InterviewJanine Abbring

Janine Abbring: ‘Als je wilt weten waarom God niet bestaat, moet je naar het leven van mijn moeder kijken’

Janine Abbring bloeit als nooit tevoren: als tv-maker scoort ze met Zondag met Lubach en ze presenteert weer Zomergasten. Maar het kan zomaar omslaan, zegt ze. ‘Kijk naar Humberto Tan. Televisie is lelijk, hoor.’

Janine Abbring.Beeld No Candy

Ze heeft speciaal een kleedje meegenomen voor Tess, haar nieuwe hond van 8 maanden. Maar het beestje gaat liever op de grond onder het tafeltje liggen in het drukke café in Amsterdam-Oost. ‘Kinderwagens zijn niet de antichrist, ze zijn er niet op uit om jou aan te vallen’, stelt ze de trillende hond gerust, die als twee druppels lijkt op voorganger Loïs met wie Janine Abbring veertien jaar lief en leed deelde. ‘Ik schaam me er een beetje voor’, zegt ze, ‘dat ik een maand na het overlijden van Loïs alweer een nieuwe hond heb, die dan ook nog zo op haar lijkt. Maar er werd een baasje voor haar gezocht en toen dacht ik: beter nu, zodat ze gewend is tegen de tijd dat Zomergasten begint.’

Ga je iets anders doen dit jaar?

‘Nee. Ik ga het precies hetzelfde aanpakken. Iets minder gestrest misschien. Vorig jaar had ik er drie maanden van tevoren al lichte buikpijn van. Ik had het gevoel dat ik alle encyclopedieën en de wereldkaart uit mijn hoofd moest gaan leren omdat ik een alwetend iemand hoorde te zijn.’

Je goede vriendin presentator Sofie van den Enk keek afgelopen seizoen met bewondering naar Zomergasten. ‘Het was zo tegenstrijdig’, vertelde ze. ‘Het was de succeszomer voor Janine, maar dezelfde zomer overleed haar moeder. Ik dacht steeds: mensen moesten eens weten wat zij moet zien te overwinnen.’

‘Ja. Zomergasten voelde als een hoogtepunt en het overlijden van mijn moeder is een dieptepunt. Maar ik ben wel iemand die makkelijk schakelt. Mijn moeder was ook al lang ziek. We hadden al een paar keer afscheid van haar genomen, maar dan ging ze het als een oude diesel toch opeens weer doen. Dat alles maakte het afscheid wel makkelijker, het was bijna een opluchting dat het voor haar eindelijk klaar was.

‘Ik kan er nu veel makkelijker over praten, toen mijn moeder nog leefde, vond ik het altijd zo ongepast. Maar nu, ja, ze is nu toch dood. Mijn moeder had vasculaire dementie: allerlei vaatjes knapten in haar hoofd. Dat heeft te maken met een hoge bloeddruk die ze jarenlang heeft gehad vanwege haar chronische rugpijn. Door die heftige zenuwpijnen is ze gewoon langzaam gek geworden. Ze heeft vijftien jaar in verpleeg- en verzorgingshuizen gezeten, ook een tijd in een gesloten inrichting. Dat is afschuwelijk, mijn moeder verdiende dat niet. Het was zo’n lief, zorgzaam mensje dat altijd bejaarden ging verzorgen en dingen deed voor de kerk – het is echt het bewijs dat God niet bestaat. Als je wilt weten waarom God niet bestaat, moet je naar de levensloop van mijn moeder kijken. O, mijn vader zal het niet leuk vinden dat ik dit zeg. Sorry, pap. Maar ik vind dat echt. Ja, jeetje, iemand die zich altijd met zo veel toewijding op anderen richtte. Heel soms had ze na jaren weer een helder moment, dan was haar eerste vraag: ‘Hoe oud ben je nu? Ben je gelukkig?’ Dat vond ik zo heftig... Ja, o, mijn moedertje...’

‘Daardoor wist Janine hoe ze met iemand in de terminale fase moet omgaan’, zei Sofie over je interview met wijlen burgemeester van Amsterdam Eberhard van der Laan. Heb je hem verteld dat je moeder net was overleden?

‘Niet voorafgaand aan het interview, nee. Ik vind het echt misplaatst om over je eigen sores te beginnen als iemand op dat moment zo’n heftig proces doormaakt.

‘Doordat mijn moeder al sinds mijn vroege jeugd vaak ziek was, heb ik lange perioden bij een oom en tante doorgebracht. Zij was als een moeder voor me. Zij zijn allebei overleden, hij aan longkanker, waaraan Van der Laan ook is overleden. Ik heb dat proces toen van nabij meegemaakt, maar ook dat heb ik niet verteld.’

Speelde het wel mee in het interview met hem?

‘In positieve zin, denk ik, ik heb door die ervaringen geleerd de dood geen eng onderwerp te vinden. Bij mij was het overlijden van mijn moeder nog wel rauw en vers, misschien dat ik daardoor wel iets geëmotioneerd was tijdens dat gesprek.’

Kun je zenuwachtig zijn voor Zomergasten en er desondanks zin in hebben?

‘Stress als in zenuwen vind ik niet zo erg. Want dat zorgt ervoor dat ik dingen ga doen die ik eigenlijk niet durf, en daardoor groei ik. Maar als ik te veel dingen tegelijkertijd moet doen niet, word ik soms zelfs ziek van de stress. De hele maand juli staat gelukkig alleen maar in het teken van Zomergasten, dat vind ik heerlijk, pure luxe. Net als het maken van Zondag met Lubach. Dat is een van de dingen die mij extreem gelukkig maken, maar het is ook een van de stressvolste dingen die ik doe. Als eindredacteur ben ik samen met Arjen inhoudelijk eindverantwoordelijk en alles moet elke keer weer als een puzzel in elkaar vallen. Ik regisseer ook veel van de filmpjes. Dan lig ik met barbies op de grond de aanrandingen in Keulen na te spelen, terwijl ik het zelf film.’

CV Janine Abbring

5 februari 1976 Geboren in Groningen.

1994-1999 School voor Journalistiek Zwolle, afstudeerrichting Geschreven Pers

1999-2001 Verslaggever Groninger Dagblad.

2001 scoort nummer-3 hit Jelle samen met Arjen Lubach en treedt op in discotheken.

2001-2007 Programmamaker en presentator bij RTV Noord.

2009-2011 Redactie, verslaggeving en montage De Jakhalzen bij DWDD.

2011-2014 Presentatie Vroege Vogels op radio en (vanaf voorjaar 2013) tv.

2013 kandidaat in Wie is de Mol?

2014 Eindredactie Zondag met Lubach.

2016 Zilveren Nipkowschijf voor Zondag met Lubach.

2017 Presentatie Zomergasten.

2017 Sonja Barend Award voor Zomergasten-interview met Eberhard van der Laan.

2018 Presentatie Zomergasten.

De van oorsprong Groningse Janine Abbring (42) begint haar televisiecarrière bij de regionale omroep RTV Noord, waar ze zes jaar werkt. Ze neemt impulsief ontslag als ze een nieuwsprogramma wil ontwikkelen, terwijl haar chef vindt dat ze maar productie bij de radio moet doen. Zijn opmerking daarbij – ‘Werk kan niet altijd leuk zijn’ – zorgt ervoor dat ze meteen doorloopt naar de directeur en ontslag neemt. Binnen een jaar huren ze haar weer in om alsnog dat nieuwsprogramma te maken en nog een jaar later wordt ze gescout voor een functie als Jakhals bij De Wereld Draait Door. Na twee jaar stapt ze resoluut over naar Vroege Vogels, om het programma te presenteren, maar als haar beste vriend Arjen Lubach in 2014 met Zondag met Lubach begint, duikt ze, als eindredacteur, vol overtuiging terug achter de schermen.

Je vriendinnen Lidewij Hartman en Sofie van den Enk vertelden me allebei over je loepzuivere kompas, waarbij werd opgemerkt dat je altijd zo raak zit als je ergens een mening over hebt.

‘Als ik een mening heb? Ik heb nooit ergens een hapklare mening over. Dat is mijn grootste makke. Daarom was ik als Jakhals ook iets minder geschikt. Ik vind nooit direct ergens iets van, ik twijfel veel. Ik zat bij Dit was het nieuws en presentator Harm Edens raakte er zelfs oprecht geïrriteerd door. Hij vroeg aan mij wat ik van Thierry Baudet vind. Dan hoor je in een oneliner antwoord te geven, want het is tv, maar ik krijg gewoon kortsluiting in mijn hoofd en zeg: ‘o, ehm, daar moet ik even over nadenken, want aan de ene kant vind ik eh...’ Op een gegeven moment zei Harm Edens geërgerd: ‘Vind jij überhaupt wel ergens iets van?’ Het was echt ongemakkelijk. Ik ben er gewoon zeer ongeschikt voor, maar omdat ik bij Zondag met Lubach werk, denkt iedereen: kijk, daar heb je een vrouw met een mening. In het afgelopen jaar zijn me wel vijf columns aangeboden, maar ik doe het niet.’

Maar je weet wel goed wat je wilt, zeggen je dierbaren.

‘Ja, voor mezelf. Althans, ik weet altijd heel goed wat ik niet wil. En ik durf te stoppen met dingen die niet werken. Ook al denkt de buitenwereld: wauw, je bent Jakhals, je zit bij De Wereld Draait Door, dat is toch geweldig. Maar als ik het op een gegeven moment niet meer leuk vind, dan stop ik er gewoon mee.’

Toch wordt Arjen Lubach af en toe gek van je onzekerheid, zei hij.

‘Ja! Ik twijfelde in eerste instantie ook toen me werd gevraagd of ik een screentest wilde doen voor Zomergasten. Pas toen drie van mijn beste vrienden, die ik mijn kompassen noem, zeiden dat ze dachten dat ik het kon, heb ik het gedaan.’

En was je de eerste presentator in de geschiedenis van Zomergasten die nauwelijks kritiek kreeg.

‘Haha, ja. We moeten nog even kijken hoe dat het tweede seizoen gaat, hè. Op televisie ben je het ene moment fantastisch en het andere moment vinden ze je shit. Kijk naar Humberto Tan. Televisie is lelijk hoor, het kan zo omslaan.

‘Maar goed, ook al kan ik twijfelen, uiteindelijk ben ik me ervan bewust dat ik mijn lot zelf in de hand hebt. Ik ben ook wel weer pragmatisch. Ik woonde in Groningen, in mijn droomhuis, dat mis ik nog steeds, maar ik merkte dat de lange autoritten van en naar Hilversum niet meer gingen vanwege mijn rug. En dan kan ik blijven hangen in geklaag en denken: wat is het toch vreselijk dat ik mijn rug tijdens Wie is de Mol? heb gebroken, maar ik kan dan ook heel nuchter denken: dan moet ik dus verhuizen. Ik heb toen impulsief, paf, dat huis verkocht. Met banen gaat het ook zo. En met relaties ben ik ook lang zo geweest. Dan neem ik, bam, een besluit en als het stof is neergedwarreld denk ik pas: ho, wat heb ik nou gedaan? Maar tot nu toe heeft het altijd goed uitgepakt.’

Hoe denk je dat het komt dat jij zo’n loepzuiver kompas hebt over wat je wilt?

‘Ik denk dat mijn zus en ik allebei bewust bezig zijn alles uit het leven te slepen wat erin zit, omdat mijn moeder al jong niks meer kon. Ik kom niet uit een Disneygezin waarin alles soepeltjes verliep. Ik denk dat dat meespeelt, dat ik heel goed besef hoe kort het leven is, dat ook ik ziek kan worden. Het ongeluk met mijn rug was nog eens zo’n bewustwordingsmoment.’

Je vader is altijd bij je moeder gebleven. Is zijn trouw een voorbeeld geweest voor jou?

‘Ik ben nog nooit in mijn leven vreemdgegaan. Maar zo lang bij iemand blijven, daar ben ik nooit zo goed in geweest.’

Je verhuist over een paar weken van Amsterdam naar Hilversum, waar je een tuin hebt die uitkomt op het bos. Je vriend woont in Amsterdam. Heb je overwogen in Hilversum samen te gaan wonen?

‘Nee, mijn vriend peinst er niet over in Hilversum te gaan wonen en ik wil ook niet samenwonen. Zolang je geen kinderen hebt, zie ik de meerwaarde er niet van. Een relatie krijgt hoe dan ook een zekere sleur en door niet te gaan samenwonen, kun je ervoor kiezen om elkaar te zien en om elkaar even niet te zien. Dat vind ik fijn. Ik vind het ook heerlijk om alleen te zijn. Ik ben erg op mezelf.’

Janine Abbring.Beeld No Candy

Je hebt wel eens gezegd dat je zus en jij misschien allebei geen kinderen hebben omdat jullie al genoeg hebben gezorgd voor je moeder.

‘Ja.’

Na je moeder overleed ook je hond Loïs, die veertien jaar lang je schaduw was. Heb je toen de zorg voor hen beiden wegviel, gedacht: misschien wil ik toch kinderen?

‘Nee. Ik zou ook nooit over Loïs zeggen: dat was mijn kind!’

Zei je wel eens ‘ik hou van jou’ tegen je hond? ‘

Tegen Loïs wel, ja. O, wat genant. Dit wordt zeker de kop, haha. Ja, daar ga ik niet over liegen. Ze heeft het nooit teruggezegd, het kreng.’

Je lijkt me wel zorgzaam.

‘Dat ben ik denk ik ook wel. Ik moet er alleen niet aan denken om kinderen te hebben. Ik kan hier met mijn zus goed over praten. Als we dan bij vrienden met kinderen zijn geweest, zitten we samen echt van: heerlijk, geen gegil de hele dag. Ik zorg graag, maar ik wil het wel kunnen doseren.’

Merk je aan je vriend, die uit Zweden komt, dat mannen en vrouwen daar gelijkwaardiger zijn?

‘Dat merk ik zeker. Hij heeft er bijvoorbeeld geen enkele moeite mee dat ik veel meer verdien en meer een carrière heb dan hij. Ik denk ook dat als wij wel kinderen hadden gekregen – daar hebben we het in het begin serieus over gehad, hij wilde ze wel – hij het grootste deel van de opvoeding voor zijn rekening had genomen.’

Je kent hem via Tinder. Weet je nog waarom je stopte met swipen?

‘Ja, puur vanwege zijn uiterlijk, laten we het niet mooier maken dan het is. En dan ga je kijken wat voor tekstje eronder staat en of hij met een vis of met een speedboat op de foto staat. David is enig kind van een alleenstaande Poolse moeder, en heeft een surrogaatfamilie in Amerika. Ik weet nog dat hij met zijn moeder en met zijn zusje uit die surrogaatfamilie op de foto stond. Ik vond het snoezig dat hij een soort familiefoto op Tinder had gezet.’

Het thema van de Boekenweek ‘De moeder, de vrouw’, leidde tot veel discussie. Heb je daar wel een mening over?

‘Nee, dat is dus precies zo’n onderwerp waarvoor talkshows me uitnodigen, maar ik vind dat heel lastig. Als ik Annabel Nanninga zie twitteren dat het feministische aanstellerij is om je er druk over te maken, ben ik het daar niet mee eens. Maar ik zou ook niet de protestbrief hebben ondertekend die in NRC stond. Dat dubbele gevoel had ik destijds ook met die hele GeenStijl-discussie. Uiteindelijk mag je van mij alles zeggen. Ik vind de dingen die in Voetbal Inside worden gezegd bijvoorbeeld superstom en seksistisch, maar ik vind niet dat het niet mag. Ik kijk er gewoon niet naar. En dat vind ik van GeenStijl ook. Ik vind het stom, maar je moet het niet verbieden. Ik ben op een paar vlakken heel voorspelbaar in mijn mening, bijvoorbeeld waar het gaat om dierenrechten en... eh... nee, punt. Dat was het eigenlijk, haha.’

En wat vind je, als dochter van een moeder die dement was, van televisieprogramma’s als de documentaire die Heleen van Royen maakte over haar demente moeder en de tv-serie die Hugo Borst en Adelheid Roosen maakten over een verpleeghuis voor dementerenden?

‘Ja, dat vond ik waanzinnig. Al had mijn moeder dat verschrikkelijk gevonden. Ze vond het al erg om haar eigen spiegelbeeld in de lift te zien als ze daar in haar rolstoel stond. Meestal draaide ik haar expres om. Op veel foto’s heeft ze een grote zonnebril op. Die gaven we haar, omdat we merkten hoe heftig ze haar veranderde uiterlijk vond, want ze was echt zo’n omaatje geworden. Mensen die mij niet kenden, zeiden steeds: ‘Ben je bij je oma op bezoek?’ Superpijnlijk. Ze was afgetakeld. Mijn moeders lijdensweg heeft veel te lang geduurd. Daar heb ik dus wel een mening over. Yes! Eindelijk. Amerikanen denken dat euthanasie in Nederland zo makkelijk is: je wilt niet meer, je plopt er een pil in en het is klaar. Ook veel rechts-christelijke partijen praten op die manier over vrijwillige levensbeëindiging. Maar mensen doen dat heus niet zomaar. De moeder van mijn tante, die mijn tweede moedertje is, heeft zichzelf uiteindelijk echt moeten verhongeren en verdorsten omdat ze geen euthanasie mocht. Ze was over de 100! Lig je daar verdomme, en dan moet je zo gruwelijk doodgaan. Bij honden gaat dat veel beter. Loïs at lekkere brokjes en kreeg onderwijl een dodelijke injectie. Het was zo duidelijk dat het niet meer ging. Daar kijk ik zelf heel nuchter tegenaan.’

Je lijkt graag je emoties te willen beheersen. Je vond het reuze-eng om voor Wie is de Mol? een sprong vanaf 11 meter hoogte te maken, maar deed het wel. In een reflex trok je je rug krom en verbrijzelde een ruggewervel. Dus je bent in staat om je eigen rug te breken.

‘Ja, bizar hè? Veel mensen denken dat ik een rots onder water heb geraakt, maar dat is dus niet zo. Ik heb uit angst mijn rug kromgetrokken als een banaan en de klap op het water deed de rest. Die wervel is zo, ffft, verbrijzeld. Achteraf heeft het me wel aan het denken gezet of het echt alleen de klap is geweest die voor de breuk heeft gezorgd... Mijn moeder had ook vreselijk zwakke botten. Ik moet dat nog laten onderzoeken – ik doe aan struisvogelpolitiek, waardoor ik dat nog niet heb laten doen.’

Voelde je terwijl je viel al ‘krak’?

‘Nee, toen ik het water raakte, was het krak. Ik wist: er is iets stuk, en ik heb direct alleen mijn armen gebruikt en niet meer mijn benen om naar boven te komen. Toen ben ik gaan dobberen en zei: come and get me. Toen ben ik uit het water gesleurd.’

Zei je dat zo rustig als het nu klinkt?

‘Nee, de pijn was hevig, dus ik huilde heel erg. Ze dachten dat ik een soort hyperventilatie-aanval had door de angst en de klap op het water, dat ik gewoon van de kaart was. ‘Joh, ga nou even zitten’, zei presentator Art Rooijakkers, ‘probeer je ademhaling onder controle te krijgen.’ Heel begrijpelijk natuurlijk, want mensen willen gewoon niet dat er iets ernstigs aan de hand is. Maar als ik overeind was gekomen, had ik er waarschijnlijk een dwarslaesie aan overgehouden. Dus dan moet je het lef hebben om voet bij stuk te houden om plat te blijven liggen, terwijl er een miljoenenproductie wordt stopgezet voor jou, terwijl het donker begint te worden en je onderin een kloof ligt. Een jaar eerder had ik een longembolie, die ook werd weggewuifd. Daardoor heb ik met gevaar voor eigen leven in een vliegtuig gezeten en ben ik alsnog in het ziekenhuis beland. Nu wist ik dat ik op mijn gevoel moest vertrouwen. Ik dacht: ik blijf hier plat liggen en jullie zoeken het maar uit hoe we hier wegkomen uit die kloof.’

Janine Abbring.Beeld No Candy

Je hebt sinds de operatie een stalen constructie in je lijf, een ‘stretchbed’, zoals jij het noemt. Heb je daar last van?

‘Ik heb er altijd last van. Maar weet je, eenderde van Nederland heeft volgens mij rugklachten.’

Ben je altijd zo positief ingesteld, of heb je de schurft aan zelfmedelijden?

‘Ik denk vooral dat laatste. Ik ben best een zwartkijker, maar in dit soort situaties niet. Mijn moeder was ook van ‘dan maak je maar zin’ en ‘nu even doorpakken’. Ze heeft nooit medelijden met zichzelf getoond, echt tot in het absurde. Mijn vader is altijd blijven reizen, dat heeft hij kunnen doen omdat mijn moeder hem dat gunde. In het begin woonde mijn moeder nog thuis en ging ze als mijn vader lang op reis was tijdelijk naar een bejaardentehuis, terwijl ze pas halverwege de 60 was. Maar ze misgunde hem dat nooit. Ze maakte er wel harde grappen over.’

Dit zijn de zomergasten

Welke zomergasten zijn tot nu toe bekend? Bekijk hier een overzicht.
- Esther Perel - lees hier het interview uit februari terug
- Eric Wiebes - lees hier een profiel
- Pieter Waterdrinker - lees hier een oud interview terug
- Marleen Stikker - lees hier het interview uit 1995 terug
- Louis van Gaal - lees hier het interview uit Volkskrant Magazine eerder dit jaar
- Romana Vrede - lees het interview van vorig jaar of haar essay van begin dit jaar

Ondanks het verdriet om je moeder zette je de knop om bij Zomergasten. Kun je dat ook in de liefde? Ik las dat je vroeger verliefd was op Arjen Lubach, hij alleen minder op jou, dus besloot je dat jullie beter vrienden konden zijn.

‘Moet ik het daar echt over hebben? Dan gaat het weer alleen maar daarover.’

Mijn vraag was hoe je dat doet, de knop omzetten.

‘Dat doe je natuurlijk vooral in theorie. Het ging niet van de ene op de andere dag, daar is een tijd overheen gegaan. Maar ik ben over het algemeen wel vrij pragmatisch van aard, ja.’

Jij gunt hem zijn nieuwe liefde?

‘Ja, die nieuwe liefde is al niet zo nieuw, hoor. Zij werkt ook bij Zondag met Lubach, ik ken haar net zo lang als Arjen haar kent. Wat er tussen Arjen en mij was, speelde zeventien jaar geleden, hè? Dat is geen issue meer. Ik heb die relatie met Arjen zelf verbroken en op een gegeven moment gezegd: joh, dit gaat nergens over, laten we gewoon vrienden zijn.’

Je hebt jezelf gedumpt.

‘Ik heb mezelf gedumpt, ja.’

Je zei eerder in een interview dat Arjen geen man is voor relaties.

‘Dat is een quote die me elke keer in het gezicht wordt gegooid, terwijl ik verkeerd ben geciteerd. Hij zei zelf altijd in interviews: ik ben niet goed in relaties, dus ik voelde me vrij ook zoiets te zeggen. En nu lijk ik een rancuneuze ex die roept: ‘Als hij boven op zolder dancemuziek zat te maken en ik zat beneden te werken, was dat zijn definitie van gezelligheid.’ Terwijl: zo is het nog steeds als ik bij hem en zijn vriendin Martine langsga. Hij heeft ergens een buitenhuis en als ik daar ben, zit hij boven dance te maken, ik zit een boek te lezen en Martine is in de tuin bezig. Ik bedoelde dat niet negatief. Dat is hoe hij het fijn vindt. En dat betekent ook dat je thuis bent bij iemand.’

Je bent zelf niet van de meningen, maar ben je tijdens Zomergasten wel geïnteresseerd in de mening van de eindredacteur? Zegt die veel in je oortje?

‘Ik wil geen oortje, dat heb ik geweigerd. Ik kan niet naar mijn gasten luisteren als iemand anders ondertussen iets in mijn oor zegt. Dus als de eindredacteur echt vindt dat ik iets laat liggen, moet hij tijdens het fragment met laarzen aan naar mij toe komen waden – vanwege het decor waarin we zitten, namelijk bovenop een camper, omgeven door water. Het nadeel van geen oortje is alleen dat de gast ook hoort wat er wordt gezegd. De eindredacteur kan niet zeggen: ‘Die gast heeft geen energie’, of: ‘Iets langer doorgaan op de dode moeder’. Maar ik zag een oortje gewoon niet zitten. Ik sprak Thomas Erdbink, die eerder Zomergasten presenteerde, en hij vertelde dat hij het zo moeilijk vond als er middenin het gesprek in zijn oortje werd gezegd: ‘afronden, afronden’. Ik heb wel een opnameleider die kan uitbeelden dat ik een fragment moet afronden, maar als ik dat niet zie zitten, denk ik: nee, ik ga nog even door.’

Op de achtergrond klinkt My way in het café. Abbring: ‘Hé, Frank Sinatra zingt mijn levenslied. Wat een toeval. Als dit een televisieprogramma was, zouden ze nu de eindcredits instarten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden