ProfielSigrid Kaag

Is Sigrid Kaag de eerste vrouwelijke premier van Nederland?

Het is volgens Sigrid Kaag ‘ontzettend belangrijk’ dat er eindelijk eens een vrouwelijke premier in het Torentje zit. ‘Anders zijn we niet het land dat we zeggen dat we zijn.’Beeld Marc de Groot/ Witman Kleipool

Sigrid Kaag gaat zich volgens Haagse bronnen kandidaat stellen voor het partijleiderschap van D66. Bewonderaars zien in haar de eerste vrouwelijke premier, sceptici denken dat de verwachtingen te hooggespannen zijn. Wie is deze oud-topdiplomaat?

‘Vrouwen moeten niet op hun beurt wachten. Dat doen mannen ook niet.’

Het is begin maart, vlak voor de uitbraak van het coronavirus. Sigrid Kaag spreekt in een filmhuis in Den Haag over vrouwen in de politiek. Wie de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking daar hoort praten, kan al bijna niet anders concluderen dan dat ze zich gaat melden voor het partijleiderschap van D66.

Ze maant het overwegend vrouwelijke publiek om niet aan de zijlijn te blijven staan, om niet in de rol van ‘cheerleader’ te vervallen. ‘Vrouwen moeten uitstralen dat ze heel wat te bieden hebben. Wees niet bang voor afwijzingen. Vat die niet persoonlijk op. Ik ben zo vaak afgewezen in mijn loopbaan, maar altijd kwam er iets mooiers voor in de plaats.’

Het is volgens Kaag ook ‘ontzettend belangrijk’ dat er eindelijk eens een vrouwelijke premier in het Torentje zit. ‘Anders zijn we niet het land dat we zeggen dat we zijn. Het is niet uit te leggen dat het nog steeds niet is gebeurd.’

Het publiek in de bioscoopzaal reageert met instemmend geroezemoes en applaus. Kaag spreekt uit de losse pols, bijna associatief. Geregeld buitelen half afgemaakte zinnen in ijltempo over elkaar heen. ‘Ik praat altijd veel te snel’, zegt ze zelf, maar het is er niet van gekomen om meer te oefenen op haar presentatie. ‘Ik ben langzamerhand op een leeftijd gekomen dat je lak hebt aan alles, zoals mijn moeder vroeger zei.’

Die indruk wekt ze niet bij haar entree op het Binnenhof in 2017. Haar benoeming leidt meteen tot rumoer. De Nederlandse afdeling van de Likoedpartij van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu stuurt als haar ministerschap bekend wordt een oproep rond: ‘Geen terrorismevereerder in het nieuwe kabinet.’

In het stuk staan niet alleen verwijzingen naar haar man Anis Al-Qaq, een tandarts die enkele jaren onderminister was onder Yasser Arafat, maar ook naar Kaags vier kinderen. ‘Die lijken pro-terreur te zijn opgevoed’, stelt Likoed. Als bewijs dient een tweet over een Palestijnse intifadaleider die haar dochter Janna had geliket.

Kaag is zichtbaar aangedaan door de ‘shitstorm’ die haar gezin over zich heen krijgt op sociale media. Ze verdedigt haar echtgenoot, die zich altijd zou hebben ingezet voor vrede, maar is tegelijkertijd verbolgen dat ze daartoe wordt gedwongen. ‘Ik heb aan niemand iets uit te leggen.’ Kaag bespeurt ook bekrompenheid. ‘Een mannelijke minister was dit nooit overkomen.’ En: ‘Dit gebeurt alleen in Nederland.’

De D66-bewindsvrouw heeft het merendeel van haar leven buiten Nederland doorgebracht. Haar jeugd in Zeist is allesbehalve makkelijk. Kaags moeder wordt deels doof en blind na een hersentumor en houdt de rest van haar leven motorische problemen. Haar vader lijdt aan depressiviteit. Kaag wordt rond haar 12de een half jaar ondergebracht bij een pleeggezin. Haar zus komt in een ander gezin terecht. In die periode leert Kaag naar eigen zeggen om door te gaan na tegenslag en ‘om alles uit het leven te halen wat erin zit’.

Haar blik is al snel gericht op het buitenland. Ze studeert Arabisch en Midden-Oostenstudies in Leiden, Caïro en Oxford. Even lijkt ze te kiezen voor een carrière in de zakenwereld, maar na twee jaar bij Shell in Londen meldt ze zich aan bij de diplomatenopleiding van Buitenlandse Zaken. Bij werkbezoeken aan Jeruzalem leert ze haar toekomstige man Al-Qaq kennen. Als ze met hem trouwt, verliest Kaag haar vertrouwensfunctie op de politieke afdeling van het departement. Niet veel later vertrekt de jonge diplomaat naar Jeruzalem.

Kaag vindt daar in 1994 werk bij de vluchtelingenorganisatie van de VN, UNRWA. Het is het begin van een lange carrière bij de VN met uiteenlopende standplaatsen als Genève, Khartoum, Amman, Beirut en New York.

Nederland krijgt amper iets mee van de opmars van Kaag, maar internationaal groeit haar statuur. Thomas Davin werkte tussen 2008 en 2010 als regionaal hoofd rampenbestrijding met Kaag in Amman, waar Kaag Unicef-regiodirecteur was voor de regio Midden-Oosten en Noord-Afrika. Ze worden goede vrienden. Davin noemt haar ‘erg gedreven, extreem hardwerkend en dapper’. ‘Ze zegt soms dingen die haar gesprekspartners niet willen horen, maar toch gezegd moeten worden. Ze vraagt veel van zichzelf en van anderen.’

Als voorbeeld van haar diplomatieke talent noemt hij de Israëlische inval in Gaza begin 2009. ‘Ze wist onder heel moeilijke omstandigheden, en vanwege haar familie ook met risico voor haar geloofwaardigheid, een respectvolle relatie met de Israëlische en de Palestijnse overheid op te bouwen. En bleef apolitiek door zich als Unicefvertegenwoordiger louter uit te spreken over kinderrechten.’

Volgens Davin is Kaag ‘de belichaming van een vrouwelijke leider die niet haar gezin of de opvoeding van de kinderen heeft opgeofferd. Ze is heel duidelijk over haar prioriteiten. Ik herinner me dat ze, terwijl ze heel hard werkte, zou zeggen: ‘Ik ben er vanmiddag niet, want ik ga met Adam naar de sportclub.’ Of: ‘Ik ga met Inas naar een recital.’ Ze was heel duidelijk over haar prioriteiten, omdat haar werk haar huis en gezin raakte. Ik was erg onder de indruk dat ze ondanks dat werk zo dicht bij en zo verbonden met haar kinderen bleef.’

Vivian Lopez, die ook onder Kaag werkte in Amman, looft haar als een van de ‘dapperdere stemmen’ binnen de VN die zich durfde uit te spreken als kinderrechten onder vuur lagen. ‘Zij is een leider: politiek onderlegd maar ook recht voor d’r raap. Sigrid was altijd een voorvechter voor de Palestijnse zaak, altijd.’

Volgens Lopez deed ze dat bij Unicef vooral door de schijnwerpers te richten op het lot van Palestijnse jongeren in de Palestijnse gebieden, ‘maar ook in Syrië, Jordanië en Libanon’. ‘Ze wist fenomenaal onder de aandacht te brengen waarmee deze jongeren te maken kregen.’

Kaag is niet bang risico’s te nemen, zegt Lopez. Dat doet ze onder meer door in de bureaucratische omgeving van de VN-organisaties jonge mensen aan te nemen op hogere functies. En ze weet van geen wijken. ‘Ze probeert haar doelen te bereiken en als je in de weg staat, walst ze over je heen. Dat vindt niet iedereen leuk, maar dat heb je nodig om iets te bereiken.’

Kaag komt bij VN-watchers in het vizier als ze naar New York verhuist om aan de slag te gaan als assistent secretaris-generaal bij het ontwikkelingsprogramma UNDP, de grootste organisatie van de VN. Ze dient daar onder de ex-premier van Nieuw-Zeeland, Helen Clarck, een volgens Kaag ‘geweldige vrouw’ die ook andere vrouwen stimuleert hoge functies te vervullen.

De grote doorbraak komt als secretaris-generaal Ban Ki-moon haar eind 2013 uitkiest om de missie voor de ontmanteling van chemische wapens in Syrië te leiden. Kaag is goed thuis in de regio en spreekt vloeiend Arabisch. Ook heeft ze dan al ‘een reputatie opgebouwd van een pragmatische bestuurder die dingen gedaan krijgt’, zegt VN-watcher Richard Gowan.

Door de missie vergaart Kaag internationale bekendheid. Ook in Nederland groeit dan de belangstelling voor de vrouw die onderhandelt met Assad over zijn wapenarsenaal.

De wijze waarop ze deze netelige missie uitvoert, levert haar veel lof op. Maar diplomatiedeskundige Robert van de Roer plaatst een kanttekening: ‘Die hele VN-missie was een Russische truc om de Amerikanen (die een rode streep hadden getrokken bij het gebruik van chemische wapens door Assad en militair ingrijpen overwogen, red.) het bos in te sturen. Kaag heeft de geregistreerde wapens opgehaald, ja, maar zeker niet de dictator Assad ontwapend. Kijk maar naar Assads vele chemische aanvallen daarna. In dat grote spel heeft ze zich niet goed staande gehouden. Ze werd als keurige VN-diplomaat bij de neus genomen door de kwaadaardige partijen op de grond.’

Toch is ze er goed uitgekomen, ‘net zoals Srebrenica en Rwanda destijds ook niet aan VN-chef Kofi Annan bleven plakken’. Van de Roer: ‘Dat geeft toch aan dat ze in Nederland van een buitencategorie is. Dat vind ik knap, het is onderdeel van haar statuur. Zij is heel goed in diplomatieke communicatie – qua flair zelfs beter dan (de oud-diplomaten en oud-ministers van Buitenlandse Zaken, red.) Jaap de Hoop Scheffer en Ben Bot.’

De oud-Syriëgezant Nikolaos van Dam vindt dat ze in Syrië haar taak ‘uitstekend’ heeft gedaan. ‘Dat er daarna nog chemische wapens bleken te zijn, kun je haar niet verwijten.’ Een van de effecten van de missie was dat Assad weer een beetje salonfähig werd, zegt Van Dam. ‘Sommige landen, onder andere de Verenigde Staten onder Obama maar ook Groot-Brittannië, hadden een grote broek aangetrokken (over militair ingrijpen, red.)’, zegt Van Dam, ‘maar dat is altijd bij woorden gebleven.’

Van Dam, die als gezant Kaag opzocht in Beirut om van haar te horen wat haar indruk was van Assad, noemt haar ‘iemand van de hoogste kwaliteit’. ‘Ze is heel sterk, heel veelzijdig. Ze is niet lineair, maar weegt alle aspecten mee.’

Ook Gowan is minder kritisch. ‘Kaag schakelde heel behendig tussen Syrië en de grootmachten VS en Rusland. De missie heeft meer opgeleverd dan menigeen voor mogelijk hield, maar misschien had er meer aan verwachtingsmanagement gedaan moeten worden over welke chemische wapens precies verdwenen.’

Door de missie in Syrië komt Kaag volgens Gowan bovendrijven als een van de weinige sterren in het fletse tijdperk van Ban Ki-moon. Ze wordt zelfs even genoemd als een potentiële opvolger van de secretaris-generaal. Lopez beaamt dat er met regelmaat geruchten zijn en wordt gespeculeerd over de vraag wanneer de Verenigde Naties eindelijk door een vrouw zullen worden geleid. ‘Zij zou een van de namen zijn.’

Diplomatiedeskundige Robert van de Roer herinnert zich dat Kaag in 2015 nog geen onderdak had bij een politieke partij. ‘Ik deed toen een publiek interview met haar in Den Haag, waarin zij behendig omging met allerlei lastige vragen over haar VN-ontwapeningsmissie in Syrië. Toen ik na afloop aan haar vroeg of ze geen minister van Buitenlandse Zaken wilde worden, reageerde ze in de trant van: voor welke partij dan?’ Ook tegen een andere speler in het Haagse circuit zegt ze in 2015 dat ze nog geen keus voor een politieke partij heeft gemaakt.

Pas op 1 januari 2017 wordt Kaag ingeschreven bij D66. Volgens een vertrouweling was ze ook al eens in 2009 lid, maar verliep haar lidmaatschap ergens in 2013 na het overlijden van haar moeder. Daarna zou er iets misgelopen zijn in de administratie.

Na de verkiezingen van maart 2017 is duidelijk dat D66 zich eindelijk weer eens kan opmaken voor kabinetsdeelname, maar de hoofdprijs gaat tijdens de formatie van Rutte III aan Kaags neus voorbij. Doordat de VVD Buitenlandse Zaken claimt, blijft voor de VN-diplomaat alleen de ‘juniorpost’ van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over.

In de commentaren wordt Kaag dan nog als een bedrijfsrisico gezien. Vóór haar aantreden heeft ze gepleit voor een ruimhartiger asielbeleid dan het kabinet-Rutte III nu voorstaat. Zal de nieuwkomer zich wel conformeren aan het regeringsbeleid waarin ontwikkelingssamenwerking vooral wordt ingezet als middel om migratie te ontmoedigen?

Kaag opereert na haar aantreden omzichtig. In de spaarzame interviews die ze geeft, weegt ze haar woorden zodra een kwestie aan het regeerakkoord raakt. Op geen enkel moment distantieert ze zich van het kabinetsbeleid. Toch slaagt de D66-bewindsvrouw erin geloofwaardig te blijven voor haar progressieve achterban.

‘Dat ontwikkelingssamenwerking in dienst is komen te staan van een anti-immigratieagenda is al voor haar komst ingezet’, zegt Tineke Ceelen, directeur van Stichting Vluchteling. ‘Voor mij is Kaag de hoop in bange dagen. Ze kan niet helemaal haar eigen koers varen, maar ze probeert wel bij te sturen.’

In de Abel Herzberglezing van najaar 2018 riep Kaag mensen op zich luidruchtig te verzetten tegen racisme, nationalisme en tribaal identiteitsdenken. Die rede wekte de toorn van rechts Nederland, terwijl ze juist voor veel anderen een welkome verademing was. Ceelen behoort tot de laatste categorie. ‘Ik heb toen mijn auto langs de weg geparkeerd om goed te kunnen luisteren. In die lezing zat alles. Ze is niet van mijn partij, maar als Kaag D66 gaat leiden, zal ik op haar stemmen. Ze zal alles geven om medemenselijkheid bovenaan te zetten, om niet te polariseren, om te verbinden.’

Nederland te klein 

De D66-bewindsvrouw toont zich in de dagelijkse praktijk ook een veeleisende bestuurder. Op reis in de Hoorn van Afrika gooit ze dit jaar bijvoorbeeld het programma op het allerlaatste moment om. Het plaatselijke ambassadepersoneel moet in Khartoem bijna smeken om toch een geplande tocht langs graffitischilderingen te maken, waarmee de revolutie tegen de dictator Omar al-Bashir wordt herdacht. Kaag gaat uiteindelijk akkoord, maar het tripje mag van haar maximaal vijf minuten duren.

De D66-bewindsvrouw wekt bij medewerkers soms de indruk dat Nederland te klein voor haar is. Een ambtenaar herinnert zich hoe de nieuwe minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking vlak naar haar aantreden de spot dreef met het Engels dat sommige Nederlands ondernemers in het buitenland spreken. Zelfs binnen de D66 zijn er twijfels of ze zich wel wezenlijk interesseert voor onderwerpen als pensioenen, koopkracht en hypotheekrenteaftrek.

Als minister is Kaag amper getest. Ze heeft geen grote debatten gevoerd, met uitzondering van die over het handelsverdrag met Canada (Ceta). In dat uitputtende debat valt ze steeds terug op het verschil tussen de ‘feiten’ en de verhalen over wat er achter Ceta zit. ‘Er is een onvolledig beeld geschetst van Ceta. Zorgen hebben is een ding, feiten een ander. Soms is het ook een vraag of men het wíl horen en van koers wil veranderen.’ Ze combineert haar idealisme aan realisme: ‘Er is geen perfectie op deze aarde.’ Deze zomer moet blijken of ze Ceta alsnog door de Eerste Kamer kan slepen.

Ondertussen heeft niemand Kaag nog aan tand gevoeld over de financiële en sociaal-economische dossiers die zo vaak overheersen tijdens Nederlandse verkiezingscampagnes.

D66-leden deert het niet. De speeches die Kaag geeft op partijcongressen leveren steevast staande ovaties op. Ze praat vooral over de gevaren van populisme, polarisatie en nationalisme, maar heel concreet wordt het zelden. ‘Wat zegt ze nou precies?’, vraagt een partijgenoot zich af die enigszins verwonderd is door de ‘Kaagmania’ binnen D66.

Een ander risico van een eventueel lijsttrekkerschap is dat Kaag bij het grote publiek relatief onbekend is. Kaag zelf geeft dat ook toe: in haar nieuwe woonplaats Den Haag wordt ze zelden op straat herkend. Uit een peiling van I&O Research uit maart blijkt dat slechts 48 procent van de kiezers haar kent. Tegelijkertijd is ze een van de hoogst gewaardeerde ministers van het kabinet. Uit onderzoeken blijkt bovendien dat juist progressieve kiezers bereid zijn om van partij te wisselen als ze daarmee een vrouwelijke lijsttrekker kunnen steunen.

Bij concurrerende partijen zien ze desondanks nog genoeg kwetsbare kanten. Een minister boezemt al snel ontzag in, maar dat kan snel vervliegen als iemand eenmaal afdaalt naar de modderpoel waar politici moeten strijden om stemmen, zo laat een rivaal weten. De PvdA dacht in 2017 met vicepremier Lodewijk Asscher ook een premierskandidaat in huis te hebben, maar eenmaal lijsttrekker kwam hij bij debatten aanvankelijk houterig en regentesk over. Eerder ging het ook mis bij Job Cohen, die maar niet kon wennen aan het politieke hanengevecht.

Er worden ook vergelijkingen met Femke Halsema getrokken. Als GroenLinks-leider was zij ‘een medialieveling’, maar het grote publiek was minder enthousiast. ‘Ik moet nog zien of Kaag ook buiten de Randstad aanslaat’, zegt een Kamerlid van een rivaliserende partij. Dat soort kritiek valt meer te horen in Den Haag. Een ambtenaar die voor haar heeft gewerkt zegt: ‘De instincten van Kaag zijn diep elitair.’

In de D66-top delen ze die zorgen niet. Daar wordt Kaag gezien als iemand die razendsnel leert en bestand is tegen druk.

Kaag zelf houdt er in elk geval al rekening mee dat ze ook als eventuele lijsttrekker weerstand zal oproepen. ‘Een man is al snel daadkrachtig, een echte executive, iemand die ergens voor staat’, zegt ze in maart. ‘Een vrouw is juist kribbig, een heks of een kenau – al die ouderwetse woorden komen dan opeens naar boven.’

Zeker als haar gezin erbij wordt betrokken, went de kritiek nooit, erkent Kaag. Mede daarom heeft ze Twitter allang opgegeven. Toch hoeven haar concurrenten er niet op te hopen dat ze snel opgeeft. 

‘Uiteindelijk ga je gewoon door.’

Alle seinen op groen voor Kaag als D66-lijsttrekker

Sigrid Kaag heeft de knoop doorgehakt: de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zal zich volgens ingewijden op korte termijn melden als toekomstig lijsttrekker van D66. Serieuze concurrentie wordt er niet verwacht.

Het nieuwe motto van D66: Wachten op Kaag

Kandidaten voor het D66-partijleiderschap kunnen zich vanaf volgende week melden. Het afhaken van vicepremier Kajsa Ollongren was ingecalculeerd. Maar wat gaat de gedoodverfde favoriet Sigrid Kaag doen? ‘Ik denk dat ze iedereen gaat verrassen.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden