Interview John de Wolf

John de Wolf: ‘Ik wilde dit al heel lang, assistent bij Feyenoord’

Daar zit-ie: John de Wolf (56) als assistent van Advocaat bij Feyenoord. En dan is er ook zijn boek De Tweede Helft. Het zit hem mee. ‘Ik heb er keihard voor gewerkt.’

John de Wolf, assistent-trainer van Feyenoord. Beeld Klaas Jan van der Weij

John de Wolf, de kersverse ­assistent-trainer van Feyenoord, reed donderdagochtend over de Van Brienenoordbrug. Hij keek naar rechts, over de Maas naar de lichtmasten van de Kuip. En hij zweert het: het kippevel schoot op zijn armen. ‘Mensen geloven dat niet, die vinden het overdreven als ik dit zeg. Vraag het mijn vriendin die naast me zat; het was gewoon zo.’

Nadat De Wolf 25 jaar geleden afscheid nam als speler is hij eindelijk terug bij Feyenoord. Dat had hij zelf ook niet verwacht. Feyenoord was al een paar jaar een afgesloten hoofdstuk voor de oud-verdediger, die begin jaren negentig met zijn golvende manen, volle baard, woeste ogen en mannelijke speelstijl uitgroeide tot boegbeeld van Feyenoord.

‘Ik heb vroeger wel eens gezegd dat ik er kruipend naartoe zou gaan om te helpen, maar de laatste twee jaar heb ik het lekker uit mijn systeempie gezet. Geen zin meer in die pijn. Ik reed zonder emotie over die brug naar al mijn activiteiten. Daar heb ik altijd mijn stinkende best gedaan. En je ziet: ineens komt het naar je toe.’

Nadat hij in 2000 afzwaaide als prof (bij eerstedivisionist Helmond Sport) rolde hij het amateurtrainerschap in, even onderbroken door het assistentschap bij Sparta. Hij deed mee aan tv-shows, was in 2016 landelijk nieuws toen hij ouderenambassadeur werd, analyseerde voetbal voor Fox, speelt piano in een reclame (met pruik) en werd veelvuldig geboekt voor lezingen, voorstellingen, trainingen en clinics.

De oneliners die hij de laatste jaren predikte aan 50-plussers, werkzoekenden, bankdirecteuren en militairen slaan momenteel meer dan ooit op hemzelf. ‘Pak de kansen die voorbijkomen aan, dan zal je zien dat je meer kunt dan je kan’ en ‘denk niet dat je op je bek gaat, want dat ga je niet’ of ‘anderen willen graag helpen als jij er echt voor gaat’.

Vanachter een cappuccino in Hotel New York vertelt hij: ‘Dingen komen ineens allemaal op mijn pad, het is nu een achtbaan. Nou ja ‘ineens’, ik heb er keihard voor gewerkt. Dat vertel ik ook in mijn boek. Vroeg of laat krijg je dan de beloning.’

Hij straalt als hij vertelt over de ­samenwerking met hoofdtrainer Dick Advocaat, door De Wolf ‘vanwege het respect voor die man’ consequent aangeduid met ‘de trainer’. Voor de duels met VVV en Young Boys mocht hij de tactische analyse van de tegenstander doen. ‘Goed voor je ­ontwikkeling, zei de trainer. Daar krijg ik nou energie van.’

Bij Feyenoord is hij voor acht maanden aangesteld, hij moest abrupt als trainer stoppen bij topamateurclub Spakenburg. Ook zijn z’n vele andere activiteiten zijn stilgelegd. ‘Natuurlijk geef ik wat op. Ik had mooie contacten met mooie bedrijven. Maar ik denk in het nu. Niet toen, niet dalijk, nu. Ik wilde dit al heel lang, assistent bij Feyenoord.’

John de Wolf, assistent-trainer van Feyenoord. Beeld BSR Agency

Niet in een hoekie

Dan begeesterd: ‘Het is misschien wel goed dat het nu pas komt. Ik ben zoveel wijzer dan toen ik net stopte. Sta er zoveel positiever in.’

Hij komt van ver. In 2006 was hij ‘net gescheiden, soort van weg bij zijn kinderen’ , schetst boezemvriend ­Arjan Verhagen in het boek De Tweede Helft (zie kader). De Wolf: ‘Je staat ineens alleen. Ik had altijd heel veel mensen om me heen. Dan gebeurt er iets en dan zie je niemand. Dat is ­keihard, keiharde business.’

Hij roffelt op de tafel: ‘Of je gaat in een hoekie zitten en komt er niet meer uit en gaat naar beneden. Of je gaat dingen oppakken, weer bouwen, die ladder op.’

De weg omhoog vond hij voor een rood stoplicht in Rijswijk. Daar sprak hij een blonde dame aan die in een andere auto zat. Of ze misschien haar nummer kon geven, zodat hij de armbandjes kon opsturen waarvoor hij de avond ervoor reclame maakte op televisiezender SBS.

‘De slechtste openingszin ooit’, zegt hij breeduit lachend. Inge is twaalf jaar later nog steeds zijn vriendin. ‘Ze is het beste wat me is overkomen. Ze heeft een goede kop met hersens, is een klankbord, een steun en toeverlaat. Ik ben geen alleenerd, word zelfs angstig als ze een paar ­dagen weg is. Had je niet van me verwacht? Ik ben ook maar een mens.’

Het liefst zou hij ‘een klap op die knop geven om deze gouden fase even vast te zetten’. En dan het liefst met zijn ouders in goede gezondheid bij zich.

Zijn vader overleed op 58-jarige leeftijd. ‘Hij nam me als ketelbinkie mee naar De Kuip. Ergens in Hoevelaken tekende ik in 1989 mijn Feyenoordcontract. Toen de inkt nog nat was, belde ik hem. Onze droom kwam uit. De eerste wedstrijd dat ik aanvoerder was van Feyenoord zaten we als kleine kinderen bijna te janken. Maar hij liep er nooit mee te koop dat ik zijn zoon was, de trots zat van binnen.’

Hij slikt. ‘Wel jammer dat hij dit niet ziet, ik in een trainersjassie, op de bank in de Kuip. Denk dat-ie keihard lacht. Hij was ook niet zo’n pratenbol. Ik ben dat meer geworden, ik zeg ­tegen mijn kinderen dat ik van ze houd. Dat hoorde ik pas voor het eerst van hem in het jaar dat zeker was dat-ie ging overlijden. Andere generatie, hè.’

Hij knippert wat traanvocht weg. De Wolf is bijna 57. ‘Ja, ik denk wel eens, straks ben ik 58. Toen ging pa. Ik probeer dat weg te douwen.’

De Wolf komt uit De Gorzen, de ruigste wijk van Schiedam. ‘Wereldjeugd gehad.’ Zijn moeder zit er nu in een verpleegtehuis. Ze heeft alzheimer. ‘Ze beseft niet echt dat ik nu assistent ben bij Feyenoord. Ik probeer het leuk voor haar te maken. Vertel dat ze vroeger kroketten en patat ging bakken op Europa Cup-avondjes, hoe gezellig dat was. Er rolde een traan over haar wang. Dat herinnerde ze zich dus nog wel. Ze is gelukkig wat opgebloeid. Thuis was ze heel neerslachtig geworden. Angstaanvallen. En ik heb altijd een heel vrolijk moedertje gehad.’

Dan met een glimlachje: ‘Zo jij wilde dat ik gezellig op de foto ga strakkies?’

Mouwen opstropen

De Wolf, geen toonbeeld van wendbaarheid of techniek, werd landskampioen met Feyenoord. Hij was een idool voor mannen, vrouwen, opa’s, oma’s, kinderen. Toch was niet iedereen enthousiast over zijn ­rentree. De Wolf staat voor mouwen opstropen; het bracht Feyenoord per saldo de laatste decennia weinig ­succes.

‘Je moet niet alleen maar mouwenopstropers hebben en niet alleen maar mooiweervoetballers. Je moet de ideale mix hebben’, vindt hij. ‘Ik denk dat die er is, ook gezien wat deze staf wil. Vertrouwen houden, duidelijkheid scheppen. Dan kunnen we echt nog Europees voetbal halen. Ik houd van aanvallend voetbal, maar je moet spelen naar de mogelijkheden van je team.’

Bij Spakenburg klonk soms de term ‘betonvoetbal’. Schouderophalend: ‘Ik moest direct promoveren en dat is gelukt. Het begint bij resultaat, daar vandaan moet je verder gaan bouwen. Dat niet iedereen jou ziet zitten, dat houd je altijd.’

Hij leek veroordeeld tot het amateurvoetbal. ‘Ik heb in het begin een paar keer niet de juiste keuzes gemaakt. Bij clubs getekend met veel geld voor spelers, maar die mensen wilden ook bepalen.’

De ommekeer kwam toen het ambitieuze, in degradatienood verkerende Excelsior Maassluis in 2015 zonder trainer kwam te zitten. De Wolf wilde solliciteren, maar werd niet uitgenodigd voor een gesprek. ‘Ik ga nooit ­‘alsjeblieftje’ spelen, maar dacht wel: wie de fuck denk jij wel niet dat je bent? Dan staat de wolf in mij op.’

Via kennissen rond de club kwam hij toch aan tafel en na een monoloog van drie kwartier over hoe hij de ploeg omhoog zou leiden, had hij de baan. ‘Je moet voorbereid zijn en jezelf verkopen. Zeg ik ook tegen werkzoekenden.’

Dick Advocaat, trainer van Feyenoord, en John de Wolf, assistent-trainer. Beeld BSR Agency

Tweede man

De Wolf slaagde in zijn missie. Hij sprak later Maassluise gemeenteraadsleden aan, kwam zo bij de stichting Stroomopwaarts die werkzoekenden helpt. Uiteindelijk werd hij ouderenambassadeur onder minister Asscher, met wie hij nog steeds app-contact heeft. ‘Soms stond ik op vrijdagavond in de sneeuw op weg naar Groningen. Dacht ik wel: poeh. Maar mensen zijn zo dankbaar als jij ze vertrouwen probeert te geven. ­Iedereen heeft een talent, ik praat nooit over probleemgevallen. Geloof ik niet in. Ik zei wel: respect krijg je door te geven.’

Het profvoetbal bleef kriebelen. Zijn oude trainer Wim Jansen zei: haal al je trainerspapieren, want hoofdtrainers gaan jou niet als assistent nemen. De Wolf: ‘Voor de buitenwereld ben je te groot voor een assistentschap, hoofdtrainers voelen zich bedreigd. Maar het stomme is: ik heb nooit geambieerd om hoofdtrainer te worden.’

Nee, dat is geen angst voor de druk. ‘Ik kan het niet uitleggen. Dat zit hier.’ Klopt op zijn borst. ‘Het assistentschap is op mijn lijf geschreven, tussen de hoofdtrainer en de spelersgroep in wil ik een vertrouwenspersoon zijn. Gewoon een-op-een bezig zijn met gasten als Jan-Arie van der Heijden. Lekker Rickie Karsdorp ­helpen.’

De 72-jarige Advocaat hoeft hij niets te leren over vitaliteit. ‘Hij straalt zoveel rust uit, zoveel zelfvertrouwen, en heeft toch heel veel energie, kan zo snel schakelen in de bovenkamer. En ook relativeren, man, een humor van hier tot Tokio. Hij is met Louis van Gaal de enige die deze ploeg aan de praat kan krijgen. Ha, dan zeggen ze dat ouderen niets meer kunnen.’

Hij kan niet wachten om zondag weer over de Van Brienenoordbrug te rijden voor het treffen met RKC. ‘Als speler dacht ik dan: Kuipie is van mij vanavond. Ik ken mijn plek, hoor, ga niet direct te bijdehand doen. Maar dat moet er wel in komen bij die jongens. Dat die Kuip van ons is.’

De tweede helft met John de Wolf

John de Wolf, zelf geen fervent lezer, bracht vrijdag een boek uit, De Tweede Helft, waarin hij zijn levenslessen debiteert. Woorden als ‘debiteren’ komen daar trouwens niet in voor. Het is door auteur Nathan Vos geschreven in klinkklare John de Wolf-taal. Zichzelf duidt De Wolf soms aan met ‘mijn persoontje’ of ‘mijn eigen ikkie’. Hij haalt veel praktijkvoorbeelden uit zijn voetbalcarrière en huidige bestaan als vitale opa en coach aan, maar geeft ook tips. Hij vertelt bijvoorbeeld ‘allemaal gezellige appjes’ te sturen naar bekenden en mensen met wie hij werkt. ‘Dat helpt om zowel top of mind te blijven bij anderen als je gunfactor te behouden.’

Er staan ook gerechten in om ‘fit en vitaal’ te blijven, elk met een bijpassende naam. Kippendijen, met zelfgemaakte patat en appelmoes, heet bijvoorbeeld ‘de schijnbeweging’. De Wolf: ‘Omdat het vet lijkt, maar als je het maakt zoals daar staat, is het dat niet. Vandaar ‘de schijnbeweging’. Toch leuk?’

In 2013 verscheen al de biografie De Wolf, John. Is een tweede boek niet een beetje snel? ‘Het was niet mijn idee, hè. Hoho. Ik ben ervoor gevraagd door een uitgeverij en was de laatste ­jaren met zulke mooie dingen bezig dat ik dat ook graag wilde overbrengen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden