PostuumJules Deelder

Ja, vloek nog maar een keer: tyfustering, Jules Deelder is dood

Beeld Stephan Vanfleteren

J.A. Deelder, Rotterdammer, Nachtburgemeester, Sparta-fan, Best Geklede Nederlander maar bovenal groot dichter, is donderdag overleden. John Schoorl herdenkt de performer met plakhaar en vlinderbril die het liefst als jazzman op het podium stond. 

Had-ie net de originele plaat van trompettist Tony Fruscella op de kop getikt, die ene uit 1955 op het Atlantic-label, nummer 1220, met zwart etiket, gaat Jules Deelder godverdomme dood, op een donderdag in december. Ja, vloek nog maar een keer, tyfustering, zou Jules ook hebben gedaan. Die zat helemaal niet te wachten op zijn eigen dood.

Hij moest het trouwens allemaal nog maar zien, met die dood. Hij was niet helemaal overtuigd van zijn eigen sterfelijkheid.

Hoe langer je leeft

Hoe korter het duurt

Eind november stond-ie nog te glimmen in De Doelen in Rotterdam. Was-ie 75 geworden en moest er weer zo nodig een feessie komen. Had-ie geen zin in gehad, maar ja, je moet wat, soms. Was wel goed voor de financiën natuurlijk, want de schoorsteen moest roken in huize Deelder. Daarom was er ook een nieuw boek, Hardgin, en een eigen merk gin, Hardgin, dat als warme broodjes over de toonbank moest vliegen. 

Huppetee met die zooi!

Ik zeg het maar even, Jules Deelder (1944-2019) was een zeer groot dichter en schrijver. Trek Swingkoning (2006) maar ’ns uit de kast, met al die muziekverhalen en -gedichten. Ken niemand in Nederland wiens verhalen zo allejezus swingend zijn, to the point, up-beat en retegoed, encyclopedisch goed gedocumenteerd zonder dat de feiten je voor de voeten lopen.

Kun je wel ’m Nachtburgemeester van Rotterdam noemen of Sparta-fan, of best geklede man, performer of weet ik allemaal wat ze op zijn smoelwerk hebben geplakt. Hij was vooral een zeer groot dichter en schrijver, ik zeg het nog maar eens, van het zeldzame soort. Man, man, dat boek van hem over de Rotterdamse Bep van Klaveren, The Dutch Windmill. Noem mij iemand die een beter boksboek heeft geschreven? Nou, nee toch?

Hallo! We kwamen er dus over te spreken, net voor z’n verjaardag, over die schrijverij, op een kamer in De Doelen. Het lag ’n beetje op z’n reet, zijn eigen schrijverij. Hij had nog twee dichtregels in de aanbieding, en er nog een verhaal uitgeperst voor die nieuwe bloemlezing. Hij vond er geen reet meer aan, aan de schrijverij, en die kleinburgerlijke lui van het schrijverswezen.

Ik zal hier geen namen noemen, maar de nieuwe generatie noemde hij een stelletje zelfingenomen geparfumeerde provinciale meelballen, die veel te dikke boeken schreven over niks en nog eens niks. De gezelligheid droop er niet van af, in ’s lands zolderkamertjes.

Beeld Stephan Vanfleteren

Genoeg! Laten we het hebben over de jazz, hij had het kunnen zeggen. Want in De Doelen had-ie ook nog een Albert Heijn-tas meegenomen met platen, zeldzame jazzplaten, die wilde-ie laten horen. Hij stopte me nog eigenhandig een jazzsingletje toe. Die hebbie vast niet, wist-ie. Van een Engelse blazer, van Jamaicaanse origine. Vond-ie mooi, als je ’m niet had. En dat hij ’m wel had, maar dubbel, en dat ie ’m kon geven.

Was trouwens wel kut dat we niet gewoon in zijn platenkamer konden zitten, thuis, voor die stalen platenkast, strak gerubriceerd op jazzlabel. Geblinddoekt kon-ie ze vinden, zijn jazzplaatjes. Maar hij was net verhuisd en had de boel nog niet op orde. Trouwens, Annemarie, met wie hij al 45 jaar lang een relatie had, zag ’m aankomen.

Ging al heel snel alleen maar over jazzplaten, dat gesprek. Want over jazzplaten kun je heel goed lullen, zeker met Jules. Die had zo zijn voorkeuren. Die moest je niet lastig vallen met alles wat niet met blazers te maken had – en alsjeblaft geen zingende jazzdames, met dat gelalalala en getralala. Wat die blazers ook niet moesten doen, was een kunstje flikken, of de grote onpeilbare jazzmuzikant uithangen, met hun conservatoriumgeneuzel.

Pieehhhhhh! Blazen moest je, en niet tobben.

Als een blazer zwaar aan de middelen was geweest, van de trap lazerde, of verloren had met Russisch Roulette, had ie sowieso een streepje voor bij Jules. Van een vroege dood, in combinatie met een niet ingeloste belofte zijnde de beste trompettist te worden van het heelal, was een blazer nooit slechter geworden. Joh! Die Tony Fruscella, die was in 1969 gestorven, en wat gebeurde er op een najaarsdag in 2019? Lullen we nog steeds over, over die gast. Werd maar 42.

Zijn eigen vader, gewezen handelaar in vleeswaren, ging trouwens dood op zijn 58ste. Best vroeg, maar niet heel vroeg. Die had zijn hele leven pijn in zijn sodemieter gehad. Jules, gebruiker van talloze genotsmiddelen, stond  zich erop voor nooit pijn te hebben gekend. Een speeddate met speed had hij permanent, om de noten elke dag weer op de notenbalk te krijgen.

Wat Jules dus liever deed dan schrijven, de laatste jaren, was optreden met de band. Hij als vooruitgeschoven post op het podium, met z’n brushes, en Boris van der Lek op saxofoon ernaast, en gitarist Cok van Vuuren. Vond- ie fijn, Jules, dat het niet om hem draaide op het podium. Hij was op late leeftijd onderdeel geworden van een groter geheel.

Als Chet Baker in zijn laatste jaren, zong hij telkens een paar nummers. En als hij Vogelvrij zong, kon je een injectienaald horen vallen, zo mooi. Werd-ie toch nog op zijn ouwe dag, met de hoed op zijn zwarte plakhaar en de geblindeerde vlinderbril op zijn zinksnijder, een ouderwetse crooner.

Soms, al dromend kan ik vliegen

en al vliegend ben ik vrij

Niets te willen

Niets te weten

Niets te moeten

dan er zijn

Ik zal je zeggen, ik was even gestopt met het tikken van dit verhaal. Dat kwam omdat ik in Rennaissance, gedichten ’44-’94 zat te lezen, zijn imposante bloemlezing. Van poëzie had hij geen verstand, zei hij altijd, alleen van zijn eigen poëzie. En nog wat, aldus J.A. Deelder: Je hebt het publiek, daar schrijf je voor, en je hebt de kritiek en daar schrijf je vooral niet voor. Dus die juryleden van de P.C. Hooft en zo, laat die lekker verder slapen, dicht tegen elkaar in de hondenmand. Wat hij wel zeker wist, en wij met hem, was dat zijn gedicht voor zijn dochter Ari, tot in de eeuwigheid gelezen zal worden.

Lieve Ari

Wees niet bang

De wereld is rond

En dat istie al lang

Toch nog effe over die plaat van Tony Fruscella, want dat zat ’m nogal dwars, toen we tegenover elkaar zaten in een kamer in De Doelen. Was ie verdomme 75 geworden, had ie tienduizend jazzplaten in zijn bezit, inclusief 78-toerenplaten, maar die ene had hij dus niet, in originele staat.

Maar die ene werd ’m dus afgelopen weekeinde in zijn handen gedrukt. Er was een Nederlandse gozer in Florida, en die zijn neef was een bekende van Jules, en die had ’m gewoon thuis staan, die Fruscella uit 1955. Zeshonderd dollar kostte die – maar voor vierhonderd dollar mocht Jules ’m hebben. Afgelopen zondag was de officiële overdracht, en het is wel zeker dat hij aan de hoes heeft geroken.

Vier keer heeft-ie ’m gedraaid, Jules, op z’n eigen pick-up. Hij vergeleek ’m uitgebreid met de latere Japanse versie die hij in zijn stalen platenkast had staan, en godverdommme, hij wist het zeker, dit was het ontbrekende puzzelstukje in zijn jazzverzameling.

’T is echt waar gebeurd, ik zweer het je. 

Volgens overlevering verkeerde Jules Deelder, groot dichter en schrijver, in zeer gelukkige staat.

Meer over Jules Deelder

De hele stad rouwt om ‘oer-Rotterdammer’ Jules Deelder
De groen-witte vlag van de stad hing donderdag halfstok op het stadhuis, Sparta speelt zaterdag met rouwbanden tegen AZ: de dood van schrijver, dichter, jazzmuzikant, performer en ‘nachtburgemeester’ Jules Deelder raakte Rotterdam donderdag als een mokerslag. 

Stijlvol tot in het graf
Arno Kantelberg eert Jules Deelder, die man die zijn garderobe geheel naar eigen smaak boetseerde.

Het allermooiste gevoel is het Spartagevoel
Het Kasteel, Sparta’s karakteristieke stadion in de Rotterdamse volkswijk Spangen, bestond in 2016 honderd jaar. Deelder, fan van (bijna) het eerste uur, was natuurlijk bij de jubileumwedstrijd tegen Willem II. 

Dan ben je 75 jaar geworden, en heb je heel veel platen verzameld, maar die ene plaat dan weer niet
Jules Deelder maakte in november ter ere van 75ste verjaardag de balans op in de Volkskrant. Wat hij nog miste: die ene plaat, van die jazztrompettist. 

Deelders debuut

Jules Deelder werd ­ontdekt door Simon Vinkenoog, die de nieuwkomer in 1966 uitnodigde voor de grote dichtersmanifestatie Poëzie in Carré, waar Deelder optrad tussen grootheden als Adriaan Roland Holst en Gerard Reve. In 1969 verscheen Deelders poëziedebuut Gloria Satoria bij De Bezige Bij. Het koele, strakke omslagontwerp was van Leendert Stofbergen, die ook Deelders volgende bundels, Dag en Nacht Geopend (1970) en Boe! (1972), zou ontwerpen.

Deelders debuutbundel Glora Satoria (1969), ontworpen door Leendert Stofbergen.Beeld De Bezige Bij
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden