ColumnPeter Buwalda

Jarenlang dacht ik dat Jip Golsteijn en Skip Voogd een en dezelfde persoon waren

null Beeld
Peter Buwalda

Als kind dacht Karel van het Reve een tijdje, schrijft hij ergens, dat Karl May en Karl Marx een en dezelfde persoon waren. Ik had dat jarenlang met Jip Golsteijn en Skip Voogd, twee popjournalisten.

Hoe dat bij Van het Reve zat, legt hij verder niet uit, hij begint er alleen een berucht stuk over de evolutietheorie mee. Tweede alinea: ‘Met Darwin heb ik dat nooit gehad.’

Mooi, zo’n begin dat nergens wat mee te maken heeft, ga ik ook een keer doen, aangekondigd jatwerk dus, kijken of iemand het merkt.

Skip Voogd is overigens zopas overleden, dit is dus een nieuwscolumn, ik zit niet zomaar wat voor me uit te bazelen, volgende week weer.

Net als Jip Golsteijn werd hij de nestor van de onze popjournalistiek genoemd, daar ga je al, er kan er natuurlijk maar een de nestor zijn, en dan heb je ook nog die vreemde voornamen, Jip en Skip, een soort strip.

Eerst kende ik alleen Skip Voogd, weet ik inmiddels. Ik was 7, ik zat wat te bladeren in Elvis, de biografie, tekst: Lodewijk Rijff, foto’s: Ger ‘de Rijffster’ Rijff, de grootste Elvisfan van Nederland, veel later kwamen we in contact, en mocht ik ‘Ger’ zeggen, maar ik zei ‘Rijffster’, uit respect, en uit dank nog voor de biografie, waarin stond dat ene Jip Voogd, in Tuney Tunes, Nederlands eerste tonijnvissersblad, over The King had geschreven dat zijn ‘afschuwelijke, mensonterende geschreeuw, gepaard gaand met sinister uitgestoten klanken ons heus niet kan bekoren’.

‘Ons, Jip?’, piepte ik. ‘Welke ons? Een ons tonijn?’

Een tijdje later hoorde ik diezelfde Skip Golsteijn vertellen dat hij Jerry Lee Lewis had geïnterviewd, en dat The Killer hem na een paar vragen aan zijn enkels uit het hotelraam had gehangen. Verbaasde mij niks, natuurlijk. Ik was inmiddels 12 en legde verbanden. Elvis en The Killer waren vrienden, ze kenden elkaar uit Memphis, van Sun Records, hun eerste platenlabel. Een vader van een vriendje van me had een lp die vol stond met duetten tussen hun tweeën, dan ben je kameraden, een plaat die ik dolgraag wilde horen, maar dat kwam er steeds niet van, en als ik er eens was, en die vader zat de krant te lezen, dan durfde ik er niet om te vragen.

Maar goed, kennelijk had The Killer het heus wel gelezen, in Tuney Tunes, wat onze nestor allemaal over Elvis te zeggen had. ‘Weet je wat,’ zei hij terecht, ‘I shall hang you out of the window, motherfucker! Zullen we kijken wie er sinister en mensonterend schreeuwt!’

Zoals het dan gaat, met popjournalisten, vond Skip/Jip, hij droeg inmiddels cowboylaarzen en was spoorslags van alles en iedereen fan geworden, het heel stoer, dat hij uit dat hotelraam was gehangen door The Killer.

Later, veel later, kwam er ook nog een prijs met zijn naam, de Skip Golsteijn-prijs voor popjournalistiek. Nog altijd wist ik niet dat Jip Voogd iemand anders was. Zijn gescheld op Ol’ Sideburns kon ik nergens meer terugvinden, natuurlijk.

Misschien was alles anders verlopen als die vader me zijn duettenplaat van The King en Lewis had laten horen. Die was uiteraard fake. Elvis en The Killer hebben helemaal geen duetten opgenomen. Ik beluisterde die troep een keer op YouTube, en al na een tel hoor je dat het Elvis niet is. Mijn hele theorie zou als een kaartenhuis in elkaar zijn gestort, ik zou Jip en Skip nooit hebben verward. (Dat is trouwens het mooie aan Elvis’ stem, als je hem nadoet klinkt het meteen mensonterend, en kitsch.) (‘Sinister?’ ‘Dat nou ook weer niet.’)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden