Column Sylvia Witteman

Je zou je dochter maar Zomer noemen en dat zo’n kind dan opgroeit tot een rancuneus stuk chagrijn met grauw piekhaar

Op een zonnig terras zat ik achter een krant vol consternatie toen er een stel van een jaar of 30 tegenover me kwam zitten. Uit hun opgetogen gesprek maakte ik op dat de vrouw zwanger was. Ze hadden net te horen gekregen dat ze een dochter verwachtten.

Wilt u deze column liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

‘Een meisje! Zo cool!’, lachte de vrouw trots en ook de aanstaande vader, een zachte jongen met een rossige baard, glunderde van oor tot oor. Zij keek naar haar buik, een nauwelijks zichtbaar bollinkje. Naast haar stond een magnolia wuft te bloeien. ‘Lente’, zei ze. ‘Dat vind ik nou een mooie naam...’

‘Lente...’, proefde de jongen. ‘Maar ze wordt ­geboren in juli. Dan moeten we haar Zomer ­noemen.’ Hij lachte, maar ik ken een meisje dat echt Zomer heet. Goddank past die naam wel bij haar, blond, voluptueus en zonnig als ze is, maar voor hetzelfde geld groeit zo’n kind op tot een rancuneus stuk chagrijn met grauw piekhaar. Dan heb je spijt dat je haar geen Herfst hebt ­genoemd.

Het blijft een heikele onderneming, die ­namen. Bij elke naam die ik indertijd voor mijn kinderen bedacht, kende huisgenoot P. wel een scheefgeslofte oudoom met vochtige zuurkooladem of een verloederde snol van een ex-vriendin die ook zo heette, en bij alles wat híj bedacht kreeg ik noodlottige associaties met een tante die al 30 jaar in een gekkenhuis zat zonder dat het hielp, het wrattige hondje van mijn vroegere groenteboer, of een meisje uit een boek van De Sade dat voornamelijk uitvoerig gemarteld werd.

‘Merel, dan?’, opperde de zwangere vrouw. De jongen schudde resoluut zijn hoofd. Daar had je ’t al, hij kende een verkéérde Merel. Nou ja, uiteindelijk zouden ze er wel uitkomen, ik heb nog nooit iemand zonder naam ontmoet. Ook mijn kinderen hebben echte namen, al gebruiken we die zelden, want er kwamen hardnekkige koosnaampjes tussen. Mijn inmiddels boomlange dochter, bijvoorbeeld, gaat nog steeds als Muis door het leven.

De aanstaande moeder bleef namen op­sommen. Iris, Rosie, Beertje...ze leek een voorkeur voor flora en fauna aan de dag te leggen, maar die jongen vond het allemaal niks. ‘Nou, verzin jij dan eens wat!’, riep het meisje.

Hij dacht even na. ‘Sandra.’ sprak hij vertederd. ‘Sandra?’, vroeg het meisje ongelovig.

‘Serieus, Sándra?!’. De jongen knikte. ‘Dat vind ik nou een lieve naam’, zei hij. ‘Of Tineke. Tineke is ook leuk’.

‘Tíneke?!’, kermde ze perplex. Beschermend legde ze haar handen op haar buik. Daar zat het wezentje dat beslist geen Sandra zou gaan heten, en zeker ook geen Tineke: nee, het was nog maar helemaal de vraag hoe dit nu allemaal verder moest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.