witte Nederlanders weigert toe te geven dat racisme in Nederland bestaat. De PVV mocht zelfs meeregeren. Ook wordt het aandeel van het land in de koloniale geschiedenis en slavernij gebagatelliseerd. Dat zie je ook bij discussies over Zwarte Piet. Overigens hebben wij in het Verenigd Koninkrijk ook onze versies van hetzelfde racistische karakter, bijvoorbeeld golliwog-afbeeldingen, die vaak op voedselproducten stonden. Daarom doen The Black Archives ook belangrijk werk door onderzoek te doen naar varianten hiervan, die herhaaldelijk de kop opsteken in Europa. En zo dus bewijs verzamelen.

‘Daarnaast vond ik het pijnlijk om over de Bijlmerramp te horen. Met name dat de aandacht al snel verschoof naar illegale migranten die misbruik maakten van de situatie. Dat kwam doordat de autoriteiten slachtoffers en getuigen opriepen om zich te melden, waarbij werd beloofd dat hun asielstatus er niet toe deed en ze zelfs amnestie konden krijgen. Het deed me denken aan de ramp met de Grenfell Tower in Londen. Daar werden mensen met een migrantenachtergrond ook slachtoffer van een situatie waar ze niks aan konden doen en werd door de ramp pijnlijk duidelijk wat hun sociale positie was. En helaas waren ook daar de reacties niet altijd even empathisch.’

Op het Radical Art Platfom word je in een interview geïntroduceerd als een ‘radicale visuele artiest’. Ook won je de Bread and Roses Award, een prijs voor het beste radicale boek. Zie je jezelf als ‘radicaal’?

Lachend: ‘Nee, niet bepaald. Het is wel interessant. Misschien ís voor veel mensen het idee dat een zwart persoon door Europa reist, op zoek naar zwarte gemeenschappen, radicaal. Dat zegt genoeg.

‘Ik voel me niet eens een activist. We zijn hier bij The Black Archives. Zíj zijn activisten. Zij zijn een aantal keer op gewelddadige wijze opgepakt door de politie. Omdat ze sociale misstanden aan de kaak stellen. Zij staan in de frontlinie. Ik niet.’

Johny Pitts: Afropeaan: Notities uit Zwart Europa. Uitgeverij De Geus; 464 pagina’s; € 22,50.

CV

1987: Geboren: Johny Pitts groeit op in de wijk Firth Park in Sheffield, Verenigd Koninkrijk.

2002 - heden: Hij speelt in de soulband Bare Knuckle Soul. In het verleden namen ze een livesessie op bij BBC Radio 1. Hun nummers werden gespeeld door gerenommeerde dj’s als Zane Lowe, Trevor Nelson en Gilles Peterson.

2005: Gaat in de leer bij dichter Debjani Chatterjee. Trad sindsdien op in onder meer het Albany Theatre, het Jazz Café, the Big Chill Festival en het Soho Theatre.

2007 - heden: Presenteert programma’s bij BBC. Maakt in 2015 een documentaire over de in de jaren zeventig actieve soulband The Fantastics, waar zijn vader Richard Pitts in speelde.

2008: Publiceert het korte verhaal Audience. Wint daarmee de Decibel Penguin Prize voor jonge schrijvers.

2010: Lanceert de onlinecommunity Afropean op Facebook. In 2012 volgt de website.

2017: Publiceert La Manifeste de la Jeunesse, uitgegeven door Les Arénès.

2019: Publiceert Afropean: Notes from Black Europe bij uitgeverij Penguin Random House. Hij wint de Leipziger Buchpreis, de Jhalak Prize en de Bread and Roses Award for Radical Publishing. De Nederlandse vertaling verschijnt in 2022 bij De Geus.

2020: Foto’s van project Afropean tentoongesteld bij Foam en het Forum on European Culture, een tweejaarlijks cultuurfestival georganiseerd door DutchCulture en de Balie. Tot 16/7 is de tentoonstelling te zien bij Vereniging Ons Suriname in Amsterdam.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden