Italiaan heeft begrip voor kerk in zwaar weer

In Italië is de kerk van Rome een gegeven dat je hebt te aanvaarden. In Nederland verschaft de scheiding tussen kerk en staat haar een status aparte....

Voor een in Rome levende Nederlander is het seksschandaal rond de r.k. kerk de zoveelste markering van het cultureel onderscheid tussen Italië en Nederland, twee landen en volken die objectief gezien zo dicht bij elkaar staan. Samen sinds ruim vijftig jaar in de Europese organisaties en sterk economisch verbonden. Een regelmatige bezoeker van tentoonstellingen in Nederlandse musea kan vaststellen dat het toerisme niet een eenzijdige stroom is richting Toscane en het Gardameer. En Nederlanders kiezen het Italiaans het vaakst als taal buiten het schoolprogramma. Toch bestaat er een grote kloof tussen beide landen wat betreft primaire reflexen.

Te oordelen naar de publicaties in Nederlandse media is er een brede stroming die een direct verband legt tussen het celibaat en het seksueel misbruik van minderjarigen. Afschaffing van het een zou een remedie zijn voor het ander. Daarbij lijkt het nauwelijks van belang dat onderzoek op dit terrein tot nog toe geen overtuigend bewijs voor dit causale verband heeft opgeleverd. Sommige onderzoeken wijzen zelfs in tegengestelde richting: de door de kerk van Rome opgelegde discipline zou er wel eens aan hebben kunnen bijgedragen dat de cijfers daar zelfs iets gunstiger zijn dan in andere situaties waar kinderen aan de zorg van ouderen zijn toevertrouwd. Maar dat is ook helemaal niet van belang als men het celibaat toch al als een raar en onmenselijk instituut beschouwt.

Zie ik het goed, dan is de gemiddelde Italiaanse reactie een wezenlijk andere. Natuurlijk, ook de Italianen krijgen bij de confrontatie met individuele gevallen van misbruik de tranen in de ogen. Maar de vertaalslag naar het organisatorische niveau is een andere. Terecht heeft Ian Buruma er recent op gewezen dat het hier, zoals ook bij andere vormen van misbruik, gaat om macht, en dat, als die macht er niet meer is, de weg vrij is voor verzet en aanklachten. Daarmee is voor deze problematiek fundamenteel de perceptie van de kerk van Rome als een machtsorganisatie.

Voor de gemiddelde Nederlander is dat een volstrekt gepasseerd station. Maar iedere Italiaan wordt daar vrijwel dagelijks mee geconfronteerd, op de verschillende niveaus van privé en publiek (inclusief, heel uitgesproken, de politiek). Ook de krantenlezer krijgt in bladen van verschillende politieke signatuur over ieder mogelijk publiek discussiepunt te horen wat de kerk ervan vindt, en wat zij van de ‘christen’ (daarmee bedoelend het lid van de r.k. kerk) op dat punt verwacht.

Deze machtsoriëntatie is er met het verdwijnen van de christen-democratische partij in de jaren negentig zeker niet minder op geworden. Integendeel: terwijl die partij het bevoorrechte kanaal van clericale beïnvloeding was, dingen nu alle politieke partijen (behalve de Radicalen) naar de gunsten van het Vaticaan.

Voor de gemiddelde Italiaan is dit eenvoudig een fact of life dat je maar hebt te aanvaarden. En hij kan dan ook begrijpen dat die kerk zich verdedigt zoals iedere andere organisatie zich zou verdedigen. Het bekende Italiaanse cynisme ten aanzien van het morele gehalte van de kerk in de praktijk, doet daaraan geen afbreuk, maar kweekt eerder begrip voor een club die in zwaar weer is beland, en dus de rijen sluit. En over de strijdkreet van een kardinaal dat God ook in dit gevecht natuurlijk aan de zijde van de kerk van Rome staat, zal men de schouders ophalen, maar morele verontwaardiging over zo’n exorbitante claim moet men niet verwachten.

Misschien helpt het voor de ruimte die men ook hier aan de kerk laat zelfs wel dat de kerk van Rome nog steeds als primair een Italiaans instituut wordt ervaren, dat Italië prestige verleent in de hele wereld.

En dan het celibaat. Ook dat is een instrument van en voor macht, en een uiterst belangrijk instrument. Het bewust afsnijden van andere sociale en emotionele banden dan die met de kerk, in combinatie met het gebod van gehoorzaamheid onder alle omstandigheden, isoleert het individu en maakt het tot een cruciaal instrument voor de hiërarchische opbouw van die kerk.

Daarin ligt ook de verklaring voor het, in brede kring zo gelaakte, toedekken van geconstateerd misbruik in het verleden. Een organisatie die de loyaliteit van haar leden tot het uiterste monopoliseert, zal aan de interne solidariteit absolute voorrang geven, ter bescherming niet alleen van de individuele leden, maar eerst en vooral uit welbegrepen eigenbelang. Het gaat dan niet om barmhartigheid jegens de slachtoffers of zelfs jegens de daders, maar om macht, om de continuïteit van de organisatie.

En zou die kerk dan nu, nu zij onder vuur ligt, dit machtsinstrument uit handen geven?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.