In Napels heeft niemand iets gezien of gehoord

Na de vrijlating van duizenden gevangenen overspoelt een nieuwe geweldsgolf Napels. Met meer blauw op straat probeert de regering-Prodi het geweld in te dammen....

In Napels heeft niemand iets gezien. Zelfs de winkeliers die op de vroege zaterdagmorgen, hartje stad, de bloedvlekken van een moordpartij van de afgelopen nacht nog uit het plaveisel staan te schrobben, weten van niets. De Via della Consolazione, de ‘straat van de troost’, is een straat vol winkels, cafés en met ononderbroken volk op de been – en toch heeft niemand gezien hoe daar Vincenzo Prestigiacoma stierf toen hij om zeven uur ’s avonds, nadat hij een kopje koffie had gedronken, werd omgelegd. De schoonzoon van een bekende ‘boss’, dat weet iedereen – en omdat iedereen dat weet zijn er dus geen getuigen van de moord.

Niemand heeft er een naam in Napels, niemand een mening, zeker niet ten overstaan van een vreemdeling met een notitieboekje. Vijfenzeventig doden door geweld, dit jaar, van wie veertien in de afgelopen paar weken: allemaal anoniem omgelegd, allemaal totnogtoe onopgelost. ’t Is al bijna louter statistiek, cijfers zonder een gezicht. De beruchte omerta, de zwijgplicht over het optreden en de organisatie van de onderwereld, is in Napels een genetisch overgedragen karaktertrek.

Op het terras van het befaamde Café Gambrinus – zicht op de baai, zicht op de Vesuvius – valt slechts in algemene termen over het jongste optreden van de Camorra te spreken. Dat het een schande is, natuurlijk, maar ook dat er nooit wat aan zal veranderen, alle vrome en bezwerende woorden van de Italiaanse president, oud-stadgenoot Giorgio Napolitano, en de minister-president, die vreemde rationalist uit het verre Bologna, Romani Prodi, ten spijt. ‘Napels is een bloedstad’, heeft de schrijver Erri di Luca, Napolitaan van geboorte, mij verteld. ‘Bloed heeft er een mystieke, rituele betekenis: ze zijn er hier bezeten van. Ze stoppen het in hun vloeken, hun beledigingen, ze eten het gekookt en ze vereren het ook nog in de kerk: er zijn in Napels relikwieën die zo nu en dan beginnen te bloeden.’

Het is allemaal de schuld van de indulto, de brede maatregel van amnestie die het kabinet-Prodi bij aantreden afkondigde om de overvolle gevangenissen te ontlasten. ‘Als iemand vervroegd uit de cel komt die namens de Camorra een moord gepleegd heeft, dringt dat vanzelfsprekend ook tot de nabestaanden van zijn slachtoffer door’, stelt een van de naamloze Napolitanen – ‘schrijf maar dat ik ‘Giorgio’ heet, net als de president’ - gelaten vast. ‘Het omgekeerde doet zich ook voor: de vervroegd vrijgelatene heeft er nog wel een vermoeden van wie hem er destijds bij heeft gelapt.’ Bij ten minste vier van de 14 moorden van de afgelopen weken zouden dergelijke profiteurs van de amnestie betrokken zijn geweest, hetzij als slachtoffer, hetzij als waarschijnlijke dader.

‘Vroeger pleegde de Camorra aanslagen op wie haar dwars zat, de politie, functionarissen van justitie of zelfs politici. Nu schieten ze elkaar dood’, zegt de woordvoerder van de Napolitaanse politie. De stad is opgedeeld in strikt afgebakende wijken, waar lokale eenheden van de onderwereld de dienst uitmaken. Vroeger legde de Camorra zich toe op het smokkelen van sigaretten, tegenwoordig concentreert zij zich vrijwel exclusief op de drugshandel. Die vindt op straat plaats. Als ik dat wel eens met eigen ogen wil observeren en positie kies in een van de desolate rampgebieden tussen twee Napolitaanse wijken in – verkruimelde nieuwbouw van nog geen dertig jaar terug – stopt er algauw een autootje van de carabinieri: ‘Niet doen, mafkees, als je hier lang blijft zitten kijken, denken zij dat je een spion van de concurrentie of een stille bent en kunnen we je zo meteen naar het mortuarium brengen.’

Ja, ik mag nu al meerijden, levend. ‘In zekere zin is dit het onbedoelde gevolg van ons eigen succes’, zegt de chaufferende brigadier. ‘We hebben de afgelopen paar jaar enkele van de leiders van de Camorra te pakken weten te krijgen. Dat heeft een machtsvacuüm gecreëerd waardoor er onervaren, minder gedisciplineerde figuren aan het roer zijn komen te staan. Die hebben minder gezag over hun bendes.’ Of ik wel weet dat de meeste moordenaars en slachtoffers nog jonge mensen zijn, dertig hooguit? ‘Zij schieten met scherp alsof ze een videospelletje doen.’

Na 1991, het rampjaar waarin er 258 doden in Napels vielen, leek het er gestaag rustiger te worden: het dodental zakte jaarlijks en bereikte vier jaar terug het dieptepunt van 64 slachtoffers. Maar twee jaar later was het weer raak, met 134 doden. Als het zo doorgaat wordt ook dit jaar weer een pittig getal bereikt. Hoe aantrekkelijk is het dan nog om je bij de Camorra aan te sluiten? ‘Ach, een eenvoudige jongen die op de uitkijk wordt gezet verdient algauw meer dan een politieagent’, bromt de brigadier. ‘1500 euro per maand is geen uitzondering.’ In een stad met veel werkloosheid en hoge schooluitval is dat een buitenkans.

Twintig maffiaclans telt Napels vandaag de dag. ‘Ze beleggen hun winsten de laatste tijd in Duitsland’, vertelt de woordvoerder van het Napolitaanse Openbaar Ministerie. ‘Ze kopen er onroerend goed, horecaondernemingen en het zou mij niets verbazen als ze inmiddels ook al op de beurs in Frankfurt actief zijn. Witwassen en beleggen, buiten het zicht van de Italiaanse justitie.’

Het bijzondere van de huidige geweldsgolf is dat die zich niet alleen in de troosteloze wijken ontrolt, maar ook in de historische binnenstad. De regering-Prodi heeft met onmiddellijke ingang noodmaatregelen getroffen: honderden autootjes en scooters erbij voor zowel de carabinieri als de polizia, duizend man op straat meer. De eerste resultaten daarvan zijn al meteen zichtbaar: gisteren arresteerde de Napolitaanse politie bij een grootscheepse razzia 32 personen.

Zaterdagavond werd er druk gepatrouilleerd, ook in de steile straatjes in het maaswerk van de Spaanse Wijk. Het was er gemoedelijk – er was niets verdachts te zien.

En als er iets te zien zou zijn, zou niemand het zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden