Indonesiërs hebben alles over voor hun reis naar Mekka

In iedere Indonesische stad en ieder dorp klonk afgelopen vrijdag het gekrijs van stervende geiten. Zij werden geslacht ter ere van Idul Adha, het offerfeest op de dag dat Ibrahim zijn trouw aan Allah moest tonen door zijn zoon Ismaël te offeren, zo staat het in de koran....

Van een medewerker

JAKARTA

Vele christenen zal dat verhaal bekend in de oren klinken. Alleen in de bijbel is het niet Ismaël, de zoon van Abrahams bijvrouw Hagar, maar Izaak, de zoon van Abrahams eerste vrouw Sarah, die geofferd moest worden.

Iedereen in Indonesië die het zich kan veroorloven, koopt in de aanloop naar Idul Adha een geit of, als er genoeg geld is, een koe. Het luidruchtige einde van de dieren betekent voor de armen van Indonesië het vooruitzicht op een feestmaal, omdat een groot deel van het vlees aan hen wordt geschonken.

Een klein deel van de Indonesische moslims maakt de dag niet in eigen land mee. Deze moslims zijn in de gelukkige omstandigheid dat ze Idul Adha kunnen vieren tijdens een bedevaart naar de heilige stad Mekka. Ieder jaar reizen circa 200 duizend Indonesiërs in de weken voor Idul Adha af naar Saudi-Arabië. Ze blijven daar tien à veertig dagen om de vijf rukun islam (basisprincipes van de islam) te volbrengen. Na afloop van de tocht mogen ze zich hadji noemen, een eretitel voor moslims.

Velen sparen hun hele leven om het geld voor de reis bij elkaar te krijgen. Sommigen verkopen alles wat ze hebben om hun wens in vervulling te laten gaan. Bij terugkomst mogen ze vol trots het witte hoofddeksel van de hadji dragen, maar hun toekomst is uiterst onzeker.

'Dat is triest, maar deze mensen kiezen daar zelf voor, niemand zal hen ertoe dwingen', vertelt hadji Roji Munir, actief lid van Nahdlatul Ulama, de grootste moslimorganisatie in Indonesië met meer dan 30 miljoen leden. 'Als iemand het zich niet kan veroorloven, wekt hij niet de woede op van Allah. De koran schrijft heel duidelijk voor dat de hadj alleen gemaakt hoeft te worden door mensen die daartoe in staat zijn.'

Toch zijn er ieder jaar weer mensen die alles opgeven voor hun droom. Roji beweert echter dat hun aantal gering is. 'Velen sparen lang voor de reis en krijgen daarnaast nog hulp van familie en kennissen. Maar ze hoeven huis en haard niet op te geven.'

Als docent aan de universiteit kon Roji zich de kosten veroorloven. De uren die hij in Saudi-Arabië niet besteedde aan bedevaartsplichten, bracht Roji door in een comfortabel hotel. Bij afgelegen bedevaartplaatsen beschikten hij en andere gefortuneerde Mekkagangers zelfs over een airconditioned tent.

Voor duizenden anderen is dat soort luxe niet weggelegd. Zij bivakkeren met zijn tienen in kleine kamers van woningen die door de Indonesische regering voor hen zijn gehuurd. Menigeen neemt zoute vis, kroepoek of supermie mee uit Indonesië en kookt zijn eigen potje.

Kandidaat-hadji's worden goed op hun reis voorbereid. Door de regering gesponsorde trainingsprogramma's moeten verrassingen zoveel mogelijk voorkomen. De Indonesische televisie laat zien hoe mensen oefenen voor hun tocht rond de zuil in Mekka, waarin de offersteen van Ibrahim ligt.

Desondanks spelen zich tijdens de pelgrimage veelvuldig kleine drama's af. Een aantal hadjgangers uit dorpjes in de buitengewesten van Indonesië verdwaalt door taalproblemen tijdens de zoektocht naar een afgelegen bedevaartsplaats. Anderen onderschatten de vermoeienissen en de hitte, en vergeten voldoende te eten en te drinken. Sommigen worden ziek en moeten de bedevaart voortijdig afbreken of keren nooit meer terug in het vaderland. Iedere dag geeft het journaal een lijst met namen van hen die de reis niet hebben overleefd. Dit jaar zijn dat er tot op heden 194.

Dat hadden er veel meer kunnen zijn. Vorige week dinsdag verwoestte een felle brand, vermoedelijk het gevolg van een geëxplodeerde gasfles, meer dan 60 duizend tenten waaronder 17 duizend tenten van Indonesiërs. Voorzover bekend vielen er geen Indonesische slachtoffers. Zij waren op het moment van de brand nog bezig met de wuquf, een gebedsdienst bij de berg Arafat die het hoogtepunt vormt voor de hadji. Volgens de koran zou de profeet Mohammed ruim 1400 jaar geleden op deze plaats zijn laatste woorden van God in ontvangst hebben genomen. Een aantal Indonesiërs moest echter wel eerder terug omdat hun hele hebben en houden in de vlammen was opgegaan.

Hoewel iedereen blij is dat er geen Indonesische slachtoffers zijn gevallen, wordt sterven tijdens de hadj gezien als een van de betere manieren om het leven te verlaten. Vele moslims, vooral Indonesische moslims met een bijgeloof dat is overgeleverd uit het nooit helemaal verdwenen animisme, geloven dat sterven tijdens de hadj de kans op een hemelreis verhoogt. Voorafgaand aan hun reis hebben ze al hun schulden afbetaald en voorzover mogelijk vergiffenis gevraagd bij iedereen die ze ooit kwaad hebben aangedaan.

'Een hadjreiziger gaat op weg met de schoonst mogelijke ziel en dat vergroot de kans op een goede plaats in het hiernamaals', legt hadji Roji uit.

De Indonesische media volgen de lotgevallen van de hadjgangers op de voet. Dagelijks doen vele journalisten in Indonesië en Saudi-Arabië verslag van het wedervaren van hun landgenoten. Maar het is niet alleen warme belangstelling die de hadjgangers ten deel valt. Hadji betekent ook business, vooral voor de regering die alle standaardreizen organiseert.

De meeste pelgrimgangers sparen voor de reis op een speciale hadji-rekening. Ze mogen hun geld niet tussentijds van de rekening afhalen en ontvangen geen rente. Maar de banken kunnen het geld wel uitzetten of investeren.

De prijs van ruim 6000 gulden voor standaardreizen is hoog, in aanmerking genomen dat de mensen ter plaatse hun transport moeten regelen en eten moeten kopen. Ook komt het regelmatig voor dat er betaald moet worden om op de lijst voor kandidaat-hadji's te komen. De winst gaat officieel naar allerlei faciliteiten voor hadjgangers en andere moslimdoelen. Maar menigeen in Indonesië betwijfelt dat.

De markt voor de luxueuzere reizen is deels in particuliere handen. Ook daar zijn de winsten aanzienlijk. Veel (staats)banken hebben een vaste overeenkomst met een reisbureau waardoor de kandidaat-hadji de prijzen niet kan afwegen. Dat schroeft de kosten op.

Ondanks de hoge kosten en de vele ontberingen hoopt menig hadji de reis ooit een tweede keer te kunnen maken.

Voor het overgrote deel van de Indonesiërs blijft een bedevaart naar Mekka hun leven lang een droom. In het land waar het minimumloon per maand schommelt rond 130 gulden per maand, zullen velen nooit een vliegtuig van binnen zien, ook al verkopen ze alles wat ze hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.