'Je bent een leenkind'

Zohra Acherrat-Stitou (26) kwam met haar ouders naar Nederland toen ze vijf jaar oud was. Nu is de Marokkaanse psychiater in opleiding....

De arts Zohra Acherrat-Stitou (26), dochter van een Marokkaanse gastarbeider, is in opleiding tot psychiater in een Amsterdams ziekenhuis. Op de dag dat ze daar aantrad, vroeg een van haar opleiders op een provocerende manier haar mening over de hoge criminaliteit onder Marokkaanse jongeren.

'Bedoelt u waarom ik niet in de gevangenis zit?' vroeg ze. Ja, dat bedoelde hij. Waar ligt het aan dat het met zo'n hoog percentage van de Marokkaanse tieners en twintigers misgaat, terwijl zij een gerespecteerd medisch specialist wordt?

Van zulke rechtstreekse vragen houdt Zohra. 'Ik heb daar veel over nagedacht. De verklaring die er doorgaans voor wordt gegeven, het ontbreken van respect van de vader, is te simpel.' De Marokkaanse vader kan in Nederland zijn gezag niet waarmaken en daarmee valt voor de jongens een belangrijke identificatiefiguur van zijn voetstuk. Daarin ligt, volgens Nederlandse deskundigen, een belangrijke oorzaak voor de ontwrichting.

'Het is altijd prettig om een antwoord te kunnen geven op een vraag' zegt Acherrat. 'Net als met een diagnose: je hebt ergens last van en je verwacht van de dokter dat die zegt hoe het komt. Een snelle, duidelijke diagnose want dan kan er meteen begonnen worden met de behandeling en genezing.' Maar vaak wordt ziekte veroorzaakt door meer dan één ding en is de patiënt niet gebaat bij dat snelle antwoord waar hij om vraagt.'

We ontmoeten elkaar in een grand cafe in Amsterdam, na het werk. De ramadan is afgelopen, we scheppen onze borden vol aan de salade-bar. Dat had in de voorgaande weken ook gekund, zegt ze, want het vasten houdt op na zonsondergang en dat is in februari rond half zes. Ze is gelovig islamiet en dat betekent dat ze jaarlijks vier weken vast, van zonsopgang tot zonsondergang.

Ze is geboren in Tetouan, een stad in Noord-Marokko, en kwam met het gezin naar Nederland toen ze vijf jaar was. 'Mijn vader werkte toen al zeven of acht jaar in Nederland. Hij woonde in een gastarbeiderspension. We zagen hem alleen in de vakanties.'

Ze leerde Nederlands op de kleuterschool. Thuis spreekt ze Marokkaans, ook nu ze getrouwd is. 'Er komen wel steeds meer Nederlanse woorden in. Mijn man en ik spreken eigenlijk een mengtaal.' Haar man heeft een winkel in cadeau-artikelen, geïmporteerd uit verscheidene landen.

'Jij hebt het water van Nederland gedronken' zei haar moeder wanneer ze als kind in het Marokkaans 'on-Marokkaanse dingen' zei. Het water van Nederland: al die dingen die te maken hebben met een andere manier van denken. 'Je wordt als kind gestimuleerd om te leren, je best te doen, zodat je het verder zal brengen dan je ouders. Dat moet je hier doen, in Nederland. Tegelijkertijd mag je je niet te veel hechten want je weet niet of je kunt blijven. Je ouders werken hier, ze betalen premies, je leeft hier, maar nooit echt. Als kind krijg je dat mee en de buitenwereld houdt je eraan: ''Jij gaat zeker werken in Marokko als je afgestudeerd bent.''

Echte emigranten gaan om te blijven. Ze hebben heimwee en houden hun eigen cultuur vaak lang in stand, maar ze beletten hun kinderen niet om te wortelen. Gastarbeiders kwamen om terug te gaan. Hun kinderen moeten het hier ver brengen en tegelijk Marokkaans blijven. De ouders sparen voor lange vakanties in Marokko en sporen de kinderen aan dat ook te doen. 'De pelgrimage' zegt Zohra. 'Elke twee jaar.' Ze vond die vakanties leuk. Maar toch: 'Het is vooral om de jeugdherinneringen van de ouders in stand te houden.' En hun droom van terugkeer, waarvan ze verwachten dat de kinderen hem overnemen.

'Je bent een leenkind' zegt ze. 'Het kind wordt geleend aan de Nederlandse maatschappij. Om te leren, status op te doen. Maar het mag niet hechten aan de omgeving waarin het zich ontwikkelt. Alles met de beste bedoelingen: we doen het voor de kinderen, we doen het voor jullie bestwil. Maar het pakt fout uit. Pas als je je mag hechten, krijg je je plek. En een eigen plek is de basis voor je identiteit.'

Ouders gaan zich onveilig voelen als een kind andere doelstellingen krijgt dan zijzelf voor ogen hadden. 'Maar je kunt niet van een kind verwachten dat het alles oppakt van een andere maatschappij en toch niet verandert.' Dat is olie op het vuur van de verwijten die er toch al waren, bij de kinderen.

'Hé trut, waarom leer je geen Nederlands? Waarom ga je nooit naar ouderavonden? Zelf lekker binnenblijven en mij wél de boze buitenwereld in sturen. Pas als je volwassen bent, ga je begrijpen dat zij niet anders konden. Maar de irritatie blijft. Bah, moet ik weer mee naar de dokter om uit te leggen wat jij hebt.'

De reactie ligt voor de hand: ik ga het anders doen. 'Beter, dat staat vast. Hoe? Dat kleurt ieder anders in. De een gaat studeren, de ander probeert als loopjongen in een groep drugsdealers zijn identiteit te verwerven. Allebei manieren om hogerop te komen.'

Zolang je geen zelfvertrouwen kunt ontlenen aan wat je van huis uit bent of zelf hebt opgebouwd, sta je zwak en zoek je steun bij de andere zwakkeren. 'In de Verenigde Staten zie je het ook. Zwarten en Latino's, al vele generaties in de VS en toch wonen ze vaak nog in getto's.'

Drie eeuwen slavernij hebben het familiepatroon van de Afro-Amerikanen en ook van de zwarte immigranten uit Suriname en de Antillen ernstig ontwricht. Dat geldt niet voor de Marokkaanse immigranten in Nederland.

'Het woord slavernij is bij ons op een andere manier van toepassing. Jongeren kijken vaak tegen de ouders aan als een soort slaven: slaaf geweest bij de hoogovens, nu uitgekotst. Ze zijn boos op de samenleving, die hun ouders zo gebruikt heeft, en boos op de ouders dat ze zich daar niet tegen verzet hebben. Veel Marokkaanse jongeren, valt mij op, voelen zich slachtoffer. Een slachtoffer voelt zich mishandeld, onbegrepen, niet veilig. Ze moeten van die slachtofferrol af om een identiteit te vinden. Soms vind je soelaas in een religie. Soms in een sekte of een gang. Allemaal antwoorden op het niet hebben van identiteit.'

- De mannen die wegtrokken uit hun land om elders meer geld te verdienen, om het leven beter te maken, waren toch juist ondernemende mensen? Eerder moedig van karakter dan geneigd tot slachtofferdom?

'Zo was het niet. Ze werden geronseld, ze namen niet zelf het initiatief. Er kwam iemand die zei dat je in Nederland goed geld kon verdienen. Nou: dat deden ze dan. Een paar jaar werken, sparen, dan terug. Dat was het beeld. Er zijn er niet veel die nu op hun leven terugkijken en zeggen: ik ben tevreden met die keuze. Ze hebben niet het gevoel dat ze een keuze gemaakt hebben. Een speelbal van de tijd zijn ze geweest. Dat gevoel leidt vaak tot ziekte. Ziek zijn is ook een manier om te zeggen: ik kan het niet aan.'

Ze begrijpt waaruit het voortkomt, het slachtoffergevoel.

'Alles gaat buiten jou om, je verstaat de taal niet, je hebt nergens greep op. Daarom is het een soort zelfbescherming om slachtoffer te zijn. Het had anders gekund, maar de zaak is nu te veel geëscaleerd om het recht te kunnen trekken.'

De tweede generatie neemt de slachtofferrol van de ouders over of wordt boos. Acherrat: 'Eerst je eigen puin opruimen, dan dat van je kinderen.' De vraag waarom de ene groep immigranten daar beter toe in staat is dan de andere, intrigeert haar. 'Ik heb gehoord dat de Marokkaanse joden in Israël het 't slechtst doen. Misschien voelt de Marokkaan zich graag slachtoffer, om een of andere reden. Het zou boeiend zijn om dat in Israël te onderzoeken, omdat je daar de vergelijking hebt met zoveel andere immigranten.'

- Uit de statistieken blijkt dat Marokkaanse meisjes het op school vaak beter doen dan de jongens.

'Meisjes zijn stabieler omdat ze zich wat rustiger konden ontwikkelen. Zij worden in principe binnengehouden, terwijl de jongens al heel jong de buitenwereld in moeten om voor de ouders dingen te regelen. Jongens worden streng opgevoed, maar zien in de buitenwereld dat wat hun ouders zeggen niet klopt. Ouders zijn het opperste gezag, als je klein bent. Als je al heel jong merkt dat ze dat niet kunnen waarmaken, dan raak je in de war. Dat speelt bij meisjes dus wat minder.'

- Marokkaanse jongens komen in de publiciteit als criminelen, de meisjes als slachtoffer van die jongens. Pooier en prostituee.

'Dat klopt. Afgezien van het feit dat het met de meeste Marokkaanse gezinnen gewoon goed gaat. Al die publiciteit gaat toch over een kleine minderheid.

'Maar goed: de jongens zijn agressief, doen aan acting-out en de meisjes zoeken de relatie, de veiligheid die ze thuis niet hebben. De meisjes die van school verdwijnen en in die prostitutie-circuits komen, zijn meestal thuis weggelopen. Ik kan me voorstellen dat je heel wat ontleent aan het idee van een relatie met een sterke man. Hij haalt je van de straat, belooft je alles wat je nooit hebt gekregen. Liefde, samenwonen, een eigen plek. Even snel wat geld verdienen in de prostitutie om dat huis in te richten.

Samenwonen is taboe. Als je samenwoont, ben je sowieso al een hoer. En als je het dan nog echt gedaan hebt ook, voor geld, dan heb je een dikke grens overschreden. Dat doe je alleen als je denkt dat je aan de andere kant van de grens meer kan halen. De pooiers die een half jaar geleden veroordeeld werden door de rechtbank in Utrecht, hadden in de ogen van hun meisjes niets slechts gedaan. ''Ik hou van je'' riepen ze uit de rechtzaal. De weldoeners, de mannen die veiligheid geven.'

- Samenwonen is taboe. Wat nog meer?

'Homoseksualiteit. Incest, natuurlijk. En het verlies van de maagdelijkheid, voor het huwelijk. Zoals bekend geldt dat laatste alleen voor vrouwen.'

- Wat vindt u van Nederlandse gynaecologen die het maagdenvlies herstellen?

'Die houden de dictatuur in stand. ''Er is iets gebeurd wat in jullie cultuur niet mag, maar wij zullen het wegwerken.'' Het is niet terecht om dingen goed te praten onder het mom van begrip hebben voor een andere cultuur. Daarmee wordt de discussie monddood gemaakt. Ik voel me niet serieus genomen, niet gelijkwaardig als er zo wordt gepraat wordt.

'Het in bezit nemen van de maagdelijke vrouw past in het beeld van ongelijkheid. Vrouwen horen niet te genieten van seks. Verlangen en genot zijn niet aan de orde, alleen huwelijk en voortplanting. Je hoort het stramien af te werken. Onder het taboe op de ontmaagding zit de machtsdiscussie. Het gaat er heus niet alleen om dat de man zekerheid wil hebben dat het kind van hem is. Zodra de pil hier algemeen aanvaard was, kwam de sociale ontwikkeling van de vrouw op gang. Voor die ontwikkeling zijn veel islamieten in Europa nu bang.

'De reactie is: verandering tegengaan omdat je niet weet wat je er voor terugkrijgt. Alles vasthouden voordat je het verliest. Stuiptrekkingen om niet dood te bloeden. Dat geldt ook voor veel moeders. Controle op je kind geeft een stukje macht. ''Het hemd dat mij gisteren paste, past vandaag niet meer'': dat is een bekend islamitisch gezegde.

'De islam heeft zich altijd aangepast aan de tijd. Het heeft geen zin je te verzetten tegen de verandering. Alles verandert, voortdurend. Ook de hersenen van de mensen. De plasticitiet van de hersenen: een nieuw begrip. Tot voor kort dacht men dat de hersenen een statisch geheel zijn, maar dat is niet zo. Er komt wat bij, er gaat wat af, het is haast een zee: golvend.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden