Je kunt het maar één keer doen

‘In paniek zei ze: ‘Ik heb hondsdolheid, ik ga dood.’ Binnen een uur lag ze op de intensive care’

null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

De dood kunnen we niet ontlopen. Afscheid ­nemen van het leven kan op veel ­manieren. Hoe je het doet, maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt ­Barbara van Beukering ­nabestaanden over het stervensproces van hun dierbaren.

Simone Wouters-Van Schaik (54, personeelsfunctionaris) overleed op 3 februari 2020 aan de gevolgen van een kattenbeet. Ze was getrouwd met René Wouters (58, fotograaf) met wie ze twee dochters had, Romée (26) en Saar (24).

René: ‘Nadat we zes jaar geleden met onze dochters in Tanzania op safari waren geweest, besloten we nog een aantal dagen naar het eiland Zanzibar te gaan. We maakten daar kennis met Wilhelmina, onze hotelmanager, die ons introduceerde in het dorpje Jambiani. Simone, heel zorgzaam en geïnteresseerd, raakte betrokken bij de inwoners. Een jaar later keerden we er terug, om de bewoners te helpen met de 7.000 euro die we bij vrienden hadden opgehaald. We zorgden dat een gehandicapte vrouw in een stenen huisje kon wonen, we realiseerden een hartoperatie voor een jonge knul, we bouwden een waterput voor de school en we kochten meer dan 120 meter stof en een handnaaimachine zodat een vrouw uit het dorp uniformpjes voor de schoolgaande kinderen kon maken. Een jaar later, in januari 2017, gingen we voor de derde keer naar Zanzibar.

‘Wij aten op onze eerste avond met onze dochters bij Wilhelmina, de hotelmanager die we inmiddels beschouwden als onze Afrikaanse zus. Toen we teruggingen naar onze lodge wilden we nog even naar het strand lopen. De vertrouwde hotelkat, die we al drie jaar kenden, kwam op ons aflopen. Simone aaide hem en de kat spinde en knorde. En opeens, uit het niets, beet hij Simone in haar hand. De meiden pakten de verbandtrommel, we spoelden de wond uit, en deden een pleister erop. De volgende ochtend zijn we voor de zekerheid naar het ziekenhuis in Stonetown gegaan. Simone kreeg behalve prikken tegen rabiës en tetanus ook antibiotica. We zijn nog vier weken gebleven en er was niks meer aan de hand. De wond was niet meer dan twee gaatjes van de tandjes, Simone voelde zich prima.

René en Simone Beeld Privéfoto
René en SimoneBeeld Privéfoto

‘Een week nadat we weer thuis waren, kreeg ze opeens abnormaal hoge koorts. Volgens de huisarts was het griep; het was de tijd van het jaar. Een paar dagen later kreeg ze veel last van haar schouder, ze gilde het uit van de pijn. Op zaterdagavond heb ik haar in haar ochtendjas op de achterbank gelegd en ben ik naar de huisartsenpost in een dorp verderop gereden. Toen ze op de onderzoekstafel naar haar hand keek, zag ze opeens dat het zwart was op de plek waar de kat had gebeten. In paniek zei ze: ‘Ik heb hondsdolheid, ik ga dood.’ Op dat moment zakte ze weg. Ze werd onmiddellijk per ambulance naar het Ikazia Ziekenhuis in Rotterdam gereden. Binnen een uur lag ze op de intensive care. Haar nieren vielen uit, haar ademhaling stopte en haar bloeddruk viel weg. Ze had een septische shock, een bloedvergiftiging. Ze werd geïntubeerd en gesedeerd om haar in leven te houden. We hebben weken in doodsangst gezeten. Ondertussen werd het wondje op de plek van de kattenbeet steeds groter. Na een dag of vijf hebben ze een heel stuk uit haar hand weggesneden en haar vinger geamputeerd. Ze bleek een streptokok-A-infectie te hebben, ook wel een vleesetende bacterie genoemd, de agressiefste streptokok voor een mens. Na een aantal weken kon ze van de beademing af en kreeg ze een tracheostoma, een buisje in de luchtpijp via een snee in de hals. In de maanden die erop volgden ging het niet goed. Het gebied rond haar sleutelbeen werd helemaal opgevreten door die bacteriën. Ze moest keer op keer worden geopereerd en kreeg verschillende hartstilstanden waarna ze telkens gereanimeerd moest worden. Ze heeft bijna elf maanden op de ic gelegen.

‘Op 13 januari 2018 kwam ze eindelijk thuis. We waren euforisch. Ze werd vanaf het begin van het dorp onder begeleiding van een motorescorte naar ons huis gereden. In heel de straat waren vlaggen opgehangen, er stonden meer dan vijftig mensen langs de kant van de weg. Ik krijg er nog steeds kippenvel van. Ik kreeg een ernstig verzwakte vrouw thuis na elf maanden op de intensive care. Maar de boodschap was dat ze weer de oude zou worden. Dat wilde ze ook, ze was het toonbeeld van vechtlust. Na vijf maanden ging het al een stuk beter. Vanaf augustus reed ze weer auto, kookte ze weer en stond ze zingend te strijken terwijl ze daar een grafhekel aan had.

‘We lagen in bed toen het middenin de nacht op 1 oktober weer mis ging. Ik belde in paniek om een ambulance. Op de grond heb ik Simone negen minuten lang gereanimeerd met telefonische ondersteuning van 112. Na bijna zes weken in coma kwam ze bij. Uit zichzelf. Ons werd gezegd dat ze een zwaar beschadigde vrouw zou worden. Ze was spastisch, kon niet meer praten. Na een paar maanden is ze naar Pniël gegaan, dat is een verpleegtehuis in Rotterdam. Daar zeiden ze dat het weinig zin had om te revalideren, ze zou daar moeten wonen omdat ze compleet hulpbehoevend was. Maar ook al moest ze zichzelf weer vanaf nul opbouwen, Simone was onverminderd vechtlustig. Ze ging op wonderbaarlijke wijze vooruit. Na driekwart jaar kon ze weer stapjes achter een rollator lopen en we konden haar ook weer aardig verstaan. De verpleeghuisarts vertelde ons toen dat dit het maximaal haalbare was. Dat is een mokerslag geweest. Ze was haar totale autonomie kwijt, voor alles moest ze op een knopje drukken. Ze is toen boven haar kunnen gaan vechten want ze wilde niet de rest van haar leven in een verpleeghuis zitten. Ze bleef maar oefenen, zat daar maar met die gewichten. In mijn beleving heeft ze door die vechtlust en prestatiedrang haar lijf uitgemergeld. Ze had steeds meer zuurstof nodig om haar saturatie op peil te houden. Tachtig procent van de keren dat ik bij haar wegging, zat ik de hele rit te huilen in de auto. Ik liet zo’n intens zielige vrouw achter.

‘Vanaf januari had ze weer zo veel zuurstof nodig dat ze toch weer naar het ziekenhuis moest. Het intensive-carepersoneel van het Ikazia stond ons alweer op te wachten. Het hoofd van de intensive care bereidde me erop voor dat ze niet veel meer konden doen, haar lichaam was op. We zijn toen naar Simone gegaan om te zeggen dat ze zouden stoppen met behandelen, dat ze van de beademing afgehaald zou worden. Mijn meiden en ik stonden keihard te huilen. Simone niet, terwijl ze normaal gesproken een echt huilebalkje was. Ze hebben toen heel even de tube eruit gehaald zodat ze nog iets kon zeggen. Het enige wat ze zei was: ‘Te lang.’ Ze kon het gewoon niet meer opbrengen, ze wilde niet meer. We spraken af dat het de dag erna zou gebeuren.

‘Op achteraf onverklaarbare wijze ben ik toen met mijn dochters naar huis gegaan om bij een vriendin in het dorp te gaan eten. Tijdens het eten werden we door het ziekenhuis gebeld omdat het opeens fout ging, we moesten onmiddellijk komen. De verpleegkundige heeft nog tegen Simone gezegd: ‘Hou vol, ze zijn onderweg. Even later stonden we met z’n allen om haar bed maar ze was al niet meer bij. Haar bloeddruk was 30 over 10. Ik vroeg of ze nog een laatste kusje voor me had. Nadat ze haar lippen had getuit, overleed ze. Na drie jaar keihard vechten overleden door een onbenullige kattenbeet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden