John van den Heuvel: ‘In moeilijke situaties richt ik me tot god’

Ja, misdaadverslaggever John van den Heuvel bidt als het penibel wordt. En dat is het de laatste tijd vaker dan ooit. ‘Niks is meer privé.’

John van den Heuvel: ‘Ik zoek graag de bloemetjes aan de rand van het ravijn op, dat zit in mijn aard. Mijn motivatie om bij de politie te willen, heeft me weerhouden van al te gekke dingen. Het had met mij zomaar ook verkeerd kunnen aflopen.’ Foto Valentina Vos

‘Je moet het zo zien’, zegt John van den Heuvel (55). ‘Ik ben sinds december eigenlijk nooit meer alleen. Zodra ik een stap buiten de deur zet, zijn er beveiligers om me heen. Niks is meer privé, al mijn afspraken moet ik een week van tevoren doorgeven. Mijn familie zegt dat ik het moet proberen te ondergaan, ermee moet leven. Maar ik zeg je: als ik vrijgezel was geweest, geen vrouw en drie kinderen had gehad, had ik bij het kruisje getekend en afstand gedaan van het hele maatregelenpakket.’

In het Amsterdamse vijfsterrenhotel The Grand zit een van die beveiligers aan een tafeltje verderop, geen kleerkast met een oortje, maar een doorsneeman in onopvallende kleding. Van den Heuvel is afgeleverd in een gepantserde auto. De misdaadjournalist van De Telegraaf en RTL zit ontspannen achter zijn cola light. Bedreigingen is hij na achttien jaar inmiddels gewend, al waren de maatregelen nooit eerder zo zwaar als de laatste maanden. Hij wordt begeleid door de dienst die ook Geert Wilders en de leden van het koningshuis beveiligt, de DKDB (‘fantastische mensen’).

John van den Heuvel (zelf zegt hij: ‘Zjon’, eigenlijk precies tussen Sjon en John in), is niet het type om te klagen en dat doet hij dus ook niet. Maar bekenden zeggen dat ‘de situatie’ hem niet in de koude kleren gaat zitten. ‘Dit is niet de leukste periode uit mijn leven. Gelukkig kan ik in mijn eigen huis blijven wonen omdat dat goed is beveiligd, met alle toeters en bellen. Maar het is wel een gedoe, hoor. Mensen spreken me tegenwoordig aan alsof ik een ongeneeslijke ziekte heb. ‘O, wat vreselijk voor je!’ Laatst moest ik naar het studentenhuis van mijn zoon, met andere ouders erbij. Toch ongemakkelijk. Hoe discreet ze ook zijn, het valt op. En ik ben eerlijk gezegd bang dat deze situatie nog wel een tijdje gaat duren.’

Dit begon begin december. Hoe gaat zoiets?

‘Ik zat in Peru voor mijn RTL-programma Ontvoerd. Vlak voor we zouden terugvliegen, kreeg ik een telefoontje waarin mij dringend werd verzocht wat langer weg te blijven, er was sprake van acute dreiging. Er waren verregaande voorbereidingshandelingen ontdekt om iets in mijn richting te doen.’

Is vast komen te staan uit welke hoek de dreiging kwam?

‘Officieel niet. Maar eerder kwam er een bericht naar buiten dat door motorclub No Surrender een prijs op mijn hoofd was gezet.’

Je had een stuk gepubliceerd waarin een ex-lid uit de school klapt. Dat viel niet goed.

‘Klopt.’

En dan zetten ze dus een paar duizend euro op je hoofd.

‘Het exacte bedrag was anders. Zo weinig was het niet, maar het leek zowel mij als de politie onverstandig dat naar buiten te brengen. We wilden niet nog meer randdebielen op ideeën brengen.’

Zegt het iets over de onderwereld dat er nu twee journalisten - jij en Paul Vugts van Het Parool - permanent moeten worden beveiligd?

‘Ik denk het niet, ik denk dat dat puur toeval is. Af en toe duikt het op, als ik weer eens op heel gevoelige tenen heb gestaan. Ik heb de nodige vijanden. Er zit nog steeds een of andere gek in de gevangenis die probeert mede-gedetineerden te rekruteren om mij iets aan te doen, al twee keer zijn die plannen uitgelekt. Die man heeft twintig jaar gekregen nadat ik had onthuld dat hij een opdracht tot moord had gegeven. Ik moet daar bij vertellen dat zowel hij als zijn vrouw werden opgepakt en dat zijn vrouw drie dagen na de arrestatie zelfmoord heeft gepleegd in de vrouwengevangenis. Hij neemt mij dat kwalijk. Het enge was dat hij zich ook verdiept bleek te hebben in mijn kinderen. Ook Dikke Charles, een crimineel met wie ik ruzie had, is tijdens een vrij bedreigend onderonsje over mijn vrouw en kinderen begonnen. Toen kreeg ik een waas voor mijn ogen, en dat heb ik niet gauw. Dat moment met Dikke Charles is het enige moment in mijn loopbaan dat het bijna verkeerd afliep. Ik had mezelf niet meer in de hand.’

Op televisie lijk je altijd vrij beheerst.

‘Nou, ik zou mezelf niet bij uitstek beheerst noemen. Het kan bij mij behoorlijk bruisen van binnen. De mensen dichtbij me weten dat mijn emoties behoorlijk kunnen opspelen, zowel in positieve als in negatieve zin. En in mijn werk kan ik behoorlijk boos worden als ik merk dat collega’s niet dezelfde scherpte en gedrevenheid hebben als ik.’

‘Ik zou mezelf niet bij uitstek beheerst noemen. Het kan bij mij behoorlijk bruisen van binnen.’ Foto Valentina Vos

Vind je vrouw het nog leuk dat je dit werk doet?

‘We hebben het er wel eens over, zal ik maar zeggen. Gelukkig kennen we elkaar al lang, we zijn bijna dertig jaar getrouwd. Zij leerde me kennen toen ik politieagent was, zij is parttime kleuterlerares. Met mijn werk heeft ze niks, niet met de tv-wereld, niet met de aandacht, niet met misdaad. Ze snapte niet dat ik vroeger in bed altijd naar de politiescanner lag te luisteren. Maar ze heeft me nooit gevraagd met mijn werk te stoppen, en eigenlijk is dat knap. Ik denk dat menig vrouw wel klaar was geweest met die hele flauwekul.’

In 2002 werd er bij je thuis ingebroken, terwijl jij niet thuis was, maar je kinderen wel. Wat gebeurde er?

‘Mijn vrouw en ik waren met z’n tweetjes op Bonaire, mijn schoonouders pasten op het huis en de kinderen. Om een uur of tien ’s avonds hoorden ze glasgerinkel op de tweede verdieping, het raam van mijn werkkamer. De kinderen lagen te slapen en werden wakker van het lawaai. Ik ben nog altijd blij dat mijn schoonouders niet te snel boven waren. Twee mannen waren op het dak van de garage geklommen, hadden met een stoeptegel een ruit ingegooid en mijn laptop meegenomen. Ze wisten dat er mensen thuis waren, er brandde licht. Ze hebben het risico genomen dat ze betrapt zouden worden. Het had heel naar kunnen aflopen.’

De opdracht om je laptop te stelen kwam uit de hoek van Holleeder, bleek later.

‘Kort daarvoor had ik een van mijn belangrijkste primeurs in De Telegraaf, een interview met John Mieremet waarin hij de nauwe banden van vastgoedhandelaar Willem Endstra met Willem Holleeder onthulde, en daar waren zij niet blij mee. Holleeder vertelde me later dat Endstra twee Bulgaren had ingehuurd om die laptop te stelen, waarop de complete uitwerking van mijn interview met Mieremet stond. Endstra zei dat Holleeder er zelf achter zat. Het enige positieve aan de zaak is dat die gestolen stukken later zijn gevonden en als bewijs tegen Holleeder zijn gebruikt. Hij kreeg het als een boemerang in zijn gezicht terug.’

Je had zeer sterke vermoedens dat Holleeder bij je had laten inbreken. Toch wilde je hem nog ontmoeten en zelfs interviewen. Je denkt dan niet wat de meeste anderen zouden denken: bij die engerd blijf ik voortaan uit de buurt?

‘Aanvankelijk wilde ik weten hoe het zat met die inbraak en zocht ik daarom contact met Holleeder. Maar ja, je hebt een punt. Het zou misschien in een aantal opzichten beter zijn me van die man los te maken. Alleen verhoudt zich dat niet goed tot mijn werk. Je moet, als je dit werk goed wil doen, nu eenmaal ook met boeven praten.’

Je kreeg kritiek omdat je Holleeder in 2012 het aanbod had gedaan hem te interviewen in een villa in het buitenland, waarbij hij ook vrienden of familie zou mogen meenemen.

‘Ik kan en kon prima uitleggen waarom ik destijds dat voorstel heb gedaan.’

Dat hij gratis vakantie viert, doet niets af aan hoe kritisch jouw interview zou zijn?

Milde irritatie: ‘Nee, niet ‘gratis vakantie viert’. Het punt was dat hij net vrij was en op wisselende adressen verbleef. Zo’n tv-interview zou een paar dagen in beslag nemen, dus het was handiger het in alle rust in het buitenland te doen. Als hij daar dan met zijn dierbaren nog een paar dagen zou willen blijven, prima. Vervolgens lekte dat verzoek op een onhandige manier uit. Holleeder zou die week te gast zijn bij College Tour en daar had ik in een column forse kritiek op geleverd. Ik wist dat hij dat programma zou gebruiken om zijn straatje schoon te vegen. Holleeder heeft mijn mail met het interviewvoorstel aan Twan Huys doorgespeeld, die het hele verhaal in de openbaarheid bracht in de aanloop naar die uitzending. Dat was slim van Holleeder. En het was van Huys best een venijnige en valse manier om zijn gelijk te halen.’

Hebben Twan Huys en jij het ooit uitgepraat?

‘Nee, ik heb hem nooit meer gesproken.’

En nu wordt hij straks je RTL-collega.

‘Ja. Dat moet dus wel eens een keer worden uitgepraat.’

Twan moet maar even bellen?

‘Als hij wil dat ik aanschuif bij RTL Late Night, lijkt me dat wel verstandig.’

John van den Heuvel heeft altijd boeven willen vangen. Als je hem nu vraagt of hij misdaadbestrijder is of misdaadverslaggever, is het antwoord: verslaggever. Maar soms lopen die twee zaken door elkaar, bijvoorbeeld als hij in tv-programma’s voor RTL vermeende daders opspoort en met draaiende camera’s confronteert, zoals sinds deze week in Online misbruik aangepakt. Of als hij voor zijn RTL-programma Ontvoerd naar het buitenland ontvoerde kinderen probeert terug te halen.

Zijn tijd verdeelt hij tussen RTL en De Telegraaf, waar hij nog altijd in dienst is, de krant waarvan hij in 2015 nog hoofdredacteur probeerde te worden. Hij trok zich terug toen de raad van bestuur ‘meer gecharmeerd bleek van Paul Jansen’, de huidige baas. Hij werkt altijd, zeggen collega’s, ook als hij niet werkt. Zijn ‘gigantische netwerk’ leverde hem vele primeurs op. Gevraagd naar welke top-crimineel hij nu zou willen spreken, zegt hij: Redouan T., kopstuk van de mocromaffia, vermoedelijke opdrachtgever van meerdere liquidaties. Ook wel: ‘De Nieuwe Neus. Die zou ik graag op zijn schouder willen tikken. Door justitie is 25 duizend euro uitgeloofd voor de gouden tip. Op hem jagen nu meerdere journalisten, denk ik.’

Dus het is je journalistieke doel dat Redouan T. dankzij jou wordt gepakt?

‘Ja, ik vind dat een journalistieke uitdaging. Dus daar ben ik momenteel druk mee bezig.’

En toch ben je misdaadverslaggever en geen misdaad-bestrijder?

‘Soms stuit ik op dingen die ertoe leiden dat een misdrijf wordt opgelost, maar dat is niet primair mijn doel. Hoewel ik ook wel weet wat er soms over mij gezegd wordt, met name door sommige advocaten. Die zeggen dat ik op de bagagedrager van het OM en de politie zit.’

Vind je dat makkelijke kritiek op een oud-politieagent?

‘Ik heb bijna tien jaar bij de club gezeten, dus natuurlijk heb ik meer affiniteit met misdaadbestrijders dan de gemiddelde journalist. Maar dat betekent niet dat ik niet buitengewoon kritisch kan zijn op de politie.’

Je zei ooit: ‘Als journalist kun je de misdaad efficiënter bestrijden dan als politieman.’

‘Dat klopt. Een crimineel zei ooit tegen mij: ‘Ik heb liever vijftig rechercheurs achter me aan dan twee artikelen van jou over mijn activiteiten in de krant.’ Als je als crimineel uit de anonimiteit wordt gehaald, is dat vaak het begin van het einde. De deur naar de bovenwereld slaat dan dicht. Daarom doen criminelen er alles aan om publiciteit te voorkomen, daarom worden journalisten bedreigd en geïntimideerd.’

'Ik heb bijna tien jaar bij de club gezeten, dus natuurlijk heb ik meer affiniteit met misdaadbestrijders dan de gemiddelde journalist.' Foto Valentina Vos

Wat zijn de verschillen tussen de onderwereld van toen en van nu?

‘Het gemak waarmee nu naar zware wapens wordt gegrepen, dat is iets wat je vroeger echt niet zag. Het is niet wetenschappelijk onderbouwd, maar ik ben ervan overtuigd dat die Playstation-games daar een rol in spelen. Ik heb daar zo’n enorme bloedschurft aan. Die gasten zitten de hele dag de gruwelijkste schietspelletjes te spelen. Ze denken dat het in werkelijkheid net zo makkelijk is, dat je gewoon met een AK-47 in het rond kunt gaan sproeien. Maar omdat ze nauwelijks met die wapens weten om te gaan, raken ze omstanders, plegen ze vergismoorden. Te triest voor woorden. Maar mijn eigen kinderen spelen die spelletjes ook hoor, moet ik toegeven. Ik loop wel eens een kamer in en dan zie ik ze bezig en denk ik: o, o, o. Zo wordt dit soort geweld normaal.’

Wat zeg je dan tegen je zoons?

‘Dit wat ik nu tegen jou zeg, zeg ik voortdurend tegen ze! Maar ze zijn meerderjarig en ik kan ze niet 24 uur per dag in de gaten houden. Om op je vraag terug te komen: een ander verschil is dat het in de criminaliteit nu in nog grotere mate om drugs draait. Er zit geen enkele rem meer op het drugsgebruik in Nederland. Veel gebruikers realiseren zich dat niet, die denken: lekker pilletje. Maar zij zijn het echt zelf die die drugseconomie in stand houden, met alle liquidaties tot gevolg. Ik vind dat er vanuit de overheid meer aan preventie moet worden gedaan dan aan repressie. Want ik zie het ook bij mijn kinderen: drugsgebruik is volstrekt normaal geworden.’

Durven jouw zoons het je te vertellen als ze iets gebruiken?

‘Mijn middelste zoon is daar wel openhartig over. Toen hij 16 was en begon met blowen, heb ik drugstesten op internet besteld om hem af en toe een urinetest te laten doen. Als je als 16-jarige begint met blowen, is de kans levensgroot dat je op een feestje ook harddrugs gaat proberen.’

Dus je liet je zoon in een potje plassen. En wat als de test positief was?

‘Dan pakte ik een week zijn telefoon af en kreeg hij geen zakgeld. Niet in de veronderstelling dat het daarmee dan afgelopen zou zijn, ik ben niet achterlijk, maar om duidelijk te maken dat mijn vrouw en ik het niet oogluikend zouden toestaan.’

Heb je zelf ooit drugs gebruikt?

‘Ja hoor. Ik heb wel eens een xtc-pil geslikt, wel eens een snuif cocaïne genomen. Met pillen heb ik niet zoveel, dan lig je ’s ochtends met verkrampte kaken in je bed te malen, heel onaangenaam. Van cocaïne kan ik me wel voorstellen dat mensen het lekker vinden. Als je dronken bent en je neemt een snuif, kun je weer een tijdje door. En wanneer je dat incidenteel doet, zijn de gevolgen redelijk te overzien.’

Kun je dat in jouw positie nog wel eens doen?

‘Dat lijkt me niet zo verstandig. Ik heb nu toch een zekere voorbeeldfunctie. Toen ik undercoveragent was, heb ik natuurlijk ook veel met drugshandel te maken gehad. Ik durf wel te zeggen dat ik een drugsexpert ben, op alle niveaus.’

In je boek De spiegel van het recht beschrijf je hoe je als undercoveragent een lijntje krijgt aangeboden van een drugshandelaar die je moet ontmaskeren. Je moet dan doen alsof je snuift.

‘Je legt de zijkant van je hand op de lijn, zodat het meeste van het spul aan je hand blijft plakken, en dan veeg je het zo af aan je broek.’

Lijkt mij best een riskante methode, dat zien die criminelen dan toch?

‘De les die wij kregen was: probeer te allen tijde drugsgebruik te vermijden, maar als het niet anders kan, dan doe je het op die manier. Die snuif nemen kan gewoon niet, als dat uitkomt is je zaak stuk. Zo zou je maanden werk op het spel zetten.’

Wat was het moeilijkst aan het undercoverwerk?

‘Het afleren van je politieattitude. En het feit dat ik soms sympathie begon op te brengen voor de mensen die ik moest ontmaskeren. Ik heb me er wel eens lullig over gevoeld. Maar ik kon het relativeren: op het moment dat je je in de drugshandel begeeft, weet je dat je verdient aan andermans ellende. Eigenlijk zeg je de hele politiewereld vaarwel als je dat werk gaat doen - je mag je niet meer op het bureau vertonen, ik zat met mijn compagnon in een safehouse. Als je in contact probeert te komen met criminelen, moet het lijken alsof je gewoon een beetje slap loopt te kletsen, maar ondertussen moet je je ontzettend concentreren. Al is het maar omdat je in elke zaak een andere naam hebt. Het werk mocht je in die tijd maar twee jaar doen, vanwege de spanning. Een van de jongens die dankzij mij werden opgepakt, zag ik later lopen in een hotel in Suriname. Dat was wel even een angstmomentje, ik kon nog net wegduiken. Als hij mij had gezien, was dat een lastige situatie geworden.’

Je werd voor het werk ook uitgerust als crimineel, met een duur horloge en een mooie auto. Dat beviel je wel, begreep ik uit je boek.

‘Ja, haha. Dat boefje spelen ging me héél goed af. Het was mijn mooiste tijd bij de politie. Ik zoek graag de bloemetjes aan de rand van het ravijn op, dat zit in mijn aard. Mijn motivatie om bij de politie te willen, heeft me weerhouden van al te gekke dingen. Het had met mij zomaar ook verkeerd kunnen aflopen.’

Vind je mooie spullen belangrijk?

‘Ik ben een horlogeliefhebber. Ik heb inmiddels een aardige collectie kwaliteitshorloges. Ik hou ook van kleding en van luxevakanties. Laat ik het zo zeggen: ik heb geen moeite om geld uit te geven aan leuke dingen. Op momenten dat het kan, geniet ik van het leven. En daar hoort af en toe ook een mooi horloge bij. Mijn zoons groeien op een heel andere manier op dan ik vroeger. Ik probeer ze duidelijk te maken dat er aan mijn werk niks glamoureus is, bijvoorbeeld door ze mee op reis te nemen als ik een programma ga maken. Met mijn oudste zoon werk ik nu samen, hij is productieleider.’

‘De Telegraaf is geen anti-Marokkanenkrant, het is een krant die terecht bezwaar maakt tegen het criminele gedrag van sommige Marokkanen, en dat doe ik ook.’ Foto Valentina Vos

In de zaak van het naar India ontvoerde 2-jarige meisje Insiya ben je inmiddels zelfs partij geworden. Er loopt in India een opsporingsbevel tegen je.

‘Dat komt door een valse aangifte van de vader, die beweert dat ik het meisje terug wilde ontvoeren naar Nederland. Onzin. Het belangrijkste uitgangspunt van Ontvoerd is juist dat we niets illegaals doen, we willen altijd dat er een gerechtelijke beslissing ligt. Deze zaak grijpt me bijzonder aan, vooral vanwege het geweld waarmee Insiya is ontvoerd. Er is een soort commandoteam de woning van haar oma binnengedrongen, oma is met een taser bewerkt, het kind is uit haar armen gerukt en naar India ontvoerd. Ik wist meteen: ik ga alles op alles zetten om de moeder te helpen. Het probleem met dit soort zaken is dat je door de Nederlandse rechter wel in het gelijk kunt zijn gesteld, maar er is nog steeds geen instantie die met je meegaat om het kind op te halen. Ik heb inmiddels ongeveer 35 kinderen teruggehaald die anders de achtergebleven ouder nooit meer hadden gezien.’

De Raad voor de Kinderbescherming schreef in een rapport uit 2013: ‘De Raad betreurt het dat er voor de kijkcijfers programma’s als deze worden geproduceerd. Het belang van het kind is hier uit het oog verloren.’

‘Ik vind het zelf ook dieptriest dat er een televisieprogramma voor nodig is om deze kinderen terug te halen.’

Dus jij zegt: het zou beter zijn voor de kinderen als het niet zou worden uitgezonden.

‘Ja, natuurlijk.’

Heb je voor het programma wel eens iets gedaan waarvan je achteraf denkt: dat was discutabel?

‘We moeten soms moeilijke beslissingen nemen. De meeste moeite heb ik met zaken waarin kinderen abrupt door ons worden meegenomen. Ik kan me nog een zaak herinneren van vier kinderen in Marokko die zich alle vier krijsend verzetten toen ze door ons uit de woning van hun opa en oma zouden worden gehaald. Ik weet nog dat ik daar voor de deur stond en mijn vrouw heb gebeld: ‘Hoe moet ik dit in vredesnaam aanpakken?’ Het wonderlijke was: vlak daarna zaten ze samen met hun moeder een balletje over te gooien op de vloer van de ambassade.’

John van den Heuvel werd geboren in Amsterdam. Zijn moeder was 22 en alleenstaand. Tijdens haar zwangerschap was ze verlaten door haar Marokkaanse vriend, hij ging terug naar zijn geboorteland en liet nooit meer van zich horen. ‘Hij was 24. Ik denk dat het hem te heet onder de voeten werd. Als mijn moeder werkte, werd ik naar een nonnenopvang gebracht voor kinderen van ongehuwde moeders. Later heeft ze me verteld dat het ondanks alles de gelukkigste periode uit haar leven was. Voor het eerst het gevoel dat ze iets voor zichzelf had, zelf iets had opgebouwd. Ik denk dat onze diepe band daaruit is voortgekomen. Ze heeft een rotjeugd gehad, ze was op haar 4de al wees, nadat haar moeder door ziekte was overleden en haar vader in 1944 werd gefusilleerd. Als kleuter werd ze gescheiden van haar zussen en ondergebracht bij ooms en tantes. Toen ik 2 was, ontmoette ze een nieuwe man met wie we naar Eindhoven verhuisden. Daar kregen ze nog een zoon, mijn broertje. Dat ik een andere vader had, wist ik niet. Tot ze gingen scheiden, op mijn 15de, omdat mijn moeder een ander had. Ze is nooit gelukkig geweest in de liefde. Haar overlijden, bijna vijftien jaar geleden, was de grootste klap in mijn leven. Ze heeft in haar slaap een hersenbloeding gekregen. Dat was een troost, het is een mooie dood.’

Je stiefvader beschouw je nog steeds als je echte vader.

‘Jan van den Heuvel uit Eindhoven, ik draag zijn achternaam. De eerste twee jaar van mijn leven heette ik naar mijn moeder, De Clerck. Maar mijn bewuste herinneringen beginnen in Eindhoven, we woonden in een volkswijk in Stratum. Een gemoedelijke jeugd. Met vakanties had mijn vader niks, dus hij bracht ons naar een stacaravan in Zandvoort en ging zelf terug naar Eindhoven om te werken. Er was niet veel geld. Later gingen we soms met zijn bestelbus naar België, mijn broertje en ik zaten in de laadruimte op twee vastgesnoerde tuinstoelen. Levensgevaarlijk en steenkoud, maar wij vonden het geweldig.’

Hoe kwam je te weten dat het eigenlijk anders in elkaar stak dan je dacht?

‘Ik zat met mijn vader in de auto. Mijn ouders lagen in scheiding, mijn moeder woonde al bij haar nieuwe vriend. Op enig moment kwam ter sprake waar mijn broertje en ik zouden gaan wonen. Voor ons stond vast dat we bij onze moeder wilden wonen. Dat kwam blijkbaar hard aan, want hij zei: ‘Maar weet je wel wat ik voor je heb gedaan? Heb je ooit gemerkt dat ik niet je eigen vader ben?’ Vervolgens zei hij dat ik als ik voor mijn moeder zou kiezen, hem nooit meer zou mogen zien. Laten we zeggen dat hij dat niet verantwoord heeft aangepakt. Hij moet erg gekwetst zijn geweest. Wij kozen voor mijn moeder en hij heeft me inderdaad twee jaar niet willen zien. En als je als kind je vader twee jaar niet mag zien, heeft dat een enorme impact. Gelukkig kwam het daarna goed, maar voor mij was het een wankele periode, waarin het tussen mij en mijn moeders nieuwe vriend ook nog totaal niet boterde, ik had niks met die man. Ik ben zo snel mogelijk bij de politie gegaan, toen kon ik het huis uit.’

Begrijp je dat je moeder voor je verzweeg dat je een andere biologische vader had?

‘Ik heb het haar nooit kwalijk genomen. Ze heeft het met de beste intenties zo gedaan. Schaamte zal misschien een rol hebben gespeeld - we hebben het er nooit over gehad.’

En je vader ben je niet van plan op te sporen.

‘Ik denk niet dat dat er ooit nog van gaat komen. Mijn moeder heeft me wel een naam gegeven en een geboortedatum. Het zou niet makkelijk zijn, maar ik denk dat ik hem zou kunnen vinden, al weet ik natuurlijk niet of hij nog leeft. Mijn vrouw heeft wel eens gezegd: waarom probeer je het niet? Ik voel de behoefte niet, anders had ik het wel gedaan.’

Heb je ooit een foto van hem gezien?

‘Nee, maar ik zal vast op hem lijken. Het gekke is dat ik hier in Nederland nooit als Marokkaan word herkend of aangesproken, maar ik ben een paar keer in Marokko geweest, en daar zien ze het meteen. Ik heb wel een bepaald gevoel bij dat land, moet ik zeggen. Ik voel me ook echt aangesproken als ik mensen hoor over ‘die smerige Marokkanen’, Wilders met zijn ‘minder, minder’, dat grieft mij echt. Terwijl ik de cultuur natuurlijk niet ken. Ik heb niets met de islam, ik ben katholiek. Ik bid regelmatig - vooral in moeilijke situaties richt ik me tot God, gebiedt de eerlijkheid te zeggen. Dus de laatste tijd bid ik vaker.’

Holleeder noemde je ‘die kale Marokkaan’ en ‘de broer van Marcouch’. Hij suggereerde ook dat je hypocriet was, omdat je van Marokkaanse afkomst bent en werkt voor een krant ‘die het alleen maar over die kut-Marokkanen heeft’.

‘Dat doet me dan weer niks. Wat moet ik daarmee? De Telegraaf is geen anti-Marokkanenkrant, het is een krant die terecht bezwaar maakt tegen het criminele gedrag van sommige Marokkanen, en dat doe ik ook. Ik schrijf over de mocromaffia, ik ben kritisch naar de Marokkaanse gemeenschap, omdat ze een hele generatie laten verzuipen en daar geen verantwoording voor nemen. Dus nee, daar voel ik dan weer helemáál niet door aangesproken.’

CV John van den Heuvel

26 december 1962 Geboren in Amsterdam

1981 Eindexamen havo in Eindhoven, student Politieacademie Amsterdam

1982 Agent politiebureau IJtunnel in Amsterdam

1985 Stafbureau Voorlichting en publiciteit Politie Amsterdam

1987 Undercoveragent

1990 Stadsredactie De Telegraaf

1995 Redactie Reportage De Telegraaf

2001-heden Vast panellid RTL Boulevard

2005-heden Diverse televisieprogramma's over misdaad: Bureau Misdaad (RTL5), Bureau Van den Heuvel (AVROTROS), Crime Time (AVROTROS), Das je goed recht (SBS6), Recht gezet, Ontvoerd, Op de Vlucht, Vermoord in het buitenland (RTL4) en Online Misbruik Aangepakt (RTL5).

John van den Heuvel is getrouwd en heeft drie zoons.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.