Het Eeuwige LevenJan Bras (1922-2021)

Jan Bras werd ‘bestolen door de Nederlandse staat’

Als Japans krijgsgevangene overleefde Jan Bras de negen cirkels van de hel. Maar hij kreeg geen cent compensatie van de Nederlandse staat.

Jan Bras Beeld
Jan Bras

Als krijgsgevangene werd hij tewerkgesteld aan de beruchte Birmaspoorweg waar 100 duizend mensen stierven, één voor elke neergelegde biels. Vervolgens werd hij met een ‘helschip’ - vijf dagen staand, en zonder voedsel, water of sanitair - naar Japan vervoerd om twee jaar te werken in de kolenmijnen van Fukuoka. ‘Dit werk was nog erger dan dat aan de spoorlijn. De omstandigheden waren door gebrek aan vitamines en daglicht erbarmelijk’, zei Jan Bras.

Vlak na de overgave van Japan was hij een van de eersten die de gevolgen zagen van de atoomaanval op Nagasaki, even ten zuiden van Fukuoka. In 2015 verscheen zijn ooggetuigeverslag in de Britse krant The Observer. ‘De traumatische herinneringen bleven en werden erger naarmate hij ouder werd en als gepensioneerde meer tijd had om na te denken’, zegt Gina Jennings-Bras, zijn dochter. ‘Zijn hele verdere leven vreesde hij gezagsdragers, was hij wantrouwend en rusteloos.’ Jan Bras, een van de laatste overlevenden van de Birmaspoorlijn, overleed 12 mei in Londen. Hij werd 98 jaar.

Bras werd geboren in Nederlands-Indië, waar zijn vader werkte op een palmolie- en ananasplantage. Hij had een tien jaar oudere broer, Gerrit, en vier zussen. Na de middelbare school moest hij in militaire dienst. Bij de Japanse inval werd hij gevangengenomen. Eerst verbleef hij in een krijgsgevangenenkamp in Changi in Singapore dat hij later beschreef als een luxeoord vergeleken met wat daarna volgde: de slavenarbeid aan de Birmaspoorlijn. De gevangenen stierven als ratten door ondervoeding, ongevallen, ziektes en de eindeloze wreedheden van de bewakers. Dat hij dit overleefde was eigenlijk een wonder. Dat hij het er ook in Fukuoka levend van afbracht, was min of meer te danken aan zijn broer Gerrit die daar kampdokter was en hem als zijn assistent boven de grond hield. Gina: ‘Hij zag hoe de artsen zonder geneesmiddelen en medische apparatuur toch mensenlevens wisten te redden. Dit inspireerde hem zelf ook medicus te worden.’

Na de oorlog keerde hij eerst terug naar Nederlands-Indië waar hij ontdekte dat zijn vader was bezweken aan een Japanse watermarteling. Zelf moest hij opnieuw het leger in. Dit keer om op Sumatra te vechten tegen de Indonesische vrijheidsstrijders van Soekarno. In 1949 was die strijd verloren en vertrok hij als ontheemde naar Nederland. Hier wachtte hem een koel onthaal. Hij voltooide een studie geneeskunde aan de huidige UvA, terwijl hij woonde in een garage zonder verwarming. Toen zijn broer Gerrit, die bekendheid had verworven als hoogleraar, de kans kreeg een afdeling pathologie op te zetten op Jamaica, besloot hij met hem mee te gaan.

‘Hij wilde naar een warm en heuvelachtig land. Van Oost-Indië naar West-Indië, zoals hij zelf zei’, vertelt Gina. Hier ontmoette hij de arts Annabelle Duguid met wie hij in 1956 trouwde. Ze zouden zich vestigen in Wrexham in het noorden van Wales waar Jan Bras tot zijn 65ste oogchirurg zou zijn. ‘Vervolgens werkte hij nog vijf jaar op Gibraltar, waarna hij neerstreek in Frankrijk. Pas in 2014, toen zijn gezondheid verslechterde, keerde hij terug in Londen. Soms bezocht hij Nederland. Onderzoeksjournalist Griselda Molemans ontdekte dat Nederland hem en zijn broer Gerrit op listige wijze oorlogscompensatie uit Thailand en Japan onthouden heeft. ‘Bras heeft de negen cirkels van de hel overleefd om vervolgens door de Nederlandse staat bestolen te worden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden