interview jeroen van koningsbrugge

Jeroen van Koningsbrugge: ‘Ik probeer het leven wat lichter te maken dan het is’

Jeroen van Koningsbrugge (45) staat bekend als komisch acteur, maar tussen alle grappen door bereidt hij zich voor op de ondergang van de wereld: voor járen eten heeft al hij in huis. ‘ik hoop dat het voor niks is, maar ik denk het niet.’

Jeroen van Koningsbrugge. Beeld Marc de Groot

De eerste keer was het een meisje van 8. Het gebeurde in Frankrijk, hij was een jaar of 14.

‘Ik kwam aanlopen op het strand en bij zee stonden er allemaal mensen te roepen. ‘O no, no!’ Bleek dat er een meisje aan het verdrinken was. ‘Ze dreef steeds meer naar de rotsen waar een stroomversnelling was, en ze ging steeds vaker kopje-onder. Niemand deed iets. Ik rende de zee in, greep dat meisje, maar zij pakte mij in paniek zo stevig vast dat ik ook niks meer kon en we samen afdreven. Het bloed liep langs mijn lijf, zo hard klemde ze zich aan me vast. Uit alle macht heb ik me weten vast te grijpen aan een ijzeren buis die langs die rotsen liep. Op het strand stonden de mensen nog altijd ‘O no!’ te roepen. Dat bleken haar ouders te zijn. Zonder mij aan te kijken, namen ze hun dochter aan en liepen weg. Hing ik daar.’

En zo gaat dat wel vaker bij zijn reddingsacties.

Een andere keer - hij heeft in totaal zes mensen van de verdrinkingsdood gered - speelde het zich af op het strand in Italië. ‘Een oudere dame - voor mij althans, ik was toen 16 - ging in de golven onder water en kwam niet meer boven. Ik vloog de zee in, maar zij was in paniek geraakt en aan het tegenspartelen. Ik heb haar echt aan haar been van een meter of drie onder water naar boven getrokken. Er kwam een liter of vier van die zoute ellende uit haar mond. Terwijl ze woedende gebaren naar me maakte. Godsklere zeg, dacht ik, ik moet het gewoon niet meer doen. Maar ik kan het niet laten.’

Als jong jochie al niet. In een interview in tijdschrift Jan vertelde Jeroen eerder openhartig over zijn jeugd en de tijd dat zijn moeder met een alcoholprobleem kampte. Op de lagere school verzon hij soms smoesjes om eerder naar huis te gaan om te kijken of het goed ging met zijn moeder. Als het nodig was bracht hij haar naar bed, zodat alles weer normaal was tegen de tijd dat zijn jongere broertje en zijn vader thuiskwamen.

Het redden heeft er altijd in gezeten, lijkt het.

‘Ja. Dat beschermen wordt dan misschien een soort tweede natuur. Je wordt heel alert als je opgroeit in zo’n gezin. Waardoor ik ook veel sneller reageer dan andere mensen. Mijn vrouw was erbij toen ons zoontje Salomon bijna verdronk. Zij zei later: ‘Ik stond nog stil en jij was al halverwege het zwembad.’ Terwijl, ik stond met mijn gezicht naar haar toe, met mijn rug naar Salomon, maar ik zag aan haar verschrikte blik dat er iemand in het water viel. Toen was ik al onderweg. Zo’n rare impuls. Het zit er gewoon in.’

Het karakter Kootje dat je in de musicalvariant van ’t Schaep speelt, heeft ook steeds het gevoel dat hij iedereen moet redden.

‘Ik ben gewoon een Kootje, ja. Die club waarover het gaat, valt op een gegeven moment bijna uit elkaar en Kootje is dan overal bezig brandjes te blussen. Dat zit van nature ook in mij.’

Het gaat volgens Raoul Heertje, die het scenario voor de musical schreef, over saamhorigheid. Ben je daar bovengemiddeld naar op zoek doordat het er vroeger bij jou thuis aan ontbrak?

‘Ik ben zeker een sucker voor saamhorigheid. Ik vind het ook heerlijk om bij ’t Schaep in een scène te staan waarin ik drie zinnen heb en iemand anders een heel verhaal aan het houden is. Je zit in een soort familiegroepje. Dat heb ik liever dan dat ik solo in het theater sta. Maar dat gevoel van samenhorigheid was er ondanks alles thuis soms ook wel, hoor. Mijn moeder gaf mij voor het slapengaan altijd de kieteldood, dat was heerlijk. En we aten elke avond met zijn vieren. Het is niet helemaal uit elkaar gevallen. Terwijl we wel wat hebben meegemaakt met zijn allen.

‘Midden in de nacht ging de telefoon. Ik weet het nog goed. We werden allemaal wakker, want de telefoon ging nooit midden in de nacht. Tring! Daarna mijn vader die zei: ‘Ja, ik kom er nu aan.’ Hij was bedrijfsleider bij de supermarkt Prijsslag, daar was die nacht ingebroken. De kluis was gekraakt, anderhalve ton was weg, er waren geen braaksporen. Toen mijn vader daar aankwam werd hij meteen in de handboeien geslagen en in een politiewagen gesmeten. Ze dachten dat hij het had gedaan omdat hij de sleutel had. Een week lang hoorden we niks.

Toen hij na zeven dagen terugkwam brak hij. Het was de eerste keer dat ik mijn vader zag huilen. De hele week had hij zich groot gehouden terwijl ze maar bleven hameren: je hebt het wel gedaan, je hebt het wel gedaan. Ondertussen bleef mijn vader steeds grapjes maken. ‘Dat is mijn overleving’, zei hij. Tegelijkertijd was dat ook de reden waarom ze maar doorgingen, ze dachten dat hij het niet serieus nam. Mijn vader had het duidelijk niet gedaan, dus hij werd vrijgelaten. Maar vervolgens werd hij ontslagen omdat Prijsslag vond dat de arbeidsverhoudingen waren verstoord. Dan ben je 45, en alles waarvoor je hebt gewerkt is weg. Ons huis moest verkocht worden. We verhuisden naar een huurflatje, ergens achter in Den Bosch. Mijn vader is daar heel knap mee omgegaan. Hij ging meteen aan de slag als grafdrager. Er moest toch geld komen. Ik weet nog dat we moesten lachen om dat zwarte pinguïnpak en die hoge hoed. Daar moest hij zelf ook om lachen. ‘Dit is toch niet normaal,’ zei hij, ‘kijk mij nou.’

Heb je je humor van je vader?

‘Ja, zeker. En ook het relativeren. Mijn oma, bij wie wij door alle toestanden thuis veel waren, had dat ook heel erg. Dat neem je mee.’

Als je je moeder naar bed had gebracht, deed je daarna soms alsof je voor een publiek stond als je de deur achter je had dichtgedaan. ‘Ja mensen, zo is het leven,’ zei je dan. Hoe duid jij dat?

‘Je probeert het een tegenkleur te geven. Het is net als wanneer ik ’s ochtends vroeg haast heb en vaststa met mijn auto. Je raakt steeds opgefokter. Totdat je ineens beseft dat je met name voor jezelf heel vervelend bent. Dan forceer ik mezelf om een minuut lang een big smile op te zetten. Dat is heel nep, maar dan maak je endorfine aan en dan voel je je beter.’

In 24 uur met analyseerde presentator en tevens goede vriend Theo Maassen je neiging tot relativeren en alles positief zien. ‘Jij kan grote drama’s meemaken, maar daarna ga je door en is er ogenschijnlijk niks aan de hand’, zei hij. ‘Ik mis dan wel een beetje je geworstel met je leven.’

‘Ik heb wat meegemaakt, maar ik wil niet dat het drama de hele tijd over me heen hangt. Theo is een binnenvetter. Als hij ruzie heeft met zijn vriendin duurt dat soms een maand. Ik denk na een half uur al: zullen we even gaan zitten alsjeblieft, ik kan hier niet tegen. Ik wil gewoon dat het leuk is. Ik probeer het leven wat lichter te maken dan het is. Ik vind het ook fijn als mensen zeggen dat ze depressief waren maar door een filmpje van Draadstaal of Neonletters even hebben moeten lachen.’

Jeroen van Koningsbrugge. Beeld Marc de Groot

Acteurs zeggen altijd dat het personage dat je speelt een tegenkant moet hebben. Alleen maar vrolijk, blij en opgeruimd is niet interessant. Stel dat je Jeroen van Koningsbrugge zou moeten spelen, wat zou dan je tegenkant zijn?

‘Poeh... Misschien is mijn tegenkant dat ik geen tegenkant heb. Carlo Boszhard heeft mij weleens geprobeerd te persifleren. Maar dat lukte niet. Ik heb niet zo’n karaktertrek die je kunt uitvergroten.’

Kinderen van alcoholisten zijn vaak onveilig gehecht doordat het gedrag van een alcoholverslaafde zo wispelturig is. Ze kunnen bijvoorbeeld angstig worden. Zou dat een tegenkant van je kunnen zijn?

‘Angst heb ik nooit gehad. Mijn reactie was meer: nou, dan regel ik het wel. Maar ik werd daar eerder laconiek van dan angstig.’

Ben je er wel verdrietig over geweest?

‘Zeker, toen ik net uit huis weg was. Toen kon ik alleen maar denken: wat stom, je hebt mijn hele jeugd verpest!’

Dat klinkt niet echt als verdriet.

‘Haha nee, dat is waar. Maar na die boze periode is er bij mij gewoon een knop omgegaan. Toen besefte ik dat ik er ook door ben gevormd. De relatie met mijn ouders is nu heel goed. Eigenlijk ben ik stiekem dankbaar voor wat ik erdoor gekregen heb. Daardoor ben ik geworden wie ik nu ben en sta ik stevig op de grond. Ik weet dat het goed of slecht kan gaan, maar dat je je eigen geluk in de hand hebt. Je kunt je geluk afdwingen. Dat heeft met het visualiseren van dingen te maken en vol voor iets gaan.’

Wat bedoel je met visualiseren?

‘Als ik heel graag een film wil doen, dan benoem ik dat. En dan zie ik het ook helemaal voor me hoe dat gaat. Ik heb nu al een keer of zes meegemaakt dat ik dat deed, en dat ik de dag erna werd opgebeld met de mededeling dat ze mij voor die speelfilm wilden. Mijn vrouw Claire zegt dan ook: ‘Het is ongelooflijk. Hoe dan?!’

Zowel zij als je beste vriend Dennis van de Ven vertelde me over de voorzorgsmaatregelen die je treft voor het geval het einde der tijden aanbreekt. Daar klinkt toch angst in door.

‘Maar dat is het toch niet. Het is meer de verantwoordelijkheid voor mijn vrouw en twee kinderen die ik sterk voel. De fascinatie is ooit begonnen door een roman, geschreven door een prepper, waarin concrete tips stonden voor als het fout zou gaan in de wereld. Inmiddels heb ik acht- tot negenhonderd boeken over dat onderwerp gelezen. Ik ben intussen een soort van expert op dat gebied. Het komt ook door de oorlogsverhalen van mijn opa en oma, over dat ze niets te eten hadden. Daardoor is er bij mij een zaadje geplant. Dat gaat mij niet overkomen, dacht ik. Ik ga zorgen dat, als ik later een gezin heb, dát niet gebeurt. Vandaar dat ik naast mijn huis in Amsterdam, nog ergens anders een huisje heb. En een moestuin.’

En een schuilkelder toch?

‘Dat nog net niet. Ik heb dat wel onderzocht, maar dat heeft geen zin. Een schuilkelder heeft altijd een ventilatiesysteem, daar kunnen ze iets brandends in gooien. Dus dat heb ik uit mijn hoofd gezet. Maar inderdaad, ik ben wel iemand die ver vooruitdenkt.’

Je hebt onder meer een enorme voorraad eten, hoorde ik.

‘Ja. Zowel in mijn huis in Amsterdam als in Limburg. Zeker.’

En wat heb je dan? Rijst?

‘O neeneenee, ik heb wel echt gevriesdroogde shit. Dat blijft 35 jaar goed. Verder heb ik de afgelopen negen jaar van alles verzameld. Van vishengels tot zo’n trapding waarmee je energie kunt opwekken. Dat soort rare dingen wil ik gewoon hebben. Het heeft met een soort überverantwoordelijkheid te maken. Heel veel vrienden van mij weten het ook. Ik zeg: jongens, wanneer the shit hits the fan, je weet waar ik zit.

‘Als er iets gebeurt wil ik gewoon niet achteraf denken: had ik maar iets gedaan. Ik hoop dat ik hartstikke fout zit. Dat het nooit gebeurt, dat het allemaal voor niks is. Alleen denk ik niet dat het voor niks is. En anders kan ik over twintig jaar een paar jaar lang gevriesdroogd eten vreten. Ook niet erg.’

Jeroen van Koningsbrugge. Beeld Marc de Groot

En wat is dan de fantasie die je hebt bij ‘when the shit hits the fan’?

‘Het meest logische, en het meest actuele, zou een financiële crisis zijn. Mensen denken dat we goed door de crisis van 2008 zijn gekomen, maar overheden hebben gewoon een pleister geplakt. De staatsschuld is nu nog hoger dan toen. Ik hou dat allemaal bij, ik kijk er altijd naar. Je ziet hier en daar al een land omvallen, op een gegeven moment kun je die economieën niet meer oplappen. En dan gaan ze als dominosteentjes. Dat is denk ik het eerste wat gebeurt. En dat heeft állemaal gevolgen. De supermarkten worden minder aangevuld, het eten raakt op, onze beschaving blijkt ineens flinterdun. Want als je iemand ziet lopen met een brood terwijl je twee kinderen al drie dagen niks te eten hebben gehad, dan jat jij dat brood. Ze zeggen dat alles in drieën gaat. Je kunt drie minuten zonder lucht, drie dagen zonder water, drie weken zonder voedsel en het duurt drie dagen, bij een echte crisis, voordat the society stopt. Dan zijn alle afspraken die we hebben weg, terwijl we léven van afspraken. Net als de afspraak dat ons geld echt wat waard is. Terwijl, dat is gewoon papier. Mijn zoontje vertelde me dat hij op school leert dat de hoeveelheid uitgegeven papiergeld overeenkomt met de waarde van de goudvoorraad van de centrale bank, maar dat is natuurlijk allang niet meer zo.

‘Maar wij worden kwader om het Koningslied dan om de banken die ons naaien. Mensen beginnen nu wel langzaam wakkerder te worden. Dat is het begin van de grote verandering die eraan zit te komen.

‘Iedere honderd jaar stort er een heel rijk in elkaar. In Amerika zie je het al beginnen, dat is het laatste Romeinse rijk. Alles moet veel, veel, veel. Amerika gaat maar door, door, door, terwijl het land niet meer het geld heeft om dat te doen. Ze blijven doen alsof ze het machtigste land ter wereld zijn, maar ik denk niet dat het nog lang duurt voordat de scheurtjes, die er nu al zitten, overal zichtbaar worden. Steeds meer mensen zullen het ook niet meer vertrouwen. En terecht. Ik zeg altijd: als dit hier (wappert met zijn rechterarm in de lucht) op het nieuws is, wordt er daar (wappert met linkerhand) iets veranderd wat we allemaal niet doorhebben. We maken ons bij wijze van spreken druk om Michael Jackson, en ondertussen wordt er een wet doorgedrukt zonder dat iemand het doorheeft. Dat gebeurt heel vaak. Brood en spelen is het. Gelukkig wordt in Amerika nu eindelijk 9/11 onderzocht omdat ze denken dat het controlled demolition (opzettelijke vernietiging door de Amerikanen, red.) is geweest.’

Hoe komt het dat jij er zo van overtuigd bent dat 9/11 door de Amerikanen is opgezet?

‘Ik heb er te veel dingen van gezien. Documentaires, maar ook de echte beelden. En daarop zie ik gewoon ontploffinkjes in de raampjes van de Twin Towers. Wat zijn die witte rookpluimpjes en de klappen die je hoort voordat de torens instorten? Die torens zijn bovendien zo ontworpen dat ze ook blijven staan als zich er een vliegtuig inboort. Het metaal uit de constructie van de torens smelt pas bij veertig duizend graden of zo. Waardoor je gaat denken dat de Amerikaanse geheime dienst thermiet heeft gebruikt. Want dat is het enige wat zo hard brandt dat die staalconstructie kan smelten. De torens stortten ook vanonder in. En dan hoor je allerlei mensen in interviews vertellen: ‘Ik werkte bij de balie. Drie dagen voor 9/11 mochten wij niet meer op bepaalde verdiepingen in de onderkant van de toren komen. Dat was allemaal afgesloten vanwege onderhoud. Mannen met pakken en koffers liepen in en uit. Precies op die plek is alles ontploft’. Ja, dan weet ik zeker dat het niet zomaar gebeurd kan zijn. Alles moest vernietigd worden. Want we moesten allemaal denken dat die vreselijke terroristen het hadden gedaan. Zo maak je een oorlog. En er is niks waaraan je meer geld kunt verdienen dan aan oorlog.’

Toen theatermaker George van Houts dit aan tafel bij Pauw vertelde, kreeg hij de kritiek een complotdenker te zijn.

‘Ja, ik heb hem toen ook een berichtje gestuurd. Ik ben het met heel veel dingen die hij zegt eens, alleen je moet daar niet het slachtoffer gaan spelen, dan krijg je de publieke opinie tegen. Terwijl als er íémand bij Pauw aan tafel zat die een expert is op dit gebied, dan is het George. Al achttien jaar lang heeft hij er alles over gelezen. De voors, de tegens, echt álles. Maar ja, als je er vragen over stelt, krijg je meteen een soort papieren hoedje op alsof je niet helemaal goed bent. Je wordt meteen in de hoek van de complotdenkers geduwd.’

Je vrouw vertelde dat zij nu alternatieve geneeskunde studeert, ook wel een beetje met het idee: stel dat het verkeerd gaat, wat kun je dan nemen als je ziek wordt.

‘Ja klopt. Iedereen krijgt tegenwoordig maar meteen pillen. Mijn dochter had negen keer achter elkaar een blaasontsteking. En elke keer kreeg ze zo’n antibioticakuur. De laatste keer zei ik: dit kan toch niet? Dat meisje is 8! Je maakt alles kapot van binnen, want antibiotica doden niet alleen de ziekteverwekkende bacteriën, maar ook de goede bacteriën. Toen is Claire dat zelf gaan opzoeken in haar boeken. Binnen een dag had ze die blaasontsteking genezen! Ze heeft onze dochter onder meer in een bad vol met heet water gezet, met vijf zakjes van een bepaalde thee erin. Een half uurtje erin zitten, en de volgende dag was het weg! We zijn natuurlijk honderd jaar geleden gestopt met, wat we nu alternatieve geneeskunde noemen, want aan pillen kan meer geld worden verdiend. Ik denk niet dat alle artsen op die manier bezig zijn, maar de mensen daarboven, de farmaceutische industrie, zeker weten! Ik weet ook zeker dat er voor veel chronische ziektes allang geneesmiddelen zijn, maar dat ze die nog niet op de markt brengen, want het gaat allemaal om geld verdienen.’

Jeroen van Koningsbrugge. Beeld Marc de Groot

Je vrouw vertelde ook dat jullie komend jaar voor de vierde keer gaan trouwen.

‘Ja. Wij vinden het heel fijn om elke keer opnieuw te bevestigen: we doen het nog steeds.’

Hebben jullie daarom ook elk jaar een gesprek waarin jullie elkaar vragen of je nog door wil?

‘Ja. Ik kan het iedereen aanraden. Het is fijn. En ook heel eerlijk. Uit zo’n gesprek is ook het plan voortgekomen om een tijd naar Amerika te gaan. Ik was alleen maar aan het werk, en ineens dachten we: we moeten gewoon weg. Gewoon een half jaar niks.’

Je vrouw en je kinderen hebben daar uiteindelijk anderhalf jaar gewoond, terwijl jij na een half jaar hier weer bent gaan werken. Waarom bleven zij?

‘Mijn vrouw was zo verliefd geworden op Amerika. Iedereen gaat daar vroeg naar bed. In de periode dat ik er niet was, lag zij er elke avond om negen uur in. Alles is daar rustiger, meer laidback. Maar onze buffer was op, dus ik moest terug. Ik vloog elke maand heen en weer, maar na een half jaar realiseerde ik me dat we juist in Amerika waren gaan wonen om met z’n vieren te zijn. En nu zag ik mijn gezin weken níét. Toen zijn ze terug naar Nederland gekomen.’

Hoe was dat voor je kinderen?

‘Die hadden het in Amerika erg naar hun zin, maar vonden het ook leuk om terug te gaan. Mijn dochter heeft de eerste tweeënhalve maand in Amerika alleen niks gezegd. Geen woord. Zij is zo’n perfectionist, net als mijn vrouw. En na die tijd sprak ze ineens vloeiend Engels. Volzinnen. ‘You little stinker!’ zei de lerares. Heel grappig.’

Doet dat je geen pijn dan, die eerste maanden?

‘Ja, ik heb ook wel serieus gedacht dat we misschien terug moesten. Maar mijn zoontje vond het er fantastisch en mijn vrouw ook. Ik was wat flexibeler omdat ik dacht: als mijn dochter het echt niet leuk vindt... Maar toen kwamen mijn schoonouders langs, dat heeft haar erg geholpen. Alsof Nederland ineens niet meer zo ver weg was.’

Je bent nu samen met je vrouw bezig aan een kinderboek, losjes gebaseerd op het leven van jullie eigen kinderen, ze gaan op een gegeven moment ook in Malibu wonen. Verder ben je aan het draaien voor de dramaserie Smeris, die je samen met Dennis van de Ven maakt met wie je ook in het SBS-programma De mannen van taal zit. Volgend jaar speel je de hoofdrol in The Great Gatsby bij Toneelgroep Maastricht. Toen ik aan je vrouw vroeg wat de kernvraag aan jou was, zei ze: Jeroen doet veel verschillende projecten, maar de motivatie die eronder zit is dezelfde. Vraag daar eens naar.

‘Ik denk dat de overeenkomst is dat ik allerlei documenten wil maken om die momenten vast te houden. Het zijn allemaal ijkpunten. Elke uiting, of het nou tv, film, muziek, een kinderboek of theater is, is voor mij alsof ik een vlaggetje neerzet. Daar zit het ’m volgens mij in. Dat je iets wil vasthouden. Misschien is dat die angst waar je het eerder over had, haha.’

Bang dat je geluk vervliegt.

‘Ja.’

En speelt daarbij misschien mee dat geluk voor jou vroeger niet gewoon was? Waardoor je het zo graag vast wilt houden? En ook vier keer trouwt en elk jaar een voortgangsgesprek hebt met je vrouw? Alsof je geen geluksmoment voor lief durft te nemen?

‘Ja, ik ben me er ook altijd van bewust als het fijn is. Uiteindelijk vind ik het gewoon ’t leukst om met mensen samen te eten, en geluk, blijdschap en lol te delen. Ik hou er ook van om mensen bij elkaar te brengen die elkaar niet kennen. Ik ben een soort koppelaar. Ik had acht vrienden die voor mijn gevoel dezelfde bloedgroep hebben en die nodigde ik allemaal uit in een huisje in Limburg. Inmiddels is dat uitgegroeid tot een vriendenclub van 35 man die ook zonder mij met elkaar afspreken. Dan denk ik: yes! En als er ergens een probleem is, dat volgens mij opgelost kan worden als mensen gewoon even eerlijk naar elkaar zijn, dan help ik daarbij. Ik vind niets leuker dan andere mensen de slappe lach horen hebben.’

Je bent eigenlijk altijd blijven redden.

‘Ja misschien wel. Maar als we het allemaal, zoals in het begin van dit gesprek, op een rij zetten lijkt het net alsof ik een helden-complex heb, dat is zeker niet zo. Als ik al een Superman ben, dan wel een met een cape die in de knoop kwam. Maar ook dat is niet erg. Als alles wegvalt gaan we naar driehoog-achter. Dat is gek genoeg helemaal niet erg. Ik heb dat meegemaakt en ik weet: dat is echt niet het einde van de wereld.’

CV Jeroen van Koningsbrugge 

3 september 1973 Geboren in Roosendaal.

1998-2002 Kleinkunstacademie Amsterdam.

2007-2008 De Lama’s.

2007-2009 Draadstaal met Dennis van de Ven.

2008-2016 Teamcaptain Ik hou van Holland.

2011-2012 Dramaserie Iedereen is gek op Jack.

2010-2013 Neonletters met Dennis van de Ven.

Vanaf 2014 Dramaserie Smeris.

Vanaf 2015 Draadstaal.

Vanaf 2017 Oh, wat een jaar! met Linda de Mol

2019 De mannen van taal met Dennis van de Ven en Nick & Simon.

3 april Musical ’t schaep met de 5 pooten in DeLaMar Theater, Amsterdam, daarna in Luxor, Rotterdam.

Juni 2019 Kinderboek Elvis en Jones.

2020 The Great Gatsby, Toneelgroep Maastricht.

2005 Getrouwd met Marie-Claire Witlox. Ze hebben twee kinderen: Salomon Elvis (11) en Valerie Jones (8).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.