ColumnSylvia Witteman

In Landal zocht ik mijn heil bij de eend met dertien pulletjes

null Beeld

Ach, het heerlijke weekendje weg is nog slechts een herinnering, met een plastic ontbijtbordje als enig tastbaar souvenir. Het bordje draagt de beeltenis van Bollo de doodenge beer, alias ‘de allergrootste kindervriend’. Bollo is alomtegenwoordig op het vakantiepark, en, naar te vrezen valt, op alle vakantieparken van de Firma Landal.

Hij zit, in zijn lugubere padvinderspak, meer dan levensgroot op een bankje waar hij, ook in het Duits, omstandig uitlegt hoe dol hij is op knuffelen. Hij ligt in het zwembad met een water spuitende vis op zijn hoofd. Zijn tronie staat in de snackbar op de zogeheten ‘Bollobox’: frites, een frikandel, een pakje limonade en een ‘leuke verrassing’. Op regenachtige momenten (en die waren er gelukkig volop!) vermaakten mijn kinderen zich ermee hardop te fantaseren wat die ‘leuke verrassing’ inhield; daar kwamen uiteraard nogal wat minder gangbare uitwassen van het erotisch spectrum aan te pas.

Elke middag beleefde Bollo zijn kleine, maar daarom niet minder angstaanjagende hoogtepunt door zich in een praalwagentje door het park te laten rijden, wuivend naar iedereen die zich niet sprakeloos van ontzetting uit de voeten maakte. Bijna niemand dus.

Zelf zocht ik mijn heil bij de eend. Zij bleek een alleenstaande moeder van dertien pasgeboren pulletjes en had dus genoeg aan haar hoofd om verder overal schijt aan te hebben. Een behoorlijk nest bezat ze niet: ze zeeg af en toe afgepeigerd neer op een willekeurige graspol, waarna het overvloedige babygesnavelte zich met veel gepiep onder haar vleugels probeerde te dringen.

Als ze weer uitgerust was ging de hele troep zwemmen, in een vijvertje met een bord waarop toch in grote, duidelijke letters ‘geen zwemwater’ stond geschreven. Nou ja, eenden kunnen nauwelijks lezen, alleen de letter e een beetje; ze kéken wel telkens naar het bord, maar konden er, ondanks die 4 e’s, toch niet echt chocola van maken.

Te eten kregen ze trouwens volop, van al die verrukt toesnellende kinderen. Die dromden dicht om het eendengezin, de groezelige vakantieknuistjes vol oud brood. Met de gemoedsrust van iemand die alles al gezien heeft liet de moedereend ze kalmpjes begaan. Brood is brood, nietwaar, en Landalkindertjes zijn nette kindertjes, die van hun ouders hebben geleerd dat ze geen dieren mogen pesten. En dat deden ze dan ook niet. Ze kéken alleen maar, en slaakten opgewonden kreten bij al dat schattigs. Een perfecte idylle.

De volgende ochtend waren er nog maar twaalf pulletjes. En de ochtend dáárna nog maar elf. Wij moesten weer naar huis, en namen bedroefd afscheid van het slinkende eendengezin. ‘Ja, jongens, dat doet de natuur...’, leuterde ik tegen mijn kinderen.

Maar ik wist wel beter.

Bollo, schoft, je zult hiervoor boeten.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden