Het eeuwige leven Jan Smidt

Jan Smidt (1929-2019) was een fenomenaal werper en een kundig architect

Hij was een van de beste werpers in het Nederlandse honkbal. Later een begenadigd architect en tekenaar, die onder meer Teylers Museum restaureerde.

Jan Smidt

Hij kreeg in 1954 een profcontract aangeboden om in de Verenigde Staten te gaan honkballen. Hij was in die jaren de beste werper van Europa, maar Jan Smidt besloot het aanbod van de New York Giants af te slaan. Hij maakte liever de opleiding hts bouwkunde af.

Hij zou uiteindelijk architect worden en grote restauratieprojecten in Haarlem doen, zoals die van Teylers Museum, Teylers Hofje en de huisjes aan de Frans Halsstraat. Hij was een perfectionist’, zegt zijn zoon Thijs. ‘Voor de restauratie van de marmeren vloer reisde hij met een tolk naar Italië. In de marmergroeven zocht hij net zo lang totdat hij precies het marmer vond dat daar al lag.’

Honkbalpionier, architect en tekenaar Jan Smidt overleed op

2 januari dit jaar op 89-jarige leeftijd. Hij wordt overleefd door zijn vrouw, zijn tweede partner en twee kinderen.

Jan Smidt werd in 1929 geboren als zoon van een Haarlemse ondernemer. Hij had nog een broer, die op jonge leeftijd overleed. Als 17-jarige begon hij met honkbal, een sport die met de Amerikaanse bevrijders naar Nederland was gekomen. Honkbalvelden waren er toen nog niet, zodat wedstrijden meestal werden gespeeld op een voetbalveld. ‘Een van de allereerste honkbalclubs kwam bij Sportclub Haarlem - later HHC (Haarlemse Honkbal Club). Iedereen zag meteen dat hij heel goed een bal kon gooien. Hij mocht op de werpheuvel staan’, zegt zijn zoon Thijs, zelf ook honkballer, zonder echter ooit het niveau van zijn vader te hebben gehaald.

HHC vormde toen samen met OVVO in Amsterdam - met onder anderen de broers Charles en Han Urbanus - de top van Nederland. Omdat Smidt een aantrekkelijke man was, stonden de meisjes vaak voor de kleedkamer te wachten tot hij naar buiten kwam. Daar kon hij toen slecht tegen, waardoor hij soms met een teamgenoot een uur in de kleedkamer bleef, totdat ze waren afgedropen. ‘Daar had hij later weleens spijt van’, aldus Thijs.

Ondanks de concurrentiestrijd met Hans Urbanus haalde hij het Nederlands team. In 1956 werd hij met Nederland ook Europees kampioen. Hij was de pitcher van Nederland in de finale tegen Duitsland, waar hij dertien slagmannen uitgooide.

In dat jaar werd hij verkozen tot de beste pitcher van Europa. Zijn wapen was de sidearm pitch, een merkwaardige worp, waar hij zijn beruchte slider mee gooide. Hij gooide de bal uit zijn hand vanaf de zijkant, waardoor er een loop in kwam en de bal over de kop leek te gaan. Hij had toen al in de VS kunnen spelen. De New York Giants wilden hem in 1954 inlijven toen hij daar drie maanden was voor een trainingsstage.

Maar Smidt zag op dat moment zijn toekomst toch vooral in Nederland liggen. Hij wilde architect worden. Hij bleef wel bij honkbal betrokken. Zo was hij een van de oprichters van het Honkbalmuseum in het Pim Mulier Stadion. Als architect was hij eerst in dienst en begon later voor zichzelf. Zijn zoon herinnert zich vooral zijn gestructureerde manier van werken. Hij maakte overal lijstjes van die consequent werden afgevinkt.

Jan Smidt was ook een fenomenaal schetser, vooral van landschappen. Hij was lid van de Tekenvereniging De 8 te Haarlem. ‘Exposeren deed hij niet. Dat is jammer, want wat wij na zijn dood hebben gevonden is echt geweldig. Daar willen we ook zeker wat mee gaan doen’, zegt Thijs Smidt.

John van Reijn ontmoette hem in 2004 op de tekenclub. ‘Hij kende mij niet, maar ik hem wel van het honkbal. En op een gegeven moment vroeg ik: ‘Ben jij de echte Jan Smidt?’. Hij begreep het meteen. Hij was echt een van de beteren van de tekenclub.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.