InterviewJaap Krol

Jaap Krol is vakkenvuller bij Ikea en schrijver. Vreemde combinatie? Niet voor Jaap Krol

Jaap KrolBeeld Eva Roefs

Zijn verhalenbundel De hond die overstak is net uit. Tijdens zijn werk in de Ikea ziet hij mensen door de winkel sjokken en bedenkt hij er van alles bij. Een geurkaars of een badmat kan uitgroeien tot een drama. 

Jaap Krol werkt als vakkenvuller bij de Ikea in Groningen, en heeft geen hobby’s. Hij begint om zes uur in de ochtend, en is om tien uur klaar, net voordat de winkel opengaat. Zijn specialisme, althans op die afdeling is hij het meest te vinden, zijn kaarsen, vazen en kunstbloemen. Hij houdt kordaat de hoeveelheid Tidvattens, Smycka’s en Sinnligs op peil.

Dat schrijver Jaap Krol (50) geen hobby’s heeft, staat achterop De hond die overstak, zijn eersteling in het Nederlands. Daar valt ook te lezen dat hij columnist is voor Friesch Dagblad en drie boeken schreef in het Fries, waaronder de bekroonde roman M/F. Zijn debuut bevat tien verhalen waarin op uiterst secure wijze en buitencategorie droogkomisch het ongemak van de mens in verhouding met zichzelf en de ander wordt beschreven.

Er blijken meer mensen te zijn die geen hobby’s hebben, en onverbiddelijk tobben in hun naoorlogse portiekflat. De zin waarmee zo’n beetje deze polonaise van ongerief wordt samen gevat, duikt op bladzijde 92 op: ‘Faalangst is eigenlijk continu op één been staan, zodat je bij elke daaropvolgende handeling het gevaar loopt door je hoeven te zakken.’

Jaap Krol zit er klaar voor in zijn woning in een 15de-eeuws hofje in het centrum van Groningen, en heeft voor het bezoek ontbijtkoek naast de koffie gelegd. Hij woont hier twintig jaar, net zoals hij twintig jaar vakkenvuller is bij Ikea. Voor vakkenvuller heeft hij geen opleiding gevolgd, hij is godsdienstwetenschapper van beroep. Er zijn ook dagen dat hij inrijdt; dat wil zeggen dat hij ’s avonds werkt en de dozen met kaarsen, vazen en kunstbloemen klaar zet voor de vulploeg. Hij bestuurt geen heftruck. Dat durft hij niet. Ja, hij zegt het maar zoals het is.

Over het werken bij de Ikea kun je zeggen dat het saai lijkt, maar dat hij het niet saai vindt. Hij hoeft er niet bij na te denken, en dat bevalt hem wel, en als het af is, is het af. Dan fietst hij naar huis, en begint aan de schrijverij. Als je schrijft dan hoor je nergens bij, maar als vakkenvuller hoor je bij een bedrijf. Hij mocht toch mooi meemaken dat Ingvar Kamprad, de oprichter van Ikea, hem de hand schudde, bij een bezoek aan de Groningse vestiging. Niet elke schrijver kan zeggen dat hij een van de rijkste mensen op de planeet heeft ontmoet, al was het vluchtig.

Voor een schrijver zoals hij komt werken bij de Ikea bovendien goed van pas. Er valt veel te scannen, scannen naar verhalen, en naar vele soorten mensen die zich laden met problemen, die niet uitgesproken problematisch zijn maar dat zomaar kunnen worden. Dan ziet hij goedwillende mensen door de winkel sjokken, en dan bedenkt hij er van alles bij. Zo van, een vrouw die iets heeft iets gekocht, er ligt iets in haar wagentje. Ja, en dan komt ze thuis, en dan vindt hij het niks, maar hij zegt het niet, en zij voelt het wel. Zoiets blijft dan hangen in het huis, en kan zomaar een groot gevecht worden, om een badmat of een geurkaars.

Er was ook een zomer dat hij in de keukenploeg van Ikea zat, de hele dag afwassen, zwaar werk, maar hij liep er wel tegen een mogelijk verhaal aan. Zijn collega was een voormalige bodybuilder, die vaak over God sprak, terwijl de dienbladen met half afgekloven snacks of kippenborst ritmisch voorbijtrokken.

Jaap KrolBeeld Eva Roefs

Jaap Krol vindt zulke onbedoelde contrasten aangrijpend mooi, en bijkomend voordeel is dat hij het geestig en zo precies mogelijk weet op te schrijven. Hij vindt zelf dat hij snel to the point kan komen, als schrijver. Hij houdt van schrappen, hoe bondiger het wordt, hoe beter. Dat langdradige hoeft niet van hem, een verhaal kan zomaar verzanden. Hij leest liever tien krachtige korte verhalen, dan één middelmatige roman.

Als je vraagt wat een verhaal van hem zo krachtig maakt, dan is er even een diep gepeins, maar dan komt het: hij streeft ernaar personen in een verhaal op te zadelen met een schuldgevoel. Ze maken altijd een fout waar ze mee moeten dealen, en komen daarmee in de knel. Hij heeft met zijn hoofdpersonen te doen, want ze hebben niet om het leven gevraagd. Ja, hij voelt mededogen, zo oprecht als maar kan. Dat is een bewuste strategie in zijn werk, want je personages laat je niet vallen, die moet je aan de hand meenemen, zodat ze zich kunnen herpakken.

Je kunt zijn personages slachtoffer noemen van hun eigen passiviteit. Hij durft te zeggen dat hij daarin sterke verwantschap voelt met zijn personages. Hij is zelf nogal passief en staat als mens graag langs de zijlijn. Een beetje stuurs en stoïcijns voor zich uit staren, daar heeft hij geen hekel aan. Niet dat hij een echte buitenstaander is, want hij heeft wel vrienden, en een vriendin. Maar hij heeft wel keuzes gemaakt die hem buiten het gewone leven plaatsten, omdat hij zich niet toereikend achtte daaraan mee te doen.

Dat komt, en het is niet anders, omdat hij nogal een stotteraar is. Hij heeft daardoor niet altijd zin zich te verhouden tot anderen.  Met dat stotteren zit hij altijd te hannesen en te ploeteren, het maalt maar door in zijn hoofd. Tussen zijn oren heeft zich daarom het idee genesteld dat hij zichzelf niet in staat acht risico’s te nemen.

Hij is een schrijver geworden, omdat hij stottert. Negen van de tien zinnen die hij nu uitspreekt deugen van geen kant – vindt hijzelf. Maar gaat hij schrijven, dan komt het precies eruit zoals hij het bedoelt. Schrijven is een hele sterke uitlaatklep, niet voor frustraties, maar om te kunnen vertellen zonder dat hij rekening hoeft te houden met zichzelf of anderen. Het duurde wel even voordat hij in de gaten dat hij kon schrijven. Man, het is allemaal shit, dacht hij. Maar dan kwamen er mooie reacties van lezers of redacteuren, althans het werd niet afgekeurd, en dan ging hij er maar mee door. Ja, zo is hij dan ook.

Zijn verhalen spelen zich altijd af in Drachten, behalve als ze zich afspelen in Groningen, in van die nieuwbouw uit de jaren zestig. Het huis is niet oud, maar je moet het wel in de gaten houden. De mensen wonen boven op elkaar, en de kans dat het misloopt, hangt altijd in de lucht. In Drachten heeft hij gewoond tot zijn derde, maar het is nooit meer uit zijn hoofd weggegaan, terwijl er geen enkele reden is om daar in gedachten te blijven.

Het klinkt gek maar er is altijd Drachten voor Jaap Krol. Als hij een boek leest van een Duitser, Nederlander of een Zuid-Amerikaan, heeft hij altijd het gevoel dat het zich afspeelt in Drachten. Jonathan Franzens boeken? Drachten. Ian McEwan? Helemaal Drachten. Gabriel García Márquez? Eerst zijn ze in de jungle en daarna in Drachten. Hij noemt het zelf behoorlijk maf, maar het zit hem bij het lezen niet in de weg. Drachten hoort bij zijn leven. Zelfs The Beatles – zijn favoriete band – komen niet uit Liverpool maar uit Drachten.

Hij heeft er wel over nagedacht om zichzelf op te pakken, en naar werk te zoeken met meer verdieping, dan dus dat vakkenvullen bij de Ikea. Zo groeit in hem het idee om voor de klas van een basisschool te gaan staan, dat stotteren krijgt ’m niet klein, gewoon, huppetee aan de slag. Dat idee: Kom op Jaap! Zover is het nog niet, en de inspiratie die hij in Ikea opdoet, zou hij ook voor geen goud willen missen, en dan heeft hij het niet alleen over de mensen. Denk eens aan zo’n hele lege hal, dat je daar loopt als lid van de avondploeg, magisch toch. Buiten is het donker, de stad is stil, alleen het geluid van de trucks. Dan heeft Jaap Krol het gevoel dat hij in het oog van de storm zit, dat is een grootst gevoel.

Trouwens, hij wil er niet om heen draaien, dat van die hobby’s klopt niet.  Laat hij het maar eerlijk zeggen: hij heeft wel een hobby. Hij mag graag naar  klassieke muziek luisteren, en dan vooral strijkkwartetten.

Jaap Krol, De hond die overstak, uitgeverij De Kleine Uil; € 16.

Topscore

Zanger en schrijver Meindert Talsma vereeuwigde zijn vriend Jaap Krol in in het lied Hondert Punten: Ik ken een jongen/ hij heet Jaap Krol/Jaap heeft altijd de dikste lol/Altijd als hij iets heel mooi vindt/Steekt hij zijn rechterduim omhoog en dan roept hij: Hondert punten hondert punten, ik geef je hondert punten. Het schitterende lied is te vinden op de in 1996 cd uitgebrachte cd van Meindert Talsma & The Negroes, Hondert Punten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden