InterviewBelle van Heerikhuizen

Is de mens goed of slecht? Een cruciale vraag voor theaterregisseur Belle van Heerikhuizen

Belle van HeerikhuizenBeeld Passian Smit/Sticky Stuff

Je kunt elk moment besluiten om het goede te proberen in een slechte wereld. Dat uitgangspunt komt terug in bijna alle voorstellingen van regisseur Belle van Heerikhuizen. Nu ook weer in Alles komt goed, over een stad in isolatie vanwege een dodelijke ziekte. 

Zie regisseur Belle van Heerikhuizen (28) bezig in de repetitieruimte van theatergezelschap Orkater en je ziet iemand die onmiskenbaar plezier heeft in haar vak. Spreekt een acteur een geslaagde monoloog uit, dan klapt ze in haar handen. Doet een muzikant een goede vondst, dan maakt ze enthousiaste sprongetjes. Je ziet ook iemand die het lukt een acteur op woensdagochtend om kwart over 11 even boven zichzelf uit te laten stijgen, door simpelweg te zeggen: ‘Ik wil tóch dat je het nog een keer probeert.’

Van Heerikhuizen wordt beschouwd als een van de getalenteerdste jonge theatermakers van Nederland. Ze is amper vier jaar afgestudeerd aan de toneelschool en heeft al meer dan tien regies op haar naam staan, waaronder het ‘zelfmoorddrama’ Sweet Sixteen, het hoorspel Wannsee (over de Wannsee-conferentie in 1942, waar het besluit werd genomen alle Europese Joden uit te roeien) en Een lolita, naar het boek van Nabokov, waarmee ze de Ton Lutz-prijs won voor de beste afstuderende regisseur.

Nu regisseert ze bij Orkater Alles komt goed, een muziektheatervoorstelling over, niet toevallig, een stad in isolatie vanwege een dodelijke ziekte. Orkater-acteurs Leopold Witte (61) en Geert Lageveen (59) schreven het stuk en nemen ook twee belangrijke rollen voor hun rekening. ‘Het gaat nergens letterlijk over corona’, zegt Van Heerikhuizen over de voorstelling, die gebaseerd is op Camus’ roman De Pest uit 1947. ‘Maar zonder corona was deze voorstelling er niet geweest. We waren met iets anders bezig. Toen Nederland in lockdown ging, hebben we de boel omgegooid. Het is superinteressant om met zo’n klassiek verhaal zo veel te kunnen zeggen over onze tijd.’

In de grote keuken van Orkater drinkt Van Heerikhuizen van haar thee; ze neemt tijd voor dit interview terwijl de acteurs binnendruppelen om beneden in het repetitielokaal alvast aan de slag te gaan. Op de vraag of ze vroeger als kind al graag de regie nam, antwoordt ze lachend: ‘Als mijn broertje, mijn beste vriendin en ik gingen spelen, wist ik het altijd zo te draaien dat we een toneelstukje gingen doen, ja.’

Ze duikt net wat dieper in haar jeugdherinneringen als Leopold Witte, bij de koffiemachine, inbreekt. ‘Had je het gehoord? We gaan tóch twee weken repeteren op Oerol.’ Van Heerikhuizen trekt geamuseerd een wenkbrauw op. ‘Uh, ja? Maar vind je dit het goede moment om dat te vertellen?’

Well done, Belle – je zult maar 28 zijn en doorgewinterde Orkaterveteranen moeten regisseren in hun eigen clubhuis. Het gaat haar heel natuurlijk af, zegt ze. ‘Al van kleins af aan wilde ik actrice worden. Ik heb een acht jaar oudere neef die op de filmacademie zat en ik mocht weleens een rolletje spelen. Vervolgens ging ik naar de jeugdtheaterschool. Daar viel het kwartje: film is leuk, maar theater, dat is mijn wereld.’

Belle van HeerikhuizenBeeld Passian Smit/Sticky Stuff

Na het vwo in Amsterdam, waar ze opgroeide in een muzikaal gezin – vader moleculair bioloog, moeder lerares Nederlands, beide actief in orkestjes, een strijkkwartet, een klezmermuziekgroep – toog ze naar drie toneelscholen om auditie te doen. Voor de acteursopleiding, toen nog. ‘Ik werd overal afgewezen. In Maastricht zeiden ze: ‘Je tekstbehandeling is eng goed voor een 17-jarige, maar dat lichaam, tja, dat werkt niet mee.’ Toen ben ik bij Crea (cultureel studentencentrum, red.) een dansworkshop gaan volgen. Het afschuwelijkste wat ik ooit heb gedaan.’

Na een tussenjaar – amateurtoneel in Amsterdam, vrijwilligerswerk in Nepal, ‘het voelde helemaal niet goed om na een paar weken alweer uit zo’n weeshuis weg te gaan, je bent een passant’ – probeerde ze het opnieuw. In Maastricht switchte ze tijdens de auditieweek van de acteursopleiding naar de regisseursopleiding. Dat was de gouden greep; ze voelde meteen dat ‘alles klopte’ en werd zonder voorbehoud aangenomen. ‘Als acteur had ik overal een mening over, maar ik snapte dat dat niet handig is en dus hield ik me in. Nu was het mijn ról om opvattingen te hebben over het stuk – dat voelde veel beter. Ik dacht altijd dat ik over een hoge muur moest klimmen om op de toneelschool te komen, maar naar de regieopleiding lag er een wandelpad.’

Al gaan haar voorstellingen tot nu toe vooral over zware onderwerpen – suïcide, oorlog, geweld in relaties – ze is altijd op zoek naar ‘een grote menselijkheid’, zegt Van Heerikhuizen. Neem Een lolita, waarin ze acteurs Hugo Koolschijn (destijds 70) en Mirre Licht (destijds 15) regisseerde. ‘Humbert Humbert is goedbeschouwd een pedofiel, maar door zijn verhaal waarachtig te vertellen, gaat het publiek toch iets van hem begrijpen.’

Voor Wannsee verdiepte ze zich in de psyche van de nazi’s die de Holocaust ontketenden, een onderwerp waarover door sommige van haar Joodse familieleden zorgvuldig werd gezwegen. ‘Dat werkt generaties lang door. Mijn moeder mocht als kind nooit huilen, want dat geluid deed mijn opa aan de oorlog denken. Met hem kon je daar beslist niet over praten. De oorlog was een dichte deur.’

Belle van HeerikhuizenBeeld Passian Smit/Sticky Stuff

Het hoorspel baseerde ze op notulen die bestaan van de Wannsee-conferentie – ‘het woord doet me altijd aan waanzin denken’. Daaruit valt af te lezen dat de gaskamers aan een vergadertafel zijn bedacht. Vormt dat voor haar niet het ultieme bewijs dat de mens slecht is? Of neigt ze toch meer naar de hoopvolle benadering van Alles komt goed? Daarin bieden schrijvers Witte en Lageveen nadrukkelijk plaats voor Rutger Bregmans credo dat de meeste mensen deugen – in het door pest getroffen stadje helpen de mensen elkaar.

Van Heerikhuizen hoeft niet lang te denken over het antwoord. ‘Wannsee heb ik met jonge acteurs gemaakt met wie ik enorm gediscussieerd heb. Ik wil graag geloven dat wij mensen van de geschiedenis leren. De anderen leek dat een totale illusie, die zeiden: ‘En Wilders met zijn ‘minder, minder, minder’ dan?’ Tja, daar hadden ze een punt, maar toch: ik was de optimist in dat gezelschap. Nu, bij Alles komt goed, ben ik juist een beetje de tegenhanger van Geert en Leopold, die graag dat positieve mensbeeld uitdragen. Zij zijn allebei vader, we hebben laatst een heel gesprek gehad over kinderen krijgen. Ik kan me goed voorstellen dat jonge mensen nu besluiten niet aan kinderen te beginnen omdat de wereld toch naar de klote gaat.’

Van nature goed of slecht – de mens heeft keuzevrijheid, zegt ze, en dat is voor haar cruciaal. ‘Je kunt elk moment besluiten het goede te proberen in een slechte wereld. Op de een of andere manier komt dat uitgangspunt in bijna al mijn voorstellingen terug. Ze zijn misschien… – nu aarzelt ze wel, om dat grote woord – ‘louterend. Mensen huilen vaak, er gaat kennelijk iets open waardoor ze met elkaar gaan praten over dingen die onbewust al in hen leefden.’ Dan is de regisseur in haar tevreden. ‘Ik zie theater als een opstapje naar het gesprek in de foyer.’

Alles komt goed van Orkater toert van 9 oktober t/m 12 december door het land. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden