InterviewIne Boermans

Ine Boermans: ‘Ik kan goed leven met het feit dat niet alles goedkomt’

Ine Boermans (44) schreef het tragidroogkomische debuut Een opsomming van tekortkomingen, over het gemis van familie. ‘Droevigheid en humor gaan bij uitstek goed samen.’

Ine Boermans
 Beeld Frank Ruiter
Ine BoermansBeeld Frank Ruiter

Feit of fictie? (1)

‘Fictie. Lot, de hoofdpersoon in mijn boek, kampt met angsten en dwanggedachten en heeft weinig familiegeluk gekend. Haar ouders zijn gescheiden. Ze heeft een narcistische vader die haar lange brieven stuurt waarin hij al zijn teleurstellingen over haar opsomt. Ik kan over al die dingen meepraten, maar wat ik op de werkelijkheid heb gebaseerd is door de zeef van proza gehaald.

‘Van familie heb ik altijd een romantisch beeld gehad, je familie als onvoorwaardelijk vangnet, een clubje waarbinnen je je nooit alleen voelt. Ik weet dat ik het idealiseer; ook binnen een grote familie kun je eenzaam zijn of worstelen.

‘Zelf ben ik enig kind, mijn ouders gingen uit elkaar toen ik 4 jaar was, mijn moeder overleed toen ik 21 was. Daarna was het contact met mijn vader stroef en onregelmatig, en de laatste jaren is er helemaal geen contact. Ik heb geen tantes en ooms met wie ik een band heb. Als er geen familie is met wie je herinneringen deelt, ben je ook alleen in je verdriet. De rust van iemand die er altijd voor je zal zijn, die miste ik. Zelf kreeg ik twee zoons. Met zijn tweeën zijn, dat is iets wat ik ze graag wilde geven.’

Kunstacademie of Schrijversvakschool?

‘De kunstacademie. Ik heb er geleerd hoe vrij je kunt denken, en dat je die ruimte ook voor jezelf moet opeisen. Doe maar, zeiden de docenten, dan zien we wel hoe het uitpakt. Ik studeerde nieuwe media aan Minerva in Groningen, installatiekunst. Ik ben helemaal niet technisch, dus ik voelde me altijd afhankelijk van de nerds in mijn klas.

‘Familie was ook een thema in mijn installaties. In een van mijn werken liet ik bijvoorbeeld berichten achter aan het antwoordapparaat van mijn moeder – de enige opname van haar stem die ik na haar dood had.

‘Op de academie merkte ik al dat ik goed ben in het verzinnen van concepten en minder in de uitvoering ervan. Ik heb pas laat ontdekt dat ik mezelf makkelijker kan uiten als schrijver. Mijn eerste verhaal schreef ik op mijn 37ste, een klucht over een man die na een kerstborrel dronken naar huis probeert te komen. Daarmee schreef ik me in voor een beginnerscursus bij Nicolien Mizee, en later ging ik naar de Schrijversvakschool.’

Zwaarmoedig of luchtig?

‘Droevigheid en humor gaan bij uitstek goed samen. In mijn boek, maar ook in mijn hoofd: ik kan best somber zijn – niet depressief trouwens, ik ben nooit depressief geweest – en vanuit de somberte hard lachen. Ik heb vaak liefdesverdriet gehad, en dan lag ik uiteindelijk als een dweil op de bank van een vriendin te lachen om mijn aanstellerigheid. Je weet dat liefdesverdriet altijd weer overgaat – in die zin is het ook een soort luxe zwelgen.’

Erover schrijven of erover praten?

‘Erover schrijven, maar ik kan iedereen een therapeut aanraden. De hoofdpersoon in mijn boek was zonder de aanmoedigingen van haar psycholoog waarschijnlijk niet gaan schrijven. In mijn persoonlijke leven heeft dat misschien ook wel een rol gespeeld, al ben ik zelf geneigd om dingen gewoon maar te doen. Ik zeg niet vaak nee als er een kans voorbij komt. Dat kwam vroeger ook omdat ik weinig geld had; ik kon me gewoon geen nee permitteren. Dus ik heb teer van de muur gekrabd in een tabaksfabriek en een baantje gehad in een spijkerbroekenwinkel in de Jordaan, terwijl ik dat eigenlijk eng vond.

‘De paniekaanvallen die ik daar had waren vervelend, maar ik heb er ook iets van geleerd: angstige momenten gaan voorbij, en ik ga er niet dood aan – daar was ik in het begin ook nog bang voor. In mijn hoofd had ik escapes, die hielpen vaak al genoeg. Als ik paniek voel opkomen bij een klant loop ik gewoon even weg, wat maakt het uit? In het allerergste geval draai ik de deur op slot, ga ik naar huis en kom ik nooit meer terug.’

Ine Boermans
 Beeld Frank Ruiter
Ine BoermansBeeld Frank Ruiter

Drenthe of, zoals Lot in je boek zegt, kutdrenthe?

‘Ik krijg vast allemaal boze mensen uit Drenthe op mijn dak, maar: kutdrenthe. Ik ben geboren in Groningen en heb in Amsterdam en Den Haag gewoond, maar mijn hele jeugd bracht ik door in Drentse dorpen als Hoogersmilde. Mijn moeder is als een soort grashopper heel Drenthe af geweest. Ik zeik er nog vaak over, hoe mooi Drenthe ook is.

‘Op de basisschool ben ik erg gepest. Je bent snel raar, in die dorpen waar we woonden. Mijn moeder was net als de moeder in het boek anders dan de anderen: een gescheiden, atheïstische vrouw met een oude Eend die soms op blote voeten door het dorp liep en als gevangenisbewaarder werkte in Norgerhaven, de gevangenis in Veenhuizen.

‘Mijn ouders komen uit Wassenaar, mijn moeder en ik woonden daar een tijdje bij mijn oma in. In Wassenaar klonk mijn accent opeens normaal, iedereen deed beleefd, en ik was niet de enige met gescheiden ouders.

‘Als kind was ik timide, terwijl mijn kinderen juist extravert zijn. De oudste wil met iedereen een praatje maken, wat betekent dat ik ook met iedereen een praatje moet maken. ‘Waarom lacht u niet?’, vraagt hij in de supermarkt aan iemand die een beetje ongelukkig kijkt. O god, denk ik dan, wat nu weer. Maar na zo'n gesprekje kijkt die ander altijd blij.’

Vrienden of familie?

‘Familie. Mijn eigen gemaakte familie. Omdat ik dat onvoorwaardelijke gevoel van huis uit niet echt heb meegekregen, voelde ik het ook niet gauw in vriendschappen. Een paar vrienden ken ik al mijn hele leven, zij hebben ook mijn moeder gekend en zijn me heel dierbaar, maar een heleboel vriendschappen hadden een vluchtiger karakter.

‘Ik ben vaak vriendschappen en liefdesrelaties aangegaan die niet zo goed voor me waren. Daar heeft mijn opvoeding misschien wel een rol in gespeeld – het bindingsangst-verlatingsangst-verhaal. Het boek waaraan ik nu werk gaat over dat thema, de invloed van je opvoeding op je liefdesleven, de relaties die je aangaat.’

Feit of fictie? (2)

‘Een van mijn moeders zussen mailde dat ze zichzelf had herkend in een beschrijving van een tante. In het boek noemen Lot en haar ex die tante kenkels: kuit en enkel ineen. ‘Als ze aardig was geweest, of warm, lief, of troostend, dan had ik haar niet zo genoemd’, is de volgende zin. Nou, ze had nog eens goed naar haar enkels gekeken, en die vond ze toch vrij normaal van vorm. Ze schreef dat ze het een mooi boek vond, dat ze het gevoel had alsof haar zus in de kamer stond.

‘Mijn vader heb ik dus al jaren niet gesproken. Af en toe schrijft hij mij een boze brief waarin hij zegt geen contact meer met mij te willen. Ik ben er ondertussen een beetje aan gewend geraakt. Ik heb mijn eigen gezin, dat maakt alles uit. Ik denk dat hij allang weet dat dit boek er is, en dat hij het misschien ook al gelezen heeft. Hij is al zijn hele leven geabonneerd op de NRC en de VPRO Gids, die er allebei over schreven. ‘Memorabele klootzak’ was de kop in de VPRO Gids. Ik moest daar wel om lachen. Hij zal zó woedend zijn, dacht ik. Maar ja, ik kan er niks aan doen dat de eindredactie die kop kiest.’

Afrekening of verzoening?

‘Afrekening. Ik kan goed leven met het feit dat niet alles goedkomt. In tv-programma's is de inzet altijd maar verzoening. In Dr. Phil zag ik een keer een man die zijn vrouw al weet ik hoe lang sloeg, en nóg moest het tot een verzoening komen. Laat die vrouw gewoon weggaan bij die man, is dat niet het beste voor haar?

‘Mijn vader en ik in Het familiediner, dat zou echt héél erg out of character zijn. Ten koste van alles moeten de mensen die meedoen aan dat programma met elkaar aan tafel. Zelf denk ik toch vaak: zou het niet veel gezelliger zijn als jullie lekker met ándere mensen aan een tafel gaan zitten? In het geval van mijn vader en mij heeft verzoening geen enkele zin. Niemand heeft er wat aan, waste of time.

‘Rancuneuze gevoelens heb ik niet, en ik had ze ook niet terwijl ik aan mijn boek werkte. Daar was niks therapeutisch aan. Maar aan het beschrijven van onsympathieke mensen beleef ik veel plezier, en daar voel ik me niet schuldig over.’

Een opsomming van tekortkomingen is verschenen bij uitgeverij Orlando.

Ine Boermans
 Beeld Frank Ruiter
Ine BoermansBeeld Frank Ruiter

CV Ine Boermans

1976 geboren in Groningen
1997-2001 Nieuwe media, kunstacademie Minerva, Groningen
2008-2013 runt straatgalerie De Kijkkasten in Amsterdam
2015-2016 Schrijversvakschool
2016-heden schrijft korte verhalen en essays voor onder meer De Internet Gids, hard/hoofd, Papieren Helden en Tirade
2021 debuutroman Een opsomming van tekortkomingen

Ine Boermans woont met haar man en twee zoons in Groningen.

Uit Een opsomming van tekortkomingen: ‘Je hebt mensen die om de zoveel tijd hun huwelijkse beloftes hernieuwen, mijn vader hernieuwt om de zoveel tijd zijn besluit om mij niet meer te willen zien.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden