Lust & Liefde Corine Koole

Jack (55) heeft nog maar kort te leven: ‘Mijn minnares zal er niet bij zijn als ik sterf’

Vrouw en kinderen komen op de eerste plaats voor Jack, nu hij niet lang meer te leven heeft. 

Lust & Liefde. Beeld Sasa Ostaja

‘Het gesprek bij de dokter was zó gevoerd. Zo lang duurt het niet om iemand te vertellen dat er een dodelijke tumor in hem huist. Je toont wat foto’s waarop duidelijk vlekken te zien zijn en zegt erbij dat je ‘hier weinig anders van kunt maken’ dan dat de patiënt hier zeker aan gaat overlijden. Na tien minuten ging de deur weer open en stond ik op de gang. Ik was in mijn eentje naar het onderzoek gegaan, had al een tijdje last van mijn maag, maar het leek de laatste tijd beter te gaan. De klachten namen af en het had niet veel gescheeld of ik had de ziekenhuisafspraak voor een MRI-scan afgezegd. 

Nu stond ik op het glanzende marmoleum, een stralende middag, met mijn doodvonnis. De tranen spron­gen in mijn ogen. Niet van paniek, die voelde ik niet. Ik was opvallend scherp en helder. Het waren tranen van verdriet over mijn levensverwachting die met een knip van twee vingers, was gedaald naar een paar maanden. Wat deed ik als eerste? Ik dacht aan mijn kinderen van 10 en 12 en daarna belde ik mijn vrouw. En vervolgens mijn vriendin. Dat is kennelijk de vanzelfsprekende volgorde voor een man in nood met een buitenechtelijke relatie. Iets anders kan ik er niet van maken. Het was het najaar van 2018.

Oproepje: liefdespodcast

Corine Koole wil graag in contact komen met stellen die in onze (nieuwe) serie liefdespodcasts willen vertellen over een belangrijke fase in hun ­relatie. Zet het woord ‘podcast’ in het onderwerpveld van uw mail: lust@volkskrant.nl

Focus

We hadden verwacht dat, de eerste keer dat zij en ik elkaar na deze doodstijding zagen, we erg verdrietig zouden zijn, dat mijn vriendin en ik elkaar bij wijze van spreken huilend in de armen zouden vallen, maar het ging anders. Zoals wel vaker spraken we af in een hotel, we omhelsden elkaar, gingen op bed liggen en keken elkaar heel lang aan, knuffelden en hadden seks. Na afloop kwamen de vragen. Hoe gaat het verder met ons? Wat als ik straks zo ziek was dat we elkaar niet meer konden zien? Onze ontmoeting vond plaats na de vervolgafspraak in het ziekenhuis waar mijn spoedige einde werd bevestigd: binnen enkele maanden zou het gedaan zijn met me. In die overtuiging zaten we op het bed. Ik antwoordde te stellig: ‘Ik doe mijn best je te blijven zien, maar mijn focus ligt nu op mijn gezin. 

Mijn vrouw en mijn kinderen komen op de eerste plaats.’ Zij bood me een opening om te stoppen met onze verhouding. Ze zei zelfs dat ze het zou begrijpen als ik onder deze omstandigheden alle ballast overboord zou gooien. Maar dat is een veel te simpele voorstelling van onze verhou­ding. Zij is niet de franje in mijn leven, geen champagnecoupe om mijn geslaagdheid kracht bij te zetten. Zij is een wezenlijk deel van mijn leven, weliswaar een deel dat buiten ons tweeën geen getuigen kent, maar desondanks heel belangrijk. De afgelopen maanden ben ik weinig mobiel geweest, heb ik veel thuis op bed gelegen, en lukte het minder haar te ontmoeten. Maar mijn gedachten zijn bij haar. Ik hoor mezelf praten, ik klink als een slappe zak. Hoe leg ik dit uit? Het was altijd al intens en intiem tussen ons, maar nu is het voorzichtiger geworden, liever. Ik krijg heel veel steun van haar, ze is geen seksmaatje voor onbewolkte dagen, ze is mijn liefde.

Mondhoeken 

Maar ook al weet ze dat ik dat zo ervaar, zij ziet vooral ook die kant waar zij niet bestaat. Toen ik haar die zomermiddag aan de telefoon had, heeft ze de verdere dag vrij genomen, maar niemand die ze iets kon vertellen over de reden. Als ik er straks niet meer ben, is haar rouw misschien even hevig als die van mijn vrouw, maar zij zal gewoon door moeten werken, voor haar collega’s, haar gezin, haar man zal ze haar mondhoeken omhooghouden. ‘Wie belt me, als het zover is?’, vroeg ze. ‘Hoe kom ik erachter?’ Ik heb mezelf beloofd dat ik binnenkort één vriend over ons zal vertellen, hij zal haar op de hoogte brengen als ik er niet meer ben. 

Ja, het is bizar. Ik drink koffie met kennissen die veel minder voor me betekenen dan zij, die ik wel in het openbaar en met medeweten van mijn echtgenote kan ontmoeten. Daardoor krijgt mijn vriendin soms de indruk dat ze naar de achtergrond is verdwenen. En toch, en toch, wezenlijk is er tussen ons niets veranderd. De momenten dat ik haar zie, zijn niet ineens een groot tranendal. Dan pakken we de draad weer op, praten net iets vaker over doodgaan dan vroeger, maar vaak zijn we allebei verbaasd hoe snel je zo’n doodsbesef incorporeert in je leven, je liefde, je omgang met elkaar. Intussen leef ik nog steeds. Ik heb ruimte nodig in mijn hoofd om de telkens wisselende werkelijkheid van alle kanten te besluipen en te besnuffelen en ik ben niet langer slordig met aandacht. Vroeger kon het weleens gebeuren dat ik mijn kinderen voorlas en aan haar dacht, dat laat ik niet meer gebeuren. We zien elkaar niet meer eens in de twee weken, maar om de vier, vijf weken en het is misschien moeilijk te begrijpen, maar als we afscheid nemen met een kus zeggen we: tot snel. We hebben nooit het plan gehad onze gezinnen te verlaten. Ook nu niet.

Zielige minnares

Een buitenechtelijke verhouding is soms gecompliceerd en altijd complex. In ons geval betekent het bij elkaar willen zijn, maar niet ten koste van degenen met wie we getrouwd zijn, van wie we ook zielsveel houden. Het betekent ook: weten en voelen dat je ondanks dat voorbehoud enorm veel voor elkaar betekent en weten dat zij er niet zal zijn om afscheid te nemen als ik sterf. Zij kan heel slecht tegen missen, en dit zijn tijden van gemis. Tegelijk zou het verkeerd zijn een beeld te schetsen van een zielige minnares, want zij is sterk genoeg om ermee op te houden als zij eraan onderdoor dreigt te gaan.

Maar nee, gelijkwaardig is deze verhouding niet meer. Dat besef ik met schaamte. Maar gelijkwaardigheid blijkt niet de enige voorwaarde voor een schitterende en loyale liefde.’

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Jack gefingeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden