Je borsten zijn je wapens

Glazen plafonds? Waar dan? Vrouwen van nu voelen zich de baas over hun eigen leven, signaleren Christien Brinkgreve en Abdoeline Soleman....

De wereld ligt voor hen open, voor de jonge vrouwen van nu. Ze willen veel, ze willen alles. En ze hebben er zin in. Ze reiken hoog: ze willen aantrekkelijke banen, een mooi en goed ingericht huis – niet meer die meubels van Ikea of die handige sinaasappelkistjes waar hun ouders ooit mee begonnen. Daar kun je je niet meer mee vertonen. En dat geldt ook voor henzelf: ze zien er goed uit, verzorgd, goed gekleed, en ze draaien er hun hand niet voor om – mocht dat nodig zijn – het lichaam hier en daar wat glad te laten trekken.

Ze voelen zich ‘super vrij’. Maar is dat wel zo? Wat drijft hen in hun doen en denken?

We zijn hierover gaan praten met een twintigtal jonge vrouwen, variërend naar leeftijd, tussen de 20 en 40 jaar, en naar positie, van pabo-opleiding tot zelfstandig onderneemster of hoofd van een afdeling.

Hoe verschillend ze verder ook zijn, ze hebben allemaal een sterk besef van de mogelijkheden die ze hebben en willen daar ook van profiteren. De wil en de inzet om er zelf iets van te maken is groot. Dat zelf is de motor en de maatstaf: alles is je eigen keuze en je eigen verantwoordelijkheid, en je bent het uiteindelijk ook weer zelf die uitmaakt of dit de weg is of dat de bakens verzet moeten worden. Ze beseffen dat ze veel keus hebben, en hebben een sense of urgency om er veel van te maken. Ze voelen weinig beperkingen; geen van hen zei te worden tegengewerkt, of belemmeringen van buiten te ervaren. Ze zoeken het allemaal bij zichzelf. Wat hen drijft en wat hen lukt: het komt voort uit henzelf.

In de manier waarop ze over zichzelf en hun leven praten, zit een duidelijk verschil met de vijftigers. Waar die praten over gelijkheid, achterstelling, belemmeringen en tegenwerking (vaak door mannen), emancipatie en glazen plafond, hebben de jonge vrouwen het over keuzen en kansen, over jezelf bewijzen, over genieten van wat je hebt, kunt, wilt, doet. Vechtlust is, zou je kunnen zeggen, ik-lust geworden: ze willen veel, ze doen het omdat ze het zelf willen en het leuk vinden. En daar doen ze alles voor.

Ze werken hard, lange dagen, lange weken, ze sparen zich niet. De eisen zijn hoog, de concurrentie is hard, de chef veeleisend, en zijzelf zijn ambitieus, ongeremd ambitieus.

Ze willen van het leven genieten en hebben veel minder hinder van sekse-ongelijkheid dan de vijftigers. Dat leeft voor hen niet. Ze moeten een beetje lachen om die mannen en hun praatjes en zien de omgang met hen meer als spel waarin je bedreven kunt zijn. En waarin je je uiterlijk in kunt zetten. Niet meer die vormverhullende kleren, het sekseneutrale uniform of degelijke mantelpak. Hun kleren zijn vrouwelijker, ze gedragen zich vrouwelijker en zijn niet meer bang dat ze daarmee niet voor vol worden aangezien. Als je destijds mee wilde doen met de mannenwereld moest je geen verwarring zaaien met een décolleté of vrouwelijk gedrag. Als je gelijkheid wilde, moest je niet je lichaam in het spel gooien, dat was vragen om moeilijkheden. Voor de jonge vrouwen van nu ligt dat heel anders, en ze kijken je verbaasd aan als je vertelt hoe dat toen lag. Zij kunnen het zich permitteren hun vrouwelijkheid te benadrukken en in de strijd te gooien, omdat hun positie steviger is. ‘Je borsten zijn je wapens’, zei een van hen, en dat werd lachend door de beide anderen beaamd.

Ze zien er ook allemaal goed uit, verzorgd, zelfbewust. Ze geven allemaal veel uit aan kleren, haren, crèmes, make-up, schoonheidsspecialiste, afhankelijk van het budget, maar ze vinden het allemaal belangrijk. Je mág tegenwoordig zo met je zelf in de weer zijn, daar tijd, geld en aandacht aan besteden. Je wordt een beetje meewarig bekeken als je dat niet doet. De eisen worden hoger, de afkeer van onverzorgdheid sterker. Oksels scheren, de bikinilijn: dat werd ook al door de vijftigers gedaan. Maar het afscheren van schaamhaar, dagelijks onder de douche, in één vloeiende beweging met oksel- en beenhaar is voor hen vanzelfsprekend.

De eisen aan anderen worden ook strenger: ook de man moet zich daar scheren, en harige types zijn niet erg in trek. Vrouwen met zichtbaar okselhaar worden misprijzend bekeken: ‘Dat doe je toch niet.’ Een van de vrouwen met wie wij spraken, journaliste bij een moderne glossy, vertelde dat de hele redactie op kosten van de zaak iets aan zichzelf mocht laten doen (‘verbouwen’), van haarextensie tot borstvergroting, van het gladtrekken ‘van onder’ tot liposuctie (vet afzuigen), wat je maar wilde. Zijzelf had haarextensie gekozen, het beviel haar goed, en ze wilde niet meer anders.

Goed verzorgd zijn is belangrijk: alle vrouwen die we spraken waren het daarover eens. Je lichaam is geen bijzaak maar van existentieel belang. Je lichaam is een instrument, dat perfect moet zijn. Je mag sexy zijn: dat is een uiting van vrouwelijke kracht, die je niet moet wegmoffelen onder een grauwsluier.

Waarom is dat lichaam zo belangrijk? Waarom al die aandacht voor het lichaam als pronkstuk, als object waar geen vlekje of krasje op mag zitten? Het lichaam lijkt een statusobject geworden, nu vroegere statuswijzers aan markeringswaarde hebben ingeboet. Nu de sociale scheidslijnen van vroeger zijn vervaagd en de herkenningstekens van klasse en positie onduidelijker zijn geworden, moeten mensen andere statusmarkers gebruiken om duidelijk te maken wie ze zijn en bij wie ze horen (en bij wie niet). De kleine en fijne onderscheidingen in mode en merken ontgaan de kenners niet: het zijn de sociale merktekens van vandaag.

Alleen als volmaakte vorm kun je voor de dag komen. Ooit dacht men, in de jaren zestig, dat de samenleving maakbaar was, maar daar is men van teruggekomen. Maakbaarheid heeft zich vernauwd tot het lichaam, dat is vormbaar, kneedbaar geworden: een designobject. Kostbaar. Een welvaarts- en welstandsverschijnsel.

Het eigen verhaal staat in het teken van keuze en vrijheid. Maar onderhuids is er een druk om zichzelf waar te maken, een sociale dwang tot ambitie en perfectie, die deze vrouwen niet als zodanig ervaren: het wordt beleefd als eigen wil en eigen keuze. En het wordt al beledigend ervaren als wij het zien als sociale dwang, want het komt toch allemaal uit jezelf voort? Je bent het toch zelf die het wil?

De drijfveer is verschoven. What makes your heart tick is niet meer de vechtlust om uit het besloten huismoederbestaan te komen, je hoeft je niet meer af te zetten tegen het frustrerende leven van je moeder om zelf verder te komen. De motivatie is een andere: het is nu het verlangen een zelf gekozen doel te bereiken, zichzelf te ontplooien, zich waar te maken. Het vechten-tegen kwamen we alleen nog tegen bij de Marokkaanse meisjes die we spraken. Zij moeten het eigen leven nog veroveren op ouders en traditie, en doen dat op een eigen manier: via school en opleiding, met inachtneming van de ouderlijke bemoeizorg op het gebied van uitgaan en huwelijk.

De verschillen met hun moeder zijn voor de meeste jonge vrouwen die we spraken duidelijk: de moeders hadden minder keuzen, hun leven was vanzelfsprekender, ze stelden zich minder vragen. Ze voelen zich duidelijk anders dan hun moeder en voelen zich anders in de wereld staan, maar ze hoeven zich niet tegen hen af te zetten; ze praten aardig en waarderend over hen. Ze hoeven hun ruimte ook niet te bevechten: hun kansen zijn vanzelfsprekender.

Maar als je goed luistert, staan ook de jonge vrouwen onder spanning, al is dat een andere dan voorheen. Autonomie is geen issue meer, maar binding wel: de angst voor verlies van controle, het geen concessies willen doen in een verhouding. De angst de eigen vrijheid kwijt te raken, de vrijheid om te doen en te kiezen wat je wilt. Daar ligt de druk van vandaag: je wilt alles, tegelijk en perfect, maar vroeg of laat kom je in aanraking met de eigen beperkingen en de eigen grenzen.

Het is geen gevecht met belemmeringen van buiten, het is een gevecht met het ik. Het is het conflict van het narcisme: denken alles te kunnen, het idee van de eigen grootheid, en de harde realiteit dat dat niet kan, dat er grenzen zijn aan de eigen vermogens, dat je moet leren leven met goed genoeg. De dertigers onder hen hadden veelal de eerste confrontatie met de eigen grenzen achter de rug, en waren bezig een nieuw evenwicht te vinden, een betere balans tussen verlangens en mogelijkheden. Waarbij ze zich laten leiden door de ‘authenticiteit’ van hun verlangens.

In de jaren zestig gaf iedereen graag de omstandigheden de schuld, nu is het het Zelf dat stuurt, en dat verantwoordelijk is, ook voor het eigen falen. Wat je wilt, komt voort uit jezelf: zo wordt het beleefd, zozeer is de individualistische cultuur doorgedrongen in de mensen en deel gaan uitmaken van hun houding en zelfbeeld. Ze praten over zichzelf en hun leven als iets van eigen makelij, naar eigen ontwerp, waarin ze zelf vrij kunnen kiezen. Ze zien niet hoe ze in hun wensen en handelingen worden voortgestuwd door anderen. Ze willen niet voor anderen onderdoen, en niet achterblijven in de ratrace naar meer, hoger, mooier. De dynamiek van dat mechanisme wordt misschien door sommigen wel gezien, maar niet ervaren als dwang van buiten, die hen zou beïnvloeden in hun wensen en zetten. Die dwang is verinnerlijkt en wordt beleefd als iets van hen zelf en uit hen zelf. Het is een narcistische krenking om niet het Zelf te ervaren als de sturende instantie.

Hoe aantrekkelijk deze zelfervaring misschien ook is, hij maakt blind voor de sociale dwang waaraan mensen zijn blootgesteld. Ze voelen zich vrij, maar zien niet hoe hun wensen en ambities gestuurd worden van buiten. En als het minder goed loopt dan gedacht, ligt het aan jezelf. Want eigen keuze is ook eigen schuld, dat is de wrede moraal van vandaag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden