InterviewJessica Durlacher

Jessica Durlacher: ‘Ik heb met dit boek mijn geschiedenis met Ayaan Hirsi Ali wel uitgezweet’

null Beeld Pablo Delfos
Beeld Pablo Delfos

Na eindeloos piekeren schreef Jessica Durlacher een boek over een stel dat een Somalische vrouw in huis neemt die beroemd wordt, haar sluier afgooit en het mikpunt wordt van bedreigingen. Geïnspireerd op een intense periode waarin zij dol was op Ayaan Hirsi Ali, en vice versa. ‘Maar verder is alles verzonnen.’

Jessica Durlacher (59) ziet de gepantserde wagen met haar oude vriendin nog zo de winterse laan inrijden, aan het einde van de avond, begin 2005. Heel zachtjes. ‘Je moet de gordijnen dichtdoen’, had Ayaan Hirsi Ali vlak daarvoor gebeld, uit de auto, ingeklemd tussen haar beveiligers. 75 dagen daarvoor was de islamcritica razendsnel in een militair vliegtuig gehesen en afgevoerd naar de VS – om daar onder te duiken. Meteen nadat Mohammed B. filmmaker Theo van Gogh had vermoord en een brief met doodsbedreiging aan Ayaan op zijn borst had geprikt.

Het portier ging open: ‘En toen kwam daar een volkomen verwilderd kind aangerend, tussen vijf mannen in. Met zó’n bos strohaar. Schichtig. Mager. Alsof ze in een kast had gewoond. Het was heel emotioneel. Heel raar. Niemand was ervan op de hoogte gehouden dat Ayaan terugkwam. De minister van Defensie stond haar op te wachten in Maastricht, terwijl ze naar Lelystad werd gevlogen. Ze kwam als eerste naar Leon en mij, vreemd genoeg. Dan denk je ook: we zijn vrienden voor het leven.’

Dat zou je denken, ja.

‘Het voelt nog steeds alsof dat zo is. Maar in de praktijk is dat helemaal niet meer zo. We spreken elkaar nooit meer.’ Ironisch lachje: ‘Leon en ik krijgen nog wel elk jaar een kerstkaart.’

Wie is Ayaan Hirsi Ali ook alweer?

De Somalische Ayaan Hirsi Ali vluchtte na haar uithuwelijking aan een achterneef vanuit Kenia naar Nederland. Ze studeerde politicologie in Leiden en werkte daarna bij het wetenschappelijk bureau van de PvdA. In 2002 stapte ze over naar de VVD en groeide uit tot een controversieel Kamerlid. Ze sprak zich fel uit over misstanden binnen de islam – met name over de positie van vrouwen daarin – en werd steeds zwaarder bedreigd door moslimextremisten. In 2004 werd haar vriend Theo van Gogh vermoord, nadat de regisseur samen met Ayaan de film Submission had gemaakt. In 2006 ontnam toenmalig minister voor Vreemdelingenzaken Rita Verdonk Ayaan bijna haar Nederlandse paspoort, omdat ze in de asielprocedure had gelogen over haar naam. De actie van de minister leidde tot de val van het kabinet-Balkenende. Dat jaar besloot Ayaan definitief in de VS te gaan wonen.

In je nieuwe boek zegt verteller Zelda over hun geliefde oppas, de Somalische vluchteling Amal: ‘Haar geest is me altijd een raadsel gebleven.’ Geldt dat bij jou ook voor Ayaan?

‘De geest van Ayaan is inderdaad wel een beetje een raadsel voor me. Maar wat we met haar hebben meegemaakt is ook leerzaam geweest. Als je zo met de wereld bezig bent als Ayaan, heb je misschien wel helemaal geen tijd voor petty feelings of het onderhouden van vriendschappen.’

Ayaan heeft boven alles een missie: het bestrijden van misstanden in de moslimgemeenschap.

‘Ze heeft een missie. Dat zie je ook aan haar. De lol is wel uit haar gezicht, valt me op in televisiebeelden.’ Met warmte in haar stem: ‘Wat ze vroeger had... Dat stralende... Ayaan heeft nu iets vermoeids. Zo’n strijd vreet je op. Ze is een vechter. Helder, duidelijk, geen speld tussen te krijgen. En soms erg kort door de bocht.’ Geamuseerde blik, in de felblauwe ogen: ‘Ik zit nu net naar The Crown te kijken. Die Thatcher, die kon er ook wat van. Ze hebben best overeenkomsten: opgewekt keihard. Gewoon keihard. No mercy.’

Het gesprek is bij Jessica Durlacher thuis, in de Bloemendaalse art-decovilla. Een huis waar wordt geleefd, met zo’n overvolle kapstok, tijdschriften en kranten overal, een kat in diepe slaap op de verwarming en een vriendelijke oude golden retriever. Boven klinkt wat gekraak; de man van Jessica Durlacher, schrijver en filmproducent Leon de Winter.

De opluchting is voelbaar als ze gaat zitten in hun lichte serre, uitkijkend op de parkachtige tuin: haar nieuwste boek De Stem is eindelijk klaar. ‘Tien jaar piekeren en nog eens drie jaar schrijven.’ Aan een roman over de strenggelovige Somalische vluchteling Amal, die als oppas gaat werken bij het joodse gezin van Zelda en Bor. Tot hun grote verrassing blijkt de Somalische fantastisch te kunnen zingen; zo goed dat Zelda en Bor de jonge nachtegaal opgeven voor de veelbekeken talentenshow De Stem. Amal geeft een spectaculair eerste optreden voor een miljoenenpubliek – en rukt dan haar sluier af. Vaarwel islam. Vanaf het moment dat ze resoluut afstand neemt van haar geloof volgen een stortvloed van bedreigingen en allerlei conflicten, waarin ook het gezin wordt meegesleept. Met catastrofale gevolgen.

Nadrukkelijk: ‘De Stem beschrijft hoe Nederland kennismaakte met fundamentalisme, met religieus fanatisme. Ayaan was deels de inspiratiebron voor de roman, maar verder is alles verdicht en verzonnen. Ik wilde het werkelijke, fascinerende verhaal over die tijd vertalen naar een nieuw verhaal, met een eigen logica en psychologie. Met het meisje Amal heb ik een nieuw personage ontworpen. Het draait voor mij ook niet speciaal om Amal in dit boek; de lezer is met Zelda, de verteller en het en haar gezin. Wat de weerslag van een groot wereldgebeuren is op dat gewone gezinnetje. Hoe dat voelde.’

De roman begint bij 11 september 2001.

‘De wereld is vol verschrikkingen. Als je geluk hebt ben je buitenstaander. Wij zijn in Nederland toch wel buitenstaanders. Sinds 11 september was dat voor mijn gevoel niet meer zo. Toen kwam het heel dichtbij.

‘Leon en ik zijn getrouwd in New York, net als Zelda en Bor, in de roman. Wij trouwden er op 3 september. Onze zoveelste trouwdag vierden we in New York, de week voor 11 september. Vlak nadat we waren thuisgekomen, vielen de terroristen de stad aan. Dat kwam zo aan: iets heel liefs, moois, intiems werd kapotgemaakt. In mijn boek wilde ik dat voelbaar krijgen. Omdat ik het idee heb dat veel mensen alles zo abstraheren, uit angst of onverschilligheid. Ik wil alle aspecten beschrijven van hoe het is als je wordt geconfronteerd met de grote, erge, nietsontziende wereld. Hoe het is als naïviteit wordt gelogenstraft en je geloof in onschuld plaatsmaakt voor het besef van kwaad. Maar ook hoe opwindend het is als er zoiets gigantisch dramatisch gebeurt als op 11 september.’

null Beeld Pablo Delfos
Beeld Pablo Delfos

Het gezin in de roman ontfermt zich over Amal als de bedreigingen van moslimextremisten beginnen, net als jullie deden bij Ayaan.

‘Nou, ontfermen... We zijn een tijdlang erg in elkaars leven geweest. We waren indertijd dol op haar. En zij op ons. Maar Ayaan had natuurlijk heel veel vrienden.’ Vrolijk: ‘Heel veel.’

Was je daar verbaasd over, toen die ineens allemaal opdoken?

‘Ja, dat was vreemd. Vervreemdend ook. Ayaan nam afscheid, in een museum in Leiden, voordat ze definitief naar Amerika vertrok. Dat was echt gek. Ze had wel twintig papa’s en mama’s om zich heen verzameld. Misschien wel dertig, veertig. Allemaal aardige echtparen die alles voor haar deden.’

En jij dacht dat jullie de enigen waren.

‘Dat het er zoveel waren verbaasde ons wel. Want het beroep dat ze op ons deed was vaak erg dringend.’

Vond je dat lastig?

‘Helemaal niet. Maar toen ik die enorme hoeveelheid papa’s en mama’s zag moest ik wel even slikken. Je voelt dan ineens toch een soort opportunisme. En ook dat nomadische van haar: je gaat voort, gebruikt wat je nodig hebt en kijkt niet achterom. Dat drong toen tot me door. Een overlever. Overlevingsdrang. Geen schuldgevoel daarover hebben. Het is ook leerzaam. Ik ben altijd van: (ze heft haar handen in een excuusgebaar) ‘Sorry!’ Dat moet je helemaal niet doen. Als je je niet verontschuldigt is het leven een stuk gemakkelijker. Op het moment dat je te laat bent en je zegt sorrysorrysorry zet je de ergernis bij de ander pas echt aan. Terwijl, als je gewoon binnenkomt: ‘Haaaiiii daar ben ik dan’, is die ander de stomme lul door boos op je te zijn.’

Even later: ‘Ik heb met dit boek mijn geschiedenis met Ayaan wel uitgezweet. Ik hád het eigenlijk al uitgezweet. Maar in mijn achterhoofd bleef hangen: dit verhaal is te indrukwekkend, in al zijn facetten. Dat zo’n mooi iemand, met zoveel talent, die van zo ver komt, zich zo kan aanpassen aan hier. Door haar zagen wij ook ineens wat we hebben. Ayaan wees iedereen erop hoe het is om te leven in een westerse samenleving, en niet onder de terreur van zeer onderdrukkende regimes. Hoe opluchtend wetten en regels kunnen zijn. Dat ze vertelde: wauw, hier wordt het vuilnis gewoon opgehaald. We kregen les in eigen land en eigen mores.

‘Aan de andere kant: altijd dat geworstel van haar met op tijd komen. Dat blijft toch iets waar je als westerling niet bij kunt. Je hebt toch een klok? Zelfs toen ze een speech zou houden bij de presentatie van mijn boek Emoticon kwam ze te laat. Toen volgde er een speechje van niks en bleek dat ze het boek niet eens had gelezen. Niet heel leuk.’

Weer vrolijk: ‘Geld, ook zoiets. Geen idee. Ze moest echt aan de teugel worden gehouden, jezus christus. Haar vriendin en mentor Neelie Kroes had haar laten kennismaken met het merk Chanel. Toch het duurste wat er op aarde te koop is. Kwam ze hier: ik heb hele mooie nieuwe schoenen gekocht. En dan zag ik dat Chanel-tekentje. Fok.’

‘Het was lastig. Om iemand die je niet begrijpt, toch geloofwaardig te krijgen in een boek. Maar ik heb er een vorm voor gevonden. Dat zingen van Amal vond ik een leuke vondst. Dat het daardoor vanzelfsprekend is dat ze uitgroeit tot een ster. Een heel ander soort ster, met dezelfde intentie. Want anders was het te veel Ayaan geworden en dat wilde ik helemaal niet. Het gaat uiteindelijk over die familie. Ons aller ongemak.’

Leg eens uit.

‘Ons ongemak met andere werelden. Iedereen heeft dat – die andere werelden snappen weer niets van ons. En wie is dan weer ons? Ook daarin zijn allerlei onderverdelingen. Dat is de tragedie: niemand snapt elkaar. Iedereen is gewoon eenzaam en alleen; hoogstens betrokken bij zijn naasten.’ Meteen daarop: ‘Die Amal is ook zo alleen. Maar als je een vastbesloten drive hebt, is dat wel je anker. Dat maakt je ook minder eenzaam.’

Leon en jij lijken voor de buitenwereld erg hecht.

‘We zijn heel erg samen – dat is waar. Maar toch ook weer niet. Leon gaat zijn eigen gekke weg.’

Die zit zich op te winden op Twitter.

Ze schiet in de lach: ‘Ja. En ik schrijf mijn boek. In een huisje in Amsterdam. Daar heb ik de afgelopen drie jaar vooral gezeten, doordeweeks.’

Heb je er moeite mee, zo contrair als Leon zich vaak mengt in het maatschappelijk debat? In zijn columns voor De Telegraaf neemt hij het soms op voor Trump; in zijn tweets suggereerde hij dat er sprake was van verkiezingsfraude in de VS.

‘Moet ik eigenlijk niet te veel over zeggen. Natuurlijk is het ingewikkeld. Maar ik sluit me er ook een beetje voor af.’

Botsen jullie weleens over zijn standpunten?

‘Zeker. Soms is het ook moeilijk hoor, om mijn eigen gut feeling te onderbouwen tegenover iemand die alles leest over een onderwerp, zich er zo in verdiept. Dan verdwaal ik: waarom vind ik dit eigenlijk? Vaak heeft hij gelijk. Omdat Leon zich totaal niks aantrekt van wat anderen vinden – of vinden wat ze moeten vinden. Ik ben wel van die school, helaas. Ik denk: ik moet me toch wel kunnen verstaan, met de mensen die ik gewoon aardig vind.’

Retriever Senta komt naast de tafel staan, aandacht vragen. Ze is genoemd naar de hond van Jessica’s joodse vader, die hij moest achterlaten in Duitsland toen hij als kind naar Nederland vluchtte. Later werd hij alsnog opgepakt. Gerhard Durlacher was uiteindelijk de enige van de familie die Auschwitz zou overleven.

null Beeld Pablo Delfos
Beeld Pablo Delfos

In De Stem duikt Amal onder bij het gezin van de verteller, als de bedreigingen tegen haar als afvallige beginnen.

‘Ayaan hebben we nooit in huis gehad. Ze kwam eten, was er soms overdag, belde vaak. Toen de bedreigingen in 2002 losbarstten heeft PvdA’er Harry van den Bergh een fonds opgezet om geld in te zamelen. Daarmee kon ze een tijdje in Amerika zitten, in het appartementenhotel in Santa Monica waar wij in de jaren negentig elk jaar een paar maanden logeerden. Een goedkoop, verloederd hotel. Ze had het daar heerlijk, in dat oude appartement van ons, vlak achter de oceaan.’ Opgewekt: ‘Later bleek dat we daar een bijzondere buurman hadden. Die al twintig jaar door de FBI en de CIA werd gezocht: Whitey Bulger.’

De maffiabaas.

‘De grote moordenaar van Boston. Hij stond tweede op de ranglijst van meest gezochte misdadigers ter wereld. Onder Osama Bin Laden. En hij zat in het appartement naast ons. Toen de politie bij hem binnenviel, in 2011, bleek dat die lullige muurtjes he-le-maal vol gemetseld waren met geweren en geld. Een miljoen aan bankbiljetten zat er in de muur. Maar goed: dat is dus ook de buurman van Ayaan geweest.’ Lachend: ‘Ze was daar heel veilig. Zat ze daar, gezellig.’

Ze aait de zachtjes kwispelende hond, nadenkend. ‘Die tijd met Ayaan was vooral zo intens. De dreiging van buitenaf voelde zo ontzettend dichtbij. Niet zozeer omdat ze veel in onze omgeving verkeerde, maar vooral omdat ze zoveel vertelde over de gewelddadigheid van het fundamentalisme. En hoe snel dat kan oprukken. Ayaan kent de verschillen tussen onvrijheid en vrijheid sterk uit haar eigen leven. De westerse wereld werd net geconfronteerd met het islamterrorisme. Wij dachten: dít is onze nieuwe vijand, mijngodmijngod.

‘We werden opgeslorpt door Ayaans verhalen, Ayaans leven. Vier jaar lang hebben we de wereld in dezelfde termen bekeken. Dat er een grote dreiging op stapel stond. Dat de wereld hevig aan het veranderen was. Dat er overal aanslagen zouden komen. Leon werd zo gegrepen door het onderwerp dat hij overwoog de politiek in te gaan. Ik denk wel dat het gevoel van onveiligheid dat ons bekroop, ook vanwege het toenemend antisemitisme, ertoe heeft geleid dat wij naar Los Angeles vertrokken. In 2008 zijn we weggegaan, in 2011 zijn we teruggekomen. We hebben er drie jaar fijn in limbo, vrij, los geleefd.’ In een adem door: ‘Maar dat was eigenlijk een illusie, want LA is keihard.’

En veel gevaarlijker dan Nederland, met het gewone huis-tuin-en-keukengeweld.

‘Zeker. We waren blij weer gezellig terug in Nederland te zijn, waar alles zo klein en knusserig is en iedereen op de fiets zit.’

Wat was de reden om terug te keren?

‘Vooral voor de kinderen. Goede scholen zijn beestachtig duur daar.’

Denk je achteraf niet: onze angst was overdreven?

‘Nee. Er is ook ontzettend veel afgewend, hè. En kijk naar Leons vader: hij was de enige overlevende van een gezin met een heleboel kinderen. Omdat hij als enige van de familie de kranten goed had gespeld en onderdook. Daardoor heeft hij de Holocaust overleefd. Mijn vaders familie wilde naar Amerika. Maar een oude oma was ziek en bang en durfde die grote stap niet te zetten. Dus zijn ze toch maar thuisgebleven. En zijn ze allemaal vermoord, op mijn vader na. Dat soort verhalen zijn er natuurlijk legio.’

null Beeld Pablo Delfos
Beeld Pablo Delfos

Waarom zijn jullie eigenlijk vertrokken naar de VS, juist het land waar de vliegtuigen zich in de Twin Towers boorden?

‘Amerika mocht dan aangevallen zijn, toch zagen we het nog steeds als een veilige plek. Vraag me niet waarom... Rationeel is het niet. Maar LA voelde als een vrijplaats. Misschien door het licht. De film. De glamour.’

In de tijd dat jullie in LA zaten is er geen terroristische aanslag of een andere grote gruweldaad uit naam van de radicale islam geweest, in Nederland.

‘Maar in de tijd dat Ayaan nog in Nederland woonde wel: de moord op Theo van Gogh. Daarvóór werd ze vooral gezien als lastige stem. Maar toen werd de dreiging echt, voor Nederland. Ayaan werd meteen onder getuigenbescherming naar Amerika gevlogen. Daar heeft ze dus 75 dagen in allerlei kutmotels aan de rand van snelwegen gebivakkeerd, zonder dat ze een telefoon of computer mocht hebben, Ayaan mocht zelfs geen krant lezen. Een hel. In haar naam was net iemand vermoord. Ze heeft ons één keer kunnen bellen, met de telefoon van een van de beveiligers.’

Een ontwrichtende episode uit de Nederlandse geschiedenis kil samengevat: Theo van Gogh maakte op verzoek van de bevriende VVD-politica de korte film Submission, waarin ze de onderdrukking van vrouwen in de islam aan de kaak stelt. Eind augustus 2004 werd de film uitgezonden, toen Kamerlid Ayaan was uitgenodigd bij VPRO’s Zomergasten. In de film zijn de lichamen van mishandelde vrouwen te zien, beschilderd met verzen uit de Koran. Ruim twee maanden later werd Van Gogh in Amsterdam vermoord door de radicale moslim Mohammed B.

Heeft Ayaan ook gevraagd aan Leon om Submission te maken?

‘Nee.’

Gelukkig maar.

‘Ik weet niet of Leon het gedaan had. Leon is een ander soort filmmaker. Die had dit niet zien zitten als filmidee. Het was meer een pamflet. Theo zelf vond het ook geen meesterlijke film hè, het was allemaal bedoeld voor Ayaan. Ik moet wel zeggen: wij hebben Submission als eerste gezien, hier, in de huiskamer. Ayaan kwam langs: ‘Theo van Gogh en ik hebben een film gemaakt.’ Wij dachten: Theo van Gogh?? Huh, oké. Maar goed, we keken ernaar, op de bank en ja… Ik weet nog wel dat er door me heen flitste: hoe gaan die jongens in Amsterdam-Slotervaart hiernaar kijken? ‘Flauwekul’, vond Leon. Hij dacht dat de film te abstract was om extreme reacties op te roepen. ’

Terwijl hij zich al zo had verdiept, in het islamitisch fundamentalisme.

‘Toch: wie had verwacht dat deze film tot zoiets verschrikkelijks zou leiden? Voor ons westerlingen is het echt een andere wereld. Hoe kun je zo’n film nu zo erg vinden? Maar goed: voor strenggelovigen was hij vast heel blasfemisch.’

Wat had jij gezegd als Ayaan aan Leon had gevraagd om Submission te maken?

‘Ik denk dat ik me had verzet. Ik had het dood- en doodeng gevonden. Maar nogmaals: het is nu een andere tijd. Ik sluit niet uit dat, hoe spannend het toen ook allemaal was, we toch niet precies begrepen hoe dat fundamentalisme in elkaar zat. Als je ziet wat er sindsdien bijvoorbeeld alleen al allemaal in Frankrijk is gebeurd: Charlie Hebdo, de vrachtwagen in Nice, de aanslag op de synagoge, Bataclan, de onthoofde leraar…’

Theo van Gogh is in een ver verleden aangeklaagd door het Cidi en Sonja Barend wegens antisemitisme, ook jegens Leon. In een televisieprogramma verzon hij bijvoorbeeld dat Leon prikkeldraad uit concentratiekampen verzamelde. Ze waren aartsvijanden. Het moet bizar voor jullie zijn dat uitgerekend Theo van Gogh is vermoord, vanwege jullie gezamenlijke vriendin Ayaan.

‘Het was wrang en vreemd. We vonden het ingewikkeld dat Ayaan bevriend bleek te zijn geraakt met Theo, die Leon al heel zijn carrière had belasterd. Maar toen we hoorden dat hij zich zo voor haar zaak inzette, vonden we dat wel weer oké. In die zin was er een gevoel van loyaliteit. Mij is in die tijd ook weleens gezegd: ‘Nu zouden ze het eigenlijk wel met elkaar kunnen vinden hoor.’

Denk je dat?

Meteen: ‘Nee. Leon en Theo hebben elkaar ook nooit ontmoet.’

null Beeld Pablo Delfos
Beeld Pablo Delfos

Verteller Zelda is in je roman erg kritisch op zichzelf: ‘Wij redders, wij barmhartigen! Wisten wij veel’, zegt ze smalend. Kijk je zelf ook zo terug, op die periode met Ayaan?

‘Natuurlijk. Het is een groot zelfkritisch verhaal, in dat opzicht. Mijn boek is zo onpartijdig mogelijk. Wie denk je wel dat je bent? Barmhartigheid is een mooie eigenschap, maar er zitten ook tegenkanten aan. Het voelt eng goed om zo betrokken te zijn. We wilden zorgzaam en behulpzaam voor de zeldzaam moedige Ayaan zijn, redden wat er te redden viel, beter zijn dan anderen.’

Later: ‘Mijn roman gaat ook over rouw, een enorme familietragedie. Over wat zich binnen een gezin afspeelt in een kolkende wereld. Over een pijnlijke vriendschap. Er is... Er is in de roman ook sprake van verraad.’

Soms lijkt het alsof jij in de roman ook jouw gedachten over Ayaan analyseert – heel precies. Zelda zegt, over Amal: ‘Maar ontkennen dat ik bij zoveel fascinerends en zoveel aantrekkelijkheid onwillekeurig niet aan iets veils dacht, of dat me ontging dat er onder haar talent voor roem iets subtiel berekenends in haar eigenzinnigheid schuilging, iets manipulatiefs, het oogmerk anderen doelgericht te verleiden – nee, dat kan ik niet.’

Gelaten: ‘Ja, dat is het. Er zit iets veils in. Maar goed: misschien is dat ook wel nodig, als je zo’n missie hebt als Ayaan. Ze liet zich door niks weerhouden om die missie te bereiken. Onverzettelijk.’

Een herinnering: ‘Ik ben in 2005 met Ayaan mee geweest naar het Time100-diner in New York, toen ze was uitverkozen tot een van de honderd invloedrijkste personen ter wereld. In de taxi ernaartoe zat ze hardop te oefenen op haar speech. Ayaan zou als nummer 5 aan de beurt zijn. Het was een waanzinnige plek, allemaal lichtjes, een zee van ramen die uitkeken op Central Park. Alleen de grootste sterren van de wereld waren er: Nicole Kidman, Bernard Lewis, Sean Penn, Jon Stewart, Elie Wiesel.

‘Toen bleek dat er een vergissing was gemaakt: Ayaan was ineens als nummer 4 aan de beurt. Ik was gestorven, maar zij zegt gewoon: ‘Moet ik nu al? En ze staat op en geeft uit haar hoofd een speech – totaal anders dan we hadden ingestudeerd. I want to thank Theo van Gogh, zegt ze, en boefffff vertelt ze de zaal dat hele verhaal over de moord. Die complete zaal uitgeteld en in tranen. Ik ook. Ik kon alleen maar huilen. En zij gaat zitten, koud als een kikker. Ze kijkt naar me, en ik zag de afschuw: wat zit je daar te janken. Dat vond ze heel onprettig.’

Waarom, denk je?

‘Het was decorumverlies. Het was... zwak. Dat hoorde er niet bij. Wat zij had gedaan was een uiting van kracht. Waardig. Superwaardig. En ik was onwaardig. Ik verstopte me achter mijn servet hoor, binnen één seconde was ik helemaal verdwenen. Ik was gewoon blubber.’

Heb je weleens iets gevoeld van wrok?

‘Nee, daarvoor was ze me te lief, te dierbaar. Als een kind, bijna. Het was inderdaad ons kind.’

Het briljante pleegkind.

‘Jaha. Eliza Doolittle. En ineens stijgt dat kind op en is het veel groter dan zijn helpers. Veeeel groter. En heeft het niemand meer nodig. Het vliegt uit, met enorme vleugels.’ Schaterlach, terwijl ze verder wordt meegevoerd in haar literaire verbeelding: ‘Sterker: het wórdt een vliegtuig.’

CV Jessica Durlacher

6 september 1961 Geboren in Amsterdam

1979–1988 Studie Nederlandse taal- en letterkunde in Amsterdam

1979 Debuutroman Het Geweten

2000 De dochter

2004 Emoticon

2010 De Held

2011 Opzij Literatuurprijs voor De Held

2014 Theaterstuk Anne, geschreven met Leon de Winter

2021 De Stem

Jessica Durlacher is getrouwd met Leon de Winter. Ze wonen in Bloemendaal en hebben een dochter en een zoon: Moon en Moos.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden