Indiaantje spelen in de banlieue

Een week of wat geleden zat ik in de trein van Rotterdam naar Amsterdam; het was een uitzonderlijk zonnige dag....

Op een zeker moment zei een van de adolescenten tegen de anderen dat hij net terug was uit Al Hoceima. Ik heb me toen naar hem toegebogen en heb hem gevraagd, in het Marokkaans, of hij een leuke tijd had gehad op zijn vakantie. Heel verbaasd antwoordde hij me: jazeker. En hij voegde eraan toe, bijna timide, dat hij vier fantastische weken had gehad in het land van zijn voorouders. Omdat ik op gedempte toon sprak, ging de jongen ook met een zachte stem spreken en zijn vrienden bogen zich naar ons toe om het gesprek beter te kunnen volgen.

Ze vroegen mij op hun beurt of ik ook op vakantie in Marokko was geweest. Ik antwoordde hen dat dat helaas niet zo was en dat de laatste keer ook al een hele poos was geleden. De vier jongens keken me vol ongeloof aan. Op slag veranderden ze in gepassioneerde agenten van het Marokkaanse Toerismebureau. De een deed zijn best om de stranden bij Tanger aan te prijzen, een ander roemde Tétouan in bijna lyrische bewoordingen, de oorspronkelijke inwoner van Al Hoceima gaf mij een heel exposé over zijn regio. Dat alles op een normale toon, zonder te brullen en zonder meer ruimte in te nemen dan nodig was. In de trein was de opluchting voelbaar.

Toen de controleuse langskwam, toonden de vier jongens hun plaatsbewijzen heel beleefd, met brede glimlachen en de werkneemster van de NS beloonde die welwillend met een paar aardige grapjes. De jongeren toonden ook hun kortingskaarten; zo onthulden ze dat ze scholieren of studenten waren.

Wat me aan het denken zette over die anekdote, was de totale gedragsverandering van die jongeren. Ze waren de trein binnengekomen terwijl ze een rol speelden, zonder het zelfs maar te beseffen: die van de allochtone jongere, luidruchtig en licht bedreigend, terwijl het in werkelijkheid ging om vier best sympathieke knullen, goed gekleed, fris geschoren, helemaal niet in de situatie van een school-drop-out, zie hun kortingskaart. Het was voldoende dat iemand hen aansprak, op normale toon, in vaderlijke taal: ze werden weer zichzelf.

Natuurlijk kunnen we niet van de Nederlandse Spoorwegen verlangen dat ze in elke coupé een volwassen Marokkaan, Turk of Antilliaan neerzetten om dezelfde metamorfose te bewerkstelligen voor elke keer dat er weer zo'n stel schreeuwende jongeren de sfeer komt verzieken. (Hoewel? Dat zou wel werkgelegenheid scheppen en de treinreizen een stuk rustiger maken.) Maar als het mogelijk is adolescenten over te halen niet langer een rol te spelen - een rol die ze eigenlijk niet zelf hebben gekozen - en als de autochtonen ophouden in stereotypen te denken, dan zou de hele samenleving, niet alleen de treinen, een stuk vreedzamer kunnen worden.

Laten we nu overstappen naar Frankrijk. We kennen allemaal al die stakingen, relletjes en betogingen die dat andere kaasland zo charmant maken. Volgens een oude mop is Frankrijk altijd in tweeën gedeeld: zij die protesteren en zij die protesteren tegen hen die protesteren. Maar toch, wat zich de laatste weken in de banlieues voltrekt, gaat over de grenzen van de oude, bekende sociale conflicten.

Ik zou graag één aspect willen belichten: dat van het een-rol-spelen. Ik neem als uitgangspunt de symbolische datum 19 januari 2005.

Op die dag verscheen er een petitie onder de surrealistische titel: Wij zijn de indianen van de Republiek! Het was een heftige tekst die wilde aantonen dat Frankrijk nog steeds een koloniale staat is (whatever that means) en ten tweede dat buitenlanders en Fransen van buitenlandse afkomst door Frankrijk worden beschouwd en behandeld als 'indianen'.

Ik geef een paar citaten plus mijn commentaar.

'De koloniale mechanismen van het beleid ten opzichte van de islam zijn weer actueel door de instelling van de Franse Raad voor het Moslim Geloof onder de paraplu van het ministerie van Binnenlandse Zaken.' Vreemd. Het waren nu juist moslims die zo'n raad hadden geëist.

'Discriminerend, seksistisch, racistisch is de wet tegen de hoofddoekjes, het is een uitzonderingswet met een koloniaal luchtje.' Er bestaat geen anti-hoofddoekjeswet, er bestaat een wet tegen álle tekenen van religieuze voorkeur op scholen.

'Frankrijk is een koloniale staat! In Nieuw-Caledonië, Guadeloupe, Martinique, Guyana, Réunion, Polynesië heerst de onderdrukking en de minachting voor algemeen kiesrecht.' Laat ik alleen maar opmerken dat een grote meerderheid van de autochtonen in alle genoemde streken Frans wil blijven, meer dan 90 procent.

'Net als in de glorietijd van de kolonisering probeert men Berbers op te zetten tegen Arabieren, Joden tegen Arabische moslims en zwarten.' Wie is die men? Het zijn bovenal sommige Berbers zelf die zich afzetten tegen Arabieren en sommige moslims tegen joden. Wat heeft kolonialisme daarmee van doen?

'De dekolonisering van de republiek blijft hard nodig! De republiek van de gelijkheid is een mythe. Het is hoog tijd dat Frankrijk zijn Verlichting ter discussie stelt.' Dat is heel gevaarlijk. Het beginsel van gelijkheid en de universele waarden verdacht maken, dat komt neer op een ondersteuning van de these van een onvermijdelijke 'botsing der beschavingen'. Met dit verschil dat volgens deze petitie de 'andere beschaving' te vinden is in de banlieues, hemelsbreed op tien kilometer van de Eiffeltoren.

Die petitie heeft geduchte gevolgen gehad. Ik persoonlijk heb geweigerd te tekenen, omdat ik de gebruikte formuleringen onduidelijk of sterk overdreven vond, en omdat ik het niet eens was met de radicale kritiek op de Republiek. Andere publieke figuren hebben eveneens geweigerd een zo explosieve tekst te ondertekenen, hoewel zij gevoelig zijn voor de problemen van de jonge immigranten van de tweede of derde generatie. Ik noem één voorbeeld: Clémentine Autan, jongerenadviseur van de socialistische burgemeester van Parijs, trok haar handtekening weer in, toen zij die van Tariq Ramadan had ontdekt.

Tariq Ramadan, Zwitser van nationaliteit, is de kleinzoon van de oprichter van de Moslim Broederschap, de Egyptenaar Hassan al-Banna. In Europa wordt Tariq Ramadan gezien als een van de vaandeldragers van de islam. Hij bekleedt op het moment een gastdocentschap aan de universiteit van Oxford. Die elegante man met een gematigd taalgebruik lijkt ook in Nederland goed over te komen. Hij is, zeer officieel, uitgenodigd door Buitenlandse Zaken om de ambtenaren toe te spreken. Ondertussen is hij in Frankrijk het symbool van een gevaar, waarvan de recente gebeurtenissen laten zien dat het niet denkbeeldig is: het gevaar dat de islamisten misbruik gaan maken van de misère waarin jongeren van buitenlandse komaf verkeren.

Om terug te komen op die indianenpetitie: bekijk de lijst ondertekenende organisaties, en het blijkt dat ze alle dicht bij Tariq Ramadan staan. (Collectif de musulmans de France, oumma.com, Divercités Lyon, etc.)

Verontrustend genoeg laat de lijst ondertekenaars ook een zekere collusie tussen de islamisten en sommige linkse of ultra-linkse groeperingen zien. (Collectif féministe pour l'egalité, Une école pour tous.) Voor hen die kort van herinnering zijn en zich verbazen over zo'n kameraadschap, geef ik een voorbeeld om het geheugen op te frissen: de Iraanse communistische partij Toudeh steunde de islamitische revolutie van ayatollah Khomeini en werd volkomen door hem verpletterd zodra hij in 1979 aan de macht was gekomen.

Ik kan persoonlijk getuigen dat ik jongeren in Clichy-sous-Bois 'Allah Akbar!' heb horen roepen, terwijl zij auto's vernielden en in brand staken. Sommige jongeren riepen op tot de jihad. Wat een buitengewone begripsverwarring! Daar waar ze zouden moeten praten over werk, urbanisering, transport, roepen ze God aan en verkondigen de oorlog tegen de ongelovige!

Dat komt er nou van als je je bedient van extravagante formuleringen als die van de petitie van 19 januari 2005. Alles op het podium is op zijn plaats gezet voor het toneelstuk, of liever het drama, dat zich de afgelopen weken voor onze ogen voltrekt. Het gaat om niets meer of minder dan een remake van de indianen tegen de cowboys. Zijn Tariq Ramadan en zijn vrienden een historisch, onmiskenbaar feit vergeten: dat de indianen, helaas, de oorlog definitief hebben verloren? Is dat de ondankbare rol die ze voor de kinderen van de tweede en derde generatie in petto hebben?

Zoals in heel Europa, volgen wij in Nederland wat er in Frankrijk gebeurt met een gevoel van onrust. Daar hebben we goede redenen voor: in Amsterdam, in Rotterdam, in Utrecht en in Den Haag vormen de jongeren van buitenlandse origine een beduidend deel van de bevolking. En als dezelfde oorzaken dezelfde gevolgen hebben, is er veel om ons zorgen over te maken: de werkloosheid en het gevoel niet echt te worden geaccepteerd zijn niet zo heel verschillend in Clichy-sous-Bois en Osdorp.

Het is waar, er zijn verschillen. Het belangrijkste verschil is dat er geen banlieues zijn in Nederland. De verschillende bevolkingsgroepen wonen zo'n beetje overal en vaker bij het centrum dan ver buiten de stad. Het gevoel te zijn buitengesloten, ook topografisch, is minder pregnant. Bovendien heeft niemand in Nederland ooit gepretendeerd dat de tweede en derde generatie immigranten Hollanders als de anderen waren. Er is dus geen sprake van gebroken beloften, zoals in Frankrijk, en ook niet van wrok daartegen.

Maar voor al diegenen, onder wie ik zelf, die er de afgelopen jaren voor hebben gepleit een model voor de samenleving in te voeren dat meer lijkt op dat van de Franse republiek, komt wat er zich nu in Frankrijk afspeelt als een koude douche.

Het model waarin de republiek tegen de tweede generatie zegt 'jullie zijn 100 procent Fransen' (hoewel dat bij de verdeling van banen en huisvesting niet zo blijkt te zijn) leek mij beter dan het Nederlandse zuilenmodel, zo met nadruk opgebouwd rond het concept van bevolkingsgroepen, die naast elkaar leven. De vraag die nu aan mij knaagt: zijn wij dan toch veroordeeld tot dat Nederlandse en Britse model, omdat er geen echt alternatief meer is?

Ach, model of geen model. In werkelijkheid komt het gevaar bovenal van hen die van ons eisen dat wij onze goed gemarkeerde rollen spelen. In het geval van die vier jongens in de trein van Rotterdam naar Amsterdam was dat niet zo erg. Het waren er maar vier en ze speelden hun rol - aangedragen door de blikken van de autochtone medepassagiers - nogal oppervlakkig. Maar wat zal er gebeuren als er op een dag een Nederlandse Tariq Ramadan opstaat, verleidelijk en welbespraakt, perfect in de landstaal, omarmd door tien, twintig, vijftig verenigingen, die 40 duizend jongeren ervan overtuigt dat zij de indianen van de Randstad zijn, die worden onderdrukt door de blanke kolonialen in Wassenaar?

Is er nog tijd om de jongeren een andere rol aan te bieden dan die van de jihadistische indiaan? Ik permitteer me een absurd beeld, maar niet absurder dan de tijd waarin wij leven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden