Interview

Johannes Stots (100 jaar): ‘Ik wil in vrijheid kunnen geloven, zonder regels en restricties’

Johannes Stots is evenals de Volkskrant 100 jaar. Hoe kijkt de voormalige horlogemaker en opticien aan tegen de eeuw die achter hem ligt, en wat vindt hij van het huidige tijdsgewricht?

Marjon Bolwijn
100-jarige Johannes Stots  Beeld Aurélie Geurts
100-jarige Johannes StotsBeeld Aurélie Geurts

Johannes Stots is een sensitieve en blijmoedige man, die zich losscheurde uit het keurslijf van de gereformeerde kerk met zijn vermaledijde restricties. Religieus bleef hij wel, en hij sloot zich aan bij een mystieke, astrologische orde. Angst voor de dood heeft de altijd nog trappen lopende 100-jarige niet, want hij gelooft in reïncarnatie. Stots kijkt uit naar de lessen die hij in zijn volgende leven zal leren. Hoe zwaarder, hoe beter.

Had u een jongensdroom en wat is daarvan terechtgekomen?

‘Ik wilde vlieger worden om over de hele wereld te kunnen rondscharrelen, maar bij een onderzoek bleek dat ik kleurenzwakte had, dan zie je het verschil tussen kleuren niet goed. Ik wijzigde mijn plan en besloot na de hbs-b wiskunde te studeren, om leraar te worden. Maar op de universiteit moest je een verklaring over Hitler Duitsland tekenen, en dat wilde ik natuurlijk niet. Dus dat ging ook niet door. Wel heb ik tot mijn 70ste aan zweefvliegen gedaan, dat kon gelukkig wel.’

Hoe bent u uiteindelijk uw brood gaan verdienen?

‘Eerst als horlogemaker en later als opticien. Het vak van horlogemaker leerde ik van mijn vader. In mijn tijd werd een ambacht van vader op zoon overgedragen. Als kind zat ik aan zijn voeten en keek mee. Horlogemakers zijn filosofen. Ze zitten de hele dag in het uurwerk te kijken, bezig met de tijd en de eeuwigheid, alleen met hun gedachten.’

In wat voor gezin bent u opgegroeid?

‘We woonden in de stad Groningen. Mijn vader was gereformeerd en streng, mijn moeder was hervormd en soepeler. Ik was de oudste van drie jongens. Gehoorzaam zijn aan je ouders was in die tijd heel belangrijk, dat is nu wel anders. In huis golden strikte regels: je moest altijd op de afgesproken tijd thuiskomen en op zondag mocht je niks, behalve twee keer naar de kerk gaan en wandelen.

‘Een opvoeding in een christelijk gezin heeft zijn beperkingen. Ik wilde op zondag fietsen, maar dat mocht niet. Dus stalde ik mijn fiets op zaterdag bij onze winkel. Zondagochtend ging ik op het achterste bankje in de kerk zitten en sloop al gauw weg, liep naar de winkel en fietste in een half uur naar vliegveld Eelde. Daar ging ik naar zweefvliegtuigen kijken. Soms landde er een toestel afkomstig van Schiphol. Daar hoopte ik natuurlijk op. Kort voor het einde van de dienst schoof ik weer in de kerkbank. Mijn vader heeft het nooit in de gaten gehad.’

En uw moeder, kneep zij een oogje dicht?

‘Ze heeft nooit iets gezegd. Ach, mijn arme ouders. Ik wilde eerlijk zijn, maar dat lukte niet. Ik vond die zondagen zo saai en de restricties beklemmend. Daar ga je als kind dan tegenaan trappen. Maar tegelijkertijd was je bang voor de hel die je te wachten stond als je je zondig had gedragen. Dan zei ik tegen mijn broer, die ook niet de braafste was: het wordt gezellig daar, want we zullen met veel kennissen zijn.’

Hoe bent u de oorlog doorgekomen?

‘In 1942 kreeg ik een oproep voor de Arbeidseinsatz. Ik moest mij om zo-en-zo laat melden op station Groningen. We zouden via Utrecht per trein naar Duitsland worden vervoerd. In Utrecht ben ik stiekem de trein uitgestapt en de stad in gelopen. Na een paar uur pakte ik de trein naar Innsbruck, waar mijn broer woonde. Ik kon bij hem intrekken. Er was een tekort aan horlogemakers, dus ik kon daar goed geld verdienen. Na een jaar ben ik teruggekeerd, want ik miste mijn moeder. Tot het eind van de oorlog heb ik ondergedoken gezeten in de kelder van onze winkel. Mijn tijd bracht ik door met horloges en klokken repareren. Na de oorlog ben ik daarmee doorgegaan en heb ik ook het vak van opticien geleerd. In 1948 begonnen mijn vrouw en ik een eigen optiek in Amersfoort. De bril zag ik veranderen van noodzakelijk kwaad voor gehandicapten in een modeaccessoire.’

U vertelde dat horlogemakers filosofen zijn, ziet u zichzelf ook zo?

‘Ik ben altijd bezig geweest met de taak van de mens op deze aarde, en ben heel religieus. Maar ik wilde niets van doen hebben met regels en restricties. Na verloop van tijd kwam ik in aanraking met andere geloofsrichtingen en met mensen die net zoals ik zochten naar vrijheid in hun religieuze beleving. Een van die personen was Theo Ram, hij was vrijmetselaar geweest en legde verbanden tussen de rituelen van de vrijmetselaars en de astrologie. Zijn denkwijze vond ik zo mooi, dat ik mij aansloot bij zijn orde van de Astrologische Ceremoniële Mystiek.’

Wat sprak u zo aan in deze mystieke orde?

‘Dat er een relatie bestaat tussen mijn bestaan en de kosmos. Dat besef, dat we als mens onderdeel zijn van het heelal, gaf een basis en diepte aan mijn bestaan, en ook houvast. De zon komt elke dag op en geeft leven, de maan houdt alles bij elkaar, zoals een moeder dat in het gezin doet. Elke ochtend als ik weer wakker word, dank ik dat ik mag leven en hoop ik deze dag de zon te ervaren en te mogen doorgeven. Dankbaar zijn is voor mij de kern van mijn bestaan.’

Johannes Stots in 1951 met zijn vrouw Trinette en hun dochter Jolanda. Daarna werden nog twee zoons geboren. Beeld prive
Johannes Stots in 1951 met zijn vrouw Trinette en hun dochter Jolanda. Daarna werden nog twee zoons geboren.Beeld prive

Wie is uw favoriete denker?

‘Theosoof Helena Blavatsky. Zij heeft ons kennis laten maken met de geheime leer: de erkenning dat je als mens een functie hebt in deze wereld. En dat je probeert een relatie aan te gaan met het goddelijke in je. Daar is de kwaliteit van je leven afhankelijk van. De mens is toch het meest wonderlijke wezen op aarde, omdat hij in staat is zijn gedachten vast te leggen.’

Tot welke kwaliteit van leven leidt het goddelijke?

‘Tot het besef dat er gerechtigheid is en problemen waar je tegenaan loopt goed zullen komen, is het niet nu dan in je volgende reis na de dood. Reïncarnatie is de enige nuttige oplossing van levensproblemen: je kunt van je fouten leren en deze in een volgend leven herstellen. We zullen allemaal eindigen als goden, sommigen zijn al zover, anderen zijn nog onderweg en leren van de gevolgen van hun daden. Ik ben gezegend dat ik inzichten heb mogen krijgen en mij mens kan voelen. Dat voel ik vooral in stilte, dan kan ik zijn.’

Wat heeft u moeten leren in dit leven?

‘Als je aanneemt dat alles zin en betekenis heeft, dan accepteer je alles wat op je pad komt. Het is jammer als iemand op je tenen staat, dan roep je ‘au’ en dat is dat. Acceptatie helpt volledig om met problemen te kunnen omgaan, ik kan het iedereen aanraden.’

Als er onrecht op uw pad komt, is niets doen dan de enige optie?

‘Nee, het rechtvaardigheidsgevoel maakt dat je kijkt of je iemand tot steun kunt zijn, zonder te oordelen.’

Heeft u weleens moeite gehad iets te accepteren?

‘Een van de droevigste ervaringen in mijn leven was mijn vriendschap met een homoseksuele jongeman. Ik was een jaar of 20. Het klikte via het religieuze. Het was een warme, goede vriendschap, we hielden op een bepaalde manier van elkaar. Een hechte vriendschap kan grote diepten bereiken, dat is het mooiste wat er is. Als vrienden konden we gearmd over straat lopen, vond ik, maar dan vroegen de mensen: ben je homo? ‘Nee, zei ik, dit is mijn vriend en hij is toevallig een man.’ Homoseksualiteit vind ik onnatuurlijk, maar ik probeer niet op de grote stoel van God te gaan zitten. Het is zonde van de moeite om te proberen hier begrip voor te krijgen. Aanvaarden is de enige weg.’

Wat maakte u zo bedroefd?

‘Dat deze goede vriend niet de liefde kon ervaren met een vrouw en kinderen, dus het geluk van een huisgezin miste.’

Mogelijk was hij daar zelf niet verdrietig om

‘Dat kan. Toch vond ik het voor hem een gemis.’

Wat is uw lievelingsboek?

Wij-zangen van de Indiase schrijver Rabindranath Tagore. Hij is als een halfgod voor mij. Zijn woordkeuze is zo liefdevol. Ik kom er door in een andere wereld. Ik lees er iedere dag in.’

Hij pakt het kleine boekje erbij, slaat het op een willekeurige bladzijde open en begint voor te lezen: ‘De zon rees in het zenit en duiven koerden in de schaduw. Verdorde bladeren dansten en dwarrelden in de hete middaglucht. De herdersjongen dommelde en droomde in de schaduw van de banjanboom en ik legde mij neer bij het water en strekte mijn moede leden op het gras.’

In stilte leest hij verder, zijn hoofd beweegt mee met het ritme van de zinnen. Hij lijkt het bezoek even te vergeten en weg te dromen bij de woorden van zijn halfgod.

Hoe kijkt u terug op de afgelopen 100 jaar?

‘Ik heb mijn vak als horlogemaker en opticien met liefde en overgave gedaan. Zo heb ik veel mensen kunnen helpen, dat is het mooiste wat een mens kan doen. Als hoofd van de Astrologische Ceremoniële Mystiek heb ik mijn best gedaan anderen te steunen in hun zoektocht in het leven. Ik heb veel mogen beleven en met mijn vrouw Trinette drie kinderen gekregen, met wie het goed gaat. Ik weet niet waar ik al het geluk aan te danken heb.’

U gelooft in reïncarnatie, dus u bent niet bang voor de dood?

‘Inderdaad. Mijn volgende leven mag zwaar zijn. Als mij geen zware opdrachten te wachten staan, en het leven vanzelf gaat, leer je niet zoveel.’

Johannes Stots

geboren: 10 juni 1921 in Groningen

woont: in een zorgcentrum in Zeist

beroep: horlogemaker en opticiën

familie: drie kinderen, zeven kleinkinderen, drie achterkleinkinderen

weduwnaar: sinds 2019

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden