ColumnPeter Buwalda

Je kon de oogballen in zijn kassen horen draaien, een zacht zemig piepen

null Beeld

De Waterleiding, zij leidt water. Maar ze lijdt ook. Want niemand luistert naar haar. (Mij is op een ochtend in klas 3 of 4 verteld dat woorden die eindigen op -ing meestal vrouwelijk zijn. Ik vaar al 35 jaar blind op deze mededeling.)

(Tja, nu moet ik natuurlijk denken aan wie mij deze vuistregel aanreikte. De leraar Nederlands. Hij heette, en ik hoop nog steeds, Meneer Kamerling. Merkwaardige voornaam, vond ik, maar wel netjes. Lijkt een flauwe grap, maar de peilloze diepte eronder is dat de kinderen zich nauwelijks rekenschap geven van leraren Nederlands, ook niet van Meneer. Hij was een stille man die voorin de klas zat, in wezen verkeerd om, trekkend aan zijn pijp. Hij leek op Midas Dekkers. Maar ook op iemand anders, die ik niet ken.)

(Enfin, een keer hadden we les in een lokaal met achterin een enorme gangkast. Meneer was er nog niet. We besloten met z’n dertigen in die gangkast te gaan zitten.) (Op anderhalve meter afstand, uiteraard. Wat denk je. O nee, het was 1986.)

(Kamerling kwam na vijf minuten binnen, misschien blij dat ook wij te laat waren. Maar lang kon die opluchting niet duren, zou je denken. We hoorden hem het verhoginkje opklimmen, zijn tas neerzetten, zijn stoel aanschuiven, de hele reut. De stilte was macaber. Je kon de oogballen in zijn kassen horen draaien, een zacht zemig piepen, al die lege bankjes… Hij stopte met veel misbaar zijn pijp, hels krakende tabak. Voor het mondstuk tussen Meneers lippen belandde, smakte hij twee keer. Die tweede keer moet voor sommigen te veel zijn geweest, ergens begon de meute te hikken, er trok een rimpeling door de gangkast. Ook mogelijk is dat ergens een vleermuis hing die het niet meer hield. Zoals in Wuhan. Liever zou ik weten wat er door Meneer heenging toen achter hem gelach aanzwol. Spoken? De stille kracht? Kan die lachen?)

(Nee, ik denk niks. Leraren zijn zoveel gewend. Je kunt ze in een week omscholen tot commando’s. Kijken nergens van op.)

(Door ons aanzwellende gebulder gingen we als dertig kristallijne moleculen van vast naar vloeibaar, scheikunde. De eerste rotkinderen kookten giebelend de gangkast uit. Zelfs voor een leraar was Meneer Kamerling een stoïcijn. ‘We pakken onze boeken’, zal hij gezegd hebben. ‘Pagina 36, bovenaan. Dingetje, ja jij, benoem de woordsoorten.’)

(Een kwarteeuw later leerde ik dat Meneer Kamerling van voren Wil heette. Toen mijn eerste werk van letterkunde verschenen was, ontving ik een brief van hem. Ik ontvang wel eens vaker een brief van een lezer. Maar nooit een brief zoals die van Kamerling. Een puntig, geestig, smaakvol geformuleerd epistel was het. Zonder overdrijven een ongeëvenaard velletje. Een geheel eigen kaliber bezat zijn brief. Onze laatste ontmoeting – ik studeerde inmiddels Nederlands en wilde een Bulkboek lenen, wat een kerkrat! – memoreerde hij als korter dan ‘de eenmalige ontmoeting tussen Rika en Piet Paaltjens’. Zulke dingetjes.)

(Ergo, de ware Meneer ontbolsterde zich. Had ik zijn brille toen doorzien, dan was ik iedere ochtend voor Kamerling naar school gefietst, in de hoop op enig onderhoud, een flard, een woord.) (Sterker, dan was de Affaire Gangkast anders verlopen. Dan had er nochtans één oenige puber in zijn klas gezeten. Een verrader, maar wel een loyale. Een letterkundige overloper.)

‘En de Waterleiding?’

‘De waterleiding?’

‘Daar had je een verhaal over, met een lach en een traan.’

‘Later.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden