Ironie

De serie Mooi Geweest is een goed voorbeeld van ontspoorde ironie. Niemand neemt de ander nog serieus. Zo wordt communicatie erg vermoeiend, meent Ariejan Korteweg....

WE dreigen een volgende eeuw in te gaan, terwijl er van deze eeuw nog heel wat werk is blijven liggen. Schiphol, de VARA, het milieu (in het bijzonder: het weer), het beeldinstituut, het gras in de Arena - het is allemaal nog niet goed geregeld. Eigenlijk is het een schandaal om een nieuw tijdperk in te gaan als er nog zoveel moet gebeuren.

Veel van dat achterstallig onderhoud wordt veroorzaakt doordat mensen elkaar niet goed begrijpen. Bijvoorbeeld:

De een zegt: 'Wat dacht je van Schiphol in zee?'

De ander: 'Ja, wat dacht jij van Europoort in de Achterhoek?'

De een: 'Nee, maar serieus.'

De ander: 'Zielig voor de vogels.'

De een: 'Meen je dat nou?'

De ander: 'Echt! Die overleven dat niet.'

De een (met stemverheffing): 'Dat dankt je de koekoek.'

Als de een de ander niet letterlijk neemt, komen de misverstanden de wereld in.

Deze rubriek is een mooi voorbeeld daarvan. Er is in Mooi Geweest de afgelopen weken een reeks zinnige voorstellen gedaan, teneinde met minder bepakking de volgende eeuw in te gaan. Ouderwetse vormen van samenwerking als daar zijn Europese Unie, poldermodel, old boys network, provincie en Champions League - we kunnen ze missen als kiespijn. Mondigheid, emancipatie en gelijkheid - aanstonds zijn het idealen van een voorbije eeuw. Televisie (en dus omroepverenigingen), cadeaus en vorstenhuizen? Who needs them! Om nog maar te zwijgen van de avant garde, die eigenlijk zichzelf al had opgeheven. Had de rubriek langer geduurd, dan waren ook de naaldhak, de straatverlichting, de auto en de democratie gesneuveld.

De meest altruïstische schoonmaakwoede sprak uit de oproep elders op deze pagina om de krant niet met ons mee de drempel van het volgende millennium over te zeulen. Dat was nog eens een waarachtig gebaar van zelfverloochening: Lieve lezer, ik weet het het, ik ben te veel. Laat mij hier maar liggen, in deze oude, vermoeide eeuw! Laat de winterstormen mijn papier voortjagen, laat de regen mijn inkt doorweken, de visboer gebruikt voortaan maar een cellofaantje.

Behartenswaardige oproepen waren het, stuk voor stuk. Toch is de kans bitter klein dat een van die oproepen zal worden opgevolgd. Men leest, men haalt de schouders op en gaat over tot de orde van de dag: een kaartje voor Feyenoord-Lazio kopen om cadeau te geven aan een mondige old boy uit de provincie.

Men weigert, kortom, de oproepen au serieux te nemen. Waarom? Omdat men zich niet voor kan stellen dat iemand zulke dingen zou kunnen menen. Omdat men eenvoudigweg niet meer bereid is de verwoording van andermans gedachten letterlijk te nemen.

Ironie is de ziekte van deze tijd. De diagnose is van de dichter Rutger Kopland. En hij heeft groot gelijk. Al waren reeds de oude Grieken bekend met het fenomeen (eirooneia - ontveinzing), en waren ook de Franse schrijvers van de vorige eeuw er verzot op. Het is geen toeval dat juist nu de ironie weer regeert. Wie dagelijks een strijd om het bestaan moet leveren, kan wellicht in cynisme vervallen, maar zal aan de subtiliteiten van ironische communicatie zijn energie niet willen verspillen. Ironie is een welvaartsaandoening.

Journalist H.J.A. Hofland heeft eens voorgesteld een ironieteken in te voeren. Een groter plezier had hij de ironie-hater niet kunnen doen. Alle dubbelzinnigheid die als zodanig wordt benoemd, is immers op slag krachteloos. Op dat teken wordt nog steeds gewacht.

Bij contact van mens tot mens kan de mimiek als zodanig dienst doen. Met een frons in het voorhoofd, opgetrokken wenkbrauwen, een scheve mondhoek en desnoods nog een knipoog eroverheen kunnen mogelijk verkeerd opgevatte woorden alsnog van de juiste lading worden voorzien. De groeiende welvaart bracht ons de opkomst van de e-mail en mobiel telefoneren en de afname van gesprekken onder vier ogen. Dat doet een zodanig beroep op intonatie, woordkeus en inlevingsvermogen, dat de kans op misverstanden steeds groter wordt.

Ironie bestaat bij de gratie van het ongewisse. Tussen spreker en luisteraar wordt een witte vlek in stand gehouden, een schemerzone waar het krioelt van de betekenissen, zonder dat er eentje de overhand krijgt. Ironie is goed bedoelen en kwaad spreken, welgemeende slechte raad geven, de ander het graf in prijzen.

Ironie is de weelde te praten in de overtuiging dat de ander je zal begrijpen, ongeacht wat je zegt (en zo niet, dan is het nog niet erg). Ironie is te schrijven voor verwante geesten, die kunnen lezen wat tussen de regels staat. Ironie kost tijd, vergt inspanning en vraagt begrip.

Die weelde kunnen we ons in het aangezicht van een nieuwe eeuw niet permitteren. Laten we daarom de ironie naast de televisie, de krant en het poldermodel bij het grof vuil zetten. Dan zullen we elkaar eindelijk begrijpen.

Toch?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden