Inburgering van nieuwkomers faalt

De inburgering van nieuwkomers in Nederland geeft grote problemen. De gestelde doelen worden bij lange na niet bereikt. Veel buitenlanders stoppen voortijdig met de cursus; van degenen die het jaar wel volmaken spreekt de overgrote meerderheid onvoldoende Nederlands om door te stromen naar het vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt....

De in 1998 ingevoerde verplichting tot inburgering heeft hier weinig aan veranderd, en leidt tot veel extra bureaucratie. Dat blijkt uit onderzoeksrapporten die minister Van Boxtel van Integratiebeleid deze maand naar de Tweede Kamer zal sturen, en uit gesprekken met specialisten in het veld.

Doel van de inburgering is buitenlanders klaar te stomen voor een toekomst in Nederland, en hen indien mogelijk door te sluizen naar werk of opleiding. Dat lukt echter nauwelijks. Op alle fronten signaleren de rapporten en experts knelpunten.

Zeker een kwart tot eenderde van de nieuwkomers maakt de cursus niet af, blijkt onder meer uit een net gereedgekomen rapport van de Piers Groep en een onderzoek in Tilburg. Vrouwen blijven vaak weg van de cursus omdat ze zwanger worden, of veel kinderen hebben. Ook de bloeiende economie frusteert de inburgering: (ongeschoold) werk is vaak belangrijker dan het volgen van de cursus.

De Wet Inburgering Nieuwkomers verplicht buitenlanders met een verblijfsvergunning een jaar lang taal- en maatschappelijke oriëntatielessen te volgen. Bij verzuim kan de gemeente geldboetes opleggen. Maar ambtenaren zijn huiverig sancties te gebruiken, omdat het demotiverend zou werken.

De gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet. Ze hebben per jaar 280 miljoen gulden beschikbaar voor de inburgering van 22 duizend nieuwkomers. Het taalonderwijs kopen ze in bij de Regionale Opleidingscentra (ROC's). Het maatschappelijk deel van cursus wordt veelal verzorgd door Bureau Nieuwkomers, vaak een afdeling van Vluchtelingenwerk. De Arbeidsvoorziening moet helpen bij het doorsluizen van de nieuwkomers naar een baan.

Maar de gemeenten slagen er nauwelijks in de diverse partners goed aan te sturen, zo blijkt onder meer uit het rapport Maatwerk in de WIN van bureau Vrijbaan. Discussies over prijs en vorm van het onderwijs leiden tot veel tijdverlies. Er is te weinig aandacht voor de onderwijskwaliteit. Door alle betrokkenen wordt geklaagd over de enorme bureaucratie die het zicht op de vorderingen bemoeilijkt.

Meest zorgelijk is echter dat nieuwkomers in een jaar onvoldoende leren om een toekomst in Nederland op te kunnen bouwen. Veel gemeenten geven aan dat cursisten blijven steken op de zeer basale taalniveaus 1 en 2, terwijl beroepsonderwijs of arbeidsvoorziening als toelatingseis vaak niveau 4 of 5 hanteren.

De overheid geeft de schuld daarvoor aan de opleidingscentra, die oubollige taalcursussen leveren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden