Interview Jan des Bouvrie

Jan des Bouvrie: ‘Die pacemaker had ik al moeten laten zetten toen ik 3 was. Geweldig’

Jan des Bouvrie Beeld Jouk Oosterhof

Jan des Bouvrie is 77, hij heeft ‘alles wat je niet wilt hebben’, maar voelt zich kiplekker. Zijn geheim? Leven zoals het in hem opkomt, nergens bang voor zijn en vooral: een vrouw die geen vervelende vragen stelt. 

Het is vijftig jaar geleden dat u uw wereldberoemde Kubusbank ontwierp, een ontwerp dat werd opgenomen in de collectie van het Stedelijk Museum. Wat zegt de Kubusbank over u? 

‘Ik vind dat een meubel je moet omarmen. Als je gaat zitten, moet je denken: hè, lekker. Het brede van de Kubusbank geeft een gevoel van veiligheid, de bank vangt je op, je wordt 'gehugd’. Ik ben niet zozeer bezig om dingen mooi te maken, het moet functioneel zijn en goed voelen. Ik heb net een prachtig huis ontworpen, wacht, ik pak het even voor je. Ben ik zó trots op.’

Des Bouvrie loopt naar de kast in zijn zwart-witte werkkamer en pakt een fotoboek, met op de cover een gigantische moderne villa. De foto’s zijn, zoals alle officiële foto’s van zijn werk, gemaakt door zijn dochter Bo – hij heeft vier kinderen, twee uit zijn eerste en twee uit zijn tweede huwelijk. ‘Dit huis staat midden in Nederland. Wonen héle leuke mensen in, met een eigen bedrijf. Alles klopt daar. De zithoek kijkt naar de televisie en naar de haard, maar ook naar buiten, want alles is van glas. Aluminium kozijnen. De natuur komt binnen.’

Ontwerpt u ook voor mensen die veel minder geld hebben? 

‘Jazeker.’ Wijst weer in het boek. ‘Moet je kijken, onderaan de trap naar de kelder heb ik een glazen wand met licht gemaakt, waarop een foto van de zee is gedrukt. Zodat je niet het gevoel hebt dat je naar een kelder loopt, maar het net lijkt of je een strand betreedt.’

Op de volgende bladzijde een futuristische ruimte. ‘De kinderkamer. Weet je wat ik ook belangrijk vind? Dat ouders hun kinderen, als ze minstens 3 jaar zijn, meenemen, als ze bij mij komen om hun huis te laten ontwerpen. Ik vraag ze naar hun lievelingskleuren, probeer ze ervan bewust te maken dat hun kamer hun cocon is. Ik maak altijd, in álle kinderslaapkamertjes, een douche, een wc’tje en een wastafeltje. Zodat ze hun eigen domeintje hebben. Met een tafeltje voor het raam, met twee stoeltjes, lampje erop, zodat ze daar met een vriendje of vriendinnetje kunnen zitten en naar buiten kunnen kijken.’

In alle kinderkamers een wastafeltje en een wc’tje klinkt leuk, maar is dat niet voor ongeveer iedereen onbereikbaar? 

‘Nee hoor, helemaal niet. Ik doe geen deuren in de kamers, dus het loopt lekker allemaal door elkaar heen, en zo bespaar je ook ruimte. In mijn appartementen heeft tegenwoordig alleen de wc nog een deur. Moet je horen, er zijn drie belangrijke dingen die ik in mijn leven heb gedaan. Het eerste is: de kleur wit. Wit geeft ruimte, licht, wit laat kunst en bloemen beter uitkomen. Het tweede is de open keuken. Ik heb die muur weggehaald – revolutionair was dat, ook met het oog op de bewegingsruimte voor de vrouw, die vroeger beperkt was tot het aanrecht. Tegenwoordig kun je contact met elkaar hebben, tijdens het koken, en dat geldt ook voor mannen, want mannen koken tegenwoordig veel. Het derde is: de veranda. De extra kamer, noem ik dat.’

Jan des Bouvrie (77) liet zijn secretaresse de interviewafspraak drie dagen verzetten vanwege een ziekenhuisopname. Hij moest drie plekjes laten weghalen, een op zijn oor, een op zijn wang en een op zijn hand, de hechtingen zijn duidelijk zichtbaar, maar Des Bouvrie zit er niet mee. ‘Het is belangrijk alles bij te houden, zeker op mijn leeftijd.’

U laat uzelf regelmatig nalopen? 

‘Ja. Ik heb een pacemaker. Die had ik al moeten laten zetten toen ik 3 was. Geweldig. Ik ben nooit meer hyper, niks van dat al. Die pacemaker leest ook, hè. Om de drie maanden kom ik op controle, en dan zegt die dokter: op 3 juni om 4 uur was je even onrustig. Dat klopt dan, want toen had ik personeelsvergadering. Mag ik roken, of niet?’

Natuurlijk. 

Des Bouvrie steekt de eerste van vijf sigaartjes op, die steeds na een paar trekjes in de asbak belanden. ‘Ze vragen altijd: wat is je inspiratie? Nou, dat is eenvoudig, ik rijd in mijn auto en dan zie ik twee oude mannetjes op een bankje zitten, en dan zie ik ineens een bank voor me en dan ontwerp ik een bank. Ik ben heel erg bezig met dát, hè.’ Des Bouvrie wijst naar een groot aantal betekende sigarendoosjes aan de wand. Die worden door zijn secretaresse afgeplakt met witte stickers, zodat hij er zijn ontwerpen op kan schetsen. ‘Leren kijken, dat is belangrijk. Ik ben visueel ingesteld. Mijn handicap is dat ik ontzettend dyslectisch ben, ik kan nauwelijks lezen. Daarom las mijn vader me vroeger voor uit de Winkler Prins. Ik weet zó veel, dat wil je niet weten. Ik vergeet ook niks. Je kunt mij alles vragen, en ik weet het. Vraag maar wat. Hij sloeg ook niks over.’

Uw vader heeft u de complete Winkler Prins voorgelezen? 

‘Ik denk het wel. En doordat ik zo’n ontzettend vermogen van onthouden heb, is er geen onderwerp waar ik niks van weet. Ik sta er zelf ook in, wist je dat? Er zijn er maar twee die erin staan, in Nederland. Ik en, heel gek, Mart Visser geloof ik.’

Daarna volgt een verhandeling over zijn toelating tot de Kunstnijverheidsschool (tegenwoordig de Gerrit Rietveld Academie, ‘de gelukkigste dag uit mijn leven’), Gerrit Rietveld (‘een fenomeen’) en de aflevering van de tv-serie Verborgen Verleden, waarin werd onthuld dat Des Bouvrie afstamt van ‘meubelmakers, schrijnwerkers, stoffenmensen’. ‘We kwamen met het programma in Engeland, en ik bleek daar verwanten te hebben die zo ongeveer de rijkste mensen van het land zijn, bevriend met het Koninklijk Huis. Ik stond daar voor het hek, maar ze lieten ons niet binnen. Potverdikkeme, dacht ik, dat heeft het programma niet goed geregeld. Eenmaal terug in Nederland heb ik die familie een van mijn boeken opgestuurd. Toen zagen ze dat ik ook kunst verzamel, net als zij. Dat schepte een band. Tegenwoordig hebben we goed contact.’

Dat heeft ook iets onsympathieks, eerst wilden ze niets van u weten, tot ze zagen hoe vermogend u bent. 

‘Zelf ben ik niet zo, ik zou de deur wel hebben opengedaan. Maar ik denk: als je de rijkste man van Engeland bent, bevriend met het Koninklijk Huis, krijg je veel zeurpieten en profiteurs aan de deur. Maar waarom vertel ik dit: ik ben altijd erg bezig geweest met het doorgeven van energieën. Door die aflevering zag ik dat het klopte, wie ik ben en wat ik doe komt voort uit het verleden. De energie van Monique is dan weer erg bij mijn zoon Jan terechtgekomen. Het zakelijke, dat hebben ze allebei. Jan is absoluut niet creatief, maar wel ontzettend aardig.’

Uw zoon Jan jr. heeft een hoge functie bij u in het bedrijf, maar hij vertelde dat hij nog steeds aan het sparen is voor zijn eerste Jan des Bouvrie-bank. 

‘Ja. Is dat raar? Hij moet zich er bewust van zijn dat dingen gekocht moeten worden. Hij verdient genoeg, hoor. Hij beheert ons onroerend goed en hij is vreselijk charmant. Daardoor krijgt hij zakelijk gezien altijd zijn zin.’

Is dat ook uw geheim? 

‘Ik heb alles bereikt doordat ik zo goed kan netwerken. Het komt weinig voor dat iemand zakelijk én creatief is en dat ben ik.’

U stond vroeger bekend als een behoorlijke feestganger. 

‘Ja. Dat is veel minder geworden. Ik ga bijna niet meer naar openingen en dit en dat. Ik besteed mijn tijd liever aan mijn werk en aan mijn twee scholen, er is een ROC en een hbo-opleiding naar mij vernoemd en daar ben ik vreselijk trots op. Ik heb een klaverjasclubje, met René Froger en nog acht vrienden. Dat is schreeuwen, heerlijk. Maar het is allemaal wel anders dan vroeger. Ook door Monique. Ik ben nu 34 jaar met haar, en sindsdien ben ik nooit meer vreemdgeweest. En daarvoor iedere dag.’

U ging iedere dag vreemd? 

‘Ja. En toen ben ik weggelopen, bij haar, mijn eerste vrouw. Ze was heel mooi, Joke heet ze. Maar ik kon er niet meer tegen dat ik elke dag moest liegen. Ken jij Herman Krikhaar nog? De beroemdste galeriehouder van Amsterdam, in die tijd. Dan zei ik tegen m’n vrouw: ‘Ik moet iets met Herman doen’, en dan gingen we stappen. Drinken deed ik niet, ik heb tot mijn 35ste nooit gerookt of gedronken, en nu drink ik één limoncellootje per week, gewoon omdat ik er net even zin in heb. Ik doe altijd waar ik net even zin in heb, ik leef zoals het in me opkomt. Ik heb er ook geen spijt van, van vroeger. Ik was 21 toen ik met Joke trouwde, we kregen snel kinderen. Weet je hoe het begon, dat vreemdgaan? Hoe kan ik dit nou goed tegen je zeggen. Ik raakte bevriend met fotograaf Paul Huf. Hij had een dochter, Barbara Huf. Nou, toen begon het.’

Want u werd verliefd op haar? 

‘Zij werd verliefd op mij, en ik ook op haar. Het was een énige meid.’

Wat vond Paul Huf ervan dat u een affaire kreeg met zijn dochter? 

‘Dat vond hij helemaal niet erg. Hij was zelf een hele ondeugende man. Schwung in het leven, dat is belangrijk.’

Maar u sloeg er misschien een beetje in door. 

‘Eh, nee. Nee. Hoezo?’

Omdat u elke dag vreemdging. 

‘Ik wil er niet te veel over zeggen, maar ik ken bijna geen man die dat niet heeft gedaan. Ik verontschuldig me niet, ik ben er zelf mee gestopt omdat ik het liegen beu was. Het heeft een tijd geduurd, maar Joke en ik gaan nu weer goed met elkaar om. Ik wil mijn hele familie weer in die hug hebben. Heb jij kinderen? Je moet echt ontzettend oppassen, het gaat zo snel. O, die worden zó snel groot.’

Heeft u het idee dat u veel gemist heeft van uw kinderen? 

‘Nee. Ik heb altijd veel aandacht voor ze gehad.’

Was u een vader die bijvoorbeeld ook wel eens een luier verschoonde? 

‘Nee, nee. Ik heb één keer een luier verschoond, maar toen deed ik ’m verkeerd om. Dus zo’n vader was ik niet. Maar dat hoeft toch ook niet? Als ik het nou niet kon, en niet wilde? Mijn vrouw vond het goed zoals het ging, omdat ik héél leuk met de kinderen was. Ik heb een vriend, ik kan zijn naam niet noemen, die is zo ontzéttend ondeugend, dat ik wel eens denk: jongen, je gaat nu te ver. Maar hij is thuis de leukste vader die je je kunt voorstellen. Die kinderen zijn vreselijk gelukkig en die vrouw ook.’

Jan des Bouvrie Beeld Jouk Oosterhof

Misschien is die vrouw ook wel, zoals u het noemt, ondeugend? 

‘Nee. We hadden laatst een diner, en toen zat die vriend weer ontzettend op te scheppen, ik heb die genomen, die genomen. En ineens riep zij, vanaf de andere kant van de tafel, waar de vrouwen bij elkaar zaten: ‘Kun je wat zachter praten, want nu weet ik het wel.’ Goh, wat zat hij op te scheppen. Maar wat vind jij er nou van, dat gedoe over dat vrouwen net zo vaak topfuncties moeten hebben als mannen? Er zijn te weinig vrouwen in topfuncties, zegt men. Maar waarom? Belangrijke vraag van me, hoor. Ik vind: vrouwen moeten het verdienen, en te weinig vrouwen zijn ermee bezig. En er is nog wat, dit is een belangrijke: mannen kunnen niet tegen zeuren.’

Wat is uw definitie van zeuren? 

‘Dat zal ik je zeggen. Mijn eerste vrouw mocht nog wel eens zeuren. Vandaar dat rare gedrag van me, daar is het door gekomen - omdat ze zeurde, ben ik steeds meer afstand van haar gaan nemen. Kijk maar eens om je heen, hoeveel mannen er gaan scheiden omdat hun vrouwen zeuren. Monique zeurt nooit. Zeuren is bijvoorbeeld de vraag: waar was je, wat heb je gedaan? Dat kunnen vrouwen erg doen, en daar kunnen mannen niet tegen. Monique vraagt nooit waar ik was. Die vertrouwt me.’

Zeurt u zelf weleens tegen Monique? 

‘Ik ben heel jaloers. Maar je moet het eigenlijk geen jaloezie noemen. Heel belangrijk, wat ik nu zeg. Wat het is: ik ben zó gelukkig met Monique, ik wil de eindreis met haar maken. Ik zeur niet, want ik vertrouw haar honderd procent. Maar ik hou het wel in de gaten.’

Nog steeds? 

‘Ja, toch wel. Gisteren kwam ze om half 8 thuis, terwijl de zaak hier om 6 uur sluit. Dus ik vroeg: ‘Waar was je nou?’ Ze was bij de zonnebank en eten halen. En dan héb ik een hekel aan mezelf, dat ik die vraag stelde.’

Als zij hetzelfde aan u had gevraagd, had u het zeuren gevonden. 

‘Ja, maar dat doet ze nooit. Ze denkt: als Jan er nog niet is, zal hij wel iets aan het doen zijn.’

Monique komt binnen. Jan: ‘Hé, daar is ze. We hadden het net over jou.’

Monique: ‘O ja? Het is benauwd hier, ik zal het raam een beetje openzetten.’

Jan: ‘Kun jij het succes van onze relatie even uitleggen?’

Monique: ‘Af en toe creatieve bonje, respect voor elkaar, elkaar vrij laten.’

We bespraken net dat toen u gisteren om half 8 thuiskwam, Jan vroeg: waar was je nou? 

Monique: ‘Ja, dat vind ik een beetje zeuren. Het was trouwens ook geen half 8. Ik was naar de zonnebank en eten halen, moet ik dat dan allemaal gaan vertellen? Laat lekker gaan. Jan kan af en toe wel bonje maken. Hij is een Leeuw, hè. He wants to control.’

Jan: ‘Hoor je het nou?’

Monique: ‘Maar het komt altijd weer goed. Het zijn allemaal ruzietjes die nergens op slaan.’

Jan: ‘We hebben het leuk.’

Monique: ‘Exact. En nu ga ik weer verder met werken.’

Monique is twintig jaar jonger dan u. Maakt dat iets uit? 

‘Nee, want emotioneel is ze ouder dan ik. Ik zeg tegen haar: luister Monique, als ik 100 ben, ben jij 80. Vindt ze vreselijk, als ik dat zeg. Ze vindt het vreselijk om ouder te worden. Ze is ontzettend met sporten en haar lijf bezig. Ik zelf heb nergens moeite mee, ik vind oud worden geweldig. Ken je de Italiaanse ontwerper Ettore Sottsass? Die is op 91-jarige leeftijd dood aangetroffen op zijn bed met een blocnote in z’n hand. Teken ik voor.’

Zij bestiert het bedrijf. Wat is haar invloed? 

‘Het is speelser geworden, door Monique. Het is een bloedeigenwijs mens. Als ik zo’n huis presenteer, aan klanten, wil ik niet dat ze erbij is. Want dan gaat ze zeggen: ‘Kunnen we niet dit doen, of dat doen?’ Hou op zeg, het is mijn ontwerp. Maar ze richt het wel in, in samenspraak met mij.’

En dan heeft u wel eens creatieve bonje. Waar gaat dat over? 

‘Kleuren. Zij wil meer kleur, ik minder.’

Wie wint er? 

‘Ik. Want ik wil dit vasthouden – kijk nou eens om je heen. Deze kamer is wit. Maar vind jij hem saai, kleurloos? Nee toch, door dat kunstwerk daar, die vazen daar, door mijn Yves Klein-blauwe regenjasje wat daar aan de kapstok hangt, is er een heleboel kleur.’

Is uw relatie met Monique in die 34 jaar veranderd? 

‘Enorm. Ten eerste zei Monique in het begin niet veel, maar ze lette goed op, op wat ik allemaal zei en deed. Ze liep met mij mee, in mijn vak, en werd zelf heel goed. Toen kreeg ze non-Hodgkin (een zeldzame vorm van lymfklierkanker, red.), twaalf jaar geleden. Dat heeft haar veranderd. In die tijd liep ik langs haar kledingkasten, en ik kon alleen maar denken: o, o, o, als die kasten maar niet leeg zijn straks. Het liep goed af, maar iedere keer als ze op controle moet, merk ik dat ze bang is. Want het kan altijd terugkomen. Het heeft haar erg doen veranderen. Voor die tijd was ze rustig, stabiel, en sinds de ziekte heeft ze altijd haast. Ze zit hier even en voor je het weet is ze weg. ‘Ik moet dingen doen!’ Je kunt geen gesprek met haar voeren. Maar, lang verhaal kort, ik ben bloedgelukkig met haar. Ze is een geweldige vrouw.’

Jan des Bouvrie Beeld Jouk Oosterhof

U zei eens dat u denkt dat u door de zorgen over de ziekte van Monique zelf ook ziek bent geworden. 

‘Ja, toen heb ik die prostaatkanker gekregen. Gebeurt vaak, hoor, dat iemand ziek wordt vanwege de zorgen om een ander. Ik ben in Amerika geopereerd, ze hebben mijn prostaat eruit gehaald. Een heel proces, maar als je niks doet, ga je gewoon dood. De ziekte is nog niet weg, ik heb kleine uitzaaiinkjes, maar het is onder controle, dankzij hele goede pillen. Ik ben 77, ik heb alles wat je niet wilt hebben, maar ik luister goed naar mijn dokters en ik voel me prima.’

Abrupte overgang: ‘Je weet dat geld niets meer waard is? Voor rijke mensen is geld niets meer waard. Die zoeken het in klassieke auto’s, kunst en onroerend goed. En kunst is het beste. Kunst is geweldig. Kunst schiet omhoog in waarde. Een vriend van mij kocht laatst een schilderij van de Amerikaan George Condo, voor 600 duizend euro. Twee maanden later verkocht hij het voor 6,5 miljoen. Zo hard gaat die kunst. De duivel schijt altijd op de grote hoop, kun je zeggen. Maar die vriend dóét het wel.’

Was dat uw goede vriend de voormalig LPF-minister en kunstverzamelaar Herman Heinsbroek? 

‘Doe ik geen uitspraken over. Warm. Heinsbroek heeft door mij kunst leren verzamelen, en dat doet hij goed. Ik verzamel zelf ook al vijftig jaar.’

Ook oude auto’s en onroerend goed? 

‘Ik heb oude auto’s. En ik heb ook onroerend goed, maar dat is allemaal hier om me heen, in Naarden. Ik ben geen onroerendgoedman. Alleen: ik wil wel, overal waar ik op de muur tik, dat het van mij is. Dus als ik dit doe...’ Des Bouvrie tikt op de muur. ‘Dan denk ik: ja, is van mij. Ik heb ook geen hypotheken. Dat vind ik allemaal niks. Ik had heel veel hypotheken, maar toen had ik er genoeg van en heb ik alles binnen een paar jaar afgelost. Ik heb geen zin om smekend op m’n knieën bij een bank te liggen. Heb jij hypotheken?’

Ik heb een huurwoning. 

‘Jaja. Probeer nooit hypotheken te krijgen. Maar je moet wel een huisje gaan kopen. Het is een lekker iets, als je je eigen huis hebt. En ik heb nog een leuk idee: ik zou Amsterdam, Almere en Lelystad om willen dopen in Nieuw-Amsterdam. Dan heb je dat probleem niet meer, dat mensen niet in Almere of Lelystad willen wonen.’

Maar Lelystad ligt op bijna een uur rijden van Amsterdam. 

‘Driekwartier, hooguit. Valt best mee. Hoe zou ik Nieuw-Amsterdam nou voor elkaar kunnen krijgen, heb jij een idee? Ben je eigenlijk wel eens goed in Almere geweest? Zulke mooie architectuur, van Rem Koolhaas onder anderen, de grootste architect ter wereld! Wij zijn in zoveel dingen goed, in dit kleine klotelandje. Damesvoetbal, wielrennen, alles. We zijn echt een goed volkje. Waar ligt dat nou aan, vraag ik me wel eens af. Is het het doorzettingsvermogen van de Nederlanders? Oost-Indische Compagnie, en al die dingen. Ik geloof dat wij nergens bang voor zijn. Ben jij ergens bang voor?’

Voor de gewone dingen, denk ik. 

‘Noem eens.’

Enge ziektes, doodgaan, dat mijn kinderen iets overkomt. 

‘O, daar moet je onmiddellijk mee ophouden. Ik ben zelf alleen bang voor muizen en ratten. Je moet nooit bang zijn voor ziek worden, voor je kinderen, dit en dat, want dan roep je het op. Goed naar me luisteren. Helemaal niet over nadenken.’

U bent niet bang voor de dood? 

‘Helemaal niet, helemaal niet. Totáál niet. Je moet het leven beleven. Bang zijn voor de dood, zoals jij, niet doen! Weg met die ellende. Dat wil ik de mensen meegeven. Ik kan hier zo zitten en naar buiten kijken, en dan denk ik: god Jan, wat is het allemaal mooi. Ga jij met je kinderen wel eens naar het Vondelpark?’

Ja… 

‘Dat is toch enig!’

Zeker, heel leuk. 

‘Nou, dat zijn leuke dingen. En wat je net zei was niet leuk.’

Ik ben heus niet constant bang voor de dood. 

Let it Be, dat is een prachtig nummer van The Beatles, en eigenlijk ook mijn levensmotto. En ken je die videoclip van Imagine, waarin John Lennon in een spierwitte kamer achter de piano zit? Yoko Ono doet een voor een alle luiken open, waardoor steeds meer licht binnenvalt. Daar kan ik heel opgewonden van worden, zo mooi vind ik dat. In mijn interieurs is het dag- en nachtlicht het belangrijkst. Je mag overdag ook het licht aan laten, vind ik. Zodat, als je thuiskomt, het al gezellig is.’

Terwijl je er niet bent het licht aan laten? Dat is niet goed voor het milieu. 

‘Nou, m’n reet.’

Oké. 

‘Al doe je het alleen maar in de hal. Een ledlampje desnoods, dat verbruikt helemaal niks. Zodat je ’s avonds binnenkomt en denkt: gezellig, er brandt al een lampje. Gekke man ben ik hè? Weet je, mijn ouders waren middenstanders met een meubelzaak in Bussum. Op zaterdag ging ik een keer met mijn vader mee een fles jenever kopen. Op de terugweg speelden we krijgertje, en die fles viel. Ik zie hem nóg vallen. Mijn vader had geen geld voor een nieuwe fles, zo arm waren mijn ouders. Waarom vertel ik dit, denk je?’

Omdat u zo arm niet wilde worden, omdat u wilde dat het nooit iets zou uitmaken of er bij u een fles kapot zou vallen. 

‘Exact. Het heeft mij sterk gemaakt, strijdbaar. In mijn hart ben ik nog steeds diezelfde middenstander. Tegelijkertijd weet ik: geld maakt niet gelukkig. Laatst sprak ik een vriendje, die is verschrikkelijk rijk, die had er weer een miljard bij. Ik noem echt geen namen. En toen zei ik: ‘Ik ben net zo rijk als jij, want ik kan alles kopen wat ik wil hebben, en jij ook.’ Hij zei: ‘Het is nog erger. Ik heb een boot gekocht die ik helemaal niet eens wil.’ Geld maakt niet gelukkig, hoor. Onthoud dat. En blijf positief denken, dan kun je beter met tegenslagen omgaan.’

Wat is uw grootste tegenslag geweest? 

‘De ziekte van Monique. En mijn prostaatkanker. Mijn moeder, de leukste vrouw die ik ooit heb gekend, werd zwaar dement. Ze zat in een tehuis, en daar zag je mannen lopen, van die hele rijke mannen die ik kende van vroeger. Die strompelden daar door de gang, er was niks van ze over. Verschrikkelijk.’

Is dat iets waar u bang voor bent, om ook zo te worden? 

‘Ik wil absoluut niet dement worden. Als ik een woord vergeet, ben ik al bang. Ik heb het zo geregeld dat, als ik het word, ze me een spuitje geven.’

En waarom staat er op uw kastje een foto van u en actrice Charlize Theron? 

‘Die hebben ze hier op de Studio voor mijn verjaardag in elkaar gefotoshopt. Ik vind haar de mooiste vrouw ter wereld. Maar we hebben in Nederland ook prachtige vrouwen. Ik vind vrouwen sowieso geweldig. Veel leuker dan kerels. Een gesprek met jou vind ik heerlijk. Je kijkt me aan, en je lacht af en toe, omdat je denkt: wat lult-ie nou. Een interview door een vent is anders. Die heeft alles al op een rijtje, voor zichzelf, die luistert niet. Weet je wat belangrijk is, voor jouw interview? Dat duidelijk naar voren komt dat ik 77 ben, nog steeds mijn vak uitoefen en me nooit verveel. Veel oude mensen zitten en doen sudoku’s. Ik heb je iets belangrijks geleerd, in dit gesprek: niet denken aan waar je bang voor bent, maar positief leven. Kind, je hebt twee dochters en een leuke man, dat is toch geweldig? Wat heb je nou te klagen?’

Ik klaag helemaal niet. U vroeg daarstraks waar ik bang voor was, en ik gaf antwoord. Ik zeur er niet over.

‘Jawel.’

U vindt alles zeuren.

‘Ik heb een hekel aan zeuren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden