In Pakistans steden regeert de angst

Reportage..

ISLAMABAD/LAHORE In een tent voor zijn huis bidt de vader van de studente Sidra Khalid (19) samen met de mannelijke familieleden voor de rust van haar ziel. Het is vandaag veertig dagen geleden dat ze omkwam bij een bomexplosie in de universiteit van de Pakistaanse hoofdstad Islamabad.

Op het balkon zitten de vrouwen, onder wie Sidra’s moeder, die maar niet kan bevatten dat haar dochter dood is. ‘Ze was zo mooi, zo intelligent en zo lief. Ze wilde helemaal niet dood. Dat had ze me ’s ochtends nog verteld’, zegt Sidra’s vriendin Ayesha. Ze toont een foto van een opgewekte tiener.

Ayesha vertelt dat studenten en docenten kort voor de bomexplosie discussieerden over de veiligheid. Een meerderheid van de studenten pleitte voor een tijdelijke sluiting van het instituut. Sidra was er tegen. Ayesha: ‘Ze vond dat we niet mochten toegeven aan onze angst; dan zouden we buigen voor de terroristen.’

Na de bijeenkomst snelde Sidra naar de kantine, ze had honger. Nog geen vijf minuten later gingen er twee bommen af. Een glasscherf trof Sidra’s keel. Ze overleed op weg naar een ziekenhuis.

Sinds twee maanden geleden de militaire operatie in Zuid-Waziristan begon, gaat in Pakistan geen dag meer voorbij zonder dat ergens op een drukke markt of bij een politiebureau een bom ontploft. Vóór het offensief was het Pakistaanse veiligheidsapparaat bij uitstek de vijand waarmee moest worden afgerekend. Nu hebben de extremisten het gemunt op burgers. Alleen al bij een aanslag op een markt in Peshawar kwamen eind oktober meer dan honderd personen om het leven.

De Taliban willen met de aanslagen de publieke opinie bespelen. Ze proberen de Pakistanen zó angstig en kwaad te maken dat zij de regering onder druk zetten om de militaire operaties te stoppen. Slechts een kleine meerderheid van de bevolking steunt het offensief, blijkt uit een enquête van het Pakistaanse dagblad Dawn.

In de doorgaans drukke winkelstraat van Lahore valt op dat de angst regeert. Mensen blijven liever thuis. ‘We moeten boodschappen doen, de kasten zijn leeg. Maar ik ben met het gevoel de deur uitgegaan dat ik misschien niet meer thuiskom’, zegt Amnar Fahkar (18), die samen met haar ouders aan het winkelen is.

Ze behoort tot de Pakistanen die tegen het legeroffensief zijn. ‘Hoe harder de militairen optreden, hoe gewelddadiger de militanten worden. Ik geloof in een dialoog.’

Ayub Khurt (45), universitair docent politieke wetenschappen, is het niet met Amnar eens. Ze noemt haar naïef. ‘We hebben de Taliban genoeg ruimte gegeven. Ze kregen in de Swatvallei islamitische wetgeving. Het wordt tijd dat we met deze militanten afrekenen en dat we ze vertellen dat hun ideologie onacceptabel is in Pakistan.’

Ayub wijst naar de wegblokkades, de zandzakken waarachter militairen met hun mitrailleurs in de aanslag staan. ‘Lahore en Islamabad zijn in oorlogssteden veranderd. Zo willen we toch niet leven.’

Haar grootste vrees is dat het Pakistaanse leger uiteindelijk niet bestand zal zijn tegen de Taliban. Eerdere militaire operaties liepen op niets uit; na verloop van tijd keerden de extremisten terug.

Hoe hardnekkig de Taliban zijn, toont het drie verdiepingen tellende ruïne in het centrum van de stad, dat ooit het gebouw was van de recherche. Tot twee keer toe werd het door terroristen aangevallen. Vorig jaar blies een zelfmoordenaar zich in zijn bestelbus op voor de receptie. In mei probeerde een terrorist zichzelf op te blazen in een van de houten barakken achter het karkas waarin de recherche tijdelijk is ondergebracht.

Net als alle overheidsgebouwen, scholen en hotels is het terrein met vele meters prikkeldraad en huizenhoge stapels zandzakken veranderd in een fort. Bewapende agenten bewaken de ingang.

Bij het busstation staan lange rijen vrouwen met kinderen. Ze gaan tijdelijk naar familie op het platteland. Zoals rijke Pakistaanse families naar Europa zijn vertrokken.

De ouders van de omgekomen soldaat Khawaldan Khalid Hussein (29) vinden dat de Pakistanen moeten vechten tegen de terroristen. ‘Mijn zoon stond op wacht voor het gerechtsgebouw in Peshawar. Hij zag een busje aankomen waarvan hij vermoedde dat het was geladen met explosieven. Toen hij begon te schieten, wist hij dat hij zijn doodvonnis tekenende. Door zijn heldhaftige optreden ontplofte het busje voor het gebouw en niet binnen. Hij heeft tientallen levens gered’, zegt Khahilds vader. ‘Ik mis mijn zoon, maar heb tegen mijn jongste zoon gezegd dat hij ook het leger in moet om zijn land te verdedigen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden